Krystian Zimerman speelt Beethovens pianoconcerten

Concertprogramma 11 oktober 2020 – 10.30 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Gustavo Gimeno dirigent
Krystian Zimerman piano

uitleg over het afdrukken van programmaboekjes

BEETHOVEN 2020

 

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Pianoconcert nr. 2 in Bes gr.t., op. 19 (1787-89)
Allegro con brio
Adagio
Rondo: Molto allegro
cadensen: Beethoven

Pianoconcert nr. 1 in C gr.t., op. 15 (1796-97)
Allegro con brio
Adagio
Rondo: Molto allegro
cadens: Beethoven

er is geen pauze

Toelichting

Beethovens pianoconcerten

De vijf pianoconcerten laten de ontwikkeling zien die Beethoven binnen twintig jaar doormaakte: van een ambitieuze jonge componist in de klassieke stijl van Haydn en Mozart tot de gigant die zijn schaduw vooruit zou werpen over de gehele negentiende eeuw, en die ook nu nog een e factor is in de klassieke muziek. Vandaag voert het Concertgebouworkest en Krystian Zimerman onder leiding van Gustavo Gimeno Beethovens pianoconcerten uit, verspreid over drie korte concerten.  

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Eerste pianoconcert

Door Aad van der Ven

Dat Beethoven in zijn begintijd de publicatie van zijn pianowerken vaak uitstelde, had overigens ook te maken met zijn carrière als pianist. In een tijd die geen copyright kende, konden er op die manier geen andere pianisten met zijn stukken vandoor gaan. In zijn 15 kon Beethoven zich ten volle manifesteren als de exuberante pianist die hij was. Bovendien biedt het werk tal van muzikale verrassingen. Zo verbergt het beginthema aanvankelijk zijn martiale karakter door pianissimo binnen te sluipen.

Opmerkelijk is ook dat de solist bij zijn entree dit negeert door een vloeiende te poneren, waardoor de muziek een onverwachte wending lijkt te nemen. Het spelen met scherpe contrasten, in combinatie met een vaak spectaculaire schrijfwijze voor klavier, draagt bij aan het fantasierijke karakter van dit eerste deel. Het Largo bezit een weidsheid die later zou terugkeren in tal van Beethovens rijpere composities.

Het afsluitende , dat een enigszins boertige humor bezit die aan Joseph Haydn doet denken, was – aldus Beethovens biograaf en tijdgenoot Franz Wegeler (1765-1848) – twee dagen voor de première nog niet voltooid. Vier kopiisten rukten volgens hem in de resterende tijd de vellen muziekpapier uit de handen van de componist.

  • Ludwig van Beethoven

Toen Ludwig van Beethoven in 1792 zijn geboortestad Bonn verliet om zich in Wenen te vestigen, had hij als componist nog weinig gepresteerd. Als pianist echter des te meer. Al toen hij twaalf was, speelde hij het hele Das wohltemperirte Clavier van Johann Sebastian Bach. Zijn leraren stelden hem een grote carrière als klaviervirtuoos in het vooruitzicht. In de Weense aristocratische kringen trok zijn spel al spoedig de aandacht.

De pianist, componist en muziektheoreticus Abbé Vogler (1749-1814) roemde Beethovens ‘geweldige kracht en bravoure’, en anderzijds zijn ‘vingersnelheid, subtiliteit en intense gevoeligheid’. Beethoven slaagde erin om uitsluitend als pianist en pianoleraar in zijn levensonderhoud te voorzien. Dat zijn eigen instrument in de composities die hij globaal tot zijn vijfentwintigste schreef domineert, spreekt daarom vanzelf. Het pianoconcert werd het genre waarmee hij zich voor het eerst in zijn volle artistieke omvang presenteerde.

Het Eerste pianoconcert in C groot is in feite zijn derde. Beethoven was dertien toen hij voor het eerst aan een werk voor piano en orkest begon, waarvan alleen een piano-uittreksel – wel met aanwijzingen voor de overigens – bewaard is gebleven. Rond zijn twintigste schreef hij een pianoconcert in Bes groot dat als zijn Tweede pianoconcert, 19, bekend is geworden. Dat komt omdat hij dat pas liet uitgeven nadat zijn later geschreven Pianoconcert in C groot, opus 15, was gepubliceerd dat uiteindelijk als Eerste pianoconcert in zijn werklijst terecht is gekomen.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Tweede pianoconcert

Door Liesbeth Houtman

Blijmoedigheid en jeugdig enthousiasme bepalen het klankbeeld van dit lichtvoetige concert, waaraan Ludwig van Beethoven waarschijnlijk al rond zijn achttiende was begonnen. Met het Tweede pianoconcert in Bes groot maakte Beethoven, vierentwintig jaar jong en net klaar met zijn studie bij Haydn, op 29 maart 1795 zijn officiële debuut in Wenen. Dat gebeurde tijdens ‘eine grosse musikalische Akademie’ in het Burgtheater, die door de Tonkünstlergesellschaft was georganiseerd ten bate van haar weduwen- en wezenfonds.

De inkt van de was nog nat en de pianopartij was zelfs nog niet helemaal uitgeschreven, maar dat weerhield Beethoven er niet van om met het werk grote indruk te maken op de toehoorders. Althans, als we afgaan op het oordeel van de Wiener Zeitung die meldde dat de ‘beroemde heer Ludwig van Beethoven de welgemeende bijval van het publiek wist te oogsten’. Want kritische geluiden waren er ook te horen. Beethovens Tsjechische collega Václav Tomášek bijvoorbeeld, die bij de première aanwezig was, raakte zozeer in de war van Beethovens ‘gedurfde afwijkingen’ van de traditie, dat hij naar eigen zeggen zijn piano dagenlang onaangeroerd liet.

Weliswaar loopt Beethoven in zijn Tweede pianoconcert nog stevig aan de hand van zijn klassieke voorgangers, met name Mozart, maar tegelijkertijd geeft hij blijk van originaliteit en groot vakmanschap. Vooral de openingsmaten door het orkest met de stevige unisono-en en de bijna abrupte naar de vreemde Des groot wijzen vooruit naar de latere Beethoven.

Typisch Beethoven is ook de afwisseling van martiale ritmiek en tedere lyriek in dit eerste deel. Het voor de pianist zeer veeleisende, zangerige verraadt Beethovens eigen pianistische vaardigheden. Ook in de finale, een speels en meeslepend vol springerige en, krijgt de solist de gelegenheid om te schitteren.

Overigens was Beethoven na die eerste uitvoering nog niet tevreden. Hij herzag het werk ingrijpend, en pas in 1801 stuurde hij de naar zijn uitgever. In de tussentijd had hij één jaar eerder ook zijn Pianoconcert in C groot voltooid, dat net iets eerder als zijn 15 werd gepubliceerd. Vandaar dat zijn feitelijk eerste pianoconcert officieel als het Tweede werd geboekstaafd.

Biografie

Krystian Zimerman, piano

De Poolse pianist Krystian Zimerman vestigde zijn naam toen hij in 1975 op achttienjarige leeftijd het Chopin Concours in Warschau won. Sindsdien treedt hij met ’s werelds meest prestigieuze orkesten op en geeft hij jaarlijks een select aantal s in de internationale topconcertzalen.

In de van Het Concertgebouw was hij voor het laatst solo te beluisteren in mei 2023, met werken van Karol Szymanowski en Johann Sebastian Bach.

Krystian Zimerman nam Witold Lutosławski’s speciaal voor hem gecomponeerde Pianoconcert in 1992 op met de componist zelf als en in 2015 nogmaals – live – met de Berliner Philharmoniker en Simon Rattle. Ter herdenking van het 150ste sterfjaar van Frédéric Chopin in 1999 formeerde de pianist het Polish Festival Orchestra, waarmee hij uitgebreid op tournee ging, en in 2013 markeerde hij Lutosławski’s 100ste geboortedag met uitvoeringen van het ­Pianoconcert wereldwijd.

De afgelopen decennia werkte Krystian Zimerman samen met vele legendarische musici als Gidon Kremer en Yehudi Menuhin en dirigenten als Claudio Abbado, Leonard Bernstein, Pierre Boulez, Herbert von Karajan, Lorin Maazel, Riccardo Muti, Seiji Ozawa en André Previn. De pianist is sinds 1977 een aantal keren te gast geweest bij het Concertgebouworkest, met op de bok onder anderen Kirill Kondrashin, Bernard Haitink, Colin Davis en Mariss Jansons.

De laatste samenwerking was in oktober 2020, toen onder leiding van Gustavo Gimeno alle vijf pianoconcerten van Beethoven op het programma stonden. Datzelfde jaar, Beethovens 250ste geboortejaar, bracht de pianist die cyclus ook uit op cd met het London Symphony Orchestra onder leiding van Simon Rattle. In 2022 verscheen een soloalbum met werken van Szymanowski, en afgelopen april kwamen opnames uit van het Tweede en Derde pianokwartet van Brahms met violiste Maria Nowak, altvioliste Katarzyna Budnik en cellist Yuya Okamoto.

Gustavo Gimeno, dirigent

Gustavo Gimeno is chef- van het Toronto Symphony Orchestra (sinds 2020) en het Teatro Real in Madrid (sinds oktober 2025), en van 2015 tot 2025 was hij chef-dirigent van het Orchestre Philharmonique du Luxembourg. Tussen 2001 en 2013 was Gustavo Gimeno solo­er van het Concertgebouworkest. Orkestdirectie studeerde hij aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij lessen en masterclasses volgde bij Ed Spanjaard, Hans Vonk en Iván Fischer.

Hij assisteerde Claudio Abbado bij het Orchestra Mozart, het Lucerne Festival Orchestra en het Mahler Chamber Orchestra, Bernard Haitink bij het Orchestra Mozart en Mariss Jansons bij het Concertgebouworkest. Toen hij in februari 2014 lastminute voor Mariss Jansons inviel, leidde dat tot een stroomversnelling in zijn encarrière: in mei viel hij in voor Lorin Maazel bij de Münchner Philharmoniker en vervolgens leidde hij onder meer het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, het London Philharmonic Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, The Cleveland Orchestra en de en van Boston en Chicago.

Als dirigent behaalde hij successen met Verdi’s Aida in Barcelona, Verdi’s Rigoletto in Zürich en Bellini’s Norma in zijn geboorteplaats Valencia. In 2025 ontving hij de ­Spaanse onderscheiding Commandeur in de Orde van Burgerlijke Verdienste. Bij het Concertgebouworkest wordt Gustavo Gimeno sinds zijn debuut op de bok regelmatig teruggevraagd, meest recent met onder meer Stravinsky’s Le Sacre du printemps en Murphy’s Curiosity, Genius, and the Search for Petula Clark in maart 2024.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest