Les Musiciens du Louvre met alle Brandenburgse concerten
Les Musiciens du Louvre Grenoble
Thibault Noally viool en leiding
Annie Laflamme fluit
Emmanuel Laporte hobo
Luca Oberti klavecimbel
Fruzzi Hara trompet
Anneke Scott hoorn
pauze ca. 21.05 uur
einde ca. 22.25 uur
luistervoorbeeld:
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Eerste Brandenburgse concert in F gr.t.,
BWV 1046 (1721)
Allegro
Adagio
Allegro
Menuetto – Trio I – Polacca – Trio II
Tweede Brandenburgse concert in F gr.t.,
BWV 1047 (1721)
Allegro
Andante
Allegro assai
Derde Brandenburgse concert in G gr.t.,
BWV 1048 (1721)
[Allegro] – Adagio cadenza
Allegro
pauze
Zesde Brandenburgse concert in Bes gr.t.,
BWV 1051 (1721)
Allegro
Andante
Allegro
Vijfde Brandenburgse concert in D gr.t.,
BWV 1050 (1721)
Allegro
Affettuoso
Allegro
Vierde Brandenburgse concert in G gr.t.,
BWV 1049 (1721)
Allegro
Andante
Presto
Toelichting
1721
Bach: Brandenburgse concerten
tekst: Chris Engeler
Leipzig 1729. Een vrijdagavond. In de muziekzaal van het Zimmermannisches Caffe-Hauss aan de Katharinenstrasse 14, hoek Böttchergasse, klinkt muziek. Johann Sebastian Bach leidt het Collegium Musicum, een instrumentaal ensemble dat in 1702 was opgericht door de toenmalige rechtenstudent en latere componist Georg Philipp Telemann.
Misschien – er bestaat helaas geen bewijs voor – spelen ze een van Bachs Brandenburgse concerten. Met dit ensemble, dat al snel het ‘Bachische Collegium Musicum’ werd genoemd, voerde Bach op een vaste avond in de week kamermuziek, concerten en orkestsuites uit, en hij trad er ook als solist mee op in eigen klavecimbelconcerten.
Hij wendde ‘zijn’ Collegium Musicum overigens ook aan voor officiële gelegenheden waarvoor hij speciale werken moest componeren.
De zes Brandenburgse concerten zijn in de loop van een aantal jaren voor 1721 ontstaan, en vrijwel zeker in Weimar en Köthen, maar onbekend is in welke volgorde. Als groep hebben ze het getal zes gemeen met andere sets van zes stukken: de Franse en Engelse s voor klavecimbel, de vioolsonates, de s en ’s voor viool solo en de suites.
Bach had grote interesse in het werk van collega-componisten en bestudeerde veel manuscripten en partituren om zich hun muziekstijlen eigen te maken. Zo ook van Antonio Vivaldi, die in Bachs tijd beroemd was om zijn concerto’s, waarvan een groot deel is gecomponeerd voor een solo-instrument en strijkers.
Vivaldi zette de norm voor de opbouw ervan in drie delen en Bach nam deze structuur in zijn Brandenburgse concerten over. Dat geldt ook voor de tempoaanduidingen van de delen, die bij Vivaldi doorgaans , en allegro zijn. Bach varieerde hier wel op, bijvoorbeeld voor deel twee van het Tweede Brandenburgse concert en Affettuoso (liefdevol, innemend) voor deel twee van het Vijfde Brandenburgse concert – qua tempo liggen beide evenwel dichtbij een adagio.
Hoewel vier van Bachs concerten voor het eerste deel geen tempoaanduiding vermelden, worden ze algemeen beschouwd als ’s. Waar Vivaldi zijn concerto’s als groep onder één nummer in onder andere Amsterdam liet drukken*, besloot Bach pas om de zes concerten als groep te bundelen toen hij deze cadeau deed in 1721 aan Christian Ludwig, markgraaf van Brandenburg (1677-1734).
Bachs Brandenburgse concerten zijn, zoals de opdracht aan de markgraaf vermeldt, ‘avec plusieurs instruments’. In elk concert alterneert de tutti-groep (strijkers en ) met de concertino-subgroep van solo-instrumenten. En elk concert is bedoeld voor solistische bijdragen van blaas- of strijkinstrumenten, en klavecimbel in het Vijfde Brandenburgse concert.
De concerten
Eerste Brandenburgse concert: Aanvankelijk is er nog geen sprake van een echt solistische inbreng; instrumentgroepen worden tegenover elkaar geplaatst. In het tweede deel, waarin eerste hobo, violino en basso continuo de concertino-subgroep vormen, vertolken violino piccolo en eerste hobo samen een bescheiden solorol. Bach voegt overigens een vierde deel toe: een serie dansen met tempoaanduidingen die beïnvloeding door Franse muziekstijlen verraden.
Tweede Brandenburgse concert: Bach plaatst een groep van vier soloinstrumenten tegenover de ook al kleine tuttigroep. In het eerste en derde deel domineert de , maar in het middendeel zwijgt deze als solist. Het derde deel is een vrolijke .
Derde Brandenburgse concert: Dit concert voor alleen strijkers – dus zonder blazers – heeft als enige slechts twee delen, al bestaat het eerste deel wel uit een allegro (door Bach niet aangeduid) en een aansluitend, kort . Violen, altviolen en ’s spelen naast hun solo’s ook tutti-passages.
Vierde Brandenburgse concert: Opbouw en muzikaal betoog zijn vrijwel gelijk aan die van het Tweede Brandenburgse concert, met hier een met de trompet vergelijkbare solorol voor de viool. Het derde deel heeft een energieke fugastijl.
Vijfde Brandenburgse concert: Hier klinkt vooral de contemporaine Franse hofmuziek en de solo-instrumenten en viool gaan een soort wedstrijd aan met de kleine tuttigroep. Gaandeweg het eerste deel ontwikkelt het klavecimbel zich van basso continuo eerst tot instrument dat dwarsfluit en soloviool overschaduwt, om tegen het slot het muzikale betoog over te nemen in een uitgesponnen, deels onstuimige solo. Het tweede deel is intieme kamermuziek voor de solo-instrumenten en het derde deel klinkt als een gigue-fuga.
Zesde Brandenburgse concert: De ‘gewone’ violen ontbreken hier. Altviolen en cello hebben virtuoze solopartijen, wat voor beide instrumenten destijds niet gewoon was; de gamba’s klinken alleszins rustig in het Allegro en het en zwijgen in het middendeel.
Voor muziekhistorici is het geen uitgemaakte zaak dat Bach deze zes concerten als groep uitgevoerd wilde zien. Zelf heeft hij het vrijwel zeker nooit gedaan. Dat doet echter niet af aan de vanavond geboden kans de Brandenburgse concerten alle zes in de concertzaal te beluisteren, ze onderling te vergelijken en vooral het spel van woord-en-weerwoord van die ‘plusieurs instruments’ te ondergaan.
*Bijvoorbeeld in 1711 L’estro armonico, twaalf concerten voor strijkers en basso continuo, opus 3.
Biografie
Thibaut Noally, viool
Thibault Noally begon zijn muzikale opleiding bij Yuko Mori, Maurice Talvat en Irinia Medvedeva. In 2000 werd hij toegelaten tot de klas van Lydia Mordkovitch aan de Royal Academy of Music in Londen. Hij specialiseerde zich in de vertolking van oude muziek.
In de vroege jaren van zijn carrière trad de violist regelmatig op met ensembles als Concerto Köln en Orfeo 55. Sinds 2006 is hij concertmeester van Les Musiciens du Louvre Grenoble. In januari 2011 was Thibault Noally voor het eerst als actief met dit ensemble, tijdens de Mozartwoche in Salzburg.
Hij geeft ook vaak muzikaal leiding aan het door hemzelf opgerichte ensemble Les s en is gastconcertmeester van Varsovia. Hij werkte met bekende zangers als Cecilia Bartoli, Philippe Jaroussky, Jennifer Larmore en Vivica Genaux en is een internationaal veelgevraagd solist.
De eerste solo-cd (2013) van Thibault Noally bevat werken voor viool solo van onder anderen Bach, Telemann en Biber.
Annie Laflamme, fluit
Annie Laflamme werd geboren in het Canadese Sept-Îles. Gedurende haar studietijd aan het conservatorium in Montréal bespeelde ze een moderne . Ze vervolgde haar opleiding in Wenen, waar ze in aanraking kwam met historisch instrumentarium.
Ook aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag hield ze zich intensief bezig met de authentieke uitvoeringspraktijk.
Momenteel woont de fluitiste in Duitsland. Ze is een regelmatige gast van bekende gezelschappen als Concerto Köln, Les Musiciens du Louvre Grenoble en de Weense HaydnAkademie.
Ook richtte ze een eigen ensemble op, Compagnia di Punto. Annie Laflamme wordt als docent uitgenodigd door conservatoria in onder meer Duitsland, Canada, Frankrijk, Spanje en Polen.
Emmanuel Laporte, hobo
Emmanuel Laporte vervolmaakte zijn spel op zowel de moderne als de hobo aan het Conservatoire National Supérieure de Musique in Parijs. Voor die tijd volgde hij onder andere lessen aan de conservatoria van Boulogne-Billancourt en Nantes.
Sinds september 2006 is hij eerste hoboïst van Les Musiciens du Louvre Grenoble. Naast talloze optredens met dit gezelschap trad hij in bekende concertzalen op met formaties als Café Zimmermann, het Ricercar Consort, Les Talens Lyriques en het Orchestre des Champs-Élysées.
Hij was gast van toonaangevende muziekfestivals wereldwijd. Emmanuel Laporte geeft bovendien les; dat deed hij onder meer aan de Internationale Händel-Academie in Karlsruhe.
Luca Oberti, klavecimbel
Luca Oberti was een leerling van Christophe Rousset, Emilia Fadini en Pierre Hantaï. De Italiaanse musicus won een aantal belangrijke prijzen en ontwikkelde al jong een drukke concertpraktijk.
Hij musiceert regelmatig met gezelschappen als het Mozarteumorchester Salzburg, Les Musiciens du Louvre Grenoble en Les Talens Lyriques.
In 2014 richtte hij in Milaan het ensemble Xarabande op; de groep richt zich op de vertolking van kamermuziek uit de en de Klassieke Periode, met speciale aandacht voor de dramatische en theatrale elementen daarin.
Als toetsenist en assistent- was Luca Oberti betrokken bij tal van producties, in bijvoorbeeld het Theater an der Wien en het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs.
Fruzsi Hara, trompet
Fruzsi Hara werd geboren in Boedapest en speelt sinds haar achtste. Ze werd de eerste vrouwelijke trompettist aan het conservatorium van haar geboortestad, en volgde daarnaast lessen in Karlsruhe en Londen.
Aan het Conservatorium van Amsterdam studeerde ze een semester bij Friedemann Immer. Fruzsi Hara won diverse prijzen en trad als solist op met onder meer het Hongaars Nationaal Filharmonisch Orkest, het Alabama Symphony Orchestra en de Festival Strings Lucerne.
Naast moderne instrumenten bespeelt ze ook de trompet. Voor dat specialisme werd ze geëngageerd door bijvoorbeeld De Nederlandse Bachvereniging en Camerata Bern. Fruzsi Hara musiceerde onder leiding van bekende en als Gustav Leonhardt, Claudio Abbado, Trevor Pinnock, Jos van Veldhoven en Richard Egarr.




