Krystian Zimerman speelt Beethovens pianoconcerten

Concertprogramma 8 oktober 2020 – 20.15 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Gustavo Gimeno dirigent
Krystian Zimerman piano

uitleg over het afdrukken van programmaboekjes

BEETHOVEN 2020

Christiaan Richter (1990)

2270 (2020)
geschreven in opdracht van het Concertgebouworkest met ondersteuning van het Fonds Podiumkunstenwereldpremière

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Pianoconcert nr. 3 in c kl.t., op. 37 (1800-03)
Allegro con brio
Largo
Rondo: Allegro
cadens: Beethoven

er is geen pauze

Toelichting

Christiaan Richter

Richter: 2270

Door Martijn Voorvelt

In 2019 speelde het Concertgebouworkest voor het eerst een werk van de jonge Nederlander Christiaan Richter: Wendingen, gebaseerd op typische vormen uit de architectuur van de Amsterdamse School. Het succes ervan leidde tot een nieuwe opdracht ter gelegenheid van het Beethovenjaar. ‘Het idee van het orkest was het nieuwe werk te combineren met een van Beethovens pianoconcerten’, vertelt Richter. ‘Maar ik wilde dat het stuk ook op zichzelf kon staan.’

In 2270 vieren we Beethovens 500ste verjaardag. Of niet? Zal de mensheid Beethoven over 250 jaar nog wel kennen? Hoe ver reikt de eeuwigheidswaarde van muziek? Papier vergaat, geluidsopnamen raken kwijt, geluidsdragers evolueren. Gebruiken we technologie wel goed om ons cultuurgoed te behouden? Dergelijke vragen staan aan de basis van 2270, waarin materiaal uit Beethovens Vierde pianoconcert fungeert als aanjager van een energieke muzikale reis.

Het Vierde is het enige pianoconcert van Beethoven waarvan het manuscript kwijt is, en het is de vraag hoeveel ervan terecht is gekomen in de uitgaven ervan. ‘Ik kwam erachter dat er veel informatie in Beethovens handschriften zit die je niet in druk terugziet, zelfs niet in recente edities. Laatst las ik een artikel waarin stond dat hij wel 22 verschillende dynamische markeringen gebruikte, in tegenstelling tot de negen die we nu tegenkomen, en vier verschillende soorten !’

De vraag die bij Richter opkwam: zorgen we wel voor wat we hebben? ‘Er gaat zoveel verloren. Dingen liggen te verdwijnen of zijn al weg, van Bachs tot hedendaagse partituren en opnames. Net zoals we de aarde verwaarlozen en diersoorten laten uitsterven, verwaarlozen we ook onze artistieke creaties. De uitdaging is om collectief die vergankelijkheid te overstijgen.’

Het muzikale materiaal van 2270 wordt gevormd door slechts twee ‘brokjes’ uit Beethovens Vierde pianoconcert, die Richter op vele manieren verwerkt. Het eerste is een waarmee de orkestexpositie eindigt waar tegelijk de piano weer binnenkomt. ‘Als je het hele pianoconcert bij wijze van spreken zou inklappen tot één akkoord, zou je op dat akkoord uitkomen. Er zit een bepaald soort spanning in, ik wilde uitzoeken wat ik daarover kon zeggen.’

Het andere ‘brokje’ is een akkoordprogressie uit het derde deel van het pianoconcert. ‘Die opeenvolging keert bij mij dan niet terug naar de hoofdtoonsoort maar begint steeds weer opnieuw op het akkoord net daarvoor, en vormt zo een soort van eindeloze ketting, waarmee je door alle en heen gaat, met bijhorende dubbelkruizen en zo, die je als hedendaagse componist eigenlijk liever vermijdt. Op bepaalde momenten gebruik ik wel drie of vier van die kettingen tegelijk in .’

Zo krijgt een hedendaagse componist toch weer met de aloude tonaliteit te maken, maar op een nieuwe manier. ‘Wat ik in het algemeen interessant vind is de spanning die in akkoorden zit - welke noten zijn het belangrijkst, welke trekken de ergens anders naartoe… ik vind het leuk om daar goed naar te luisteren en over na te denken.’

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Derde pianoconcert

Door Clemens Romijn

Met zes strijkkwartetten achter de rug, twee symfonieën, vijftien pianosonates en drie pianoconcerten vertelde Ludwig van Beethoven eind 1802 enthousiast aan zijn vrienden dat hij met zijn muziek een nieuwe weg was ingeslagen. Hij doelde op een ‘heroïsche’ weg, met als sterkste voorbeelden de Derde symfonie ‘Eroica’ en het Derde pianoconcert.

Het Derde pianoconcert is meer een symfonie met piano. Het begint met een uitgebreide orkestinleiding van maar liefst 110 maten, zonder ook maar één noot van de piano. Een gedurfde vondst zonder enig precedent.

Het concert had een lange ontstaansgeschiedenis. De eerste schetsen kwamen al op papier in 1796. Maar bij de première in 1803 speelde Beethoven het werk zo goed als uit zijn hoofd. De pianopartij schreef hij pas een jaar later uit. En de virtuoze solocadens uit het eerste deel schreef hij pas in 1809, zo’n veertien jaar na de eerste schetsen.

De dag van de première, 5 april 1803, was zeer hectisch. Beethoven riep zijn leerling Ferdinand Ries om vijf uur ’s ochtends bij zich. Die trof de componist aan in bed, bedolven onder de papieren en koortsachtig schrijvend aan de partijen voor ’s avonds. De repetities begonnen om acht uur ’s ochtends in aanwezigheid van prins Lichnovsky. Tegen de middag waren de musici uitgeput en liet de prins grote manden met eten aanrukken om het moreel op te krikken. Er werd nog de hele middag gewerkt en het concert begon om zes uur.

Beethovens leerling Ignaz Seyfried sloeg bij het pianoconcert de pagina’s om. ‘Maar hemeltje lief’, rapporteerde Seyfried, ‘ik zag bijna alleen maar lege bladzijden, met hier en daar wat Egyptische hiëroglyfen die alleen Beethoven kon ontcijferen. Hij speelde de hele partij grotendeels uit het hoofd, want hij had geen tijd gehad die op te schrijven. Ik was als de dood dat ik fout zou omslaan en zijn kleine knikje niet zou zien. Beethoven was hierover zeer geamuseerd.’

Het concert begint met typisch beethoveniaanse eenvoud, met een simpel maar onheilspellend van vier maten. Maar Beethovens uitwerking, vooral van het klopmotief kort-kort-kort-lang (zoals ook in zijn Vijfde klinkt), is fantastisch. Het eerste deel is overladen met drama, maar tegelijk in zichzelf gekeerd. En de piano, die in de eerste 110 maten moest zwijgen, neemt verderop revanche. Na de indrukwekkende blijft de piano tot de laatste maat van de van de partij. Dan volgt een zangerig Largo, met prachtige arabesken in de piano en lange spanningsbogen in het orkest. Het is ondanks de c klein levenslustig en spits, vol plotselinge wendingen en onverwachte en. Aan het einde worden dramatiek en aandrang flink opgeschroefd, naar het voorbeeld van Mozarts Pianoconcert in c klein KV491 (1786), Beethovens lievelingsconcert.

Biografie

Krystian Zimerman, piano

De Poolse pianist Krystian Zimerman vestigde zijn naam toen hij in 1975 op achttienjarige leeftijd het Chopin Concours in Warschau won. Sindsdien treedt hij met ’s werelds meest prestigieuze orkesten op en geeft hij jaarlijks een select aantal s in de internationale topconcertzalen.

In de van Het Concertgebouw was hij voor het laatst solo te beluisteren in mei 2023, met werken van Karol Szymanowski en Johann Sebastian Bach.

Krystian Zimerman nam Witold Lutosławski’s speciaal voor hem gecomponeerde Pianoconcert in 1992 op met de componist zelf als en in 2015 nogmaals – live – met de Berliner Philharmoniker en Simon Rattle. Ter herdenking van het 150ste sterfjaar van Frédéric Chopin in 1999 formeerde de pianist het Polish Festival Orchestra, waarmee hij uitgebreid op tournee ging, en in 2013 markeerde hij Lutosławski’s 100ste geboortedag met uitvoeringen van het ­Pianoconcert wereldwijd.

De afgelopen decennia werkte Krystian Zimerman samen met vele legendarische musici als Gidon Kremer en Yehudi Menuhin en dirigenten als Claudio Abbado, Leonard Bernstein, Pierre Boulez, Herbert von Karajan, Lorin Maazel, Riccardo Muti, Seiji Ozawa en André Previn. De pianist is sinds 1977 een aantal keren te gast geweest bij het Concertgebouworkest, met op de bok onder anderen Kirill Kondrashin, Bernard Haitink, Colin Davis en Mariss Jansons.

De laatste samenwerking was in oktober 2020, toen onder leiding van Gustavo Gimeno alle vijf pianoconcerten van Beethoven op het programma stonden. Datzelfde jaar, Beethovens 250ste geboortejaar, bracht de pianist die cyclus ook uit op cd met het London Symphony Orchestra onder leiding van Simon Rattle. In 2022 verscheen een soloalbum met werken van Szymanowski, en afgelopen april kwamen opnames uit van het Tweede en Derde pianokwartet van Brahms met violiste Maria Nowak, altvioliste Katarzyna Budnik en cellist Yuya Okamoto.

Gustavo Gimeno, dirigent

Gustavo Gimeno is chef- van het Toronto Symphony Orchestra (sinds 2020) en het Teatro Real in Madrid (sinds oktober 2025), en van 2015 tot 2025 was hij chef-dirigent van het Orchestre Philharmonique du Luxembourg. Tussen 2001 en 2013 was Gustavo Gimeno solo­er van het Concertgebouworkest. Orkestdirectie studeerde hij aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij lessen en masterclasses volgde bij Ed Spanjaard, Hans Vonk en Iván Fischer.

Hij assisteerde Claudio Abbado bij het Orchestra Mozart, het Lucerne Festival Orchestra en het Mahler Chamber Orchestra, Bernard Haitink bij het Orchestra Mozart en Mariss Jansons bij het Concertgebouworkest. Toen hij in februari 2014 lastminute voor Mariss Jansons inviel, leidde dat tot een stroomversnelling in zijn encarrière: in mei viel hij in voor Lorin Maazel bij de Münchner Philharmoniker en vervolgens leidde hij onder meer het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, het London Philharmonic Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, The Cleveland Orchestra en de en van Boston en Chicago.

Als dirigent behaalde hij successen met Verdi’s Aida in Barcelona, Verdi’s Rigoletto in Zürich en Bellini’s Norma in zijn geboorteplaats Valencia. In 2025 ontving hij de ­Spaanse onderscheiding Commandeur in de Orde van Burgerlijke Verdienste. Bij het Concertgebouworkest wordt Gustavo Gimeno sinds zijn debuut op de bok regelmatig teruggevraagd, meest recent met onder meer Stravinsky’s Le Sacre du printemps en Murphy’s Curiosity, Genius, and the Search for Petula Clark in maart 2024.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest