Lisiecki en Ticciati, Chopin en Dvořák

Jan Lisiecki piano
Deutsches Symphonie-Orchester Berlin
Robin Ticciati dirigent

Dit concert maakt deel uit van de serie Jonge Wereldsterren

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Het dodeneiland, op. 29 (1909)

Frédéric Chopin (1810-1849)

Tweede pianoconcert in f kl.t., op. 21 (1829)
Maestoso
Larghetto
Allegro vivace

pauze ± 21.05 uur

Antonín Dvořák (1841-1904)

Negende symfonie in e kl.t., op. 95 (1893) ‘Uit de Nieuwe Wereld’
Adagio – Allegro molto
Largo
Scherzo: Molto vivace
Allegro con fuoco

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Rachmaninoff: Het dodeneiland

Door Henriëtte Sanders

Serge Rachmaninoffs magistrale symfonische gedicht Het doden­eiland ontstond in 1909 in Dresden, waar de componist regelmatig verbleef omdat de ­situatie in Rusland zeer onstabiel was. Hij werd tot de compositie geïnspireerd door het gelijknamige schilderij van Arnold Böcklin, een voorstelling van een eiland met rotsen en cipressen, waarheen de veerman Charon met zijn roeiboot een gestorvene brengt.

Het dodeneiland is voor grote bezetting, en Rachmaninoff gebruikte uit het orkestrale palet vooral de donkere kleuren. ‘Heldere tonen liggen mij niet zo goed’, zei hij in 1912 tegen de dichteres Marietta Sjaginjan. De gehele compositie staat in een vijfachtstenmaat waarmee een golvende beweging wordt weergegeven. De k beweegt zich overwegend in secunden, die, betekenisvol, het begin van het e vormen.

Het Dies irae-, dat goed in Rachmaninoffs melodische idioom past, verwerkte hij in zijn composities opvallend vaak als melodisch , ook in niet-programmatische context, zoals in de Paganini-rapsodie voor piano en orkest. In Het dodeneiland wordt het na een onheilspellend optreden in het koper afgewisseld door een beweeglijk thema in strijkers en hout­blazers. Dit thema noemde Rachmaninoff de melodie van het leven. Daarna maakt, onontkoombaar, het Dies irae zich weer meester van de muzikale scène.

Frédéric Chopin 1810-1849

Chopin: Tweede pianoconcert

Door Henriëtte Sanders

In de vroege negentiende eeuw waren virtuoze pianisten de favorieten van de concertpodia en salons van Wenen, Londen en Parijs. De jonge Frédéric Chopin had in Warschau, eveneens een stad met een belangrijk internationaal muziekleven, optredens van onder andere de pianist-componisten Johann Nepomuk Hummel en John Field bijgewoond.

Zelf had hij er concerten van onder andere Moscheles en Kalkbrenner gespeeld. Wat betreft karakter en volgorde van virtuoze ’s, briljante passages en uze -­achtige zangthema’s hebben met name de pianoconcerten van Hummel en Moscheles Chopins pianoconcerten beïnvloed. Ook bij hem ligt de nadruk op de virtuoze presentatie van het ­soloinstrument en is de rol van het orkest ondergeschikt.

Chopin had als negentienjarig Pools muzikaal talent een succesvolle concert­reis naar Wenen gemaakt en koesterde het plan om zich bij een nieuwe reis naar internationale podia met een soloconcert te presenteren. Hij componeerde twee pianoconcerten in 1829-30, waarvan het als eerste gecomponeerde Tweede pianoconcert in f klein, 21 als tweede in 1836 in druk verscheen. Beide concerten staan in het teken van Chopins liefde voor de jonge zangeres Konstancja Gladkowska.

  • Frédéric Chopin

Met 21 debuteerde hij in Warschau op 17 maart 1830 als concertpianist. Van zijn op 2 november 1830 begonnen reis als pianosolist, die hem na het uitbreken van de noodlottig verlopen Poolse novemberrevolutie op een maandenlang verblijf in Wenen kwam te staan en hem ten slotte naar Parijs bracht, kon Chopin nooit meer naar Polen terugkeren.

Het Tweede pianoconcert begint zijn orkestrale inleiding van het eerste deel, Maestoso, met een dat in een e en daarna in een martiale gestalte gepresenteerd wordt, gevolgd door een in de geïntroduceerde contrasterende zangerige . Na virtuoze, briljante overgangsfiguren in Chopins karakteristieke zangerige idioom treedt een achtig tweede op, dat met name in het slot­gedeelte, de reprise, een grotere rol speelt dan gebruikelijk.

Melodiek die aan dit zangthema verwant is, beheerst het langzame deel, Larghetto, dat direct in verband wordt gebracht met Chopins gevoelens voor Gladkowska. Het is een , die echter vóór de terugkeer van het hoofdthema door een bewogen, in octaven gespeeld instrumentaal onderbroken wordt. Het derde deel, , een wervelende dans in een driekwartsmaat, vertoont eerst achtige en daarna -achtige trekken, met en op de tweede tel. Het door een signaal aangekondigde slotfragment staat, verrassend, in .

Antonín Dvořák 1841-1904

Dvořák: Negende symfonie

Door Henriëtte Sanders

Antonín Dvořák was in de tweede helft van de negentiende eeuw ook in het buitenland een succesvolle representant van de Tsjechische nationalistische muzikale stroming. Hij had in de jaren 1864-75 vijfmaal de door het Oostenrijkse ministerie uitgeloofde prijs voor compositie gewonnen en met zijn Moravische duetten de bewondering van Johannes Brahms gewekt. Deze gaf Dvořáks carrière een flinke impuls door diens werken bij zijn uitgever Simrock aan te bevelen. Daardoor groeide de populariteit van Dvořák tot ver over de Boheemse landsgrenzen, tot in Groot-Brittanië en zelfs de Verenigde Staten.

In 1891 vroeg de Amerikaanse Jeanette Thurber hem directeur te worden van het door haar gestichte conservatorium in New York en vertrok Dvořák naar de Verenigde Staten voor een verblijf van drie jaar. De verwachtingen die men daar van hem had waren hooggespannen. Hij zou wellicht de basis kunnen leggen voor een nationaal getinte Amerikaanse kunstmuziek. Toen de componist in oktober 1892 in New York aankwam, werd hij officieel welkom geheten met een speech van Colonel Higginson.

  • Antonin Dvořák

De speech verscheen in The New York Herald onder de titel ‘The New World of Columbus and The New World of Music’. Op deze titel leek Dvořák te zinspelen, toen hij de benaming ‘From the New World’ op het eerste blad van het manuscript van zijn Negende symfonie schreef. Het was eigenlijk Mrs. Thurbers bedoeling dat Dvořák een zou vervaardigen, gebaseerd op Longfellows gedicht The Song of Hiawatha. Verder dan schetsen voor zo’n werk kwam Dvořák niet (het ontbrak hem aan een libretto), maar het materiaal verwerkte hij in zijn Negende symfonie.

Hij bestudeerde indiaanse ën en liet zich door de zwarte conservatoriumstudent Harry T. Burleigh spirituals voorzingen. ‘Ik heb niet echt melodieën van Amerikaanse bodem gebruikt’, schreef de componist in 1893 in The New York Herald, ‘ik heb gewoon eigen ’s gemaakt met kenmerken van indiaanse muziek’. Het melodische karakter van een spiritual heeft Dvořák getroffen in de solo van het Largo, die de Negende symfonie in de collectieve herinnering heeft gegrift.

Het Largo zou oorspronkelijk de begrafenis van Hiawatha’s echtgenote Minnehaha uitbeelden, zoals het derde deel, , de feestelijkheden van hun bruiloft zou weergeven. Het Scherzo draagt echter onmiskenbaar trekken van de furiant, een snelle, vurige Tsjechische volksdans met voortdurend verschuivende metrische en. Zowel in het Scherzo als in het laatste deel, con fuoco, komen motieven uit de vorige delen terug. In het slotdeel is bovendien het begin van het Three Blind Mice te herkennen (). Dvořáks Negende symfonie werd bij de première met bijzonder grote bijval ontvangen.

Biografie

Robin Ticciati, Dirigent

Robin Ticciati, afkomstig uit Londen, speelde vanaf jonge leeftijd viool, piano en percussie. Directielessen kreeg hij van Colin Davis en Simon Rattle. Sinds 2017 is hij chef- van het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin en sinds zomer 2014 bekleedt hij eenzelfde functie bij de Glyndebourne Festival . Van 2009 tot 2018 was hij chef-dirigent van het Scottish Chamber Orchestra.

Als gastdirigent musiceerde de Brit met onder meer de orkesten van Cleveland en Philadelphia, het London Philharmonic en het London Symphony Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Boedapest Festival Orkest, het Chamber Orchestra of Europe, de Wiener Philharmoniker, het Orchestre National de France en het Concertgebouworkest.

Als dirigent werkte hij in theaters als het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Metropolitan Opera in New York en de Scala in Milaan en leidde hij Mozarts Le nozze di Figaro op de Salzburger Festspiele.

Robin Ticciati werd tijdens de Queen’s Birthday Honours in 2019 opgenomen in de Order of the British Empire en werd recentelijk benoemd tot ‘Sir Colin Davis Fellow of Conducting’ aan de Royal Academy of Music. In Het Concertgebouw stond hij voor het laatst op de bok in oktober 2015, toen hij het Rotterdams Philharmonisch Orkest leidde in werken van Berg en Mahler.

Jan Lisiecki, piano

Al op zijn vijftiende werd Jan Lisiecki bekroond met een Diapason Découverte voor zijn live-opname van beide soloconcerten van Chopin met Varsovia. In maart 2013 viel de jonge musicus in voor Martha Argerich, in Beethovens Vierde pianoconcert met het Orchestra Mozart en Claudio Abbado. Inmiddels geeft hij over de honderd optredens per jaar.

In seizoen 2024/2025 soleerde hij bij het Boston Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra, de Münchner Philharmoniker, het Pittsburgh Symphony Orchestra en de Seattle Symphony – stuk voor stuk gezelschappen waar hij al eerder te gast was geweest. Bovendien was hij artist in residence bij het Toronto Symphony Orchestra en leidde hij in een negentiendelige Beethoventournee de Academy of St Martin in the Fields vanachter het klavier; in Beethovenjaar 2020 hadden ze al samen alle vijf pianoconcerten op cd uitgebracht.

In eerdere seizoenen werd Jan Lisiecki uitgenodigd door de Salzburger Festspiele, de BBC Proms, de New York Philharmonic, The Cleveland Orchestra, het Chicago Symphony Orchestra, het Orchestre de Paris, het Tonhalle-Orchester Zürich, de Staatskapelle Dresden en de Berliner Philharmoniker. Solo verzorgde de pianist recentelijk s in Carnegie Hall in New York, La Scala in Milaan, het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs, het Herbst Theatre in San Francisco, ­­Bozar in Brussel en op het Klavier-Festival Ruhr.

Een duoproject met violiste Julia Fischer bracht hem naar podia in New York, Chicago, Boston, Berlijn, Hamburg en München. In de debuteerde Jan Lisiecki in de zomer van 2019 met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert bij het Australian Youth Orchestra; in de gaf hij al in mei 2014 een Chopinrecital. De pianist werd in 2012 benoemd tot UNICEF-gezant voor zijn geboorteland Canada.

Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, orkest

Het Deutsches Symphonie-­Orchester Berlin werd in 1946 opgericht als RIAS-Sym­phonie-Orchester – RIAS staat voor Rundfunk im amerikanischen Sektor. Sinds 1993 draagt het orkest zijn huidige naam. De eerste chef-­ van het gezelschap was Ferenc Fricsay; onder diens opvolgers waren Lorin Maazel, Riccardo Chailly, Ingo Metzmacher en Tugan Sokhiev.

Momenteel heeft Robin Ticciati de muzikaal-artistieke leiding in handen. Naast werk uit vroeger eeuwen zet het Deutsches Symphonie-­Orchester Berlin graag hedendaagse muziek op de lessenaars. Sinds 2014 organiseert het orkest jaarlijks de Symphonic Mob, een pop-up concert waaraan een groot aantal amateurmusici meewerkt. Het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin maakte in de loop der jaren vele internationale tournees.

Zo reisden de musici in recente seizoenen naar Brazilië, Japan, China en de Verenigde Arabische Emiraten. Het orkest maakte tal van plaat- en cd-opnamen, en kreeg voor zijn vertolking van Kaija ­Saariaho’s L’amour de loin in 2011 een Grammy Award. Afgelopen jaar verschenen opnames van Debussy’s Trois s en het Requiem van Duruflé. In Het Concertgebouw was het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin voor het laatst te beluisteren in juni 1997 onder leiding van Vladimir Ashkenazy.