Lisa Batiashvili speelt Sjostakovitsj bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Michał Nesterowicz dirigent
Lisa Batiashvili viool

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Eerste vioolconcert in a kl.t., op. 77 (1947-48)
Nocturne: Moderato
Scherzo: Allegro – Poco più mosso
Passacaglia: Andante – Cadenza 
Burlesque: Allegro con brio

pauze

Anton Bruckner 1824-1896

Eerste symfonie in c kl.t. (1865-66)
eerste versie (‘Linzer Fassung’), editie Thomas Röder, 2016
Allegro
Adagio, Andante
Scherzo: Schnell – Trio: Langsamer
Finale: Bewegt, feurig

begin van de pauze ca. 20.55
einde van het concert ca. 22.15 (donderdag 16 maart)

begin van de pauze ca. 14.55
einde van het concert ca. 16.15 (zondag 19 maart)

Toelichting

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

eerste vioolconcert

tekst: Aad van der Ven

Of het nu ging om instrumentalisten of zangers, muzikale verzoeken van bevriende Sovjetmusici kon Dmitri Sjostakovitsj moeilijk weigeren. Daarvoor moest af en toe een symfonie of een strijkkwartet, de genres die de rode draden in zijn oeuvre vormen, wijken. Twee vioolconcerten schreef hij, allebei voor David Oistrach.

Het Eerste vioolconcert is een sterk dramatisch werk, dat qua karakter en vorm – vier delen, achtereenvolgens getiteld , , Passacaglia en Burlesque – veel weg heeft van een symfonie met solo-instrument, net zoals de in dezelfde periode ontstane Concertante symfonie voor en orkest van Sergej Prokofjev.

Bij Sjostakovitsj relativeren het korte tweede en vierde deel door hun grilligheid en groteske humor enigszins de indringende kracht en de allure van het eerste en derde deel. De titel sluit aan op de introverte, dromerige stemming van deel één. Ook de opschriften en Burlesque spreken voor zich.

Door voor het derde deel de van de Passacaglia te kiezen bouwt Sjostakovitsj hier voort op de techniek die hij had toegepast in zijn Tweede  en Achtste symfonie. De strenge en majestueuze van dit deel mondt uit in een spectaculaire , die de overgang vormt naar de opwindende finale. 

Sjostakovitsj was er zich van bewust dat hij zichzelf in moeilijkheden kon brengen met muziek die in tegenspraak was met de positieve esthetiek die in die periode van Sovjet-­kunstenaars verlangd werd. Pas in 1955, twee jaar na de dood van Stalin, achtte hij de tijd rijp om met deze naar buiten te komen. Aan de première met Jevgeni Mravinski als werkte uiteraard David Oistrach als solist mee.

Anton Bruckner 1824-1896

eerste symfonie

Anton Bruckner ging niet over één nacht ijs. Toen hij, even in de veertig, aan een werkte die voor het eerst een plaats in zijn oeuvre verdiende, vond hij, had hij al twee complete symfonieën in de kast liggen. Maar daarmee durfde hij geen uitgever onder ogen te komen.

Symfonieën componeren was dan wel zijn grote ambitie, zoals voor de meeste negentiende-eeuwse componisten, maar eigenlijk voelde hij zich in dit stadium meer op zijn gemak op het terrein van de religieuze muziek, wat strookte met zijn persoonlijke achtergrond en met zijn werk als ­koordiri­gent in het klooster van Sankt Florian en daarop aansluitend als organist van de dom in Linz.

Was Richard Wagner er niet geweest, dan had het nog lang kunnen duren voordat hij zich aan zoiets als een vierdelige symfonie had gewaagd. Bij het ondergaan van de bedwelmende orkestklank van de Tannhäuser voelde de puriteinse Oostenrijkse schoolmeester zich verplaatst in een onbekende, fascinerende wereld. 

Het gevaar zich daarin te verliezen, wat veel Wagner-­epigonen overkwam, heeft hij echter glansrijk weerstaan. Hij ontwikkelde zijn eigen muzikale architectuur in de overtuiging dat hij het talent dat Onze Lieve Heer hem had geschonken – daarvan was hij zich steeds bewust – voor honderd procent diende te ontginnen.

De Eerste symfonie begint niet zoals men dat van Bruckner gewend is, dat wil zeggen niet mysterieus of plechtig, maar met een eerste in een ritme zoals Gustav Mahler dat later in onder meer enkele openingsdelen van symfonieën zou toepassen. Het klinkt parmantig, ja zelfs enigszins kwajongensachtig. Innige lyriek, één van Bruckners andere kwaliteiten, reserveert hij voor het tweede thema. Maar dat is nog niet genoeg.

De componist baseert dit eerste deel niet op twee maar op drie thema’s, nogal ongebruikelijk binnen de zogeheten klassieke hoofdvorm. Mede door de monumentaliteit van het krachtige derde thema () en de ontwikkeling daarna kunnen we zeggen dat Bruckner meteen met dit openings- van zijn Eerste symfonie in extenso de vlucht van zijn gedachten toont.

‘Ein tieferes, bedeuterendes ist seit Beethoven nicht geschrieben worden’, aldus Theodor Helm in de Deutsche Zeitung over het tweede deel, waarvan het verheven karakter al snel de associatie met religie en eredienst oproept. Het derde deel is Bruckner ten voeten uit. Met zijn stampende n bezit het het boertige, landelijke karakter dat zijn meeste ’s zo karakteristiek maakt. In het centrale klinkt daarentegen een vriendelijke, pastorale stemming door.

In de Finale vallen alle remmen weg. Met de in de doorwerking zou Bruckners oude leraar Sechter vermoedelijk tevreden zijn geweest. Maar wat zou hij gedacht hebben over de wild voortrazende zestienden van de strijkers tegen het einde? ‘Alles ist Inspiration und beinahe nichts Arbeit’, schreef de muziekcriticus Max Kalbeck in de Wiener Montags-Revue. 

Ook de Eerste symfonie was niet veilig voor Bruckners verwoede pogingen zijn muziek steeds te verbeteren. In 1890, toen hij ook aan zijn Negende werkte, kon hij het niet laten zijn eersteling drastisch te reviseren, dat wil zeggen instrumentaal rijker te stofferen en ook in andere opzichten hier en daar te wijzigen. Men spreekt in dit geval over de ‘Wiener Fassung’. Maar de meeste en houden zich aan de oorspronkelijke ‘Linzer Fassung’, die ook heden op het programma staat.

Biografie

Lisa Batiashvili, viool

Lisa Batiashvili studeerde bij Ana Chumachenco in München en bij Mark Lubotsky in Hamburg, en baarde opzien door op haar zestiende de tweede prijs te winnen van het Sibelius Concours 1995. Haar internationale carrière ging direct van start, ze won onder meer een Midem Classical Award en een Choc de l’année, werd in 2015 door ­Musical America benoemd tot Instrumentalist of the Year en twee jaar later door Gramophone genomineerd als Artist of the Year.

In 2018 ontving de violiste een eredoctoraat van de Si­belius Academie in Helsinki. Recentelijk bekleedde Lisa Batiashvili een residency bij de Berliner Philharmoniker, en hoogtepunten van het afgelopen seizoen waren een optreden met het Orchestre de Paris en Klaus Mäkelä op het Lucerne Festival, tournees met het Tonhalle-Orchester Zürich (Paavo Järvi), het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia (Daniel Harding) en het London Symphony Orchestra (Antonio Pappano), en haar terugkeer bij de Los Angeles Philharmonic, de New York Philharmonic en het National Symphony Orchestra in Washington.

Ook met het Concertgebouworkest heeft ze een hechte band: ze soleerde er voor het eerst in 2001 (Mozart) en voor het laatst in november 2024 (Prokofjev onder leiding van Klaus Mäkelä). Als artist in residence van het orkest in seizoen 2016/2017 soleerde ze in Tsjaikovski, Prokofjev en Sjostakovitsj en speelde ze met orkestleden kamermuziek. Met haar Lisa Batiashvili Foundation zet de violiste zich in voor getalenteerde jonge musici in haar geboorteland Georgië. Ze bespeelt een Joseph Guarneri ‘del Gesù’ uit 1739.

Michał Nesterowicz, dirigent

Michał Nesterowicz maakte zijn debuut in Het Concertgebouw in februari 2016 op de bok bij het Noord Nederlands Orkest, en was voor het laatst te gast met datzelfde orkest in september 2019 met Mahlers Vierde symfonie.

De Poolse studeerde bij Marek Pijarowski in Wrocław en won in 2008 de Cadaqués Orchestra International Conducting Competition.

Dit seizoen debuteert hij bij het George Enescu Philharmonisch Orkest in Boekarest en keert hij terug bij de en van Taipei en Maleisië en zowel de als het symfonieorkest van Malmö. Onder zijn Poolse engagementen in 2023/2024 zijn het Pools Nationaal Radio Symfonie­orkest en het Nationaal Forum Wrocław. Eerder dirigeerde Michał Nesterowicz het Konzerthausorchester Berlin, het Gewandhausorchester Leipzig, de Münchner Philharmoniker, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Gulbenkian Orchestra,  het Orchestre Philharmonique du Luxembourg, het BBC Symphony Orchestra, het Orchestra della Svizzera Italiana en de orkesten van Taiwan, Singapore en Kyoto.

Vast verbonden was hij aan het Sinfonieorchester Basel (gastdirigent 2016-2020), het Orquesta Sinfónica de Tenerife (chef- 2012-2016), het Orquesta Sinfónica de Chile (­artistiek leider 2008-2012) en het Gdańsk Philharmonisch Orkest (artistiek leider 2004-2008). Momenteel is Michał Nesterowicz vaste gastdirigent van het Arthur Rubinstein Philharmonisch Orkest in Łódź.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest