Ligeti, Vivier en Eötvös bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest 
Peter Eötvös dirigent
Iveta Apkalna orgel
László Fassang hammondorgel
Paul Jeukendrup geluidsontwerp
Jaap Drupsteen visualisatie

pauze ca. 21.10 uur
einde ca. 22.15 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie A

Inleiding & Meet the Artists
Voorafgaand aan het concert geeft ­musicus en programmamaker Renee Jonker een inleiding in de Koorzaal. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (0900-6718345; € 1 per gesprek) of afhalen aan de kassa van Het Concert­gebouw.
Direct na het concert is er Meet the Artists in de Spiegelzaal. Adjunct-directeur ­artistieke zaken Joel Ethan Fried spreekt met Peter ­Eötvös, Iveta Apkalna, László Fassang en een orkestmusicus.

György Ligeti 1923-2006

Atmosphères (1961)

Claude Vivier 1948-1983

Orion (1979)
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest

Igor Stravinsky 1882-1971

Symfonie in drie delen (1942-45)
= 160
Andante
Con moto

pauze

Peter Eötvös 1944

Multiversum (2017)
voor orgel, hammondorgel en orkest
in memoriam Pierre Boulez
Expansion
Multiversum
Time and Space
Nederlandse première;
geschreven in opdracht van de Elbphilharmonie, het Koninklijk Concertgebouworkest, de Kölner Philharmonie, BOZAR, Müpa Boedapest, het Orchestre de la Suisse Romande, de Philharmonie de Paris, het Seoul Philharmonic Orchestra, het Philharmonia Orchestra en het Southbank Centre

­

Toelichting

introductie

Fascinatie voor de kosmos

tekst: Maarten Beirens

Op 12 april 1961 maakt kosmonaut Joeri Gagarin een volledige omwenteling rond de aarde. De eerste mens in de ruimte, de mf van de technologie die de mensheid voor het eerst in staat stelde zich – letterlijk – van de aarde los te maken: het was een moment waarop de hele wereld met een mengeling van verstomming en extase de blik op de kosmos richtte.

Meegesleept door de euforie van dat moment piekte het geloof in de technologie en de vooruitgang. Een hele generatie raakte in de ban van al wat zich in de kosmos bevond en nu plots binnen menselijk bereik kwam.

In datzelfde jaar 1961 hoefde een zeventienjarige componist dan ook niet te twijfelen over de titel en het vertrekpunt van een nieuw pianowerk. Peter Eötvös gaf zijn compositie de titel Kosmos, geïnspireerd door Gagarin en de ontluikende fascinatie voor het heelal, die ook hem in de greep had gekregen.

Maar op muzikaal vlak bleek ­Kosmos over heel wat meer te gaan. ‘Zoals met Gagarins ruimtereis opende de wereld zich plots en leek ze oneindig’, zou Eötvös er later over zeggen. De mogelijkheden die hij als jonge componist voor zich zag, verwerkte hij in Kosmos; je hoort ze in de schatplichtigheid aan de hypergeconcentreerde, taal van Anton Webern en in een poging om de klankwereld van de vroege naar de piano te vertalen.

In het Hongarije van 1961, slechts vijf jaar na het neerslaan van de Hongaarse Opstand, was de modernistische muziek van Webern nog taboe. De beslissing om toch voor dat modernistische pad te kiezen was behoorlijk radicaal voor een jonge componist.

Het is geen toeval dat Eötvös tot op vandaag Kosmos als het vertrekpunt voor zijn verdere muzikale carrière beschouwt. Dat hij gehecht blijft aan het werk, bewees hij toen hij het in 1999 nog herwerkte tot een versie voor twee piano’s. De ‘big bang’ waarmee Kosmos begint, is tevens de oerknal waarmee Peter Eötvös zijn eigen muzikale universum heeft gecreëerd.

György Ligeti (1923-2006)

Ligeti: Atmosphères

Hierin sluit de muziek van Eötvös aan bij de esthetische positie van zijn oudere land­genoot György Ligeti. De taal van het modernisme – met naast Webern zeker ook Béla Bartók, om wie je als Hongaarse componist niet heen kan, en Igor Stravinsky – heeft duidelijke sporen nagelaten in de muziek van Eötvös en Ligeti. Het is bijzonder moeilijk om op de meest overweldigende klankvlak-­achtige momenten van de van Eötvös niet te denken aan de ‘klankwolken’ waarmee zijn landgenoot Ligeti in de jaren zestig zijn faam vestigde.

Zo’n klankwolk is een zeer fijn weefsel van razendsnelle noten die daardoor de indruk geven dat de klank niet meer vast omlijnd, maar vluchtig is, als een zwerm bijen (het heeft vaak een ­zoemend effect) of een wolk. Paradoxaal genoeg is de muziek vaak heel beweeglijk aan de oppervlakte (de snelle noten) maar in wezen juist enorm statisch. Voor velen gaat er daarvan een heel beklemmende sfeer uit.

Allicht is dat de reden waarom Stanley Kubrick drie van die klankwolk-werken (Atmosphères, het Requiem en Lux Aeterna) van Ligeti koos voor de soundtrack van 2001: A Space Odyssey (1968). Het maakte Ligeti op slag ook bij een groter publiek bekend en het zorgt ervoor dat we in ons collectieve geheugen die klankwolken nog steeds met het heelal associëren.

Als model voor de massieve klank van het orkest, statische momenten waarin tijd en ruimte lijken te bevriezen en instrumenten op een hybride manier met elkaar gecombineerd worden, is de verwantschap tussen Ligeti en Eötvös groot – dat ze allebei dezelfde Hongaarse achtergrond delen maakt de band des te sterker.

1979

Vivier: Orion

In Orion, een van de schaarse orkestwerken die hij schreef, richtte ook de Canadees Claude Vivier zijn blik naar de hemel – in dit geval de zeven sterren die samen het sterrenbeeld Orion vormen.

Op muzikaal vlak maakt Vivier gebruik van zeven motieven – één voor elke ster – die het tische materiaal vormen. Maar veel fundamenteler voor Vivier is dat het universum ook een spirituele dimensie oproept – een thema dat in al zijn werken nadrukkelijk naar voren komt.

Het gevoel van verwondering waarmee in 1961 naar Gagarin en de verkenning van de ruimte werd gekeken, scherpte de interesse in de mysteries van het heelal en de wetenschappelijke theorieën die Eötvös’ Multiversum bevolken. Maar tegelijk stimuleerde het ook de fascinatie voor de mystieke ervaring van de onpeilbaarheid van de kosmos, zoals Vivier die zou verklanken.

1942-45

Stravinsky: Symfonie in drie delen

Igor Stravinsky’s Symfonie in drie delen, met zijn hoekige motieven en scherpe harmonische combinaties, legt het verband met het modernisme van de eerste helft van de vorige eeuw, waarvan de klankwereld zo bepalend is geweest voor Eötvös’ generatie. In zijn Symfonie in drie delen (zijn ‘Oorlogssymfonie’) ­reageerde Stravinsky op de grimmige sfeer in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Een belangrijke rol is weggelegd voor de piano en de harp; beide instrumenten komen samen in de finale. Diverse instrumentgroepen worden stilistisch tegenover elkaar geplaatst, een amalgaam van werelden – een multiversum van stijlen.

2017

Eötvös: Multiversum

Meer dan een halve eeuw na Kosmos, met een hele carrière achter zich die hem behalve tot een van de belangrijkste componisten van zijn generatie ook tot een van de meest vooraanstaande en heeft gemaakt, blijft de tiek van dat vroege werk actueel.

Het nieuwe werk Multiversum, dat Eötvös voor onder meer het Concertgebouworkest schreef, bevat een gelijkaardige tiek: deze keer is het niet de ruimte op zich, met kometen, ruimteschepen en asteroïden, maar zijn het de complexe wetenschappelijke theorieën over het universum die de fantasie van de componist prikkelden: Eötvös noemt de snaartheorie en de M-theorie van natuurkundige Edward Witten, waarvoor hij elf dimensies in tijd en ruimte definieert, als ‘dingen die ons verbluft hebben met speculatie over de aard van het universum’. 

Multiversum is geschreven voor groot orkest, en hammondorgel – daarmee verzoent Eötvös als het ware drie verschillende klankwerelden. Bovendien is de plaatsing van het orkest en het gebruik van luidsprekers om de klank van het orgel van achter het publiek te laten klinken zo uitgedacht dat de luisteraars zich op een heel ruimtelijke manier midden in de klank bevinden.

De drie delen van het werk spelen dan ook allemaal met hoe de twee solisten en het orkest met elkaar versmelten of zich juist opsplitsen in aparte ‘universums’, of grote schijnbaar chaotische klankvelden oproepen.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Peter Eötvös, dirigent

De Hongaarse componist en Peter Eötvös werd geboren in 1944 en overleed op 24 maart 2024. Hij werd beschouwd als een van de meest vooraanstaande en invloedrijke musici van onze tijd. Eötvös was een veelgevraagd gastdirigent bij belangrijke orkesten en gezelschappen en vervulde door de jaren heen diverse vaste dirigentschappen, zoals bij het Radio Kamer Orkest.

Op uitnodiging van Pierre Boulez dirigeerde hij het eerste concert van het instituut IRCAM in Parijs, waarna hij tot 1991 artistiek leider van het Ensemble intercontemporain was.

Peter Eötvös componeerde ’s, kamermuziek, soloconcerten en vele andere werken, veelal voor bekende musici van over de hele wereld, en won talloze compositieprijzen. 

Hij richtte in 1991 het International Eötvös Institute en in 2004 de Eötvös Contemporary Music Foundation op voor de begeleiding van jonge componisten en en, en gaf vele masterclasses en colleges.

Sinds 1997 dirigeerde Peter Eötvös meerdere keren het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarbij stonden onder meer vier van zijn eigen werken op de programma’s; twee daarvan – CAP-KO en Multiversum – waren opdrachtwerken. In oktober 2017 leidde hij onder meer de wereldpremière van Multiversum tijdens het eerste concert van het Concertgebouworkest in de Hamburgse Elbphilharmonie, gevolgd door uitvoeringen in Keulen, Brussel, Boedapest en Amsterdam.

Bij de laatste samenwerking in mei 2019 dirigeerde Eötvös het Concertgebouworkest in zijn eigen Alla vittime senza nome, de wereldpremière van Michel van der Aa’s akin en Lutoslawski’s Concert voor orkest.

Iveta Apkalna, orgel

Iveta Apkalna studeerde piano en aan de Jāzep Vītols Muziek­academie in Riga en vervolgde haar opleiding aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en de Musikhochschule in Stuttgart. In 2005 kreeg ze een Echo Klassik als ‘instrumentalist van het jaar’ en in 2015 werd ze benoemd tot cultureel ambassadeur van Letland.

In 2018 ontving ze de Latvian Grand Music Award in de categorieën ‘musicus van het jaar’ en ‘concert van het jaar’ alsmede de Orde van de Drie Sterren, de hoogste burgeronderscheiding die uitgereikt wordt door de Letse president.

Iveta Apkalna soleerde met orkesten als de Berliner Philharmoniker, de Wiener Symphoniker, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en de Los Angeles Philharmonic. Sinds het openingsfestival van de Elbphilharmonie in Hamburg in januari 2017 met wereldpremières van Wolfgang Rihm en Jörg Widmann is ze titulair organist van het Klais- in die zaal; haar album Light & Dark is de eerste solo-cd die op dat instrument is opgenomen. In oktober 2018 wijdde ze het nieuw Klais-orgel in van het National Kaohsiung Center for the Arts in Taiwan.

Iveta Apkalna heeft een grote liefde voor hedendaagse muziek; in oktober 2017 was ze bij het Concertgebouworkest te gast voor de wereldpremière van het opdrachtwerk Multiversum van Peter Eötvös. Het Maarschalkerweerdorgel bespeelde ze al enkele malen.

László Fassang, hammondorgel

László Fassang groeide op in een muzikaal gezin in Boedapest. Hij begon op zijn dertiende met spelen en studeerde in 1998 af aan de Franz Liszt Muziekacademie. Vervolgens studeerde hij aan het conservatorium in Parijs: orgel bij Olivier Latry en Michel Bouvard en bij onder anderen Philippe Lefebvre.

In 2000 was hij een jaar lang vaste organist van de Sapporo Concertzaal (Japan) en in 2003 studeerde hij cum laude af in Parijs. Sindsdien is László Fassang geregeld als concertorganist te horen in Europa, Japan en de Verenigde Staten. De Hongaar wil laten zien dat het een zeer divers instrument is en speelt dan ook graag verschillende stijlen en genres, waaronder klassiek, jazz en volksmuziek.

László Fassang werkt geregeld samen met saxofonist Vincent Lê Quang en multi-blaasinstrumentalist Balázs Szokolay Dongó. Daarnaast is hij docent orgel en aan de Franz Liszt Muziek­academie in Boedapest en volgde hij in 2014 zijn improvisatieleraar Philippe Lefebvre op aan het conservatorium in Parijs. László Fassang debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest.