Liza Ferschtman & vrienden: Octetten Schubert & Fagerlund
Liza Ferschtman viool
Joseph Puglia viool
Lilli Maijala altviool
Victor Julien-Laferrière cello
Niek de Groot contrabas
Christoffer Sundqvist klarinet
Bram van Sambeek fagot
Hervé Joulain hoorn
pauze ca. 20.35 uur
einde ca. 21.55 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Spotlight op Liza Ferschtman en van de serie Kamermuziek.
Sebastian Fagerlund 1972
Autumn Equinox (2016)
Espressivo
Lento misterioso
Agitato con forza ma espressivo
pauze
Franz Schubert 1797-1828
Octet in F gr.t., D 803, op. 166 (1824)
Adagio – Allegro
Adagio
Allegro vivace – Trio
Thema: Andante – Variationen I-VII
Menuetto: Allegretto – Trio
Andante molto – Allegro
Toelichting
Franz Schubert 1797-1828
Octet
tekst: Agnes van der Horst
Mijn ‘kleine symfonie’, noemde Franz Schubert zijn Octet in F groot, dat pas zeventig jaar na zijn dood werd uitgebracht. De bescheiden componist was zelf uitermate tevreden over zijn stuk, want hij deed veel moeite om het uit te laten geven. Tevergeefs.
Zijn eren verkopen ging nog wel, ook al verdiende hij er door een domme zakelijke fout niets mee. Maar zijn ’s en instrumentale werken kreeg hij niet of nauwelijks gepubliceerd. Schubert moest opboksen tegen grote tijd-genoten als Beethoven, Rossini en Boccherini, die veel furore maakten met instrumentale en muziektheatrale composities.
Toch kreeg hij in 1824 een belangrijke compositieopdracht van graaf Ferdinand Troyer, de kamerheer van aartsbisschop Rudolf van Oostenrijk. Beiden waren ze muzikaal begaafd (Troyer was een bekend klarinettist en Rudolf speelde piano) en beiden componeerden. Allebei waren ze grote liefhebbers van Beethoven.
De graaf verzocht Schubert een octet te schrijven, gemodelleerd naar Beethovens Septet in Es groot uit 1799. Veel componisten zouden misschien beledigd zijn als ze gevraagd zouden worden een stuk te schrijven ‘in de trant van’. Schubert niet, hij had zelf ook diepe bewondering voor Beethoven. Hij liep in diezelfde periode met plannen rond voor een symfonie (zijn Negende). Het Octet beschouwde hij als een aanloop daarvoor.
De opbouw van het octet
Schubert hield zich keurig aan zijn voorbeeld: de van zijn Octet is praktisch dezelfde als van Beethovens Septet, evenals de vorm – zes delen, afwisselend langzaam en snel, ingeleid met een langzaam begin. Maar de muziek van Schuberts Octet is helemaal en onmiskenbaar Schubert. Zwierig, zangerig, schatplichtig aan de vorm en helderheid van zijn klassieke voorgangers (Haydn, Mozart) en met de lange lijnen van de .
In de langzame inleiding lijkt een verwijzing op te duiken (toeval of opzet?) naar het hoofdthema uit het langzame deel van Beethovens Zevende symfonie uit 1812. Het erop volgende is een en al afwisseling en Weense schwung. Het tweede, langzame deel heeft mooie solorollen voor de klarinet (misschien wel een eerbetoon aan de opdrachtgever). Prachtige e passages zijn er te horen in een pastoraal weemoedige stemming die gaandeweg wat tragischer wordt.
Het erop volgende deel is een zorgeloze rondedans met speelse s, het bijbehorende een fijnzinnig je. De variaties van het vierde deel zijn gebaseerd op een uit een duet uit Schuberts Singspiel Die Freunde von Salamanka uit 1815, dat – net als de meeste van zijn circa zeventien voltooide en onvoltooide muziektheatrale werken – nooit is uitgevoerd tijdens zijn leven.
In een brief aan een vriend beschrijft hij zichzelf als een man die nooit meer helemaal gezond zal worden
In het to heerst, in weerwil van de elegantie en het volksdansachtige Trio, een ernstige stemming, maar in het -gedeelte van de finale is die ronduit dramatisch en depressief. De vrolijker passages van het Allegro hebben een onderhuidse onrust. Vlak voor het energieke slot klinkt er een uiterst treurig momentje, als om aan te geven dat er meer aan de hand is dan op het eerste gehoor lijkt.
In de periode dat Schubert dit werk componeerde was hij ernstig ziek. In een brief aan een vriend beschrijft hij zichzelf als een man die nooit meer helemaal gezond zal worden, wiens opgewekte verwachtingen waren vervlogen en wiens liefde voor schoonheid dreigt te verdwijnen. Het is alsof die woorden doorklinken in die paar maten aan het einde van Schuberts Octet.
Sebastian Fagerlund 1972
Autumn Equinox
tekst: Alexander Klapwijk
De Finse componist Sebastian Fagerlund is inmiddels geen onbekende meer in Nederland: het afgelopen seizoen was hij composer in residence van Het Concertgebouw. En wie het Delft Chamber Music Festival volgt, herinnert zich misschien nog de wereldpremière van Woodlands in 2012 en Transient Light dat in 2014 te horen was.
Ook in de editie 2017 stond een wereldpremière van Fagerlund op het programma: de componist schreef het werk speciaal met de musici die het gaan uitvoeren in gedachten.
‘Toen Liza me vroeg om een octet te componeren, overweldigde de gedachte me bijna om voor de traditionele “Schubert-Octet”- te schrijven. Maar ik ben ontzettend geïnspireerd geraakt door het geweldige vakmanschap en de muzikaliteit van Liza en haar collega’s, en dat gaf me de impuls om dit intensieve en soms bijna explosieve kamermuziekwerk te componeren.’
Autumn Equinox is het omvangrijkste stuk kamermuziek dat Fagerlund tot nu toe schreef. Dat komt misschien wel doordat hij het stuk gelijktijdig componeerde met zijn Autumn Sonata. Sommige muzikale ideeën en sferen van dit omvangrijke werk zijn zo in het octet terechtgekomen.
De opera, die in september bij de Finse Nationale Opera in première is gegaan, is gebaseerd op de gelijknamige film van Ingmar Bergman, over een concertpianiste die een band probeert op te bouwen met haar dochter, na jaren van emotionele verwaarlozing.
De herfstequinox, of avondevening, is het moment dat dag en nacht even lang duren
Naar dat verhaal hoeft u hier niet te zoeken; het octet heeft een heel eigen identiteit, ontleend aan de herfstequinox, of avondevening. Dat is het moment, elk jaar zo rond 23 september, dat dag en nacht even lang duren. Toch heeft de opera een grote invloed gehad op het octet: ‘Ik heb het gevoel dat het werken aan de opera me nieuw inzicht heeft gegeven in het gebruik van en lange expressieve bogen. Dat is ook in deze compositie aanwezig’, aldus Fagerlund.
Het octet bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt het muzikale materiaal voor het hele stuk gepresenteerd. ‘Zoals in veel van mijn recente werk (zowel voor orkest als voor kamermuziekbezetting) is het muzikale materiaal zeer ritmisch geladen en energiek. Overlappend en botsend, creëert het steeds nieuwe gelaagde situaties die opkomen en zich ontvouwen in de muziek.’
Het tweede deel is een statische klankwereld waarin de harmonische en ritmische structuren van het eerste deel vertraagd en uitvergroot worden. Het deel eindigt met een citaat uit de opera. In het slotdeel keert de ritmische energie van het begin met volle kracht terug.
Biografie
Liza Ferschtman, viool
Liza Ferschtman, dochter van Dmitri Ferschtman en Mila Baslawskaja, had vanaf haar vijfde les van Philipp Hirshhorn, studeerde in Amsterdam bij Herman Krebbers, in Philadelphia bij Ida Kavafian en in Londen bij David Takeno.
In 1997 won ze het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ en in 2006 ontving ze de Nederlandse Muziekprijs. Haar Concertgebouwdebuut was in Het Zondagochtend Concert van 6 oktober 1996 met het Radio Kamerorkest, en in zomer 1998 volgde haar -debuut.
De violiste werkte met vrijwel alle Nederlandse orkesten, en bijvoorbeeld ook met de BBC Philharmonic, de orkesten van Dallas, San Francisco, Boston, Montréal en Hongkong en het Budapest Festival Orchestra. Afgelopen november stond ze nog met de Brussels Philharmonic in de met het Vioolconcert van Sibelius.
Gezelschappen als Amsterdam Sinfonietta en de Kammerakademie Potsdam leidde Liza Ferschtman als solist. Kamermuziek speelt ze met Enrico Pace, Elisabeth Leonskaja, Jonathan Biss, Christian Poltéra en vele anderen, en van 2007 tot 2022 was ze artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Solos zijn een belangrijk onderdeel van haar agenda en met solo-opnames van Bach, Ysaÿe, Biber, Bartók en Berio ook van haar discografie. Liza Ferschtman bespeelt de Guarnerius del Gesù ‘Benno Rabinof’ uit 1742.
Joseph Puglia, viool
Joseph Puglia, New Yorker van geboorte, maakte zijn succesvolle solodebuut in de van Het Concertgebouw in 2009, toen hij het Vioolconcert van John Adams vertolkte bij Asko|Schönberg onder leiding van Reinbert de Leeuw.
De violist concerteerde op tal van podia, in onder meer Londen, Parijs, Melbourne en New York. Hij vervult regelmatig de rol van concertmeester bij Asko|Schönberg en als zodanig was hij ook bij het Ensemble Intercontemporain te gast.
Joseph Puglia speelt vaak en graag hedendaagse muziek; hij bracht nieuw werk van bijvoorbeeld Joey Roukens en Peter Eötvös in première. Recentelijk initieerde hij een omvangrijk project m componist Luciano Berio, met concerten, masterclasses en cd-opnamen.
Lilli Maijala, altviool
Lilli Maijala trad voor het eerst op als solist toen ze zeventien jaar oud was, met het symfonisch orkest van haar geboorteplaats Oulu (Finland).
Ze studeerde in Helsinki en Detmold en won diverse prijzen, bijvoorbeeld van het ARD Concours in München. Inmiddels musiceerde de altvioliste met tal van gezelschappen, waaronder het Filharmonisch Orkest van Helsinki, Tapiola Sinfonietta, Lahti en de Camerata Salzburg.
Ook als kamermusicus concerteert Lilli Maijala veelvuldig. Zo maakte ze deel uit van het onconventionele strijkkwartet quartet-lab, naast cellist Pieter Wispelwey en de violisten Pekka Kuusisto en Patricia Kopatchinskaja. Als docent is Lilli Maijala verbonden aan de Sibelius Academie in Helsinki.
Victor Julien-Laferrière, cello
Victor Julien-Laferrière studeerde bij René Benedetti en Roland Pidoux in Parijs, Heinrich Schiff in Wenen en Clemens Hagen in Salzburg en volgde lessen aan de Seiji Ozawa International Academy Switzerland. In 2017 won hij de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel en debuteerde hij in de .
Vorig seizoen soleerde de cellist bij de Royal Liverpool Philharmonic (Brahms’ Dubbelconcert met Simone Lamsma) en het Radio Filharmonisch Orkest (Poème van Henriëtte Bosmans).
Eerder werd hij geëngageerd door het Concertgebouworkest (oktober 2019, Dutilleux), het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, de BBC Philharmonic, het Orchestre de Paris en Les Siècles. Kamermuziek bracht Victor Julien-Laferrière naar het Konzerthaus Wien, KKL Luzern, Bozar in Brussel, de Tonhalle Zürich, de Philharmonie de Paris, de Fondation Louis Vuitton, de Phillips Collection in Washington, het Klavier-Festival Ruhr en de festivals van Gstaad en Kopenhagen.
Zijn opname van Dutilleux en Dusapin met het Orchestre National de France kreeg in 2023 een Diapason d’Or, en in 2021 verschenen de concerten van Dvořák en Martinů onder leiding van Gergely Madaras. Kamermuziek is vertegenwoordigd met een Schubert-album (2019) en de ’s van Schumann (2023) met Théo en Pierre Fouchenneret. Victor Julien-Laferrière ontwikkelt zich ook als en met zijn in 2021 opgerichte Consuelo Orchestra werkt hij aan een reeks live-registraties van de symfonieën van Beethoven.
De cellist treedt op met een instrument van Domenico Montagnana en een strijkstok van Dominique Peccatte.
Niek de Groot, contrabas
Niek de Groot speelde in zijn jeugd , maar ontdekte op achttienjarige leeftijd de contrabas. Hij studeerde in Canada aan het Banff Centre for Arts and Creativity en volgde masterclasses bij onder anderen de cellisten Frans Helmerson en Lluìs Claret.
Samenwerkingen met Leonard Bernstein en Mstislav Rostropovich waren van grote invloed op zijn muzikale vorming. Niek de Groot was tien jaar lang als solobassist verbonden aan het Koninklijk Concertgebouworkest. Sinds 2006 wijdt hij zich volledig aan solo-optredens en kamermuziek.
De musicus maakte een aantal cd’s; zo verscheen in 2015 een succesvolle opname van werken van Brahms, Goebaidoelina, Hindemith en Vasks.
Christoffer Sundqvist, klarinet
Christoffer Sundqvist werd geboren in Stockholm maar groeide op in Finland. Hij volgde lessen bij onder anderen Bernhard Nylund en Anna-Maija Korsima en groeide uit tot een veelgevraagd musicus. Sinds 2005 is hij eerste klarinettist van het Fins Radio Symfonie Orkest, en als solist trad hij op met alle belangrijke Finse orkesten.
Daarnaast werd hij geëngageerd door gezelschappen als het BBC Symphony Orchestra, het Sinfonieorchester Basel en de Nordwestdeutsche Philharmonie. Christoffer Sundqvist is tevens een gepassioneerd kamermusicus en medeoprichter van het blaaskwintet Arktinen Hysteria.
Componisten als Erkki-Sven Tüür en Magnus Lindberg schreven nieuwe composities voor de klarinettist.
Bram van Sambeek, fagot
In 2009 was Bram van Sambeek de eerste tist ooit die de Nederlandse Muziekprijs kreeg toegekend. Op de avond van de uitreiking speelde hij het Fagotconcert van Goebaidoelina met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Yannick Nézet-Séguin.
In 2011 won Bram van Sambeek een Borletti-Buitoni Trust Award. In recente seizoenen werd hij als solist uitgenodigd door onder meer het Göteborg , het Lahti Symfonieorkest en Combattimento. Verschillende componisten schreven speciaal voor hem nieuw werk.
Bram van Sambeek studeerde bij onder anderen Joep Terwey en Johan Steinmann en volgde masterclasses bij befaamde vakgenoten als Klaus Thunemann en Sergio Azzolini. In 2003 maakte de tist zijn debuut in de en hij keerde er sindsdien geregeld terug.
Hervé Joulain, hoorn
Hervé Joulain was achttien jaar lang solo ist bij het Orchestre Philharmonique de Radio France en het Orchestre National de France.
Parallel daaraan ontwikkelde hij een internationale carrière als kamermusicus en solist. Voor het uitvoeren van hoornconcerten werd hij uitgenodigd door meer dan honderd verschillende gezelschappen. Hervé Joulain is bovendien medeoprichter van het Ensemble à Vent Paris Bastille.
Hij is te horen op zo’n twintig cd’s, met daarop muziek van bijvoorbeeld Poulenc, Schumann en Brahms. Op uitnodiging van Lorin Maazel is Hervé Joulain momenteel solohoornist van de Symphonica Toscanini in Italië. Naast zijn werk als uitvoerend musicus verzorgt hij regelmatig masterclasses.
In de was hij eerder onder meer te gast in een kamermuziekprogramma m Liza Ferschtman tijdens de Robeco SummerNights 2012.






