Kopelman Kwartet: Mozart, Kissin en Tsjaikovski

Kopelman Kwartet: 
Mikhail Kopelman viool
Boris Kuschnir viool
Igor Sulyga altviool
Mikhail Milman cello

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Strijkkwartet in d kl.t., KV 421 (1783)
Allegro
Andante
Menuetto: Allegretto – Trio
Allegretto ma non troppo

Evgeny Kissin (1971)

Strijkkwartet (2016)
Adagio – Liberamente
Allegro inquieto
Largo drammatico
Pensierosamente

pauze ± 21.10 uur

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Tweede strijkkwartet in F gr.t., op. 22 (1874)
Adagio – Moderato assai
Scherzo: Allegro giusto
Andante ma non tanto
Finale: Allegro con moto

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Strijkkwartet in d klein

Door Olga de Kort

In tegenstelling tot veel andere componisten is bij Wolfgang Amadeus Mozart de beschrijving ‘een van zijn meest bekende composities’ vrijwel op elk van zijn werken van toepassing. Het Strijkkwartet in d klein is geen uitzondering. Met zijn rijke uitvoeringsgeschiedenis – bijna 235 jaar – en meer dan honderd jaar aan opnamegeschiedenis, heeft dit aan Joseph Haydn opgedragen kwartet alle recht om als ‘een van Mozarts meest beroemde werken’ te boek staan. 

Voordat hij aan zijn Haydn-kwartetten begon, had Mozart al zestien kwartetten op zijn naam staan. De nieuwe set van zes kwartetten ontstond in 1782-85, samen met nog 150 andere muziekstukken waaronder kamermuziek voor blazers en strijkers. Het was een bewogen periode in Mozarts leven waarin hij met zijn jonge gezin uit alle macht in Wenen probeerde te overleven en zijn compositorische ambities waar te maken. Hoewel hij voor zijn inkomen afhankelijk was van opdrachten, schreef Mozart zijn Strijkkwartet in d klein voor zijn eigen plezier, met geen enkele mecenas op het oog.

Niet iedereen kon de vrije vlucht van Mozarts fantasie ­waarderen. De Italiaanse componist Giuseppe Sarti betreurde bijvoorbeeld het gebrek aan conventies zoals ‘lenprincipes en de Pythagoreïsche stemming’. Mozart koos inderdaad slechts in de eerste drie delen voor traditie. Na de gebruikelijke in het eerste deel, een langzaam tweede deel en het en als derde, verving hij het klassieke door een met variaties.

Bovendien gaf hij deze keer de voorkeur aan de voor hem vrij ongebruikelijke d klein. Van Mozarts meer dan 600 composities zijn er slechts veertien in die toonsoort. Volgens Mozart-specialisten hebben ze allemaal iets met lotsbestemming, revanche, tragedie en dood te maken. Joseph Haydn, die de eerste uitvoering hoogstpersoonlijk bijwoonde, was in ieder geval heel gelukkig met ‘zijn’ kwartet en vond de lotsbestemmingsproblematiek en een beetje geen bezwaar.  

Evgeny Kissin 1971

Kissin: Strijkkwartet

In zijn boek over zijn muzikale loopbaan, dat vorig jaar onder de titel Reflections and Memoirs verscheen, spreekt Evgeny Kissin nogal bescheiden over zijn eigen muziek. Als kind componeerde hij veel en graag, en het is vrijwel onmogelijk om het moment te bepalen wanneer hij ‘echt’ begon met componeren.

Wat wel vaststaat is dat hij op zijn tweede al volop aan het improviseren was en op zijn zesde het notenschrift leerde om zijn composities zelfstandig op te kunnen schrijven. Op zijn veertiende had Kissin een ­mapje vol instrumentale, vocale en piano­stukken. Daarna kon hij ineens geen noot meer op papier zetten, en besloot hij dat dit een goed teken was: hij was immers geen componist maar pianist.

Toch kreeg hij enkele jaren later zijn componeerdrang én inspiratie terug, en voltooide een vierdelige pianocyclus die hij aan niemand minder dan Arvo Pärt ter beoordeling voorlegde. Pas toen de Estse componist zich lovend uitliet over deze pianostukken en Kissin moed insprak om door te gaan, begon de pianist zijn oeuvre doelgericht uit te breiden. Inmiddels heeft hij zijn vocale muziek, het Strijkkwartet (2016), de Toccata voor piano (2017) en de ­-Ballade voor en piano (2018) aan het publiek gepresenteerd.

Bij elke gelegenheid wil Kissin echter benadrukken dat hij heel realistisch tegen zijn muziek aankijkt en niet op componistenroem uit is. Hij componeert omdat hij simpelweg geen weerstand aan zijn inspiratie kan bieden.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Tsjaikovski: Tweede strijkkwartet

Er zijn composities die vanaf dag één een mooie uitvoerings­geschiedenis tegemoet gaan. Zo’n werk is Tsjaikovski’s Tweede strijkkwartet in F groot, dat de componist in een opgewekte stemming binnen een maand voltooide. Tevreden als hij maar zelden was, presenteerde Tsjaikovski op een muziekavond bij pianist/componist Anton Rubinstein zijn 22 aan de eerste luisteraars, die, afgezien van de altijd nukkige gastheer, zeer over het nieuwe kwartet waren te spreken.

Ook de violisten Ferdinand Laub en Jan Hřimalý, altviolist Joeli Gerber en cellist Wilhelm Fitzenhagen, die het kwartet als eersten instudeerden, stonden te popelen om de première te mogen verzorgen. Zij kregen hun kans in april 1874, en konden op een warme ontvangst van het enthousiaste publiek rekenen. Er is ook een tevreden grootvorst in dit verhaal, aan wie het werk was opgedragen.

In de Russische geschiedenis is deze Konstantin Nikolajevitsj vooral bekend als broer van tsaar Alexander II en initiatiefnemer van de verkoop van Russisch-Alaska aan de Verenigde Staten in 1867, maar deze bijziende politicus was ook hoofd van het Russisch Muzikaal Genootschap. Hij was een groot liefhebber van muziek en stond zeer welwillend tegenover Tsjaikovski

Het vierdelige kwartet werd door de componist beschouwd als een van zijn beste werken, niet in de laatste plaats vanwege het aangename gemak waarmee hij het componeerde. Hij schreef alles in een adem, en vond dat composities die zo spontaan ontstonden niet anders dan succesvol konden worden. Het succes liet inderdaad niet op zich wachten. Violist Leopold Auer hoorde in deze muziek ‘de kracht van Beethoven’. Ook anderen konden maar geen genoeg van Tsjaikovski’s mooie en uze ’s krijgen. Componist Rodion Sjtsjedrin heeft zelfs een thema uit het derde deel van het werk als leitmotiv van Anna Karenina in zijn gelijknamige ballet gebruikt.

Biografie

Kopelman Kwartet, kwartet

De leden van het Kopelman Kwartet studeerden in de jaren 1970 aan het conservatorium in Moskou. In deze bloeiperiode van het instituut werkten de studenten met vermaarde musici als Mstislav Rostropovitsj, David Oistrach, Natalia Gutman en Dmitri Sjostakovitsj.

Deze sterke muzikale invloeden waren vormend voor de leden van het Kopelman Kwartet – al werd dat pas veel later, in 2002, opgericht. In de tussenliggende decennia hadden de musici ieder een individuele carrière opgebouwd.

Primarius Mikhail Kopelman leidde zo’n twintig jaar lang het Borodin Kwartet. Tweede violist Boris Kuschnir en altviolist Igor Sulyga waren mede-oprichters van het Moscow String Quartet, dat met Sjostakovitsj werkte aan diens late strijkkwartetten. Mikhail Milman was twintig jaar lang -aanvoerder van de Moscow Virtuosi.

Het Kopelman Kwartet debuteerde in 2003 op het Edinburgh Festival en concerteert sindsdien op belangrijke podia wereldwijd, waaronder de Londense Wigmore Hall, Dom Muziki in Moskou, Bozar in Brussel, de Wiener Musikverein en het Amerikaanse Ravinia Festival.

In Het Concertgebouw was het voor het laatst te gast in maart 2017 met muziek van Sjostakovitsj en Tsjaikovski. Kamermuziekpartners van het kwartet waren onder anderen Elisabeth Leonskaja, Mischa Maisky en Julian Rachlin (een leerling van Kuschnir). Op cd is het Kopelman Kwartet te beluisteren in werken van onder anderen Sjostakovitsj, Prokofjev, Tsjaikovski, Weinberg en Schubert.