Lorenzo Viotti & Münchner Philharmoniker: Mahlers Symfonie nr. 6
Münchner Philharmoniker
Lorenzo Viotti dirigent
Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.
Lees ook: Lorenzo Viotti: ‘Mahler helpt me de waarheid te zoeken over leven en dood’
Gustav Mahler (1860-1911)
Symfonie nr. 6 in a kl.t. (1903-04/06) ‘Tragische’
Allegro energico, ma non troppo
Scherzo: Wuchtig
Andante moderato
Finale: Allegro moderato
er is geen pauze
einde ± 21.40 uur
Toelichting
Gustav Mahler (1860-1911)
Zesde symfonie
Door Eveline Nikkels
‘Pas wie mijn eerste vijf symfonieën heeft gehoord, kan zich aan de raadselen van mijn zesde wagen’, schreef Gustav Mahler in 1904, het jaar waarin hij de laatste hand legde aan deze symfonie, die als de ‘Tragische’ de geschiedenis in zou gaan.
De uitspraak veronderstelt dat de Zesde symfonie raadselen zal opleveren, én dat die slechts ontward kunnen worden als de luisteraar de eerste vijf symfonieën al heeft gehoord – voorwaar geen eenvoudige voorwaarde vooraf! Zeker niet voor het gros van Mahlers tijdgenoten die op 27 mei 1906 in Essen de première bijwoonden. Maar ook op diegenen die al wel in Mahlers wereld waren ingevoerd moet deze symfonie een verpletterende en verbijsterende indruk hebben gemaakt. Daar waar de eerste vijf namelijk alle in een positieve stemming eindigden, liet de Zesde symfonie de luisteraar achter met een gevoel van uitzichtloze machteloosheid, gesublimeerd in een dreunend in a klein, de hoofdtoonaard van deze symfonie. In drie van de vier delen prevaleert a klein, slechts het lieflijke brengt een zonnig intermezzo.
Toch is de teneur van de drie delen niet overal even somber, en dit geldt met name voor het eerste deel, wanneer ‘de held’ zijn muzikale tocht begint. Mahler had bij het componeren van zijn symfonieën een hoofdpersoon in gedachten die hij als ‘de held’ betitelde en deze held vertoont een opvallende gelijkenis met de componist zelf. Het is dus eigenlijk Mahler die zich in de Zesde op een veldtocht begeeft. Hoewel Mahler van zijn vroege werken wel dergelijke programmatische verklaringen heeft gegeven, was hij ten tijde van de Zesde een verklaard tegenstander van een dergelijke duiding. Toch zijn er wel aanknopingspunten voor te vinden.
Eerste deel
De toon wordt al gezet bij de inzet van het eerste deel: ‘ energico, ma non troppo. Heftig, aber markig’. In twee talen wordt ons duidelijk gemaakt dat er energiek en heftig gewandeld moet worden. Vastberaden gaat de held in a klein van start tot aan het moment waarop voor het eerst het motto van deze symfonie, de van naar mineur kleurende drieklank, zich aanmeldt, vergezeld van een – naar zal blijken – noodlotsklop in de . Meteen hierna volgt een soort waarin majeur en mineur elkaar afwisselen, het is aftasten welke kant het opgaat. Deze kant zal heel positief blijken te zijn. In lijn met de traditie van de klassieke symfonie volgt namelijk op het ‘mannelijke’ martiale (in a klein) het ‘vrouwelijke’ (in F groot).
‘Ik heb geprobeerd jou in een thema vast te leggen,’ schijnt Mahler tegen zijn vrouw Alma te hebben gezegd: stralend ‘schwungvoll’ komt zij de held vergezellen. De drie opeenvolgende noten waarmee haar thema begint zijn ook te vinden in het Adagietto van de Vijfde symfonie, de ‘liefdesverklaring’ van Gustav aan Alma, zij het in een andere toonaard en in een ander tempo. Aan het eind van de expositie van de thema’s treedt nog een ander citaat kort op, en wel de inzet van Nun seh’ ich wohl, warum so dunkle Flammen uit de Kindertotenlieder.
Het eerste deel ontwikkelt zich ook verder volgens het klassieke procédé, met een herhaling van de expositie, een doorwrochte doorwerking, een reprise en een . In de doorwerking komen we een bijzonder instrumentarium tegen, dat zowel in de Zesde als de Zevende symfonie een niet onbelangrijke rol speelt: de ‘Herdenglocken’, de koebellen, symbool voor het laatste geluid dat je hoort als je hoog boven in de bergen bent. Deze geluiden ‘als op een alm’ worden gecombineerd met het Alma-thema. De hierbij ook optredende soloviool roept associaties op met het symfonisch gedicht Ein Heldenleben (1898) van Richard Strauss, waarin ‘Des Helden Gefährtin’ (de gezellin van de held) door de soloviool wordt gepersonifieerd. Koebellen en celesta scheppen een wat onwezenlijke sfeer en roepen het beeld op van een verblijf ‘met Alma op de alm’.
De middendelen
Daar waar men zou verwachten dat het eerste deel in a klein zou afsluiten, is het juist het Alma-thema dat de mineursfeer doet omslaan in een triomfantelijk A groot. En op welk deel bereidt ons dit slot voor? Op het of op het ? Volgens de laatste musicologische stand van zaken op het Andante, en daar zijn naast historische ook muzikale redenen voor aan te voeren. Op voorspraak van Alma Mahler zelf is echter de volgorde na Mahlers dood lange tijd en op veel plaatsen Scherzo-Andante geweest.
Als het Andante het tweede deel is ontstaat er een andere kleuring, met de delen 1, 3 en 4 in mineur, terwijl deel 2 het majeur-rustpunt vormt. De ‘Herdenglocken’ uit het eerste deel vervolgen dan hun weg in het Andante en zo lijkt het of de held met zijn ‘Gefährtin’ nog een tijdje op de alm blijft. Bovendien wordt het majeur van het Alma-thema verlengd in het majeur van het Andante. Mahler koos hiervoor een zeer bijzondere toonaard, die ver verwijderd is van a klein, namelijk Es groot. Maar als men goed naar de muziek luistert is de keuze niet zo vreemd. Dit Andante is namelijk bezwangerd met reminiscenties aan Mahlers Kindertotenlieder. Es groot is de toonaard van het Oft denk’ ich sie sind nur ausgegangen, waarin de belangrijkste zinsnede is: ‘Der Tag ist schön auf jenen Höhn’.
Ook is er een opvallend citaat uit het lied Nun seh’ ich wohl, warum so dunkle Flammen dat hoort bij de woorden ‘Heil sei dem Freudenlicht der Welt’. De zon hoog in de bergen, gesublimeerd in Es groot. Na dit Andante – of ervoor, als we op haar aanwijzingen afgaan – verdwijnt Alma als het ware van het toneel en volgt het Scherzo, waarin Mahler volgens zijn vrouw het aritmische spel van kinderen wilde weergeven. Als we doorpreludiëren op de ‘infiltratie’ van de Kindertotenlieder komen de kinderen hier dus opnieuw aan bod. Het is een bizar spel dat zij spelen: op het eerste gehoor vriendelijk, komt er steeds meer demonie om de hoek kijken – geaccentueerd door macabere trillers op de xylofoon – culminerend in het majeur-mineur-motto uit het eerste deel, dat aan het eind van dit Scherzo opduikt als een voorbode van de tragiek van de Finale. Het kinderspel wordt trager en trager en sterft weg in een niemandsland.
Finale
Vanuit een niemandsland begint ook het laatste deel. Celesta en harpen ruisen, de eerste violen laten ‘sostenuto’ het hoofdthema horen zoals het ook aan het eind zal terugkeren, en het motto, ondersteund door de ‘doodsklop’, maant ons tot een ‘memento mori’. Want sterven zal de held, aan het eind van de symfonie, geveld door twee (oorspronkelijk drie) hamerslagen. Opnieuw wordt er gemarcheerd in een ongelofelijke constructie van een half uur, haast een symfonie op zich. Bij de Amsterdamse première in 1916 door het Concertgebouworkest laste Willem Mengelberg zelfs een pauze van tien minuten in vóór het laatste deel.
De ‘Herdenglocken’ treden nog voor een laatste keer op, maar nu haast boosaardig en zeker niet als symbool van een ‘Freudenlicht’. Toen de laatste noot bij de première was verklonken, was Mahler totaal overstuur van zijn eigen muziek. Nadat in de reprise nog één keer de wordt ingezet, blijkt namelijk dat de held zijn noodlot niet kán ontlopen. Na een laatste majeur-mineur-motto maken de een opwaartse, maar vooral ook neergaande beweging, de muziek sterft weg via slepende contrabassen. En vanuit het niets weerklinkt nog eenmaal – nu sec – het mineurakkoord, ‘fortissimo pesante’, ondersteund door de pauken. De held heeft definitief het onderspit gedolven.
Biografie
Münchner Philharmoniker, orkest
De Münchner Philharmoniker bestaat sinds 1893 en werd opgericht door Franz Kaim, zoon van een pianobouwer. Sinds die tijd is het gezelschap toonaangevend in het muziekleven van zijn thuisstad. Beroemde componisten hoorden hun werk bij het orkest in première gaan; zo dirigeerde Gustav Mahler er eerste uitvoeringen van zijn Vierde (1901) en Achtste symfonie (1910). In 1911 verzorgde het orkest onder leiding van Bruno Walter de wereldpremière van Mahlers Das von der Erde.
In de loop der jaren stond de Münchner Philharmoniker onder leiding van een reeks chef-en van naam, onder wie Felix Weingärtner, Ferdinand Löwe (een leerling van Bruckner die de rijke Brucknertraditie van het orkest in 1898 inzette), Hans Rosbaud, Sergiu Celibidache, James Levine, Lorin Maazel, Christian Thielemann en Valery Gergiev (2015-2022).
Eredirigent is sinds 2004 Zubin Mehta, en de nieuwe chef-dirigent per seizoen 2026/2027 is Lahav Shani. Naast de vele reguliere concerten presenteert de Münchner Philharmoniker onder de noemer ‘Spielfeld Klassik’ een uitgebreid educatief programma, en sinds 1997 runt het orkest zijn eigen orkestacademie. In oktober 2021 werd de nieuwe thuiszaal, de Isarphilharmonie, feestelijk geopend.
Het vorige optreden van de Münchner Philharmoniker in Het Concertgebouw was op 28 februari 2023 met Mahlers Zesde symfonie gedirigeerd door Lorenzo Viotti. De huidige tournee voert langs Toulouse, Amsterdam, Antwerpen en Dortmund.
Lorenzo Viotti, dirigent
Lorenzo Viotti was van 2021/2022 tot en met het afgelopen seizoen chef- van het Nederlands Philharmonisch en De Nationale , en hij zal blijven terugkeren als gastdirigent. Bij het orkest debuteerde hij in 2018 (met Stravinsky’s Petroesjka in Het Concertgebouw) en bij het operahuis in 2019 (met Mascagni’s tweeluik Pagliacci / Cavalleria rusticana). V
Vanaf het seizoen 2026/2027 wordt hij chef-dirigent van het Tokyo Symphony Orchestra.
Lorenzo Viotti werd geboren in een Frans-Italiaanse muzikale familie in Lausanne en studeerde piano, zang en in Lyon. Orkestdirectie studeerde hij bij Georg Mark in Wenen en bij Nicolás Pasquet in Weimar, en hij won onder meer de Nestlé Young Conductors Award van de Salzburger Festspiele (2015) en het enconcours van het MDR Sinfonieorchester.
In 2017 was de dirigent ‘nieuwkomer van het jaar’ bij de International Opera Awards, en hij werd geëngageerd door de Staatsoper Stuttgart, de Semperoper Dresden, de Oper Frankfurt, de Oper Zürich, het Teatro alla Scala, de Opéra national de Paris en The Metropolitan Opera. Van 2018 tot zijn komst naar Amsterdam was Lorenzo Viotti chef-dirigent van het Gulbenkian Orchestra in Lissabon.
Als gastdirigent stond hij voor de orkesten van Los Angeles, Pittsburgh en Cleveland, het Concertgebouworkest, de Wiener, Berliner en Münchner Philharmoniker, de Wiener Symphoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, de Staatskapelle Berlin, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het Royal Philharmonic Orchestra en het Orchestre de la Suisse Romande. Zijn vorige optreden in de Eigen Programmering was de openingsavond van het Mahler Festival op 8 mei 2025 met het Nederlands Philharmonisch, acteurs Charlie Chan Dagelet en Bram Suijker en bas-bariton Florian Boesch.


