Leonard Elschenbroich speelt de Rococo-variaties bij het Nederlands Kamerorkest
Nederlands Kamerorkest
Gordan Nikolić viool/leiding
Leonard Elschenbroich cello en dirigent (Adès)
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Claude Debussy (1862-1918)
Children’s Corner (1906-08)
suite voor piano solo of voor orkest
Doctor Gradus ad Parnassum
Jimbo’s Lullaby
Serenade for the Doll
The Snow Is Dancing
The Little Shepherd
Golliwogg’s Cake-Walk
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Rococo-variaties in A gr.t., op. 33 (1876)
voor cello en orkest
Moderato quasi andante
Tema: Moderato semplice
Variatie I: Tempo del tema
Variatie II: Tempo del tema
Variatie III: Andante sostenuto
Variatie IV: Andante grazioso
Variatie V: Allegro moderato
Variatie VI: Andante
Variatie VII: Allegro vivo
pauze ± 20.55 uur
Thomas Adès (1971)
Märchentänze (2021)
voor viool en orkest, oorspronkelijk voor viool en piano (2020)
I
II
III A Skylark for Jane
IV
Nederlandse première
Pjotr Tsjaikovski
Suite nr. 4 in G gr.t., op. 61 ‘Mozartiana’ (1887)
Gigue: Allegro
Menuet: Moderato
Preghiera: Andante non tanto
Tema con variazioni: Allegro giusto
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Claude Debussy 1862-1918
Children's Corner
Door Kees Wisse
Dol was Claude Debussy op zijn dochtertje Claude-Emma die hij liefkozend Chou-Chou noemde. Voor haar schreef hij een serie kinderstukjes voor piano, Children’s Corner getiteld, met als opdracht aan het driejarige meisje: ‘Aan mijn lieve kleine Chou-Chou, met tedere excuses van haar vader voor wat komen gaat’. De deeltjes, in het Engels zodat ook het Engelse kindermeisje de muziek begreep, verwijzen naar voorwerpen en speelgoed die in de kinderkamer te vinden waren. Zo stond op de piano het beroemde oefenboek Gradus ad Parnassum van Clementi. Verder zijn er een onhandige olifant Jimbo, een Chinese porseleinen pop, een sneeuwbol en een herder die op zijn panfluit blaast. Als laatste treedt er een golliwog op, een destijds populaire stoffen pop van een donker mannetje dat je alle kanten op kunt bewegen. De cakewalk was in Afro-Amerikaanse kringen eind negentiende eeuw een geliefde vrije dans. Het was de bedoeling om zo raar mogelijke bewegingen en sprongen te maken. Wie dat het beste deed kreeg als prijs een cake. De muziek van de dans was in de regel een ragtime en dat is wat Debussy er ook van maakt.
Pjotr Tsjaikovski 1840-1893
Rococo-variaties
Door Kees Wisse
Je zou soms denken dat Pjotr Tsjaikovski vond dat hij een eeuw te laat geboren was, want verschillende malen laat hij in zijn composities horen hoe verknocht hij was aan de achttiende eeuw, met Wolfgang Amadeus Mozart als zijn grote voorbeeld. Zo had het van zijn Variaties op een Rococo-thema zomaar van Mozarts hand kunnen zijn, maar Tsjaikovski schreef de zelf. Toch laat hij zich kennen als een echt kind van de negentiende eeuw, want het thema en de sfeer mogen dan achttiende-eeuws zijn, de uitwerking is echt romantisch. Al kun je je toch afvragen of het werk zoals we het nu kennen helemaal van Tsjaikovski is. Hij schreef het voor de Duitse virtuoos Wilhelm Fitzenhagen. In eerste instantie stuurde Tsjaikovski de cellist een versie met pianobegeleiding met het verzoek om te kijken of de cellopartij naar zijn zin was. Blijkbaar niet, want Fitzenhagen maakte zeer ingrijpende veranderingen en zette het stuk geheel naar zijn eigen hand. Tsjaikovski was nogal verbolgen, maar ging er niet tegenin en nam alle aanpassingen van Fitzenhagen over toen hij de orkestversie maakte. Als zodanig beleefden de Rococo-variaties hun première en nam de cellist ze mee op tournee. Het succes was daverend. Tijdens een uitvoering in Wiesbaden kwam Franz Liszt enthousiast op hem af: ‘Je speelde geweldig. Dit is pas muziek!’ Het origineel van Tsjaikovski raakte volledig in de vergetelheid. Pas in 1956 werd het manuscript opgediept en uitgegeven, en sindsdien zijn er enkele uitvoeringen en opnames geweest van die oorspronkelijke versie. Maar de meeste cellisten houden het toch bij de noten van Fitzenhagen, want die wist pas echt wat een cellist nodig heeft om op het podium te schitteren.
Thomas Adès 1971
Sprookjesdansen
Door Kees Wisse
Thomas Adès staat bekend als een onvoorspelbaar componist die in zijn werk graag de extremen opzoekt. Zo niet in zijn Märchentänze, in 2020 geschreven voor viool en piano, en een jaar later gearrangeerd voor viool en orkest. De Britse componist neemt je mee naar de feeërieke omgeving van het vroegere Engelse platteland. Hij schildert in fijnzinnige klanken de idyllische sfeer van het landschap, waarbij hij gebruik maakt van de Engelse volksmuziek. Dat begint met een dorpstafereel waar een jig gedanst wordt, gevolgd door een stil meditatief tweede deel. Het derde deel was oorspronkelijk voor viool solo, waarin Adès het kenmerkende zomerse geluid van de veldleeuwerik hoog in de lucht laat horen. In de orkestversie spelen de orkestleden vrij mee met de solist en maken er zo een koor van vogelzang van. Het laatste deel is weer een vrolijke Engelse volksdans. Als je het werk in zijn totaliteit beschouwt met zijn delen snel – langzaam – – snel, zou je bijna kunnen spreken van een miniatuur-symfonie, bestaande uit vier kleine sprookjes om op te dansen.
Pjotr Tsjaikovski 1840-1893
Mozartiana
Door Kees Wisse
Bijna tien jaar na de Rococo-variaties keerde Tsjaikovski terug naar Mozart. In 1884 was hij druk bezig met de preparatie en vertaling van de recitatieven uit diens Le nozze di Figaro. Hij raakte weer diep onder de indruk van Mozarts genie en dacht erover om enkele kleine werkjes als een orkestsuite te arrangeren. Pas in 1887 kwam het ervan, en het was uitgever Jurgenson die met het voorstel kwam om de Mozartiana te noemen.
Eigenlijk kun je eerder spreken van een arrangement dan van een echte compositie, want Tsjaikovski houdt zich in alle opzichten aan de noten van Mozart. Het enige wat hij gedaan heeft, is er een bewerking voor orkest van maken, al doet hij dat met grote creativiteit. Het eerste deel is naar Mozarts Gigue in G groot, KV 574 voor piano solo, die vol zit met ritmische verrassingen. Deel twee is gebaseerd op het in D groot, KV 355 – ook voor piano – waarin Mozart kwistig strooit met moderne harmonische wendingen die je eerder bij Wagner zou verwachten. Het derde deel, door Tsjaikovski tot ‘gebed’ gedoopt, is nog het meest herkenbaar. Het is het befaamde koormotet Ave verum, KV 618, waarbij Tsjaikovski overigens uitgaat van de die Liszt ervan voor piano maakte. Maar het leukste is nog wel de uitgebreide finale. Tsjaikovski koos hiervoor de pianovariatiereeks Unser dummel Pöbel meint, KV 455 waarvan Mozart het had gehaald uit een zangspel van Gluck. Tsjaikovski maakt schitterend gebruik van alle klankmogelijkheden van het orkest zodat elke variatie zijn geheel eigen kleur krijgt. Hoogtepunt is de negende variatie: bij Tsjaikovski is het een prachtig voor viool en orkest, vol met virtuoze jes, als was het een langzaam deel uit een vioolconcert van Mozart.
Biografie
Gordan Nikolić, viool
Gordan Nikolić is uitgegroeid tot het gezicht van het Nederlands Kamerorkest, dat hij sinds seizoen 2004/2005 op zijn eigen, unieke wijze leidt vanaf de eerste lessenaar. Een programma in de met orkestcollega’s en pianist Ronald Brautigam markeerde in september 2024 zijn twintigjarig jubileum als artistiek leider.
Gordan Nikolić werd geboren in het huidige Servië en leerde het vak bij de Franse violist en Jean-Jacques Kantorow aan de Musikhochschule in Basel.
Daar verdiepte hij zich in de viool, maar werkte hij ook samen met componisten als Lutosławski en Kurtág. In 1989 kreeg hij zijn eerste aanstelling als concertmeester bij het Orchestre d’Auvergne, en van 1997 tot en met 2017 bekleedde hij dezelfde functie bij het London Symphony Orchestra.
Daar werkte hij samen met topen als Colin Davis, Claudio Abbado, Valery Gergiev en Bernard Haitink. De afgelopen jaren was Gordan Nikolić als concertmeester te gast bij onder meer Manchester Camerata, het Antwerp Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. Sinds 2007 heeft hij bovendien de leiding over het in Spanje gevestigde BandArt, een orkest dat inzet op maatschappelijke betrokkenheid.
Naast zijn podiumactiviteiten is de violist docent aan het conservatorium in Parijs, de Hochschule für Musik in Saarbrücken en Codarts in Rotterdam. Hij speelt op een instrument uit 1794 van Lorenzo Storioni.
Leonard Elschenbrioch, Cello/dirigent
Leonard Elschenbroich soleert wereldwijd bij toonaangevende orkesten. Zijn debuut in de Verenigde Staten was met het Chicago Symphony Orchestra, zijn Aziatische debuut vond plaats in de Suntory Hall in Tokio.
Hij heeft de grote werken voor op zijn repertoire en is daarnaast een pleitbezorger van hedendaagse muziek. Zo bestelde hij nieuw werk bij Mark-Anthony Turnage, Luca Lombardi, Arlene Sierra en Suzanne Farrin, en verzorgde hij de wereldpremières van celloconcerten van Mark Simpson en Brian Elias.
Op cd is de cellist te horen in drie albums met twintigste-eeuwse Russische muziek en in Franse muziek van Saint-Saëns tot Dutilleux (Siècle, met het BBC Scottish Symphony Orchestra), maar ook in Beethovens s met pianist Alexei Grynyuk.
De cellist is geboren in Frankfurt, studeerde vanaf zijn tiende aan de Yehudi Menuhin School in Londen en voltooide zijn opleiding bij Frans Helmerson in Keulen. Hij kreeg de Leonard Bernstein Award en een Borletti Buitoni Trust Award, was BBC New Generation Artist en was in residence bij Deutschlandfunk en de Philharmonische Gesellschaft Bremen.
In 2012 was hij mede-oprichter van het Orquesta Filarmonica de Bolivia, waaraan hij verbonden is als artistiek mentor. Dat zette hem ook op het pad van dirigeren, en inmiddels stond hij op de bok bij gezelschappen in Latijns-Amerika en het Verenigd Koninkrijk.
Sinds 2005 heeft Leonard Elschenbroich de Matteo Goffiller ‘ex-Rose-ex-Piatti’ (Venetië, 1693) in bruikleen. Zijn laatste optreden in Het Concertgebouw was in december 2014 in de met het dat hij vormt met Alexei Grynyuk en Nicola Benedetti.
Nederlands Kamerorkest, orkest
Het Nederlands Kamerorkest, dat optreedt in bezettingen van 25 tot 45 musici, verzorgt gemiddeld per seizoen 25 concerten – veelal zonder en onder leiding van concertmeester Gordan Nikolić – op het ‘thuispodium’ van de , zowel in eigen series als binnen de Eigen Programmering van Het Concertgebouw.
Daarnaast treedt het op in vele andere zalen in binnen- en buitenland en speelt het ook op minder gebruikelijke plekken als poppodium Paradiso in Amsterdam en openluchttheater Caprera in Bloemendaal.
In het oprichtingsjaar 1955 gaf het Nederlands Kamerorkest zijn eerste concert in het kader van het Holland Festival. De eerste 22 jaar was de legendarische violist en Szymon Goldberg muzikaal leider, met David Zinman als secondant. Antoni Ros-Marbà leidde het orkest van 1979 tot 1986.
Toen het gezelschap in 1985 organisatorisch opging in de Stichting Nederlands Philharmonisch Orkest werd het begeleiden van producties van De Nationale een van de kerntaken; tegenwoordig worden het Nederlands Kamerorkest en het Nederlands Philharmonisch internationaal gerekend tot de beste operaorkesten.
Veelgeprezen cd’s van het Nederlands Kamerorkest zijn bijvoorbeeld de Mozart-albums met violiste Julia Fischer, pianist Martin Helmchen en violiste Noa Wildschut. Binnen de Eigen Programmering stond het gezelschap voor het laatst in de op 29 augustus 2025, met een programma rondom de Zesde symfonie ‘Pastorale’ van Beethoven met Floris Kortie als verteller.


