Levende legende Menahem Pressler en Kelemen Kwartet
Menahem Pressler piano
Kelemen Kwartet:
Barnabás Kelemen viool
Katalin Kokas viool/altviool
Gábor Homoky viool/altviool
László Fenyö cello
Joseph Haydn 1732-1809
Strijkkwartet in Bes gr.t., op. 76 nr. 4, Hob. III: 78 (1797)
‘Sonnenaufgang’
Allegro con spirito
Adagio
Menuet: Allegro
Finale: Allegro ma non troppo
Béla Bartók 1881-1945
Derde strijkkwartet in Cis gr.t. (1927)
Prima parte: Moderato
Seconda parte: Allegro
Ricapitulazione della prima parte: Moderato
Coda: Allegro molto
pauze
Antonín Dvořák 1841-1904
Tweede pianokwintet in A gr., op. 81 (1887)
Allegro ma non tanto
Dumka: Andante con moto
Scherzo (Furiant): Molto vivace
Finale: Allegro
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
'Sonnenaufgang'
Een paar jaar na zijn tweede succesvolle verblijf in Londen in 1794-95 schreef Joseph Haydn zijn laatste set van zes strijkkwartetten, 76 (in de jaren erna zouden er nog enkele volgen). De componist droeg het zestal op aan de Hongaarse graaf Joseph Erdödy, wiens exclusieve gebruiksrechten ervoor zorgden dat de publicatie van opus 76 pas in 1799 plaatsvond. Kort na die in Wenen volgde de Londense uitgave. Charles Burney, een bekende Engelse muziekcriticus uit die tijd, uitte zijn bewondering voor de werken als volgt: ‘Ze zijn vol inventiviteit, passie, goede smaak en nieuwe effecten, en schijnen een creatie te zijn, niet van een genie dat al zo veel heeft geschreven, maar van een bijzonder ontwikkeld talent wiens vuur nog lang niet uitgeblust is.’ De kwartetten raakten zo bekend en geliefd bij het publiek dat drie van de zes een bijnaam kregen. Zo heet Strijkkwartet nr. 63 in Bes groot, opus 76 nr. 4, Hob. III: 78 niet voor niets ‘Sonnenaufgang’: het is alsof de zon opkomt als de eerste viool aan het begin van het eerste deel uit het ensemble oprijst. Het beeld van de dageraad is compleet wanneer het eerste zichzelf presenteert in het felle zonlicht. Het is een soort sombere heilige lofzang – of de ondergang van de zon, als je dit deel als tegenwicht van het openings- beschouwt. Het doet denken aan een volksdans, waarbij in het een doedelzakspeler lijkt aan te treden. Met de Finale keren het licht en de energie van het eerste deel terug. Haydn spreidt hier zijn grote inventiviteit tentoon en besluit het kwartet met een opgevoerd, duizelingwekkend slot.
Béla Bartók 1881-1945
Derde Strijkkwartet
Het strijkkwartet was voor Béla Bartók een genre waar hij zijn verhaal in kwijt kon. Hij voltooide gedurende zijn leven zes strijkkwartetten, waarin je zijn muzikale ontwikkeling kunt volgen. Het Derde strijkkwartet in Cis groot is radicaler dan zijn vroege kwartetten. Het werk maakt niet alleen indruk door de muzikale kleuren aan de oppervlakte, maar ook door de knappe constructie. Dat bleef in 1927 al niet onopgemerkt: Bartóks kwartet won met de Serenata, 46 van Alfredo Casella een gedeelde eerste prijs in een compositiewedstrijd georganiseerd door de Musical Fund Society of Philadelphia.
In het Derde strijkkwartet gaan de vier gedeelten naadloos in elkaar over: het eerste gedeelte is langzaam, droevig en soms scherp. Het tweede onderdeel is snel en levendig en groeit in intensiteit. Het derde stuk is – anders dan de titel doet vermoeden – geen herhaling van het eerste, maar een variatie erop. Het laatste gedeelte is een kort dat herinnert aan het tweede deel en vol drive opbouwt naar het krachtige slot. Zoals ook in andere composities gebruikte Bartók volksmuziekachtige motieven, manieren en s uit Hongaarse en andere Europese volksmuziek als bouwstenen om zijn eigen taal vorm te geven. Bovendien bevat het werk nieuwe technieken die vanaf die tijd vaker voor strijkers werden voorgeschreven: sul ponticello (dicht bij de kam spelen), jeté (met de strijkstok op de snaren stuiteren), (met de houten bovenkant van de strijkstok spelen), (van de ene toon naar de andere glijden) en het zogenaamde ‘Bartók-’, waarbij de snaar hoorbaar op de toets terugklapt.
Antonín Dvořák 1841-1904
tweede pianokwintet
In 1872 componeerde Antonín Dvořák zijn Eerste pianokwintet in A groot, 5, bestaande uit drie delen. De componist was er echter zo ontevreden over, dat hij zijn manuscript verbrandde. Gelukkig had iemand de losse partijen bewaard, want vijftien jaar later, in de lente van 1887, vatte Dvořák het plan op het pianokwintet te reviseren. Hoewel hij daar uiteindelijk toch geen brood in zag, begon hij al gauw aan een nieuw et. Het resultaat, zijn Tweede pianokwintet in A groot, opus 81, werd een van de favoriete werken in het genre.
Dvořák componeerde gewoonlijk snel. Op 18 augustus 1887 begon hij aan het eerste deel van zijn nieuwe et en tien dagen later was hij ermee klaar. Hij voltooide het werk op 3 oktober. Dvořáks beste karakteristieken zijn erin verenigd: pakkende ën, ritmische levendigheid, een gebalanceerde vormgeving en een scala aan emoties. Ook zijn nationalisme is rijk vertegenwoordigd met volkse elementen als de snelle afwisseling van - en toonsoorten, grappige ritmische verschuivingen en muzikale frases van ongebruikelijke lengtes. In de twee middendelen komt de achtergrond van de Tsjechische componist het best naar voren. Het tweede deel is een dumka, een oude melancholieke Slavische (van oorsprong Oekraïense) volksballade. In dit geval vormen de enigszins duistere melodie en enkele zonniger passages een muzikaal palindroom: A-B-A-C-A-B-A. Met enige dichterlijke vrijheid noemde Dvořák het derde deel Furiant: de componist gebruikte verderop inderdaad zijn typische alternering van twee- en driedelige en, maar het deel lijkt eigenlijk meer op een snelle dan op de energieke Boheemse volksdans. Alhoewel de Finale niet gestoeld is op een volkse vorm, rondt deze het kwintet aards en goedgemutst af, onderwijl nog van sfeer veranderend met een tisch en een hymnisch gedeelte.
Anneloes Brand
Biografie
Menahem Pressler, piano
Menahem Pressler was een van de oprichters van het beroemde Beaux Arts , dat sinds het eerste optreden op 13 juli 1955 ruim 6000 concerten gaf, in 2006 de Concertgebouw Prijs kreeg en zijn laatste optredens verzorgde in 2008. Met het Beaux Arts Trio nam Menahem Pressler een groot deel van het repertoire voor op – naast meer dan dertig soloalbums, waaronder in het voorjaar van 2018 Claire de lune.
De joodse familie Pressler vluchtte in 1939 voor de nazi’s vanuit Magdeburg naar Israël. Sinds 1955 woont Menahem Pressler in de VS. Hij brak door in 1946 met het winnen van de Debussy Piano Competition in San Francisco en maakte kort daarop zijn Amerikaanse debuut bij The Philadelphia Orchestra.
Hij soleerde bij tal van Amerikaanse en Europese orkesten; bij het Koninklijk Concertgebouworkest debuteerde hij in december 2013, in de week van zijn 90ste verjaardag. Het nieuwjaarsconcert in 2014 met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Simon Rattle was wereldwijd op tv en is, vergezeld van een documentaire, uitgebracht op dvd.
Als docent is Menahem Pressler sinds 1955 verbonden aan de Indiana University Jacobs School of Music. Hij geeft masterclasses – in Het Concertgebouw bijvoorbeeld in november 2011 – en neemt zitting in concoursjury’s.
Zijn vorige optreden in de was op 7 april 2018. Een solorecital gaf hij er voor het eerst op 9 oktober 1949.
Zie ook De platenzaak op pagina 59 en het interview uit oktober 2018 op www.preludium.nl/pressler.
Kelemen Kwartet
Het Kelemen Kwartet werd opgericht in 2010 in Boedapest en maakte snel furore. Het viertal kreeg les van grootheden als Zoltán Kocsis, Ferenc Rados, András Schiff, Gábor Takács-Nagy en Günter Pichler van het Alban Berg Kwartet. De musici wonnen onderscheidingen tijdens de Melbourne International Chamber Music Competition, de Beijing International Music Competition en het Internationale Sándor Végh Strijkkwartet Concours in Boedapest.
In 2014 kregen ze de eerste prijs van het prestigieuze ‘Premio Paolo Borciani’ Internationaal Strijkkwartetconcours in Italië. Ondertussen trad het Kelemen Kwartet veelvuldig op en reisde voor het geven van concerten naar podia in vele landen.
Voor de uitvoering van groter bezet repertoire musiceerde de formatie met beroemde collega’s als Pekka Kuusisto, Nicolas Altstaedt en Maxim Rysanov. Op zijn eerste cd nam het kwartet muziek op van Mozart en Bartók. Het vorige optreden van het Kelemen Kwartet in Het Concertgebouw, op 5 november 2014, was tevens zijn debuut.

