Lisa Batiashvili speelt Beethoven met het Concertgebouworkest
Concertgebouworkest
Paavo Järvi dirigent
Lisa Batiashvili viool
Dit concert maakt deel uit van de serie B.
In tegenstelling tot wat in Preludium staat vermeld, zal Lisa Batiashvili niet de cadensen van Fritz Kreisler spelen, maar die van Alfred Schnittke.
Lees ook: De noten van Prokofjevs Vijfde symfonie
Ludwig Van Beethoven (1770-1827)
Vioolconcert in D gr.t. op. 61 (1806)
Allegro ma non troppo
Larghetto
Rondo: Allegro
cadensen: Alfred Schnittke
pauze ± 21.00 uur
Sergej Prokofjev (1891-1953)
Symfonie nr. 5 in Bes gr.t., op. 100 (1944)
Andante
Allegro marcato
Adagio
Allegro giocoso
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Ludwig Van Beethoven (1770-1827)
Vioolconcert
Door Paul Janssen
‘De uitstekende violist Clement speelde naast andere opmerkelijke werken een vioolconcert van Beethoven. De kenners waren unaniem in hun mening dat het werk prachtige passages bevat, maar zijn het er ook over eens dat de eindeloze herhaling van banaliteiten tot verveling kan leiden.’ De recensie van Johann Nepomuk Moser na de première op 23 december 1806 van Ludwig van Beethovens eerste en enige vioolconcert in het Theater an der Wien met de violist- Franz Clement in de hoofdrol, was op zijn zachtst gezegd zuinig.
Dat lag niet alleen aan het feit dat Clement volgens de gewoonte van die dagen tussen de verschillende delen allerhande kunststukjes op de viool uithaalde, zoals een gespeeld op een omgekeerde viool, en ook niet aan het feit dat Clement, een waarvan Beethoven al een hoge pet op had toen de jongen slechts veertien jaar was, het werk pas kort voor het concert onder ogen kreeg en het merendeel van blad speelde.
Nee, het lag vooral aan het voor Clement geschreven concert zelf. Want Beethoven had het zijn luisteraars niet makkelijk gemaakt. Eigenlijk was alles aan het Vioolconcert ongewoon. Het eerste deel alleen al was zo lang als een compleet concert van Mozart. Het begin met die vier fluisterzachte slagen zette iedereen op het verkeerde been, en het intro van de viool, nota bene op een volgens de hoofdtoonsoort D groot totaal verkeerde noot (dis) na ook nog eens een lang voorwoord van het orkest, moet de meeste toehoorders pijn aan de oren hebben gedaan. En dan is er nog de symfonische inhoud van het werk zelf. Niks luchtig gegoochel, nee, een diepgravende strijd tussen twee ’s (eerste deel), een even mooi als intelligent en onder de oppervlakte verborgen thema met variaties (tweede deel) en een afsluitend vol verrassingen en quasi-inzetten om de luisteraar pootje te lichten.
Zelfs toen de piepjonge Joseph Joachim het werk in 1844 voor de componist/violist Louis Spohr speelde, luidde het commentaar nog: ‘Het is erg leuk, maar nu wil ik graag dat je een echt vioolwerk speelt.’ Gelukkig bleef deze Joachim in Beethovens Vioolconcert geloven en mede dankzij zijn inspanningen groeide het werk in de tweede helft van de negentiende eeuw uit tot het meest gespeelde en meest gewaardeerde vioolconcert ooit.
Sergej Prokofjev (1891–1953)
Vijfde symfonie
Door Carine Alders
Sergej Prokofjevs Vijfde symfonie ontstond in een voor de componist relatief gelukkige episode midden in het geweld van de Tweede Wereldoorlog. Nadat Stalin Hitlers troepen uit Rusland verdreven had, keerde het geëvacueerde kunstleven weer terug naar Moskou. De censuur was in de oorlog minder streng en Prokofjev ontving zowaar verschillende staatsprijzen.
De componist droeg zijn steentje bij aan de strijd en componeerde twee eren en een voor gebruik aan het front. In de zomer van 1944 werd hem van staatswege een zorgenvrij verblijf van drie maanden in het zomerhuis van de Componistenbond aangeboden. Daar stimuleerden Prokofjev, Dmitri Sjostakovitsj, Dmitri Kabalevsky en Aram Chatsjatoerjan elkaars creativiteit door regelmatig ieders compositorische voortgang met elkaar te bespreken. Chatsjatoerjan verbaasde zich over de enorme werkdiscipline van zijn collega.
Binnen een maand had Prokofjev de pianoversie van zijn nieuwe symfonie klaar. Voordat hij in augustus weer naar Moskou vertrok speelde hij het hele werk aan zijn collega’s voor. Kabalevsky herrinnerde zich: ‘De symfonie maakte een uitstekende indruk op ons allemaal en we feliciteerden Prokofjev van harte. Hij was er blij mee, want hij vond het zelf een van zijn allerbeste werken.’
De componist dirigeerde zelf de première in Moskou in januari 1945. Pianist Svjatoslav Richter zat vooraan in de zaal en hoorde vlak voor de eerste maten kanongebulder. Prokofjev stond al klaar voor het orkest, met zijn armen geheven, maar wachtte met inzetten tot het vreugdevuur ter ere van het begin van de bevrijding van Polen verstomd was. Het moet een bijzondere lading gegeven hebben aan de hoopvolle waarmee fluit en de symfonie openen. De energieke en monumentale muziek viel in vruchtbare aarde en bracht het publiek in een overwinningsroes.
Na Moskou vierde de symfonie ook triomfen in andere geallieerde steden als Boston en Parijs. Aan zijn oude vriend in Boston, Serge Koussevitzky, stuurde Prokofjev een telegram: ‘Ik ben blij dat jij de Amerikaanse première van mijn Vijfde symfonie dirigeert. Het werk ligt me na aan het hart.’ In Amsterdam dirigeerde Eduard van Beinum de symfonie op 3 november 1948 bij het Concertgebouworkest, live uitgezonden door de radio. Het pro-Russische dagblad De Waarheid was laaiend enthousiast en sprak van ‘een uitbundige, meeslepende uiting van ontembare levensvreugde.’
De zegetocht van de muziek staat in schril contrast met hoe het verder ging met Prokofjev. Korte tijd na de première schakelde een zware hersenschudding de componist wekenlang uit, soms herkende hij zelfs de mensen m zijn bed niet. Hij krabbelde weer op, al werd hij nooit meer de oude. Tot overmaat van ramp richtte na de oorlog ook Stalin zijn pijlen weer op zijn eigen volk. De roem van zijn Vijfde symfonie mocht Prokofjev niet baten, hij werd beschuldigd van ‘formalisme’ – een stijl die volgens de censuur te abstract was en teveel op de technieken van de westerse klassieke muziek steunde. De Waarheid was op de hoogte van die kritiek, en meende dat de Vijfde symfonie buiten de censuur was gevallen omdat het werk ‘op zo duidelijke wijze uitdrukking geeft aan de gevoelens, die iedereen tijdens het laatste oorlogsjaar bewogen.
Biografie
Paavo Järvi, dirigent
Paavo Järvi studeerde directie in zijn geboorteland Estland, aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en bij Leonard Bernstein in Los Angeles. Sinds het seizoen 2019/2020 is hij chef- van het Tonhalle-Orchester Zürich. In het verleden had Paavo Järvi vergelijkbare posities bij het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Orchestre de Paris, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Cincinnati Symphony Orchestra en het Malmö .
Sinds 2004 is hij artistiek leider van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, en bij het Nationaal Symfonieorkest van Estland is hij artistiek adviseur. Ieder seizoen sluit de af met een week van uitvoeringen en masterclasses op het Pärnu Music Festival in Estland, dat hij in 2011 heeft opgericht.
Paavo Järvi ontving tal van prijzen en onderscheidingen, waaronder de Orde van de Witte Ster (2013) en de Orde van Verdienste (2021) van de Republiek Estland. Zowel Diapason als Gramophone riepen hem in 2017 uit tot Artist of the Year en in september 2019 werd hij verkozen tot Opus Klassik Conductor of the Year. Opnamen onder zijn leiding van werken van Sibelius, Grieg en Tsjaikovksi waren goed voor Grammy Awards.
Als gastdirigent is Paavo Järvi actief met gezelschappen als de Berliner en Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Gewandhausorchester Leipzig en de New York Philharmonic. Sinds zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2004 keerde hij met grote regelmaat terug, zoals in november 2019 voor concerten in Amsterdam en op tournee in Taiwan en Japan. In juni 2023 leidde hij de Ammodo Masterclass Dirigeren. Bij de meest recente samenwerking, in april en mei 2025, stonden werken van Mägi, Saint-Saëns en Stravinsky op het programma.
Lisa Batiashvili, viool
Lisa Batiashvili studeerde bij Ana Chumachenco in München en bij Mark Lubotsky in Hamburg, en baarde opzien door op haar zestiende de tweede prijs te winnen van het Sibelius Concours 1995. Haar internationale carrière ging direct van start, ze won onder meer een Midem Classical Award en een Choc de l’année, werd in 2015 door Musical America benoemd tot Instrumentalist of the Year en twee jaar later door Gramophone genomineerd als Artist of the Year.
In 2018 ontving de violiste een eredoctoraat van de Sibelius Academie in Helsinki. Recentelijk bekleedde Lisa Batiashvili een residency bij de Berliner Philharmoniker, en hoogtepunten van het afgelopen seizoen waren een optreden met het Orchestre de Paris en Klaus Mäkelä op het Lucerne Festival, tournees met het Tonhalle-Orchester Zürich (Paavo Järvi), het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia (Daniel Harding) en het London Symphony Orchestra (Antonio Pappano), en haar terugkeer bij de Los Angeles Philharmonic, de New York Philharmonic en het National Symphony Orchestra in Washington.
Ook met het Concertgebouworkest heeft ze een hechte band: ze soleerde er voor het eerst in 2001 (Mozart) en voor het laatst in november 2024 (Prokofjev onder leiding van Klaus Mäkelä). Als artist in residence van het orkest in seizoen 2016/2017 soleerde ze in Tsjaikovski, Prokofjev en Sjostakovitsj en speelde ze met orkestleden kamermuziek. Met haar Lisa Batiashvili Foundation zet de violiste zich in voor getalenteerde jonge musici in haar geboorteland Georgië. Ze bespeelt een Joseph Guarneri ‘del Gesù’ uit 1739.





