Liza Ferschtman en Mahan Esfahani: van Bach naar nu

Liza Ferschtman viool
Mahan Esfahani klavecimbel

pauze ca. 20.50 uur
einde ca. 21.55 uur

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Tweede sonate in A gr.t., BWV 1015 (vóór 1725)
voor klavecimbel en viool
Dolce
Allegro assai
Andante un poco
Presto

Jukka Tiensuu 1948

Musica Ambigua VI: Veto (1996-98)
wereldpremière van de versie voor klavecimbel en viool

Walter Piston 1894-1976

Sonatina (1945)
voor viool en klavecimbel
Allegro leggiero
Adagio espressivo
Allegro vivo

pauze

Heinrich Ignaz Franz von Biber 1644-1704

Vierde sonate in d kl.t. ‘Christi Darstellung im Tempel’: Ciacona
voor viool en basso continuo
uit ‘Rosenkranz Sonaten’ (1676)

Rembrandt Frerichs 1977

Leitmotiv In Zehn Antworten (2018)
voor viool en klavecimbel

Johann Sebastian Bach

Derde sonate in E gr.t., BWV 1016 (vóór 1725)
voor klavecimbel en viool
Adagio
Allegro
Adagio ma non tanto
Allegro

Toelichting

Interview

Ook oude componisten deden soms een experiment

Door Carine Alders

‘Als je in gesprek bent met levende componisten, realiseer je je dat de oude componisten ook een proces van onderzoeken, uitproberen en doorontwikkelen meegemaakt moeten hebben. We veranderen natuurlijk niets aan de noten, maar niets is in steen gebeiteld', vertelt Liza Ferschtman over dit programma.

Bach: Tweede en derde sonate

Het oudste manuscript dat overgeleverd is van Bachs ‘Sei a Cembalo certato e Violino solo’ dateert uit 1725, twee jaar na zijn aanstelling als cantor in Leipzig. Er zijn echter verschillende redenen om aan te nemen dat Johann Sebastian Bach zijn ­innovatieve sonates voor viool en klavecimbel ­enkele jaren eerder componeerde, in dienst van Prins Leopold van Anhalt-Cöthen.

In die periode lag de nadruk namelijk veel meer op instrumentale muziek. In zijn eerste jaren in Leipzig zal Bach bovendien veel te druk geweest zijn met de beslommeringen van het lesgeven en elke week een nieuwe componeren. Ook schreef zijn zoon Carl Philipp Emanuel op 7 oktober 1774 dat deze werken al meer dan vijftig jaar oud waren – en bovendien nog altijd tot zijn beste werken behoorden.

Het illustreert Liza Ferschtmans idee dat ook oude componisten experimenteerden en niet meteen de definitieve vorm vonden. Bach volgde de internationale ontwikkelingen op de voet. Zijn jongere broer Johann Ernst had eerder uit Holland een koffer vol muziek meegebracht van Italiaanse componisten als Corelli en Vivaldi.

In zijn s voor klavecimbel en viool gebruikt Bach de vierdelige vorm van Corelli’s sonates en ook de vrije van de viool in het openingsdeel van de Derde sonate in E groot doet aan Corelli denken. De manier waarop Bach het klavecimbel als gelijkwaardige partner aan de viool koppelt, is echter zijn eigen innovatie.

Hij bevrijdde zijn instrument – Bach was zelf een klaviervirtuoos – uit de traditionele rol van begeleider door een van de solostemmen aan de rechterhand te geven, terwijl de linkerhand de baslijn speelt. Deze rolverdeling, afkomstig uit het genre ­sonate, is goed te horen in de Tweede sonate in A groot.  

Tiensuu: Veto

Jukka Tiensuu brengt oude en nieuwe muziek samen. Als hedendaagse componist en klavecinist schakelt hij voortdurend tussen heden en verleden. Muziek is voor hem een tijdloze kunstvorm. ‘Ik leerde zijn werk op een festival in Finland kennen en vroeg Mahan of hij het een goed idee vond hem te benaderen. “He is a F*** LEGEND!!!” was zijn reactie…. dus ik heb Tiensuu gewoon een mailtje gestuurd, haha.

Hij had helaas geen tijd iets nieuws te componeren, maar had wel een werk dat nog nooit in de oorspronkelijke bezetting uitgevoerd was. Er wordt ook bij gezongen.’ Ferschtman en Esfahani spelen voor het eerst de versie voor viool en klavecimbel van Veto, het laatste deel van de zesdelige  Musica Ambigua.

Tiensuu zelf praat liever niet over zijn composities. Op zijn website legt hij uit dat hij de luisteraar niet wil belasten met de gedachten van de componist. Alles wat je van tevoren zegt maakt dat het publiek gericht gaat luisteren, terwijl er zoveel te ontdekken valt. Tiensuu laat zijn muziek graag voor zichzelf spreken. Liza Ferschtman is blij dat ze het Nederlandse publiek kennis kan laten maken met deze bijzondere componist.

Piston: Sonatina

Liza Ferschtman: ‘Mahan is echt een exponent van de avontuurlijke school. Hij houdt van de veelzijdigheid van het klavecimbel en wil dat op alle mogelijke manieren laten horen. Tot ik Mahan ontmoette was ik me er nauwelijks van bewust dat een klavecimbel inzetbaar is als instrument voor muziek uit de twintigste eeuw.’

In de eerste decennia van de twintigste eeuw leidde de Poolse klaveciniste Wanda Landowska (1879-1959) een ware revival van het klavecimbel. Niet alleen verdiepte ze zich in de oude muziek, ook tijdgenoten zoals Manuel de Falla en Francis Poulenc componeerden nieuwe werken voor haar. Een van haar studenten in het vooroorlogse Parijs was klavecinist Ralph Kirkpatrick.

Weer terug in Amerika vroeg hij aan zijn landgenoot Walter Piston een nieuw werk voor viool en klavecimbel te schrijven. Samen met violist Alexander Schneider vormde Kirkpatrick een succesvol duo, maar al snel had het tweetal door dat je niet eeuwig s met Bach en Mozart kon spelen.

Voor Piston was het een opdracht die hem als gegoten zat. Ook hij had in de jaren 1920 in Parijs gestudeerd, bij Nadia Boulanger en Paul Dukas. Hij beheerste als geen ander de oude compositietechnieken als en en componeerde in een neoklassieke stijl. Zijn Sonatina opent met een jazzy in unisono, dat als in een traditionele vorm steeds als refrein opduikt. Tussendoor klinkt een Schots volksdansje – een knipoog naar opdrachtgever Kirkpatrick? Aan humor geen gebrek bij Piston. 

Biber: Vierde sonate

Ook de Boheemse vioolvirtuoos Heinrich von Biber experimenteerde volop. Voor elk van de vijftien ‘Rozenkranssonates’ schrijft hij een andere stemming van de vioolsnaren voor, waardoor bijzondere dubbelgrepen mogelijk worden. In de vierde sonate, een chaconne met als thema de presentatie van Jezus in de tempel, is de hoogste snaar een toon lager gestemd dan gebruikelijk, terwijl de laagste snaar een toon hoger klinkt. Steeds worden passages van vier maten herhaald, waarbij Biber ongetwijfeld op virtuoze wijze gevarieerd zal hebben. 

Frerichs: Leitmotiv in zehn antworten

‘Een aantal jaar geleden benaderde Rembrandt Frerichs mij om samen met zijn jazztrio te spelen’, vertelt Liza Ferschtman. ‘We begonnen voorzichtig aan elkaar te ruiken en te experimenteren met eigen werk van Rembrandt. Langzaam groeide de behoefte een werk speciaal voor mij te schrijven.

Een eerste versie van Liza hebben we wel uitgevoerd, maar die heeft het uiteindelijk niet gered. De versie die ik nu met Mahan speel is geleidelijk in de laatste anderhalf jaar ontstaan en behoorlijk aangepast aan de klank van het klavecimbel.

Voor de titel heeft Rembrandt zijn Facebookvrienden gevraagd met suggesties te komen op de letters LIZA. Uit ontzettend veel reacties kozen we Leitmotiv In Zehn Antworte. Een toepasselijke titel, omdat er een steeds terugkerend is, dat soms haast onhoorbaar doorgaat onder ander materiaal, dan weer abrupt tevoorschijn komt.

Rembrandt laat mij echt uitkomen als speler en persoon. Het is leuk om te merken dat hij vooral een soort drive van mij heeft gevangen in de noten. Zelfs als ik rustig ben is dat kennelijk wat altijd doorschemert!’ 

Biografie

Liza Ferschtman, viool

Liza Ferschtman, dochter van Dmitri Ferschtman en Mila ­Baslawskaja, had vanaf haar vijfde les van ­Philipp Hirshhorn, studeerde in Amsterdam bij Herman Krebbers, in Philadelphia bij Ida ­Kavafian en in Londen bij David Takeno.

In 1997 won ze het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ en in 2006 ontving ze de Nederlandse Muziekprijs. Haar Concertgebouwdebuut was in Het ­Zondagochtend Concert van 6 oktober 1996 met het Radio Kamer­orkest, en in zomer 1998 volgde haar -­debuut.

De violiste werkte met vrijwel alle Nederlandse orkesten, en bijvoorbeeld ook met de BBC Philharmonic, de orkesten van Dallas, San Francisco, Boston, Montréal en Hongkong en het Budapest Festival Orchestra. Afgelopen november stond ze nog met de Brussels Philharmonic in de met het Vioolconcert van Sibelius.

Gezelschappen als Amsterdam Sinfonietta en de Kammerakademie Potsdam leidde Liza Ferschtman als solist. Kamermuziek speelt ze met Enrico Pace, Elisabeth Leonskaja, Jonathan Biss, Christian Poltéra en vele anderen, en van 2007 tot 2022 was ze artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Solo­s zijn een belangrijk onderdeel van haar agenda en met solo-opnames van Bach, Ysaÿe, Biber, Bartók en Berio ook van haar discografie. Liza Ferschtman bespeelt de Guarnerius del Gesù ‘Benno Rabinof’ uit 1742.

Mahan Esfahani, klavecimbel

Mahan Esfahani werd geboren in Teheran en groeide op in de ­Verenigde Staten, waar hij geschiedenis en muziekwetenschap studeerde aan Stanford University. Zijn klavecimbelopleiding volgde hij in Boston bij Peter Watchorn en in Praag, waar hij zich vestigde, bij Zuzana Růžičková.

Van 2008 tot 2010 was hij BBC New Generation ­Artist, in 2009 kreeg hij een Borletti-Buitoni Award en in 2015 werd hij door BBC Music Magazine uitgeroepen tot ‘Newcomer of the Year’. In juli 2011 schreef Mahan Esfahani geschiedenis met het allereerste klavecimbelrecital in de geschiedenis van de BBC Proms.

Naast het reguliere repertoire voor klavecimbel – solo en in velerlei ensembles – werkt hij ook graag met en, waarbij hij soleerde onder en als Leif Segerstam, François-Xavier Roth, Ilan Volkov, Riccardo Minasi, ­Ludovic Morlot, Martyn Brabbins, Thomas Dausgaard en Thierry Fischer. Aan vele hedendaagse componisten verleent hij schrijfopdrachten, en zijn inzet om de eigentijdse stem van het klavecimbel voor het voetlicht te brengen blijkt ook uit zijn compilatie-album Musique?.

In 2022 kreeg Mahan Esfahani de Wigmore Hall Prize, en zijn discografie – inclusief een doorlopende Bach-reeks – werd bekroond met een ­Gramophone Award, twee BBC Music Magazine Awards, een Diapason d’Or en een Choc de ­Classica. Naast zijn concertagenda werkt Mahan Esfahani als commentator voor BBC Radio, maakte hij reportages over bijvoorbeeld de vroege geschiedenis van Afrikaans-Amerikaanse klassieke muziek en schrijft hij commentaren voor The New Yorker, The Guardian en The Times.

In de maakte hij in juni 2018 zijn debuut in een duorecital met violiste Liza Ferschtman, met repertoire van Biber tot en met Rembrandt Frerichs.