Liza Ferschtman soleert in Beethovens Vioolconcert

Gürzenich-Orchester Köln
Ivor Bolton dirigent
Liza Ferschtman viool

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

Ook interessant:
Liza Ferschtman over lievelingscomponist Beethoven
Deze 7 minder bekende vioolconcerten mag je niet missen

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Vioolconcert in D gr.t., op. 61 (1806)
Allegro ma non troppo
Larghetto
Rondo: Allegro

pauze ± 21.00 uur

Symfonie nr. 6 in F gr.t., op. 68 ‘Pastorale’ (1808)
Allegro ma non troppo
Andante molto moto
Allegro
Allegro
Allegretto

einde ± 22.05 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Vioolconcert

Door Lies Wiersema

Soms liet Ludwig van Beethoven zich inspireren door de specialiteiten van bepaalde spelers. Zo iemand was de briljante jonge Weense violist, componist en concertmeester Franz Clement. Hij werd in de pers geroemd als een van de meest volmaakte violisten en zijn stijl werd getypeerd als ‘van een onbeschrijfelijke sierlijkheid, smaak en elegantie; een uiterst lieflijke tederheid en zuiverheid in zijn spel’. Hij stond bekend om zijn fabelachtige geheugen en techniek. Voor hem schreef Beethoven in 1806 zijn enige voltooide vioolconcert met op het titelblad: ‘Concerto par Clemenza pour Clement…’. In december 1806 was het in haast gecomponeerde werk klaar, vlak voor de première op 23 december met Clement als solist.

Het Vioolconcert in D groot is een zeker voor die tijd lang en expansief werk met een groot aandeel voor het orkest en met symfonische proporties. Het is rijk aan contrasten. Aan het begin van een lange inleiding klinken vier zachte slagen, herhalingen van dezelfde noot, waarna het orkest het openingsthema inzet dat al snel een fortissimo bereikt. Het door de pauken gespeelde openingsmotief ontwikkelt zich, zoals vaker bij Beethoven, tot een substantieel onderdeel van het hoofdthema en volgende tische ideeën. De samenhang die hierdoor ontstaat geeft het werk een symfonisch karakter.

  • Ludwig van Beethoven

In het tweede deel beginnen gedempte strijkers een mysterieus in een landelijke en serene sfeer. De twee s die met hetzelfde de solist inleiden illustreren nog eens het pastorale karakter. Dit openingsmotief, telkens gespeeld door weer andere instrumenten, beheerst het hele langzame deel, soms in dialoog met de solist. De vioolpartij stijgt naar steeds hogere regionen, meditatief en introspectief, om ten slotte na een korte zonder onderbreking over te gaan in het laatste deel. Dit biedt met zijn aards, volksdansachtig thema een perfect tegenwicht tegen de emotionele impact van de eerste twee delen.

De première werd met groot applaus ontvangen dankzij ‘de oorspronkelijkheid en overmaat aan mooie passages’. Vooral Clements uitvoering lokte vele bravo’s uit, hoewel zijn vertoonde kunstjes in het vervolg van het programma, zoals het spelen op een omgekeerde viool, niet door iedereen gewaardeerd werden. Het Vioolconcert beleefde nog enkele uitvoeringen, maar werd toch niet meteen populair, mede vanwege de destijds ongewone lengte. Pas toen Joseph Joachim het in 1844 – op zijn dertiende – uitvoerde onder leiding van Felix Mendelssohn werd het echt gewaardeerd en ging het tot het standaardrepertoire behoren.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Zesde symfonie ‘Pastorale’

Door Anneloes Brand

‘Niemand heeft het buitenleven zo zeer lief als ik.’ Ludwig van Beethoven wandelde bijna elke middag in een van de parken van Wenen, of langs het ‘glacis’, over het grote open veld net buiten de stadsmuur. Ieder jaar verkaste hij voor een paar maanden naar een dorp in de buurt of trok hij zich terug in een kuuroord. (‘De hele zomer in de stad blijven is een marteling voor me’, zei hij eens.) Terwijl hij wandelde nam hij niet alleen de natuur in zich op, maar componeerde hij ook. De schilder August von Klöber bijvoorbeeld herinnerde zich dat hij Beethoven had zien rondkuieren, en dat de componist vaak stilstond, alsof hij luisterde, en iets in zijn notitieboekje opschreef.

Het jaar 1808 was een productief jaar voor Beethoven. Hij voltooide onder meer zijn Vijfde én Zesde symfonie – geheel verschillend van karakter. Hij hield de twee symfonieën zelfs op dezelfde avond in het (onverwarmde!) Theater an der Wien ten doop op 22 december 1808, en daarna voerde hij ook nog zijn Vierde pianoconcert, de Koorfantasie, de concertaria Ah! perfido en delen uit de Mis in C groot uit.

Beethoven had zijn Zesde symfonie in F groot, op. 68 ‘Pastorale’ enkele maanden voor de première voltooid in Heiligenstadt (waar hij in 1802 de zorgen rond zijn groeiende doofheid van zich af had geschreven in het zogenaamde ‘Heiligenstädter Testament’). Het is een symfonie in de pastorale-muziektra­ditie: met imitaties van natuurgeluiden, bourdontonen (aanhoudende bas­tonen) en een belangrijke rol voor s en .

Verder is het een van de weinige werken die hij zelf een bijnaam meegaf, voluit ‘ pastorale: herinnering aan het leven op het land’. Sterker nog, bij de première en later in de gedrukte gaf de componist extra uitleg: ‘Eerste deel: De plezierige gevoelens die bij de mens ontwaken als hij buiten op het land arriveert. Tweede deel: Scène bij de beek. Derde deel: Vreugdevolle broederschap van het plattelandsvolk, onderbroken door het vierde deel: Onweer en storm, op zijn beurt overgaand in het vijfde deel: Herderslied. Weldadige gevoelens na de storm, gevoegd bij dankbaarheid jegens de Godheid.’

  • Ludwig van Beethoven, door Friedrich August von Klöber

Aangezien Beethoven geen liefhebber van illustratieve muziek was, was hij zijn toelichting bewust begonnen met het statement dat zijn werk ‘meer de uitdrukking van gevoel dan uitbeelding’ was. Maar de titels die hij de delen gaf spreken duidelijke taal en er is weinig fantasie voor nodig om onder meer eren van boeren en herders, vogelgekwetter (een nachtegaal, een kwartel en een koekoek in het tweede deel) en onweer in de symfonie te herkennen.

Je zou kunnen zeggen dat de Zesde biografisch is, maar evenzeer dat de muziek universele emoties verklankt. Want wie voelt zich nu niet ‘bevrijd’ als je vanuit de stadse drukte in de weldadige rust van de natuur terechtkomt? Verkwikt na een wandeling langs een beekje? Blij van een ongecompliceerd samenzijn in het open veld, met muziek, drank en gezelligheid? En onder de indruk van een fikse onweersbui? Sommige historici verklaren het vierde deel als Beethovens uiting van zijn woede en onmacht vanwege zijn doofheid, maar dat zullen we nooit met zekerheid weten. Het vijfde deel verklankt in ieder geval opluchting, nadat de storm is weggetrokken, en Beethovens dankbaarheid voor de schoonheid der natuur. Deze ode aan het platteland werd een van Beethovens meest geliefde werken.

Biografie

Liza Ferschtman, viool

Liza Ferschtman, dochter van Dmitri Ferschtman en Mila ­Baslawskaja, had vanaf haar vijfde les van ­Philipp Hirshhorn, studeerde in Amsterdam bij Herman Krebbers, in Philadelphia bij Ida ­Kavafian en in Londen bij David Takeno.

In 1997 won ze het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ en in 2006 ontving ze de Nederlandse Muziekprijs. Haar Concertgebouwdebuut was in Het ­Zondagochtend Concert van 6 oktober 1996 met het Radio Kamer­orkest, en in zomer 1998 volgde haar -­debuut.

De violiste werkte met vrijwel alle Nederlandse orkesten, en bijvoorbeeld ook met de BBC Philharmonic, de orkesten van Dallas, San Francisco, Boston, Montréal en Hongkong en het Budapest Festival Orchestra. Afgelopen november stond ze nog met de Brussels Philharmonic in de met het Vioolconcert van Sibelius.

Gezelschappen als Amsterdam Sinfonietta en de Kammerakademie Potsdam leidde Liza Ferschtman als solist. Kamermuziek speelt ze met Enrico Pace, Elisabeth Leonskaja, Jonathan Biss, Christian Poltéra en vele anderen, en van 2007 tot 2022 was ze artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Solo­s zijn een belangrijk onderdeel van haar agenda en met solo-opnames van Bach, Ysaÿe, Biber, Bartók en Berio ook van haar discografie. Liza Ferschtman bespeelt de Guarnerius del Gesù ‘Benno Rabinof’ uit 1742.

Gürzenich-Orchester Köln

Het Gürzenich-Orchester Köln werd opgericht in 1827 door de Concert-Gesellschaft Köln; zijn voorgeschiedenis laat zich terugvolgen tot in de Middeleeuwen. Sinds 1888 is het Gürzenich-Orchester hét orkest van de stad Keulen, en tegenwoordig bereikt het per seizoen met zo’n vijftig concerten in de Kölner Philharmonie meer dan 100.000 bezoekers.

Bovendien begeleidt het gezelschap van in totaal 150 musici ieder seizoen ongeveer 160 voorstellingen van de Oper Köln. François-Xavier Roth is met ingang van 2015/2016 Kapellmeister en Generalmusikdirektor van de Stadt Köln.

Onder zijn voorgangers waren Markus Stenz (2003-2014) en James Conlon (1990-2002), en in september 2025 zal hij worden opgevolgd door Andrés Orozco-Estrada. In zijn rijke verleden stond het Gürzenich-­Orchester Köln garant voor wereld­premières van grote werken van Johannes Brahms, Richard Strauss en Gustav Mahler. Dat erfgoed is tot op heden een sterke drijfveer om bruggen te slaan naar de eigentijdse muziek; het orkest werkt dan ook geregeld samen met hedendaagse componisten. Het Gürzenich-Orchester treedt ook graag op buiten de concertzaal, in bijvoorbeeld verzorgingshuizen en scholen.

Met initiatieven als het Kölner Bürgerorchester en het Kölner Bürgerchor nodigt het zijn stadsgenoten uit actief mee te doen. Met ingang van het huidige seizoen is het Gürzenich-­Orchester Köln naast het London Philharmonic Orchestra en het Rotterdams Philharmonisch Orkest een van de drie orkesten in residence bij Concert­gebouw Brugge. In Het Concertgebouw in Amsterdam was het orkest voor het laatst te beluisteren in het VriendenLoterij ZomerConcert van 15 augustus jongstleden.

Ivor Bolton, dirigent

Na twaalf jaar het Mozarteum­orchester Salzburg te hebben geleid – hij bleef er eredirigent – werd Ivor Bolton per 2016/2017 chef-­ van het Sinfonieorchester Basel. De Engelsman is ook chef-dirigent van het Dresdner Festspielorchester en – sinds 2015/2016 – artistiek leider van het Teatro Real in Madrid. Voorheen leidde hij de English Touring , de Glyndebourne Touring Opera en het Scottish Chamber Orchestra.

Als gastdirigent wordt Ivor Bolton geëngageerd door bijvoorbeeld het Tonhalle-­Orchester Zürich, het Orchestre de Paris, de BBC Proms, de Salzburger Mozartwoche, de Wiener Symphoniker en het Freiburger Barockorchester.

Begonnen als specialist in de en de breidt hij zijn repertoire gestaag uit: met het ­Mozarteumorchester nam hij Brucknersymfonieën op, zijn Billy Budd (Britten) aan het Teatro Real is veelgeprezen, en met zijn Sinfonieorchester Basel werkt hij aan een reeks Fauré-­opnames. Sinds 1994 onderhoudt Ivor Bolton een nauwe relatie met de Bayerische Staatsoper en hij kreeg in München de Bayerische Theaterpreis.

’s leidde hij ook voor de Maggio Musicale Fiorentino en aan de operahuizen van Bologna, Genua, Brussel, Lissabon, Sydney, Parijs, Londen, Berlijn, Hamburg, Wenen en Amsterdam. In Het Concertgebouw stond Ivor Bolton vaak op de bok bij het Nederlands Philharmonisch Orkest/Nederlands Kamerorkest, maar bijvoorbeeld ook in 2018 bij het Concertgebouworkest in Bachs Matthäus-Passion.