Lucas en Arthur Jussen bij Concertgebouworkest
Stéphane Denève dirigent
Arthur Jussen piano
Lucas Jussen piano
pauze ca. 20.55 uur resp. 14.55 uur
einde ca. 22.05 uur resp. 16.05 uur
Dit concert maakt deel uit van
de series D, E, Z en F
Het concert van 9 oktober wordt live uitgezonden door
AVROTROS op NPO Radio 4.
Koop kaarten voor dit concert
Leo Smit 1900-1943
Silhouetten (1922)
Adagio
Allegro
Scherzo
Menuetto
Capriccio
Forte (Foxtrott)
Francis Poulenc 1899-1963
Concert voor twee piano’s in d kl.t., op. 61 (1932)
Allegro ma non troppo
Larghetto
Finale: Allegro molto
pauze
Albert Roussel 1869-1937
Derde symfonie in g kl.t., op. 42 (1929-30)
Allegro vivo
Adagio
Vivace
Allegro con spirito
Maurice Ravel 1875-1937
La valse (1920)
poème chorégraphique
Mouvement de valse viennoise – Un peu plus
modéré – Mouvement du début
Toelichting
Leo Smit 1900-1943
Silhouetten
Tekst: Carine Alders
Leo Smit rondde eind juni 1924 aan het Amsterdamse conservatorium zijn hoofdvakstudie compositie cum laude af. Zijn leraar Sem Dresden nam zijn getalenteerde leerling meteen aan als bijvakdocent en analyse.
Dresden en Smit deelden een voorliefde voor de Franse muziek van Debussy en Ravel. Reeds als student bezocht Smit Parijs om het rijke muziekleven in zich op te nemen. Hij zal er zeker concerten bijgewoond hebben van Groupe des Six-leden als Poulenc en Milhaud.
In Amsterdam is hij op 13 november 1921 wellicht in Het Concertgebouw aanwezig geweest bij de Nederlandse première van Ravels La valse. In de orkeststukken die Smit in zijn studietijd componeerde is de Franse invloed in ieder geval niet te missen.
In 1922 ontstond Silhouetten, een meesterstuk vol ideeën, waarin Smit zijn talent voor orkestratie toont, maar ook zijn interesse in filmmuziek laat doorklinken. Op de kladpartituur schreef hij ‘naar tekeningen van Paul Süss’.
Lange tijd waren Süss en zijn tekeningen onvindbaar, maar dankzij de nieuwsgierigheid van Stéphane Denève en de enorme toename van gedigitaliseerde afbeeldingen op internet kunnen we nu met eigen ogen zien waar Smit zijn inspiratie vandaan haalde: een set ansichtkaarten getiteld Tanz Silhouetten van een vrij onbekend gebleven kunstenaar uit München.
Voor het laatste deel, een foxtrot, diende een afbeelding met de titel Forte als inspiratiebron. Een dame in doorschijnend gewaad slaat de bekkens, achtervolgd door een aap met een bel aan zijn staart. De bekkens hebben een duidelijke plek gekregen in dit deel. Recensenten herkenden bij de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest onder leiding van Cornelis Dopper het talent en de fantasie van de jonge componist Smit, een enkeling verbaasde zich over de ‘eigenaardige klankkombinaties van den negerachtigen jazz-band’.
Lees vanaf 30 september het gratis artikelSilhouetten, inclusief de afbeeldingen van Paul Süss.
Francis Poulenc 1899-1963
Concert voor twee piano's
Smits generatiegenoot Francis Poulenc componeerde zijn Concert voor twee piano’s in d klein tien jaar later, toen zijn naam als componist reeds aardig gevestigd was. Als geboren Parijzenaar maakte Poulenc al op jonge leeftijd kennis met de muziek van Stravinsky, een liefde voor het leven.
Zijn pianoleraar Ricardo Viñes, die vriendschappelijke contacten onderhield met onder anderen Ravel en Debussy, introduceerde hem als tiener in het kleurrijke societyleven van de Franse hoofdstad. Zo kwam hij sinds het begin van de jaren twintig regelmatig in de salon van Winaretta Singer, Princesse de Polignac. Zij gaf hem de opdracht voor dit concert, een spiegel van het diverse en opwindende Parijse muziekleven.
Poulenc liet zich graag inspireren door zijn voorbeelden. Tijdens het componeren lagen partituren van Mozart, Liszt, Ravel en Markevitsj op de piano. Maar ook flarden Prokofjev en Stravinsky klinken door in zijn muziek. Castagnetten verwijzen naar de Spaanse volksmuziek van Manuel de Falla, Balinese gamelanmuziek herinnerde hij zich van de Koloniale Tentoonstelling in 1931.
Het langzame deel is een regelrechte hommage aan Mozart, een manifest waarin hij zijn liefde verklaart aan de als centraal element in het componeren. Als aan het eind van de zomer van 1932 het werk klaar is, voegt pianist Jacques Février zich bij de componist. Samen vertrekken ze naar Venetië voor de eerste uitvoering tijdens het tweede festival van de International Society for Contemporary Music.
De heren zijn te gast in het palazzo van Winaretta Singer aan het Canal Grande. Het paleis staat vol piano’s en de gasten, waaronder ook Arthur Rubinstein en Manuel de Falla, vermaken zich uitstekend. De première van Poulencs Concert voor twee piano’s in Teatro La Fenice met een kamerorkest samengesteld uit musici van La Scala werd een groot succes.
Albert Roussel 1869-1937
derde symfonie
Albert Roussel, gefascineerd door de zee, koos aanvankelijk voor een carrière bij de Franse marine. Daarnaast ontwikkelde hij zijn muzikale talenten met het studeren van Bach en Mozart op en regelmatig bezoek aan de . Aan boord van verschillende schepen (soms met piano) bezocht hij vele havens en componeerde hij intussen zijn eerste werken.
Na een positief advies van kenners koos Roussel definitief voor de muziek en vestigde zich in Parijs, waar hij negen jaar lang compositie, orkestratie en muziekgeschiedenis studeerde aan de Schola Cantorum van Vincent d’Indy. Dankzij zijn militaire discipline was hij gewend hard te werken, helder te denken en precies te formuleren.
Lange reizen naar India en het Verre Oosten inspireerden hem en met zijn muziek had hij steeds meer succes. In 1921 kocht hij een zomerhuis aan de Normandische kust, met uitzicht op zee. Hier zocht Poulenc aan het begin van zijn carrière vaak advies bij zijn oudere collega Roussel, die hij zeer bewonderde om zijn discipline, open houding en gevoeligheid.
De muziek van Roussel had aan de andere kant van de oceaan de interesse gewekt van Serge Koussevitzky, van het Boston Symphony Orchestra. Hij vroeg de Fransman een symfonie te componeren ter ere van het 50-jarig jubileum van zijn orkest.
Deze Derde symfonie ging op 24 oktober 1930 in Boston in première, in aanwezigheid van de componist en zijn vrouw. Het werd een enorm succes. Na afloop was het publiek als één man opgestaan om de componist te eren, Roussel was zichtbaar aangedaan. De Boston Globe schreef dat Mozart, als hij in 1930 nog actief was geweest, waarschijnlijk niet heel andere muziek geschreven zou hebben.
Maurice Ravel 1875-1937
La Valse
Maurice Ravel liep al veertien jaar rond met het idee een eerbetoon aan de grote Strauss – Johann, niet Richard – te componeren, toen hij eindelijk het resultaat presenteerde aan Sergej Diaghilev, de grote impresario van het Russische ballet in Parijs.
Poulenc was als aanstormend talent aanwezig bij deze gebeurtenis en herinnerde zich hoe Ravel met pianiste Marcelle Meyer het werk in een versie voor piano vierhandig voorspeelde. Diaghilev vond het een meesterwerk, maar niet geschikt als ballet. Poulenc was vooral onder de indruk van de kalme wijze waarop Ravel zijn muziek bijeenraapte en vertrok, zich niets aantrekkend van het oordeel van anderen.
Een jaar later verscheen het werk bij uitgeverij Durand met een driedelig programma: tussen wolkenflarden kijkt men neer op silhouetten van dansers, ende dansparen; langzaam drijven de wolken uiteen en verschijnt een grote balzaal met ronddraaiende paren, het wordt steeds lichter, de kroonluchters exploderen; tot slot een keizerlijk paleis in 1855.
Met karakteristieke fragmenten (ritmische en melodische citaten) van de Weense wals bouwde Ravel een totaal originele compositie.
extra
Het Fransch Muziekfeest in 1922
Deze maand heeft het Koninklijk Concertgebouworkest Maurice Ravel, Albert Roussel, Francis Poulenc en Leo Smit op zijn programma staan. aanleiding om stil te staan bij een groot evenement in 1922, het ‘Fransch Muziekfeest’.
Tekst: Johan Giskes
In 1928 schreef Albert Roussel (1869-1937): ‘Je me souviendrai toujours de l’impression profonde que j’éprouvais la première fois qu’il me fut donné d’entendre, à Amsterdam, l’admirable orchestre du Concertgebouw.’ (Ik zal me altijd de diepe indruk herinneren die ik de eerste keer ervoer, toen het me gegeven was om, te Amsterdam, het bewonderenswaardige orkest van Het Concertgebouw te horen.)
Ook de en Willem Mengelberg maakten grote indruk op hem. Die eerste keer was tijdens het zogeheten ‘Fransch Muziekfeest’.
Een nieuw muziekfeest
Na het luisterrijke Mahler Feest van 1920 organiseerde Het Concertgebouw van 27 september tot en met 1 oktober 1922 opnieuw een internationaal evenement. In het programmaboek van dit ‘Festival de musique française contemporaine’ werd gesteld dat het in het bijzonder voortkwam uit de systematische muziekbeoefening.
Het beoogde ‘het werk van vele jaren en het streven van het Concertgebouw’ te documenteren ‘dat gericht is op een universeele muzikale opvoeding’ (van het Concertgebouwpubliek welteverstaan). Als verschil tussen de toenmalige Duitse en Franse muziekcultuur werd aangegeven dat de moderne Duitse muziek verschillende geniale figuren van opmerkelijke tegenstrijdigheid kende, terwijl de moderne Franse muziek een geestelijke eenheid vormde.
Het Muziekfeest omvatte drie concerten in de Grote Zaal door het Concertgebouworkest onder leiding van Mengelberg en twee kamermuziekavonden in de . Het was daarmee veel beperkter van opzet dan het Mahler Feest: dat telde negen symfonische concerten en vijf concerten met moderne kamermuziek.
In 1922 werd de manifestatie mede mogelijk gemaakt door de orkestconcerten als abonnementsconcerten te programmeren en via schenkingen van vijfhonderd gulden. Tegenwoordig zou dat een bedrag zijn van ongeveer 3500 euro. Opnieuw werden tal van uitnodigingen verstuurd.
Onder hen die aan de uitnodiging gehoor gaven, bevonden zich behalve Roussel musici als Maurice Ravel, Nadia Boulanger (van haar zus Lili stond muziek op het programma), Gustave Bret en Darius Milhaud. Bovendien woonden weer talrijke muziekverslaggevers uit binnen- en buitenland het evenement bij en net als bij het Mahler Feest werden er gasten bij particulieren ondergebracht.
Bewondering
De ster van het festival was Ravel, die ook als begeleider in zijn eigen eren in de optrad. Zijn spel onderscheidde zich volgens De Amsterdammer door veel ‘fijns en klaars’ en dit spel ‘bleek bij alle uitdrukkingsvermogen […] schitterend beheerscht’. De gehele manifestatie was voor hem één grote belevenis.
In een interview voor De Telegraaf zei hij dat het Amsterdamse orkest bewonderenswaardig speelde. Mengelberg vond hij een ‘grand musicien’. Het koper had (op 28 september) iets ‘getemperder’ kunnen klinken. Op de vraag of het niet jammer was dat de jongere componisten niet wat meer vertegenwoordigd waren, antwoordde hij: ‘Och, […], misschien wel. De jongeren “sont des petits oiseaux”.’
Van de revolutionaire jongeren die onder de naam Groupe des Six van zich lieten horen, was alleen Milhaud met zijn muziek aanwezig. Terzijde: de meeste componisten van wie muziek werd uitgevoerd, waren in leven. Op 3 oktober citeerde het Algemeen Handelsblad in de avondeditie een brief aan Mengelberg van de hand van Ravel en mede ondertekend door Roussel, Milhaud en Boulanger.
Zij spraken daarin hun ‘sincère admiration’ en ‘profonde reconnaissance’ uit. Op 9 oktober gaf Ravel opnieuw blijk van zijn bewondering voor en orkest in een brief aan Mengelberg.
Uitstraling
Het bleef niet bij vele lovende reacties alleen. Weer bleek een muziekfeest in Het Concertgebouw het Nederlandse muziekleven een belangrijke impuls te geven. Franse muziek handhaafde zich op de programma’s. Ravel keerde verschillende keren naar Amsterdam terug en zou zelf het orkest leiden, zoals ook Darius Milhaud. Pierre Monteux zou als vaste gastdirigent (1925-1934) en als gastdirigent met het Concertgebouworkest talrijke werken van Franse componisten ten gehore brengen.
In 1938 eerde Het Concertgebouw Roussel en Ravel na hun overlijden met een concert onder Eduard van Beinum. In 1950 vond een Festival Ravel plaats.
Het Franse Muziekfeest zal stellig ook de belangstelling hebben getrokken van componist Leo Smit (1900-1943), die tussen 1927 en 1936 in Parijs woonde. Menig compositie van hem toont Franse invloeden. Zoals Silhouetten, dat deze maand op het programma staat. Tweede dirigent Cornelis Dopper, Monteux en Van Beinum hebben met het Concertgebouworkest composities van Smit uitgevoerd.
Francis Poulenc (1899-1963), die net als Milhaud tot de Groupe des Six behoorde, kwam in Het Concertgebouw pas in 1933 in beeld, mede omdat hij in 1922 nog geen grote werken voor orkest had geschreven.
Vanaf 1946 trad hij als zeer gewaardeerde begeleider van Pierre Bernac regelmatig in de Kleine Zaal op in de serie Concertgebouw-Kamermuziek. In 1950 fungeerde hij in de als solist in zijn Pianoconcert in d klein. Met zijn keuze voor Smit, Poulenc, Roussel en Ravel voegt het Koninklijk Concertgebouworkest dus een nieuw hoofdstuk toe aan een belangrijke traditie.
Biografie
Stéphane Denève, dirigent
Stéphane Denève is music director van het St. Louis Symphony Orchestra, artistiek leider van de New World Symphony in Miami, en sinds 2023 vaste gastdirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. In recente jaren was hij eerste gastdirigent van The Philadelphia Orchestra en chef- van de Brussels Philharmonic, en voorheen stond hij aan het roer van het Radio-Sinfonieorchester Stuttgart en het Royal Scottish National Orchestra.
Als gastdirigent stond Stéphane Denève voor de Wiener Symphoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, de en van Boston en Chicago en The Cleveland Orchestra. producties leidde hij in Amsterdam, Londen, Parijs, Milaan, Berlijn, Madrid en Brussel en tijdens de festivals van Matsumoto en Glyndebourne.
Stéphane Denève heeft bijzondere affiniteit met de muziek van zijn geboorteland Frankrijk en is mede via zijn directeurschap van het Centre for Future Orchestral Repertoire (CffOR) een pleitbezorger van hedendaags repertoire. Na zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest met Frank Martins Golgotha in 2013 keerde hij meerdere malen terug. Zo leidde hij in september 2018 Honeggers opera- Jeanne d’Arc au bûcher, waarvan de cd-opname op RCO Live internationaal hoog geprezen werd. In 2019 leidde hij het orkest in Debussy’s Pelléas et Mélisande bij De Nederlandse Opera.
Stéphane Denève werd geboren in het Noord-Franse Tourcoing. Hij studeerde af aan het conservatorium van Parijs en werkte al vroeg in zijn carrière met en als Georg Solti, Georges Prêtre en Seiji Ozawa.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

