Liza Ferschtman en vrienden: van Brahms tot Franck

Liza Ferschtman viool
Franziska Hölscher viool
Nils Mönkemeyer altviool
Danjulo Ishizaka cello
Severin von Eckardstein piano

Johannes Brahms 1833-1897

Klarinettrio in a kl.t., op. 114 (1891)
versie voor altviool, cello en piano
Allegro
Adagio
Andante grazioso
Allegro
 

Sergej Prokofjev 1891-1953

Sonate in C gr.t., op. 56 (1932)
voor twee violen
Andante cantabile
Allegro
Commodo (quasi allegretto)
Allegro con brio

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Eerste trio élégiaque in g kl.t. (1892)
voor pianotrio
Lento lugubre

pauze

César Franck 1822-1890

Pianokwintet in f kl.t. (1879)
Molto moderato quasi lento – Allegro
Lento, con molto sentiment
Allegro non troppo, ma con fuoco

Toelichting

Johannes Brahms 1833-1897

klarinettrio

De klarinet is in de symfonieën van Johannes Brahms zeker niet onderbelicht gebleven. Maar nadat de 58-jarige componist een solo-optreden had bijgewoond van de eerste klarinettist van de hofkapel van Meiningen (het top­orkest van die tijd) vond hij dat het instrument een nog prominentere rol in zijn muziek verdiende. Geïnspireerd door het spel van deze Richard Mühlfeld schreef hij een en een et, allebei met een solopartij die het hart van klarinettisten tot in de verste uithoeken van de wereld nog altijd sneller doet kloppen. Ze waren Brahms even lief, die twee werken, heeft hij zelf herhaaldelijk gezegd. Maar musici en publiek dachten en denken er anders over. Het Trio voor klarinet, en piano kwam al spoedig in de schaduw te staan van het immens populaire Kwintet voor klarinet, twee violen, en cello met zijn herfstachtige, melancholieke ook troostende schoonheid. Drie jaar later zou Brahms overigens ook nog de twee s voor klarinet en piano componeren.
In het Trio voor klarinet, cello en piano wordt vandaag de klarinetpartij gespeeld op de altviool – een alternatief dat werd voorgesteld door de eerste uitgever van het stuk. Het openingsdeel, met een meteen geïntroduceerd hoofdthema dat vrijwel de alleenheerschappij heeft, biedt een voorbeeld van geconcentreerdheid en isch vernuft zoals we dat vaker bij de ‘late Brahms’ horen. Op een ontspannen, voor zichzelf sprekend volgt een luchtig grazioso in een langzame beweging, met in het middendeel referenties aan de volkse Ländler. Waarna het beknopte slot-, met – typisch Brahms – een vermenging van 2/4 en 6/8 en, voor enige opwinding zorgt, zonder overigens een zekere goedmoedigheid te verliezen.

Sergej Prokofjev 1891-1953

sonate voor twee violen

‘Soms levert het luisteren naar slechte composities goede ideeën op’, noteerde Sergej Prokofjev nadat hij in Parijs een recent stuk voor twee violen van een collega had gehoord, wiens naam onbekend is gebleven. Om sarcastische opmerkingen zat hij nooit verlegen. Prokofjev schreef kort daarop voor dezelfde twee instrumenten een in C groot, die in 1932 in de Franse hoofdstad voor het eerst werd uitgevoerd. Niet de viool maar de piano was het instrument waarop deze componist zich thuis voelde. Dit had hem niet verhinderd in 1917 zijn Eerste vioolconcert te schrijven, een feeëriek werk met luchtige ten en sierlijke omspelingen waarin het solo instrument zich als het ware gedraagt als een bevallige prinses in een sprookjesbos. De grilligheid en onbestemdheid van dat concert zijn afwezig in zijn 56, dat dichter bij de grond blijft. Hoewel in het grootste deel van dit werk het horizontale lijnenspel de overhand heeft, liet Prokofjev zich de mogelijkheid niet ontgaan door middel van enspel met twee violen één ‘super-viool’ te creëren. Hij vond het interessant, schreef de componist, te beproeven of hij voor slechts twee violen muziek kon schrijven die een kwartier lang ‘aantrekkelijk genoeg is om naar te luisteren zonder moe te worden’. Men oordele zelf.

Serge Rachmaninoff 1873-1943

eerste pianotrio

De Russische muziek kent nogal wat voorbeelden van composities die ontstonden bij wijze van eerbetoon. Het enige van Pjotr IljitsjTsjaikovski bijvoorbeeld, geschreven ter nagedachtenis aan Nikolai Rubinstein. Op zijn beurt componeerde Serge Rachmaninoff twee pianotrio’s om Tsjaikovski te eren. Niet alleen het tweede betitelde hij, net als zijn grote voorganger, als ‘élégiaque’; ook het eerste, hoewel Tsjaikovski nog in leven was toen het ontstond. Rachmaninoff was nog geen twintig toen hij dit eendelige werk voltooide, maar had al onder meer een pianoconcert en een symfonisch gedicht op zijn naam staan. Zijn verwantschap met Tsjaikovski is meteen duidelijk wanneer de piano het eerste heeft ingezet. Het doet sterk denken aan het hoofdthema uit het Pianotrio van zijn beroemde voorbeeld. Hetzelfde geldt voor de vele ronddolende sequenzen, handelsmerk van Tsjaikovski. Het zal bij de klaviervirtuoos die Rachmaninoff was niet verbazen dat diens instrument domineert. Tegen het einde keert het beginthema vrijwel ongewijzigd terug, nu klinkend als een ‘marcia funebre’, zoals hij erbij schreef. Voor vrolijkheid was Rachmaninoff niet in de wieg gelegd.

César Franck 1822-1890

pianokwintet

Weinig componisten in het Franse muziekleven genoten zoveel respect als César Franck. Maar het waren bovenal zijn kwaliteiten als organist en leraar die hoog werden aangeslagen. Buiten een kleine kring van bewonderaars, onder wie veel leerlingen, had men nogal wat moeite met zijn muziek. Hoe kon het anders in een land dat in de tweede helft van de negentiende eeuw prefereerde boven alle andere muziekgenres. Bovendien vertoonde zijn werk een verwarrende vermenging van Franse en Duitse stijlelementen: enerzijds een voorkeur voor bevallige, soms lichtelijk sensuele ën, aan de andere kant een strengheid en een hechte constructie waaruit de invloed van Wagner blijkt. Dit laatste aspect komt ook in zijn Pianokwintet in f klein, één van zijn drie grote kamermuziekwerken, naar voren via het gebruik van ‘leidmotieven’, die de diverse delen via gemeenschappelijke melodische elementen met elkaar verbinden. Bij Franck heette dat het ‘cyclische principe’. Dit betekende allerminst een rem op zijn inspiratie, zoals de gloedvolle melodieën en de krachtige s demonstreren.

Aad van der Ven

Biografie

Liza Ferschtman, viool

Liza Ferschtman, dochter van Dmitri Ferschtman en Mila ­Baslawskaja, had vanaf haar vijfde les van ­Philipp Hirshhorn, studeerde in Amsterdam bij Herman Krebbers, in Philadelphia bij Ida ­Kavafian en in Londen bij David Takeno.

In 1997 won ze het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ en in 2006 ontving ze de Nederlandse Muziekprijs. Haar Concertgebouwdebuut was in Het ­Zondagochtend Concert van 6 oktober 1996 met het Radio Kamer­orkest, en in zomer 1998 volgde haar -­debuut.

De violiste werkte met vrijwel alle Nederlandse orkesten, en bijvoorbeeld ook met de BBC Philharmonic, de orkesten van Dallas, San Francisco, Boston, Montréal en Hongkong en het Budapest Festival Orchestra. Afgelopen november stond ze nog met de Brussels Philharmonic in de met het Vioolconcert van Sibelius.

Gezelschappen als Amsterdam Sinfonietta en de Kammerakademie Potsdam leidde Liza Ferschtman als solist. Kamermuziek speelt ze met Enrico Pace, Elisabeth Leonskaja, Jonathan Biss, Christian Poltéra en vele anderen, en van 2007 tot 2022 was ze artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Solo­s zijn een belangrijk onderdeel van haar agenda en met solo-opnames van Bach, Ysaÿe, Biber, Bartók en Berio ook van haar discografie. Liza Ferschtman bespeelt de Guarnerius del Gesù ‘Benno Rabinof’ uit 1742.

Franziska Hölscher, viool

Franziska Hölscher is afkomstig uit Heidelberg en studeerde bij Ulf Hoelscher, Thomas Brandis, Nora Chastain en Reinhard Goebel.

Als kamermusicus of solist treedt ze op op podia als de Philharmonie en het Konzerthaus in Berlijn, het Festspielhaus in Baden-Baden, Bozar in Brussel en het Rudolfinum in Praag en festivals als het Ansbach Bach Festival, het Schleswig-­Holstein Musik Festival, de Kissinger Sommer, het Rheingau Musik Festival en de Heidelberger Frühling.

Onder haar kamermuziekpartners rekent ze Kit Armstrong, Martin Helmchen, Nils Mönkemeyer, Maximilian Hornung en Andreas Ottensamer.

Met de Duitse schrijver Roger Willemsen ontwikkelde de violiste een verhalend onder de titel Landschaften, dat recentelijk ook verscheen op cd. Nieuwe muziek integreert ze graag in haar programma’s, en in 2018 bracht ze een vroeg werk van Wolfgang Rihm, het Concertino voor viool en strijkers, in wereldpremière. Franziska Hölscher is artistiek leider van de kamermuziek-serie Klangbrücken in het Konzerthaus Berlin en van de Kammermusiktage Mettlach.

Haar vorige optredens in de waren in december 2015 en november 2022 in ensembles ron­dom respectievelijk violiste Liza Ferschtman en pianist Severin von Eckardstein.

Nils Mönkemeyer, altviool

Nils Mönkemeyer heeft een voorspoedige carrière sinds hij zijn opleiding aan de Musikhochschule in München afrondde. Hij is een regelmatige gast van bekende festivals en concertzalen, waaronder het Konzerthaus in Berlijn, de Tonhalle in Zürich en Wigmore Hall in Londen.

Gezelschappen als het Filharmonisch Orkest van Helsinki en het Tokyo Symphony Orchestra nodigden hem uit als solist, en momenteel is hij voor het tweede seizoen artist in residence bij het Philharmonische Gesellschaft ­Bremen.

Naast werk uit het verleden voert Nils Mönkemeyer graag hedendaagse muziek uit van componisten als Jennifer Higdon en Isabel Mundry. Recente hoogtepunten zijn de ­première van Dieter Ammanns ­Altvi­oolconcert met het Sinfonieorchester Basel, ­Mozarts concertante met ­Viktoria Mullova en de Philharmonia Zürich en – afgelopen mei – Matthias Pintschers Janusgesicht met Amsterdam Sinfonietta.

De Duitse altviolist nam een aantal goed ontvangen cd’s op, waaronder vertolkingen van werk van Bruch, Walton en Pärt met de Bamberger Symphoniker en soloconcerten van ­Vivaldi, Paganini en Tartini met ­l’arte del mondo. Nils Mönkemeyer is sinds kort verbonden aan de Hoch­schule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn, nadat hij sinds 2011 had lesgegeven aan zijn eigen alma mater in München.

Hij bespeelt een van Philipp ­Augustin. In de speelde hij eerder kamermuziek met Liza Ferschtman, Julia Fischer en Daniel Müller-­Schott, en hij was er voor het laatst te gast op 18 maart 2020 samen met het Signum Quartett.

Danjulo Ishizaka, cello

Danjulo Ishizaka werd geboren in Bonn, uit Duits-Japanse ouders. Hij speelt vanaf jonge leeftijd en genoot zijn muzikale opleiding in Duitsland en de Verenigde Staten. Onder zijn docenten waren Boris Pergamenschikow en Tabea Zimmermann.

Ook György Kurtág en Menahem Pressler waren van groot belang voor zijn muzikale ontwikkeling. Diverse prijzen en onderscheidingen onderstreepten het talent van Danjulo Ishizaka, met als een van de hoogtepunten het winnen van het ARD Concours in München in 2001.

Twee jaar later maakte hij zijn debuut in de Weense Musikverein, met de Wiener Symphoniker onder leiding van Krzysztof Penderecki. Sinds die tijd soleerde de cellist bij onder meer het London Symphony Orchestra, het Orkest van het Mariinski Theater, het NHK in Tokio en de Academy of St Martin in the Fields.

Danjulo Ishizaka is ook als kamermusicus geliefd. Voor zijn debuut-cd, met muziek van Britten, Franck en Mendelssohn, kreeg hij een Echo Klassik Preis.

Severin von Eckardstein, piano

De in Düsseldorf geboren Severin von Eckardstein viel in de prijzen bij het ARD Concours in München (1999) en de Leeds International Piano Competition (2000) en won in 2003 het Belgische Koningin Elisabethconcours.

Zijn opleiding had hij gevolgd in Berlijn, bij Barbara Szczepanska, Karl-Heinz Kämmerling en Klaus Hellwig, en aan de International Piano Academy Lake Como. Inmiddels was de pianist te gast op de bekende podia van bijvoorbeeld Parijs, Berlijn, München, Milaan, Madrid, Londen, Boedapest, New York, Hongkong, Seoul en Tokio.

In de verzorgde hij meermaals een solorecital in de serie Meesterpianisten. Samen met violiste Franziska Hölscher startte hij in 2015 in het Berliner Konzerthaus de serie ‘Klangbrücken’. Voor zijn cd met muziek van Debussy en Dupont uit 2018 kreeg hij een Diapason d’Or, en op zijn programma’s prijkt geregeld werk van hedendaagse componisten en minder bekende componisten uit de late .

Severin von Eckardstein soleerde bij het Dallas Symphony Orchestra onder Jaap van Zweden, het Mariinski Orkest onder Valery Gergiev, het Concertgebouworkest onder Paavo Järvi, het Radio Filharmonisch Orkest onder Kevin John Edusei (in Het Zondagochtend Concert van 4 november 2018). Bij zijn vorige optredens in Het Concertgebouw speelde Severin von Eckardstein het Eerste pianoconcert van Chopin met het Symfonieorkest Vlaanderen in de Grote Zaal (december 2019) en pianokwintetten van Schumann en Elgar in de (november 2022).