Lucas & Arthur Jussen en Iván Fischer: Bridging Europe met Mozart en Beethoven

Boedapest Festival Orkest
Iván Fischer dirigent
Lucas Jussen piano
Arthur Jussen piano

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Dit concert maakt deel uit van de serie Nieuwe Wereldsterren.

Louis Andriessen (1939-2021)

Workers Union (1975)

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Concert voor twee piano’s in Es gr.t., KV 365 (1780)
Allegro
Andante
Rondeaux. Allegro

pauze ± 21.05 uur

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Symfonie nr. 3 in Es gr.t., op. 55 (1803) ‘Eroica’
Allegro con brio
Marcia funebre: Adagio assai
Scherzo: Allegro vivace
Finale: Allegro molto – Poco andante – Presto

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Concert voor twee piano’s

Door Sabien van Dale

Het Concert voor twee piano’s is hoogstwaarschijnlijk het laatste concert dat Wolfgang Amadeus Mozart in Salzburg schreef, voordat hij definitief naar Wenen zou vertrekken en daar zijn grootse werken voor klavier en orkest zou schrijven.

Die laatste periode in Salzburg – van januari 1779 tot november 1780 – had Mozart een essentiële ontwikkeling doorgemaakt. Hij was er noodgedwongen en zeer tegen zijn zin teruggekeerd na zijn laatste grote Europese reis, die een tragische afloop kende met de dood van zijn moeder in Parijs. Professionele ontgoochelingen en persoonlijke tegenslag hadden van het wonderkind een volwassen componist gemaakt. Toch schreef hij in die tijd meerdere composities die niets doen vermoeden van het ongenoegen dat uit zijn brieven naar voren komt.

De briljante toon en de ongedwongenheid van het Concert voor twee piano’s zijn er het treffende bewijs van. Het is meer dan aannemelijk dat Mozart dit dubbelconcert schreef voor hemzelf en zijn zus Nannerl.

  • Wolfgang Amadeus en Nannerl Mozart; miniatuurschildering op ivoor

Er bestaat ook een tweede versie, met toegevoegde partijen voor klarinetten, ten en , bestemd voor een uitvoering door Mozart en Josepha Auernhammer in Wenen (in 1781 of 1782). Vanaf de eerste maten is duidelijk dat het werk aan beide solisten evenwaardige eisen stelt. Technische uitdagingen, elegante solomomenten en virtuoze passages zijn gelijk verdeeld.

De drie delen hebben een joviale toon: geen competitieve bravoure, maar jeugdige onstuimigheid in combinatie met een doordachte dialoog en innige eensgezindheid. De natuurlijkheid van het samenspel roept het beeld op van Wolfgang en Nannerl, die al op heel jeugdige leeftijd samen musiceerden met veel wederzijds begrip en affectie.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Derde symfonie 'Eroica'

Door Aad van der Ven

‘Dit werk zal hemel en aarde doen sidderen’, sprak Ferdinand Ries over de Derde symfonie in Es groot van zijn leraar Ludwig van Beethoven, nadat hij in 1804, kort voor de première, een repetitie had bijgewoond. Hij overdreef nauwelijks. De ‘Eroica’, zoals het werk is gaan heten, behoort inderdaad tot die schaarse composities die de ontwikkeling van de muziek een wending hebben gegeven.

Indien één illustreert wat Beethoven bedoelde toen hij na het overwinnen van een persoonlijke crisis sprak over de ‘nieuwe wegen’ die hij wilde inslaan is het wel deze. In dit geval gaat het niet eens zozeer over de taal en de techniek van de muziek, maar om het achter­liggende concept.

Want we zien hier een symfonie met een buitenmuzikaal idee als uitgangspunt. Niet in de vorm van een nederige lofprijzing, opgedragen aan de Allerhoogste, zoals componisten dat al eeuwenlang hadden gedaan. Nee, gedecideerd in het weergeven van krachten in de mens zelf.

Dat wil in dit geval zeggen een streven naar vrijheid en rechtvaardigheid, in Beethovens visie verpersoonlijkt door Napoleon Bonaparte. Althans in het begin. Bekend is het verhaal over Beethovens ontgoocheling nadat hij gehoord had dat de Franse revolutionair zichzelf tot keizer had gekroond.

Nog voordat het werk kon worden uitgegeven doopte de componist zijn ‘Bonaparte-symfonie’ om tot ‘Heroïsche symfonie, gecomponeerd om de herinnering aan een groot man te eren’. Zo kreeg de ‘Eroica’ geen individuele maar een universele ­geldigheid.

Dat hij voor de variaties die het laatste deel vormen als een ontleende aan zijn kort daarvoor gecomponeerde balletmuziek Die Geschöpfe des Prometheus, 43, heeft een bijzondere betekenis. In de Griekse mythologie is Prometheus immers degene die tegen de wil van de oppergod Zeus het vuur naar de aarde brengt.

Toch lijkt in deze symfonie het beeld van een onverzettelijke Prometheus niet zozeer in het laatste deel te zijn opgeroepen maar bovenal in het openingsallegro, met en als bijlslagen en veel dwarse syncopen.

Vergankelijkheid is vervolgens het thema van het tweede deel, een treurmars, maar één zonder zelfmedelijden, eerder trots en soms opstandig. Het vertoont hier en daar een enigszins robuuste humor.

Het openingsthema van de Finale is, net als het heroïsche hoofd­thema van het eerste deel, gebaseerd op een zigzag-beweging, bestaande uit de noten van een gebroken drieklank. De vraag is of Beethoven deze verbinding met opzet heeft gecreëerd. Hij was in elk geval niet iemand die veel aan het toeval overliet.

Louis Andriessen 1939-2021

Workers Union

Door Aad van der Ven

De helden heetten Che Guevara, Lenin en Ho Chi Minh. De raketten moesten de wereld uit en krakers gingen op de vuist met mobiele eenheden. Het was in deze de tijd, rond 1970, dat ook Louis Andriessen en andere componisten van zijn generatie zich roerden. Het was, als voorbeeld van een dictatoriale structuur, uit de gratie. Het werd tijd voor een gedemocratiseerd ensemble als De Volharding, waarin iedereen evenveel te zeggen had en waarbij een overbodig was.

Het door Andriessen opgerichte blaasorkest bestond uit zowel klassiek opgeleide spelers als jazzmuzikanten die er niet tegenop zagen in straten en op pleinen aan linkse demonstraties mee te werken. Zij kregen nieuwe stukken voor hun neus als Workers Union, waarvan het exact is vastgelegd, maar de toonhoogte slechts in beperkte mate is gefixeerd. Die mogen de musici namelijk binnen bepaalde (op één genoteerde) grenzen zelf bepalen. Daardoor ontstaan voortdurend e, patronen, die de muziek een agressief karakter geven.

‘Symphonic movement for any loud sounding group of instruments’ is de ondertitel van het werk. Andriessen schrijft over ‘een combinatie van individuele vrijheid en strenge discipline’, eigenschappen die, aldus de componist, bij elke vorm van politieke actie onontbeerlijk zijn. De rechtlijnigheid, de eenvoud van het materiaal en het anti-esthetische karakter van de muziek zijn geheel in overeenstemming met andere radicale stukken van Andriessen uit de eerste helft van de jaren zeventig als On Jimmy Yancey en Hoketus.

Biografie

Boedapest Festival Orkest, orkest

In 1983 richtte Iván Fischer samen met Zoltán Kocsis het Boedapest Festival Orkest op. Het gezelschap bracht al snel grote internationale artiesten naar het Hongaarse publiek, zoals Georg Solti (eerste gastdirigent tot aan zijn dood in 1997), Yehudi Menuhin, Pinchas Zukerman, Gidon Kremer, Radu Lupu, András Schiff en Martha Argerich. Ook jonge musici en zangers van overal ter wereld worden frequent uitgenodigd.

Het Boedapest Festival Orkest staat bekend om zijn innovatieve programma’s, zoals de autismevriendelijke Chocolademelkconcerten, verrassingsconcerten, Midnight Music (voor studenten) en muzikale marathons. Met het Paleis der Kunsten (Müpa) werkt het samen voor -­uitvoeringen en het door het orkest geïnitieerde Bridging Europe Festival.

Het Boedapest Festival Orkest treedt op in de belangrijkste concertzalen wereldwijd, waaronder Carnegie Hall en het Lincoln Center in New York, de Wiener Musik­verein en de Royal Albert Hall in Londen, en is te gast op het Mostly Mozart Festival in New York, de Salzburger Festspiele en het Edinburgh International Festival.

Voor zijn talrijke opnamen ontving het orkest vele onderscheidingen; een ­registratie van Mahlers Eerste symfonie werd genomineerd voor een Grammy Award en Mahlers Vijfde won een Diapason d’Or.

De vorige optredens van het Boedapest Festival Orkest en zijn chef- Iván Fischer in Het Concertgebouw waren een Stravinsky-programma op 13 februari 2019 en Mahlers Negende symfonie op 25 november 2021.

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Lucas en Arthur Jussen, piano

De broers Jussen kregen hun eerste pianolessen in hun geboorteplaats Hilversum van Leny Bettman. Na gezamenlijke lessen van Maria João Pires, Jan Wijn en Ton Hartsuiker studeerde Lucas Jussen bij Menahem Pressler in Bloomington en Dmitri Bashkirov in Madrid, en Arthur Jussen aan het Conservatorium van Amsterdam bij Jan Wijn.

Hun debuut­album (Beethoven) kreeg in 2010 de Edison Klassiek Publieksprijs, en in 2011 kregen ze de allereerste Concertgebouw Young Talent Award.

tournees brachten het pianoduo naar de grote Europese podia en festivals, maar ook naar Japan, China, Zuid-Korea, Singa­pore, Rusland, Mexico en de Verenigde Staten. Lucas en Arthur Jussen traden op met nagenoeg alle Nederlandse ­orkesten en soleerden bijvoorbeeld ook bij het Dallas Symphony Orchestra onder Jaap van Zweden, het Boston ­Symphony Orchestra onder Andris Nelsons, de Academy of St. Martin in the Fields onder Neville Marriner (inclusief cd-opnames), het Budapest Festival Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, de Wiener Symphoniker, het Mo­zarteumorchester Salzburg, Philharmonia en de Taiwan Philharmonic.

Recent debuteerden de pianisten bij de orkesten van Chicago, Baltimore, Stockholm, Göteborg en Lahti, en ze waren in het seizoen 2024/2025 in residence bij het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo. Onder de componisten die voor hen schreven zijn Fazıl Say en Joey Roukens. Dit seizoen hebben Arthur en Lucas Jussen een Spotlight in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw, met vorige optredens op 26 november 2025 met de Münchner Philharmoniker en op 10 maart 2026 met het duo Gerassimez & Kuyumcuyan.