Kristiina Poska dirigeert Beethovens Symfonie nr. 9
Symfonieorkest Vlaanderen
Estonian Philharmonic Chamber Choir, instudering Mai Simson
Kristiina Poska dirigent
Lukas Geniušas piano
Ilse Eerens sopraan
Annely Peebo mezzosopraan
Benjamin Hulett tenor
Andreas Wolf bas
Dit concert maakt deel uit van de serie Onsterfelijke Noten.
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Rust er een vloek op de Negende symfonie?
- Wat maakt Beethoven Beethoven?
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Chorfantasie in f kl.t., op. 80 (1808)
voor piano, koor en orkest
pauze ± 20.35 uur
Symfonie nr. 9 in d kl.t., op. 125 (1822-24)
voor orkest, solisten en koor
naar Friedrich Schillers Ode ‘An die Freude’
Allegro ma non troppo e un poco maestoso
Molto vivace – Presto
Adagio molto e cantabile – Andante moderato
Finale: Presto – Allegro assai vivace (alla Marcia) – Andante maestoso – Adagio ma non troppo ma divoto – Allegro energico e sempre ben marcato – Allegro ma non tanto – Presto – Maestoso – Prestissimo
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Chorfantasie
Door Michiel Cleij
Ludwig van Beethoven zou niet zo’n gigant geworden zijn als hij niet zo veelzijdig was. Hekkensluiter van de Weense Klassieken, heraut van de , verzetsstrijder tegen artistieke hoofsheid, revolutionair, humanist, akoestisch pionier (geen componist vóór hem bood zo’n extreem contrast tussen pianissimo en fortissimo, of tussen solo en tutti), heldhaftige gehandicapte, boze gipsbuste in menige muziekkamer: Beethovens gedaantewisselingen zijn en blijven eindeloos.
Een belangrijke pijler van dit enorme curriculum is het feit dat Beethoven een buitengewoon improvisator was. Want ook al imponeren veel van zijn werken door hun monumentale architectuur, aan de basis ligt zijn vermogen om aan artistieke impulsen een beklijvende vorm te geven. Zijn piano-s – evenals de en die hij voor zijn concerten schreef – waren beroemd, maar bovenal blijkt uit Beethovens biografie hoe slagvaardig en productief hij handelde in een rap veranderende maatschappij. Behalve met toenemende doofheid had hij het te stellen met oorlogen, gedwongen verhuizingen en de inflatie die zijn door aartshertog Rudolf ingestelde stipendium uitholde.
De Chorfantasie illustreert hoezeer die druk zijn inventiviteit kon prikkelen. Het werk begint als een pianosolo, met de typische aandachtvragende en die ook Beethovens grote pianosonates inluiden. Maar op het punt waar een markant afgevuurd lijkt te worden schuifelen lage strijkers de binnen, gevolgd door de rest van het orkest. Daarna klinkt het werk geruime tijd als een pianoconcert, waarbij je nog steeds een wat onbevredigd gevoel houdt – alsof je van het ene voorportaal in het andere geleid wordt. En ineens is daar het koor dat het hele stuk in een paar strofen op zijn plaats zet. De tekst – toegeschreven aan de Weense dichter Christoph Kuffner (1777-1846) – is een romantisch pleidooi voor het goddelijke in de mens, voor diens vermogen om kracht en liefde tot ‘kunst’ te verenigen. Zowel de strekking van de tekst als de muziek wijzen vooruit naar de Negende symfonie met haar glorieuze koorclimax. In dat opzicht kun je de Chorfantasie, gecomponeerd in grote haast en financiële nood, ook beschouwen als een prachtige schetsboekpagina. Bijna op de tast probeert Beethoven zijn notenmateriaal op verschillende genres uit: solo, concertant, orkest met koor.
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Negende symfonie
Door Michiel Cleij
‘Vóór The Beatles was alles anders. Erná was niets meer hetzelfde’, aldus John Lennon – een fijntjes overdadige opmerking die je niet zomaar op elk ander cultuurfenomeen kunt toepassen. Maar wél op Ludwig van Beethoven. En in zijn negen symfonieën kun je zijn ontwikkeling van classicus naar revolutionair romanticus goed volgen. Toen hij de Eerste symfonie schreef was een symfonie niets meer (of minder) dan goed gemaakte amusementsmuziek voor een select publiek. Vanaf de Derde symfonie ‘Eroica’ kreeg het genre een nieuwe lading: ze werden langer, complexer, intenser qua expressie en kregen daardoor het effect van ‘een reis door de ziel of een psychologisch groeiproces’, zoals muziekencyclopedie Grove het treffend noemt. De Negende symfonie – een compositie waarop Beethoven jarenlang broedde – is de vervolmaking daarvan: een bouwsel van bijna kathedraalachtige proporties, met lange melodische lijnen die de afzonderlijke delen verbinden. Daarmee zette hij een nieuwe norm voor latere componisten; de monumentale symfonieën van Johannes Brahms en Anton Bruckner zijn ondenkbaar zonder Beethovens invloed. De laatste nam Beethovens Negende zelfs als model voor zijn complete symfonische oeuvre. Een andere noviteit was de bijna religieuze apotheose die de climax van het werk vormt: Beethoven voorzag de Finale van zangpartijen – koor en solo’s – en plaveide daarmee de weg voor de symfonische eren van Gustav Mahler en voor Dmitri Sjostakovitsj’ symfonieën met zangstemmen. Met dit monument zette Beethoven de symfonie definitief in 3D: vanaf dat moment gold het genre als een spiegel van de menselijke geest – en van het krachtenspel tussen de mens en zijn omgeving.
Alleen al de eerste paar seconden van de Negende symfonie zijn overrompelend en, voor die tijd, totaal ongewoon. Je hoort een vanuit het niets aanzwellende klankmassa met louter en en kwarten – neutrale, ‘onzijdige’ len, dus, die geen of verraden en daardoor een immens kader scheppen, als openglijdende gordijnen van een nog leeg podium. En dan volgt er zo’n typisch Beethoven-statement: luid en duidelijk, op het korzelige af, met brede streken neergezet. Dit is de aanzet tot een stormachtig betoog, zo dynamisch dat de muzikale ideeën alweer van gedaante en karakter veranderd zijn eer je er grip op hebt. Zo duikt al vrijwel direct in een kortstondige luwte een bezwerende lijn op die duidelijk vooruitwijst op het ‘Freude’-thema in de Finale, maar die vrijwel meteen weer verwaait. Het beginthema wordt niet echt uitgewerkt; het fungeert eerder als een soort ijkpunt waar al het andere materiaal op terugvalt, met het effect van een barse stem die alle andere tot de orde roept. Even lijkt Beethoven die dramatiek te relativeren met een speelse, aanzwellende herhaling van een kort je dat sterk naar Rossini neigt – een wat wrange knipoog naar de Italiaanse , want de enorme populariteit daarvan was in Wenen een forse concurrent van Beethovens eigen muziek geworden. Maar de algehele sfeer van het eerste deel is die van strijd.
Het – het langste dat Beethoven ooit componeerde – wordt voortgestuwd door het felle motief aan het begin. Een prominente rol is weggelegd voor de , die – ongewoon voor die tijd – worden verstemd om zich naar de van dit tweede deel (F groot) te kunnen voegen. Ook hier duiken in embryonale vorm de eerste melodielijnen van het slotkoor op. Het daaropvolgende heeft daarentegen een sereen karakter, mede omdat Beethoven zich aanvankelijk beperkt tot de milde klank van strijkers en – totdat de ten zich roeren.
Ludwig van Beethoven staat achter de tijdens de eerste uitvoering van zijn Negende symfonie; negentiende-eeuwse gravure
Het vierde deel is een symfonie op zich, met vier contrasterende subsecties en beginnend met de vreemdste klank die Beethoven ooit noteerde: een korte maar indringende samenklank van schurende noten, alsof hij het verderop verkondigde ideaal van en menselijke warmte extra urgentie wilde geven door eerst te laten horen hoe chaos klinkt. Daarop passeren collageachtig flarden uit de eerdere delen die alle door een ‘jury’ van lage strijkers terzijde worden geschoven. Uit het nieuwe materiaal dat volgt maakt zich dan plots de indringende los – eerst in de strijkers, dan als koorzang – die al eerder in de symfonie werd voorbereid, de melodie die de essentie van het hele werk gaat worden en die wereldgeschiedenis maakte.
Die melodie is ouder dan de symfonie zelf. Een vroege versie ervan klinkt aan het slot van de Chorfantasie uit 1808, en de kiem werd gelegd in nog veel eerder geschreven eren. En vreemd genoeg bevat Wolfgang Amadeus Mozarts Offertorium uit 1775 een vrijwel identieke passage waardoor Beethoven zich mogelijk – bewust of onbewust – liet inspireren. Ook met de tekst had Beethoven een lange relatie. Friedrich Schillers gedicht An die Freude fascineerde hem al decennialang; regels daaruit belandden in zijn Fidelio en doken sindsdien herhaaldelijk op in onuitgewerkte schetsen voor composities. Wat hem aansprak was het onderliggende appel aan humaniteit en verbroedering; geen wonder, gezien het maatschappelijke tumult dat Beethoven ervoer. Zijn tijd was die van de Oostenrijkse oorlog met het Ottomaanse Rijk, van schermutselingen tussen Frankrijk en Engeland en van de Franse Revolutie, gevolgd door Napoleons herhaalde aanvallen op Wenen. Naast al dat wereldleed had Beethoven het te stellen met gedwongen verhuizingen, oorlogsinflatie, geruzie met zijn familie... En dan was er ook nog die doofheid. Zijn intense verlangen naar vrede en menselijkheid illustreerde hij trouwens op bijzondere wijze, halverwege de Finale, door een ‘Turks ensemble’ van bekkens, trom en triangel in te zetten; instrumenten van een vroegere vijand die hun weg in Europese orkesten begonnen te vinden.
Het effect van de Negende symfonie was uiteraard enorm. De eerste uitvoering vond plaats in Wenen, tot verrassing van de componist zelf. Hij waande zich verdrongen door Italiaans operageweld en had zich al neergelegd bij een Berlijnse première, maar trouwe aanhangers tekenden een petitie om ‘hun’ Beethoven in de Oostenrijkse hoofdstad te houden. Veelgeciteerd, maar nog altijd ontroerend is de anekdote waarin Beethoven, die door zijn doofheid een cosmetisch dirigentschap vervulde als maatslaander, door een van de solisten met zijn gezicht naar het publiek werd gemanoeuvreerd om de geluidloze ovaties in elk geval te kunnen zíen.
Biografie
Kristiina Poska, dirigent
De Estse Kristiina Poska maakte in seizoen 2018/2019 haar debuut bij het Symfonieorkest Vlaanderen, met ingang van 2019/2020 werd ze er chef-dirigent, en orkest en dirigent nemen nu samen een Beethoven-symfoniecyclus op. Na haar studie koordirectie aan de Muziek- en Theateracademie in Tallinn studeerde Kristiina Poska orkestdirectie aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn.
In 2013 won ze de Dirigentenprijs van de Deutsche Musikrat en was ze finalist van de Donatella Flick Competition.
Nadat ze in 2010 La traviata van Verdi had gedirigeerd bij de Komische Oper Berlin werd ze daar van 2012 tot 2016 eerste kapelmeester. Daarnaast werkte Kristiina Poska aan de huizen van Oslo, Kopenhagen, Helsinki, Stockholm, Antwerpen, Stuttgart, Dresden, bij English National Opera en de Volksoper Wien. In 2019/2020 leidde ze bovendien het Theater Basel.
Gastdirecties vervulde ze bij het Concertgebouworkest (maart 2022, onder meer Beethovens Derde symfonie), het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, het Hallé Orchestra, de London Philharmonic, de Münchner Philharmoniker, het Orchestre National de France, het Tonhalle-Orchester Zürich, omroeporkesten in Scandinavië en in Keulen, Leipzig, Saarbrücken, Frankfurt en Wenen, en de orkesten van Minnesota, Colorado en Toronto. In Het Concertgebouw maakte ze in februari 2017 haar debuut op de bok bij het Nederlands Philharmonisch. Momenteel is ze chef- van Symfonieorkest Vlaanderen, alsook vaste gastdirigent van het Lets Nationaal Symfonieorkest; vanaf zomer 2025 leidt Kristiina Poska bovendien het Orchestre Français des Jeunes.
Lukas Geniušas, piano
Lukas Geniušas studeerde in 2008 af aan het Chopin Muziekcollege in Moskou en won zilveren medailles van het Chopin Concours in Warschau (2010) en het Tsjaikovski Concours in Moskou (2015). Sinds 2015 is hij verbonden aan het Canadese initiatief Looking at the Stars, dat klassieke muziek naar ziekenhuizen, gevangenissen en opvanghuizen brengt.
De Russisch-Litouwse pianist werd voor s uitgenodigd door Wigmore Hall in Londen, de Salle Gaveau en het Louvre in Parijs, de Frick Collection in New York en de Sala Verdi in Milaan en door de festivals van bijvoorbeeld La Roque d’Antheron, Schloss Elmau, Rheingau, Lockenhaus en Nohant.
In zijn soloprogramma’s integreert hij graag modern danwel onbekend repertoire; zo combineerde hij bij zijn -debuut op 16 oktober 2018 Chopin en Tsjaikovski met Desjatnikov. De discografie van Lukas Geniušas reikt van Beethoven, Brahms, Rachmaninoff, Chopin, Ravel en Tsjaikovski tot Sjostakovitsj, Stravinsky en Desjatnikov. Voor zijn Prokofjev-s kreeg hij in 2019 een Choc de Classica en een Diapason d’Or, en de -cd Dissonance met sopraan Asmik Grigorian werd in 2022 bekroond met een Gramophone Award.
Lukas Geniušas soleerde bij het Russisch Nationaal Orkest, het Mariinski Orkest, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, het Orchestre de Paris, de Kremerata Baltica, het Stavanger Symfonieorkest, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Scottish Chamber Orchestra en de orkesten van Toronto en Philadelphia.
In de van Het Concertgebouw maakt hij zijn debuut.
Ilse Eerens, sopraan
Ilse Eerens studeerde aan het Lemmensinstituut in Leuven en bij Jard van Nes aan de Nieuwe Academie in Amsterdam en Den Haag. Ze won prijzen op het Internationaal Vocalisten Concours ’s-Hertogenbosch 2004 en het ARD Concours 2006 in München.
Ze is een graag geziene gast aan De Munt in Brussel, in rollen van Mozart, Rossini en Verdi maar bijvoorbeeld ook in Ligeti’s Le grand macabre – dat ze ook zong in het Teatro Colón in Buenos es, de opera van Rome en het Adelaide Music Festival.
Ilse Eerens was te gast op de Festspiele van Salzburg (Mozart) en Bregenz (HK Gruber), bij de gezelschappen van Lyon (Zemlinsky, Honegger, Janáček) en Tokio (Hosokawa), aan het Royal Opera House Covent Garden in Londen en aan het Theater an der Wien. Op het concertpodium werkte ze met het Beethovenorchester Bonn, Basel Sinfonietta, het Amsterdam Baroque Orchestra and Choir, het Gulbenkian Orchestra, Philippe Herreweghe en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en Riccardo Muti.
In Het Concertgebouw zong Ilse Eerens meermaals bij het Orkest van de Achttiende Eeuw, onder meer in Mozarts Così fan tutte in 2013 en Der Schauspieldirektor/Die Zauberflöte in 2021. In 2023 soleerde ze er in Bachs Weihnachtsoratorium bij het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Peter Dijkstra.
Annely peebo, mezzosopraan
Annely Peebo werd in Tallinn opgeleid als pianist en koorleider voordat ze aan een zangopleiding begon bij Gerhard Kahry aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen.
In 1997 debuteerde ze aan de Wiener Staatsoper en trad ze toe tot het ensemble van de Volksoper Wien. Ze bleef daar tot 2005 aan verbonden en keert nog geregeld terug als gast.
Daarnaast stond de Estse zangeres in La Scala in Milaan, in de huizen van Napels, Palermo, Genua, Florence en Helsinki en op het Festival d’Aix-en-Provence. Ze zong onder leiding van en als Neeme en Paavo Järvi, Neville Marriner, Claudio Abbado, Riccardo Chailly, Fabio Luisi en Thomas Hengelbrock.
Voor concertrepertoire werd Annely Peebo uitgenodigd door het Tokyo Philharmonic Orchestra, het Osaka Philharmonic Orchestra en het Orchestra Sinfonica Nazionale della RAI, en ze trad op in zalen als de Salle Pleyel in Parijs, het Barbican Centre in Londen, de Berliner Philharmonie, het Gewandhaus in Leipzig en de Musikverein en het Konzerthaus in Wenen.
In 2003 soleerde ze in Beethovens Negende symfonie in het Vaticaan, bij de 25ste verjaardag van het pontificaat van Johannes Paulus II. Andere uitzonderlijke concerten waren Weihnachten in Wien met Juan Diego Flórez en Grace Bumbry (2006) en openluchtgala’s in Tallinn met Andrea Boccelli (2003) en José Carreras (2013). Annely Peebo maakt haar debuut in Het Concertgebouw.
Benjamin Hulett, tenor
Benjamin Hulett zong in het jongenskoor van Winchester Cathedral en studeerde vervolgens aan het New College in Oxford en de Guildhall School of Music and Drama in Londen. Van 2005 tot 2009 was hij verbonden aan de Hamburgische Staatsoper, waar hij succes oogstte met e rollen als Tamino in Die Zauberflöte van Mozart, Steuermann in Der fliegende Holländer van Wagner en Novice in Billy Budd van Britten.
De Brit was ook te beluisteren bij de Bayerische Staatsoper in München, de Berliner Staatsoper, het Theater an der Wien, het Royal House Covent Garden, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele, de BBC Proms en de festivals van Edinburgh en Glyndebourne.
Zijn concertengagementen omvatten de Los Angeles Philharmonic en het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Charles Dutoit, het Montreal Symphony Orchestra onder leiding van Kent Nagano, de Salzburger Mozartwoche onder leiding van Ivor Bolton en de Berliner Philharmoniker met Simon Rattle, Roger Norrington, Emmanuelle Haïm, Trevor Pinnock, Christopher Hogwood en Vladimir Jurowski. s waren er in Wigmore Hall in Londen en op de festivals van Aldeburgh, Buxton, Leeds en Oxford.
In 2011 maakte Benjamin Hulett zijn debuut bij het Concertgebouworkest in Maderna’s Venetian Journal, en voor Bach keerde hij er meermaals terug: de Matthäus-Passion met Philippe Herreweghe (2014), de Johannes-Passion met Richard Egarr (2015) en het Magnificat met Iván Fischer (2016).
Andreas Wolf, bariton
Na zijn studie bij Heiner Eckels en Thomas Quasthoff vestigde Andreas Wolf zijn naam in zalen als de Philharmonie de Paris, het Barbican Center in Londen, de Philharmonie in Berlijn, het Lincoln Center in New York en de Herkulessaal in München.
Tot zijn -engagementen van de afgelopen seizoenen behoren Mozarts Così fan tutte bij het Teatro Real in Madrid, De Munt in Brussel en de Wiener Festwochen, Don Giovanni aan De Munt en het Staatstheater Stuttgart, Le nozze di Figaro in Madrid en aan de Opéra National du Rhin en Die Zauberflöte aan het Grand Théâtre de Genève.
Met de Staatsoper München heeft de Duitse bas-bariton een hechte band: hij stond er onder meer in Bizets Carmen, Richard Strauss’ Ariadne auf Naxos en Schrekers Die Gezeichneten. In Händels Serse tourde hij met il Pomo d’Oro. s geeft Andreas Wolf met pianist Kit Armstrong.
In Het Concertgebouw was hij onder meer te horen in Bachs Matthäus-Passion – met de Nederlandse Bachvereniging, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir – en diens Weihnachtsoratorium met het Nederlands Kamerkoor en Concerto Köln. In oktober 2024 zong hij in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag, en in een programma met werken van Bach en Händel door het het Concertgebouworkest. Op 2 april jongstleden was hij in de een van de solisten in Beethovens Negende symfonie door het Symfonieorkest Vlaanderen en het Estonian Philharmonic Chamber Choir.
Estonian Philharmonic Chamber Choir, koor
Het Estonian Philharmonic Chamber Choir werd in 1981 opgericht door Tõnu Kaljuste, die twintig jaar artistiek leider en chef- bleef. Hij werd opgevolgd door Paul Hillier (2001-07), Daniel Reuss (2008-13) en Kaspars Putniņš (2014-21) en sinds augustus 2021 is Tõnu Kaljuste terug op zijn oude positie.
Het repertoire reikt van tot en met de nieuwste muziek, en het koor introduceert graag Estse componisten.
Per seizoen zijn er 60 à 70 concerten, in Estland maar bijvoorbeeld ook op evenementen als de BBC Proms, het Hong Kong Arts Festival, het Musikfest Bremen, de Salzburger Festspiele en de festivals van Edinburgh, Aix-en-Provence, Bergen en Schleswig-Holstein. Ook in het Sydney House, het Wiener Konzerthaus, de Opéra Royal van Versailles, het Palau de la Musica in Barcelona, het Barbican Centre in Londen, Flagey in Brussel, de Philharmonie de Paris, en zalen in Washington, New York en Los Angeles waren de zangers te beluisteren.
Onder leiding van vele gerenommeerde en werkte het Estonian Philharmonic Chamber Choir samen met orkesten in Noorwegen, Litouwen, Duitsland en Zwitserland, met het London Symphony Orchestra, het Mahler Chamber Orchestra, Concerto Copenhagen, Les Musiciens du Louvre en het Philip Glass Ensemble. Cd’s werden bekroond met een Diapason d’Or, een Preis der deutschen Schallplattenkritik, een Gramophone Award en twee Grammy Awards (beide voor muziek van Pärt). In Het Concertgebouw maakt het koor zijn debuut.
Symfonieorkest Vlaanderen, orkest
Het Vlaanderen werd in 1960 als Nieuw Vlaams Orkest in het leven geroepen en kreeg in 1995 zijn huidige naam. Het orkest telt zestig musici en houdt sinds 2017 residentie in Muziekcentrum De Bijloke in Gent.
Daarnaast heeft het eigen series in de concertzalen van Antwerpen, Brussel en Brugge, en is het te gast op tal van podia binnen en buiten België.
Naast het vertrouwde repertoire uit vroeger eeuwen vertolkt het Vlaanderen graag hedendaagse composities. Na oprichter Dirk Varendonck stonden verschillende chef-en aan het roer, onder wie David Angus, Etienne Siebens, Seikyo Kim en Jan Latham-Koenig. Met ingang van het seizoen 2019/2020 is Kristiina Poska chef-dirigent van het Symfonieorkest Vlaanderen. Martijn Dendievel, sinds 2018 assistent-dirigent en sinds 2022 associate conductor, treedt vanaf januari 2026 aan als chef-dirigent.
In Het Concertgebouw was het Symfonieorkest Vlaanderen de afgelopen jaren zeer geregeld te gast in Het Zondagochtend Concert en de VriendenLoterij ZomerConcerten.








