Koninklijk Concertgebouworkest speelt Beethoven en Sjostakovitsj
Koninklijk Concertgebouworkest
Tugan Sokhiev dirigent
Deze concerten maken deel uit van de series D, E, F en Z.
Het concert van zondag 3 november wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio 4.
Luister de podcast over Sjostakovitsj' Tiende symfonie:
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Vierde symfonie in Bes gr.t., op. 60 (1806)
Adagio - Allegro vivace
Adagio
Allegro molto e vivace - Un poco meno allegro
Allegro ma non troppo
pauze ± 20.50 resp. 14.50 uur
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Tiende symfonie in e kl.t., op. 93 (1953)
Moderato
Allegro
Allegretto
Andante, Allegro
einde ± 22.20 resp. 16.20 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Vierde symfonie
Door Clemens Romijn
Niet lang na het Vierde pianoconcert componeerde Beethoven zijn Vierde symfonie. De door hun lyriek enigszins verwante werken ontstonden beide in een rustpauze die Beethoven nodig had tijdens het schrijven van de Vijfde symfonie, die pas na lang worstelen tot stand kwam en niet voor niets ‘Schicksalssymphonie’ wordt genoemd. In deze Vierde geen heroïek of speculaties over Beethovens haat-liefde-verhouding met Napoleon zoals in de Derde, maar ook niet het kloppen van het noodlot zoals we dat sinds de uitleg van Beethovens leerling Anton Schindler in de Vijfde zijn gaan horen.
Lees ook het achtergrondverhaal: Was Beethovens Vierde symfonie wel zo toegankelijk?
De Beethoven-exegese heeft het maar moeilijk met deze wat verwaarloosde symfonie: geen biografische aanknopingspunten of ethische waarden die het werk een meerwaarde kunnen geven. De symfonie gaat alleen over zichzelf. Voor een groot deel wordt het karakter van het werk bepaald door de twee ’s. Het ene vormt de langzame inleiding tot het eerste deel, het andere is het zelfstandige langzame deel van de symfonie.
De inleiding kent niet de gebruikelijke plechtigheid zoals de majestueuze klankpoorten van sommige symfonieën van Joseph Haydn. Nee, de sfeer is mysterieus en onheilspellend. Na een heftig maakt zich plotseling een los waarmee het snelle tempo losbarst. Dit is licht, dansant, maar soms met een ondertoon van melancholie en dreiging. Vooral de felle en en de aspiraties van het tweede thema wekken angst en onrust. Toch horen we hier bij lange na niet de massaliteit van de openingsdelen van de Derde of de Vijfde. Hierna volgt een van de meest gave langzame delen die Beethoven componeerde: we lijken hier zelfs bij de essens van de hele symfonie te zijn aangeland. Toch klinkt hier ook weer een onvermijdelijk mineur.
Het volgende deel, Allegro molto e vivace, is een snel , met behalve allerlei flitsende ritmische vondsten een prachtig dat tweemaal gespeeld wordt. De ongelooflijk wervelende finale heeft vele componisten, zoals bijvoorbeeld Mendelssohn, Schumann en Dvořák, verleid tot het schrijven van adembenemende orkestrale hoogstandjes. Ondanks het hoge cijfer van 160 voor de kwart schreef Beethoven: ‘Allegro ma non troppo!’ ‘Niet te snel’ dus. En dat met razende zestienden in de strijkers en verraderlijke syncopen. Ook al halen enkele s tegen het eind volledig de snelheid uit de noten, toch zorgen de laatste zes maten voor een tomeloze afsluiting.
Sjostakovitsj: Tiende symfonie
Door Hugo Bouma
Het ontstaan van Dmitri Sjostakovitsj’ Tiende symfonie is onlosmakelijk verbonden met het leven en de dood van Josef Stalin, Sovjetleider van 1924 tot 1953, het jaar waarin hij – in maart – stierf. Sjostakovitsj greep de zojuist hervonden vrijheid aan om zich te wijden aan het eerste symfonische werk sinds hij in 1948 bij het regime uit de gratie was gevallen. Hij schreef deze symfonie – een van zijn meest persoonlijke werken – tussen juli en oktober van dat jaar, waarna op 17 december de première in Leningrad volgde.
Het eerste deel begint onheilspellend, vanuit de diepten van het orkest, met een dat in de loop van het deel steeds meer aan intensiteit wint. De klarinet introduceert een bijna naïef tweede thema, waarna zich langzaam een muziek ontvouwt die afwisselt tussen verstilde solo’s bij met name de , die aan kamermuziek doen denken, en hevige climaxen voor het hele orkest. Het deel eindigt opmerkelijk, en niet minder onheilspellend, met twee ’s – een wereld verwijderd van de bassen van het begin.
Het gewelddadige maar korte wordt algemeen beschouwd als een portret van de dictator Stalin zelf, van zijn labiele persoonlijkheid, van zijn onverstoorbaar doormarcherende Sovjetlegers, en volgens sommigen zelfs van zijn manier van praten.
Na deze uitbarsting keert Sjostakovitsj zich in het derde deel naar binnen. Dit deel draait rond twee ’s, die voor hem persoonlijk veel betekenden: het eerste is zijn eigen muzikale handtekening (de tonen d-es-c-b, in Duitse spelling d-es-c-h ofwel DSCH) die in veel van zijn composities voorkomt. Het andere thema (e-a-e-d-a), dat twaalf keer door de s wordt herhaald, bleek pas in 1990 ook naar een naam te verwijzen, en wel van een leerlinge van Sjostakovitsj: Elmira (e-la-mi-re-a) Nazirova. Dit deel weerspiegelt een persoonlijke kwestie: de componist was getrouwd, maar voelde eigenlijk liefde voor háár. Waar zijn eigen thema telkens anders wordt weergegeven – geheimzinnig, banaal, hysterisch – blijft haar naam een serene solo.
Het vierde deel opent langzaam en kil, maar algauw verschijnt er een onschuldig aandoend wijsje, dat gaandeweg verdrongen wordt door een woeste volksdans van Georgische oorsprong – een verwijzing naar Stalins geboortestreek – en uiteindelijk ook door het DSCH-, dat na deze symfonie vol worstelingen klinkt als een kreet van politieke én persoonlijke overwinning.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Tugan Sokhiev, dirigent
Tugan Sokhiev staat op de bok bij orkesten als de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig en het Philharmonia Orchestra.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in juni 2006 en keerde hij terug in 2010, 2019 en 2021. Als gastdirigent stond hij ook voor de New York Philharmonic (debuut 2018) en de orkesten van Philadelphia, Boston en Chicago, en hij brengt elke seizoen meerdere weken door met het NHK Symphony Orchestra in Tokio.
Als chef- van het Orchestre National du Capitole de Toulouse (2008-2022) leidde Tugan Sokhiev talloze concerten, wereldpremières en buitenlandse tournees, en hun opname van de Achtste symfonie van Sjostakovitsj werd in 2020 bekroond met de Diapason d’Or. Van 2012 tot 2016 was hij bovendien eerste dirigent van het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, en van 2014 tot 2022 muzikaal directeur van het Bolsjoi Theater in Moskou.
’s leidde hij verder aan het Mariinski Theater in Sint-Petersburg, de Metropolitan Opera in New York, het Teatro Real in Madrid, de Wiener Staatsoper en tijdens het festival van Aix-en-Provence. Als een van de laatste leerlingen van de legendarische Ilya Musin aan het conservatorium van Sint-Petersburg draagt Tugan Sokhiev zijn expertise ook graag over aan jong muzikaal talent. Daartoe richtte hij in Toulouse in 2016 een dirigentenacademie op en werkt hij samen met de zomeracademie van de Wiener Philharmoniker en de academie van het Mahler Chamber Orchestra.


