Koninklijk Concertgebouworkest Essentials: Tsjaikovski's Vijfde

Koninklijk Concertgebouworkest 
Dima Slobodeniouk dirigent
Thomas Vanderveken presentatie

Dit concert maakt deel uit van Essentials.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Vijfde symfonie in e kl.t., op. 64 (1888)
Andante - Allegro con anima
Andante cantabile, con alcuna licenza - Moderato con anima
Valse: Allegro moderato
Finale: Andante maestoso - Allegro vivace 

er is geen pauze
einde ± 22.10 uur

Toelichting

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Vijfde symfonie

Door Aad van der Ven

Een negentiende-eeuwse componist schreef zijn muziek in het algemeen óf voor de concertzaal óf voor het theater. Niet voor allebei. Kan iemand zich een opera van Brahms of Bruckner voorstellen? Of een symfonie van Verdi? Wagner vond in 1832 dat hij toch een symfonie moest componeren om voor vol te worden aangezien, maar hij droomde al van Gesamtkunst. Schubert deed zijn best op een paar opera’s, maar die staan, met een enkele uitzondering, als mislukkingen te boek.  

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski behoorde tot de uitzonderingen. Orkestwerken, opera’s, balletmuziek: wat zou de liefhebber van zijn werk willen missen? Met zijn melodisch talent kon de onovertroffen meester van de melancholie in elk genre de sterren van de hemel componeren. Dit wil niet zeggen dat hij de ’s en s uit zijn mouw schudde. Hij zag de symfonische vorm waarschijnlijk vooral als een historische noodzaak. Met zijn enorme bewondering voor Mozart hechtte hij veel waarde aan traditie en accepteerde hij het stramien van de klassieke symfonie (herhalingen, tische ontwikkeling, afwisseling snel-langzaam etc.). De Britse muziekpublicist Martin Cooper spreekt in dit verband over het ‘procrustesbed’, waarop de Russische componist zijn spontane ideeën placht te ‘folteren’.  

Pjotr Iljitsj maakte daarbij overigens van zijn hart geen moordkuil. Als er, naast Mahler, een componist was die overal problemen zag en daar bovendien langdurig over kon klagen, dan was het Pjotr Iljitsj wel. Zelfs nadat een compositie al lang en breed was voltooid. Dit laatste bijvoorbeeld was het geval bij de Vijfde symfonie uit 1888. Al kort nadat deze in Sint--Petersburg in première was gegaan, met Tsjaikovski zelf als , schreef hij aan zijn rijke vriendin-op-afstand Nadezjda von Meck: ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat er niets van deugt.’ Hij vond de muziek ‘bombastisch, oppervlakkig en onsamenhangend’. Ook vreesde hij ‘dat zijn creativiteit was opgedroogd’. Een jaar na een uitvoering van hetzelfde werk in Hamburg berichtte hij aan zijn broer Modest: ‘Ik ben weer verliefd geraakt op de symfonie’. Duidelijk over de aard van zijn aanvankelijke bezwaren was hij niet.

Tsjaikovski’s toelichting bij de Vijfde symfonie is veel minder expliciet dan de tekst bij haar tien jaar eerder gecomponeerde voorganger. De Vijfde begint met een treurmarsachtig van bescheiden omvang (voortschrijdende secunden plus dalende terts), dat de componist typeert als ‘berusting bij het noodlot, of de ondoorgrondelijke uitwerking van de goddelijke voorzienigheid’. Het door twee klarinetten unisono geïntroduceerde thema zal zowel ritmisch als melodisch doorklinken als motto voor de hele symfonie.

Ondanks de neerslachtige ondertoon klinkt het op de inleiding volgende eerder trots dan smartelijk. Meer introvert, beschroomd bijna, is het cantabile, waarover tijdgenoten hebben beweerd dat de componist het als liefdesmuziek beschouwde. Maar Tsjaikovski zou Tsjaikovski niet zijn geweest als hij ook hier het noodlot (de schrijft hier een fortississimo voor) buiten de deur had kunnen houden. Voor isten behoort dit Andante cantabile tot de favorieten en voor de luisteraar tot de meest verheven bladzijden van het orkestrepertoire. 

In plaats van het gebruikelijke schreef de componist als derde deel een , die zoals vaker bij Tsjaikovski een zowel sierlijk als enigszins droevig karakter heeft. Langdurige uit snelle, springerige noten van de strijkers bestaande passages verhogen de levendigheid waardoor binnen de constante dansbeweging de muziek voortdurend varieert en iets speels behoudt.

De Finale wordt net als het openingsdeel gevormd door twee episodes, Andante en Allegro, die samen het karakter van de symfonie radicaal wijzigen. Van verandert de muziek in een stralend . Instrumentaal raffinement, waarin de symfonie drie kwartier uitblonk, maakt plaats voor een robuuste kracht die zelfs voor deze componist opmerkelijk is. Het drie kwartier geleden nog zo verlegen klinkende motto-thema blijkt zich te hebben bewapend in de aanloop naar een zelfverzekerd, glorieus maestoso.

Biografie

Dima Slobodeniouk, dirigent

Dima Slobodeniouk studeerde aanvankelijk viool in Moskou. Later verhuisde hij naar Finland, waar hij directie ging studeren bij Atso Almila aan de Sibelius Academie. Hij kreeg tevens les van Leif Segerstam, Jorma Panula, Ilja Moesin en Esa-Pekka Salonen.

De combinatie van zijn Russische roots en zijn Finse thuisbasis is geregeld in zijn concertprogrammering en cd-opnamen terug te vinden. Sinds 2013 is Dima Slobodeniouk chef- van het Orquesta Sinfónica de Galicia; sinds 2016 vervult hij dezelfde functie bij het Lahti en is hij tevens artistiek leider van het bijbehorende Sibelius Festival.

Als gastdirigent gaf hij leiding aan gezelschappen als het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest, het Gewandhausorchester Leipzig en het Finse Avanti! Kamerorkest. Afgelopen seizoen debuteerde hij bij de Berliner Philharmoniker.

In recente jaren begeleidde hij studenten aan de Verbier Festival Academy en initieerde hij een project bij het Orquesta Sinfónica de Galicia om directiestudenten de mogelijkheid te bieden met een professioneel orkest samen te werken.

Dima Slobodeniouk debuteerde bij het Koninklijk Concertgebouworkest in oktober 2018 met Don Juan en Tod und Verklärung van Richard Strauss, Zemlinsky’s Lustspiel-Ouvertüre en Alban Berg, op. 1 in de orkestratie van Theo Verbey.

Thomas Vanderveken, presentator

Sinds het Concertgebouworkest in 2014 de concertserie Essentials startte, zijn de eigenwijze TOM Talks (naar de beroemde TED Talks) van de Vlaamse presentator Thomas Van­derveken een vast programmaonderdeel. Thomas Vanderveken studeerde enkele jaren muziektheorie en piano aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel.

Hij begon zijn tv-carrière als acteur in de tv-serie Spoed en als presentator bij VTM-jeugdzender JIMtv in 2001. Sinds 2003 is hij presentator bij de VRT, waar hij bekendheid verwierf met ­reportages voor Vlaanderen Vakantieland en als spelleider in Vriend of Vijand en ­Mercator. Zijn eerste liveshow, Ster­acteur Sterartiest, werd een kijkcijferhit. ­

Thomas Vanderveken is daarnaast bekend van de spelprogramma’s Beste vrienden en 1 jaar gratis, de talkshow Alleen Elvis blijft bestaan, de consumentenprogramma’s Voor hetzelfde geld en FactCheckers en het interviewprogramma Onder ons. Ook voorzag hij regelmatig het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker van televisiecommentaar en versloeg hij de Koningin Elisabethwedstrijd.