Kwartet met Gvetadze & Ticciati: Brahms en improvisaties

Nino Gvetadze piano
Hugo Ticciati viool
Yuval Gotlibovich altviool
Julian Arp cello

Gabriel Fauré (1845-1924)

Eerste pianokwartet in c kl.t., op. 15 (1876-79)
Allegro molto moderato
Scherzo: Allegro vivo
Adagio
Finale: Allegro molto

Reynaldo Hahn (1875-1947)

Chanson d’automne (1887-90; arr. D. Lundblad)

Louis Guglielmi (1916-1991) /
Édith Piaf (1915-1963)

La vie en rose (1945; arr. D. Lundblad)

pauze ± 21.00 uur

Improvisatie

Johannes Brahms (1833-1897)

Eerste pianokwartet in g kl.t., op. 25 (1861)
Allegro
Intermezzo: Allegro ma non troppo
Andante con moto
Rondo alla Zingarese: Presto

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Gabriel Fauré 1845-1924

Fauré: Eerste pianokwartet

Door Anneloes Brand

Terugblikkend op zijn vroege carrière merkte Gabriel Fauré in 1922 op: ‘Vóór 1870 zou ik er niet over hebben gedacht een of een kwartet te componeren. In die tijd kon een jonge musicus naar een uitvoering ervan fluiten. Pas nadat Camille Saint-Saëns in 1871 de Société Nationale de Musique had opgericht, waarvan het hoofddoel was werken van jonge componisten ten uitvoer te brengen, ging ik aan het werk.’ Deze concertorganisatie was inderdaad een enorme stimulans voor Franse componisten en hielp enerzijds het belang van instrumentale muziek te vergroten ten opzichte van dat van en anderzijds een tegenwicht te bieden aan de overheersing door Duitse muziek.

Ondertussen was Fauré door zijn mentor Saint-Saëns geïntroduceerd bij een vooraanstaande familie van musici, de Viardots. De organist-componist werd verliefd op een van de dochters, Marianne. Na vijf jaar verkering werd in juli 1877 hun verloving aangekondigd, maar nog geen vier maanden later weer ongedaan gemaakt. Fauré was zeer aangedaan, maar zei enkele jaren later: ‘Misschien was het uiteindelijk zo slecht niet. De familie Viardot had me mogelijk van mijn juiste pad afgeleid.’

Fauré’s pad leidde niet naar de , maar naar de intieme genres van het en de kamermuziek. De totstandkoming van het Eerste pianokwartet in c klein, 15 viel in deze emotioneel roerige tijd, maar toch is het werk vol warmte en optimisme. Bij de première op 14 februari 1880 in Parijs, waarbij de componist zelf aan de piano zat, was Fauré niet tevreden over de Finale. Hij bewerkte het laatste deel in 1883 en droeg het werk op aan de Belgische violist Hubert Léonard, een vriend van hem en voorvechter van zijn Eerste vioolsonate, opus 13. Het bezielde, klankrijke Eerste pianokwartet werd een van Fauré’s meest geliefde kamermuziekwerken. Het eerste deel is een glorieuze synthese van energie en lyriek, het een fantasievol, dartel perpetuum mobile. In het lijkt Fauré zijn gevoelens voor Marianne te hebben verklankt. Het ritmische, rusteloze molto eindigt mfantelijk.

Chansons en improvisaties

Hugo Ticciati en de zijnen zijn niet de eerste klassieke musici die chansons op het programma zetten. Neem bijvoorbeeld mezzosopraan Anne Sofie von Otters cd Douce France met ‘mélodies’ (Franse kunstliederen van componisten als Fauré, Saint-Saëns, Debussy en Hahn) én chansons. Vanavond klinkt een geheel instrumentale versie van twee Franse eren – bewerkt door de Zweedse componist/arrangeur David Lundblad.

In 1886 meldde de elfjarige Reynaldo Hahn zich aan bij het Conservatorium van Parijs, waar hij onder meer compositie ging studeren bij Jules Massenet. Het jaar erop begon hij aan de zeven Chansons grises op gedichten van Paul Verlaine, waarvan Chanson d’automne het eerste is.

De charmante eren vestigden Hahns reputatie in de Parijse salons en concertzalen, waar hij ze met zijn mooie zangstem, zichzelf begeleidend op piano, solo uitvoerde. Verlaine schetste in zijn gedichten vaak een schemerige wereld vol dubbelzinnige emoties, en daar is Chanson d’automne, dat bestaat uit snikkende ën en herinneringen aan vergane dagen, een prachtig voorbeeld van. 

Édith Piaf is misschien wel de bekendste Franse chansonnière. Halverwege de jaren dertig van de twintigste eeuw kreeg ze nationale bekendheid, toen ze chansons van Marguerite Monnot op haar repertoire nam. Het bleek het begin van een lange en vruchtbare vriendschap, alhoewel Piaf in latere jaren ook liederen van anderen zong en eigen werken creëerde.

Zo ontstond vlak na de Tweede Wereldoorlog La vie en rose op basis van een melodie van Louis Guglielmi, ook wel bekend als Louiguy. La vie en rose, te vertalen als ‘Het leven door een roze bril’, gaat over een staat van gelukzaligheid, als alles om je heen een bron van vreugde is. Piaf voerde het chanson in 1946 voor het eerst in het openbaar uit, en het werd een regelrechte hit waarmee ze internationale faam verwierf.

Johannes Brahms 1833-1897

Eerste pianokwartet

Door Anneloes Brand

Johannes Brahms voltooide zijn Eerste pianokwartet in g klein, 25 in 1861. Het vergezelt zijn Tweede pianokwartet in A groot, opus 26, dat hij in hetzelfde jaar componeerde, maar de kwartetten zijn zeer verschillend. Terwijl het eerste kwartet, met het geliefde zigeunerslotdeel, nogal stormachtig is, is het tweede evenwichtiger en relaxter.

Het Eerste pianokwartet is een ode aan de instrumentale muziek van Franz Schubert. In de tweede helft van de jaren 1850 had Brahms studie gemaakt van Schuberts kamermuziek, en het is dan ook niet verbazingwekkend dat Brahms’ pianokwartetten even breed uitgemeten werken zijn, waarin tisch materiaal op verschillende manieren wordt gebruikt en doorontwikkeld.

Het Eerste pianokwartet opent met een en warmbloedig eerste deel. Het tweede deel, Intermezzo, is introspectief en vol nieuwsgierigheid: ’s ontvouwen zich alsof de musici op zoek zijn naar iets, hetgeen een mooi mysterieus effect geeft. Het dromerige en intense con moto bevat een verrassende achtige passage. Het alla Zingarese tot slot is puur vuur, waarbij de musici eensgezind voortrazen door prikkelende thema’s.

Het gekabbel in de pianopartij doet denken aan het (een trapeziumvormig snaarinstrument dat met stokjes wordt aangeslagen en veel wordt gebruikt in Oost-Europese volksmuziek).
Brahms’ Eerste pianokwartet werd voor het eerst uitgevoerd in november 1861 in zijn woonplaats Hamburg, met Clara Schumann aan de piano.

Biografie

Yuval Gotlibovich, altviool

De in Israël geboren musicus Yuval Gotlibovich was eersteprijswinnaar van de International Lionel Tertis Viola Competition, de Aviv Competition en de Fischoff Chamber Music Competition. Als solist, componist en docent ontwikkelde hij een brede carrière in zijn geboorteland, Europa en de Verenigde Staten. Hij soleerde als altviolist bij bijvoorbeeld het Jeruzalem , het Tel Aviv Soloists Ensemble, het Texas Festival Orchestra, het Ostrobothnian Chamber Orchestra en het Ensemble Modern.

Kamermuziek speelde hij met collega’s als Menahem Pressler, Marc-André Hamelin, Nobuko Imai, Natalia Gutman en Mischa Maisky en hij gaf s in zalen als Wigmore Hall in Londen en het Kennedy Center in Washington. In Het Concertgebouw was hij niet eerder te gast.

Composities van Yuval Gotlibovich klonken onder meer tijdens het kamermuziekfestival van Kuhmo (Finland) en hij componeerde soundtracks bij de stomme films The Cabinet of Dr. Caligari (1919) en The Golem (1920), onder andere uitgevoerd op de filmfestivals van Haifa en Bratislava.

Het werk van hedendaagse componisten heeft de grote belangstelling van Yuval Gotlibovich: hij werkte met Penderecki, Dutilleux en Goebaidoelina en brengt geregeld werken in première van de jongste componistengeneratie.

Julian Arp, cello

Julian Arp ontdekte de liefde voor zijn instrument op jonge leeftijd, toen hij een familielid een suite van Bach hoorde repeteren. Hij kreeg lessen vanaf zijn zesde en werd in 2002 toegelaten tot de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’ in Berlijn, waar hij een van de laatste studenten was van Boris Pergamenschikow.

De afgelopen jaren werkte hij ook intensief met György Kurtág, Ferenc Rados, Eberhard Feltz en Steven Isserlis. Julian Arp treedt veelvuldig op, speelt graag kamermuziek en was oprichter van Zeitkunst, een internationaal festival voor hedendaagse muziek en literatuur. Hij vormt met pianist Caspar Frantz sinds lange tijd het Duo Arp Frantz, dat geregeld s geeft, diverse prijzen won en drie cd’s uitbracht.

Naast zijn werkzaamheden als uitvoerend musicus geeft Julian Arp les aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in zijn woonplaats Graz. Hij bespeelt een instrument uit 2010 van de Parijse bouwer Stephan von Baehr dat is gemodelleerd naar de Stauffer Ex Christiani- van Antonio Stradivari uit 1700.

Nino Gvetadze, piano

Nino Gvetadze begon haar studie in haar geboorteplaats ­Tbilisi (Georgië) en studeerde in Nederland bij Paul Komen en Jan Wijn. Ze won in 2004 het YPF Pianoconcours en behaalde in 2008 de tweede prijs, de persprijs en de publieksprijs van de International Franz Liszt Piano Competition in Utrecht. Twee jaar later ontving ze een Borletti-Buitoni Trust Award.

s geeft de pianiste over de hele wereld en ze maakte diverse solo-cd’s. In december 2025 verscheen haar nieuwste album As You Like It, een ode aan de Georgische componisten Nodar Gabunia en Giya Kancheli. Nino Gvetadze werd uitgenodigd door onder meer het Mahler Chamber Orchestra, het Seoul Filharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en vele Nederlandse en, en ze werkte met en als Yannick Nézet-Séguin en Klaus Mäkelä.

Naast haar podiumcarrière is Nino Gvetadze mede-oprichter en artistiek leider van het Naarden International Piano Festival en is ze sinds 2021 ook artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Bovendien geeft ze les aan het conservatorium van Rotterdam. Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren in de een programma met het Groot Omroepkoor op zondagochtend 6 oktober 2024 en in diezelfde week in de een kamermuziekprogramma ron­dom celliste Harriet Krijgh.

Hugo Ticciati, viool

De van origine Britse violist Hugo Ticciati volgde zijn muzikale opleiding in Londen en Toronto. In Zweden, waar hij sindsdien is blijven wonen, had hij les van de Russische violisten Nina en Oleg Balabina. Hij won een aantal concoursen en maakte snel carrière op de internationale concertpodia.

Recente hoogtepunten waren optredens in bijvoorbeeld Edinburgh, Chicago, New York en Sint-Petersburg. Hij musiceert graag samen met collega’s als de cellisten Steven Isserlis, Torleif Thedéen en Christian Poltéra en er Evelyn Glennie. De violist programmeerde concertseries in Wigmore Hall in Londen en in het Muziekgebouw aan ’t IJ.

Hugo Ticciati is artistiek leider van het door hemzelf opgerichte Festival O/Modernt in Stockholm en geeft muzikaal leiding aan het --O/Modernt Kamerorkest, dat recentelijk debuteerde in Kings Place in Londen. Naast zijn werk als uitvoerend musicus draagt Hugo Ticciati zijn kennis via masterclasses en seminars over op de jongste generatie musici.