Koninklijk Concertgebouworkest en Jean-Yves Thibaudet
Koninklijk Concertgebouworkest
Alain Altinoglu dirigent
Jean-Yves Thibaudet piano
Dit concert maakt deel uit van de series D en Z.
Het concert van zondag 8 maart wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio 4.
WOLFGANG RIHM (1952)
Sostenuto (2019/20)
geschreven in opdracht van het Concertgebouworkest
wereldpremière
MAURICE RAVEL (1875-1937)
Pianoconcert in G gr.t., op. 34 (1931)
Allegramente
Adagio assai
Presto
pauze ± 21.00 resp. 15.00 uur
CÉSAR FRANCK (1822-1890)
Symfonie in d kl.t. (1886-88)
Lento - Allegro non troppo
Allegretto
Allegro non troppo
einde ± 22.15 resp. 16.15 uur
Toelichting
Wolfgang Rihm 1952
Rihm: Sostenuto
Door Martijn Voorvelt
Wolfgang Rihm is een van de meest vooraanstaande én productieve componisten van de afgelopen vijftig jaar. Onder zijn ruim vierhonderd composities bevinden zich zo’n negentig orkestwerken. Rihm werkt vaak aan meerdere stukken tegelijk, die niet zelden naar elkaar verwijzen of reeksen vormen. Een wijdvertakt oeuvre, dat regelmatig refereert aan literatuur, architectuur, beeldende kunst en filosofie.
Verwijzingen naar zijn voorgangers – Bach, Brahms, Wagner, maar ook Franse en Italiaanse componisten – laten zien dat Rihms oeuvre sterk verankerd is in de Europese muziektraditie. Het is een eclectisch geheel van negentiende- en twintigste-eeuwse stijlen en compositietechnieken. Niet zelden verraadt de titel van een werk welke stijl of techniek erin centraal staat. Zo ook bij Sostenuto, het achtste werk van de Duitser dat bij het Concertgebouworkest op de lessenaars verschijnt.
Sostenuto betekent ‘aangehouden’ of ‘doorklinkend’. Wanneer je het middelste pedaal – het sostenutopedaal – van een piano indrukt, blijven alle noten doorklinken, met als resultaat dat er steeds meer door elkaar klinkt als je noten toevoegt. Dit fenomeen – de steeds complexere vermenging van noten en en doordat ze blijven liggen, speelt een belangrijke rol in Sostenuto.
Sostenuto betekent ook langzaam en gedragen. De enige tempoaanduiding van het eendelige werk is sostenuto – aanhoudend rustig, met de aantekening dat de geen ‘star’ tempo moet slaan, maar het orkest daarin quasi vrij laat. Ook hierdoor zal op den duur van alles door elkaar gaan lopen. Terwijl het werk voortschrijdt, verschiet het dan ook voortdurend van kleur en vorm. Samenklanken die aan Debussy en Ravel doen denken versmelten nu en dan tot dichte clusters, waarna ze weer oplossen. Aan het begin komt vanuit de hoogte een ijle soloviool omlaag gezeild, om vervolgens de wolken weer op te zoeken. Fluit en hobo volgen. Dit melodische dalen en weer omhoogklimmen keert regelmatig terug. Geleidelijk groeiende onrust leidt op tweederde van het werk tot een helse kermis m een nerveus duet van snaredrums, dat na enige tijd gezelschap krijgt van . Uiteindelijk komt de boel weer tot bedaren, al blijft de nervositeit aanwezig – een open einde, dat smeekt om weer een nieuwe compositie…
Maurice Ravel 1875-1937
Ravel: Pianoconcert
Door Dirk Luijmes
‘In de toekomst… hoop ik een concerto voor piano en orkest te laten horen en een groot werk naar aanleiding van Joseph Delteils Jeanne d’Arc.’ Deze woorden noteerde Maurice Ravel in 1928 aan het einde van zijn Esquisse autobiographique. Hij had zojuist zijn Boléro voltooid en had inmiddels ook internationaal een enorme statuur gekregen. In het voorjaar van hetzelfde jaar had hij tijdens een concerttournee grote mfen gevierd in de Verenigde Staten en niet veel later werd hij in Oxford tot ‘doctor of music’ benoemd. Van een Jeanne d’Arc zou het niet komen, maar in 1929 werkte Ravel zelfs aan twee pianoconcerten tegelijk: het Pianoconcert in G groot en het Pianoconcert voor de linkerhand.
De concerten laten twee gezichten van Ravel zien: terwijl het linkerhandconcert – geschreven voor de eenarmige Paul Wittgenstein – vooral somber van toon is, klinkt het Pianoconcert in G groot licht en speels. Ravel heeft nog even overwogen om dit verstrooiende werk een ‘divertissement’ te noemen, maar zag daar toch van af. In een interview vertelde hij: ‘Het is een concert in de meest strikte betekenis van het woord en geschreven in de geest van Mozart en Saint-Saëns. Ik geloof dat de muziek van een concert vrolijk en briljant moet zijn en niet noodzakelijk diepte moet pretenderen of dramatische effecten moet beogen. Men heeft wel eens van sommige klassieken gezegd dat hun concerten niet vóór de piano, maar ertegen werden geschreven.’
In het dansante openingsdeel horen we zowel verwijzingen naar de muziek uit Baskenland – waar Ravels wieg stond – als naar de jazz. In het tweede deel liet de componist zich naar eigen zeggen volop inspireren door het Larghetto uit het Klarinetet van Wolfgang Amadeus Mozart. De pianist heeft een uze solo en treedt regelmatig in dialoog met de blazers, waaronder de . Het werk sluit af met een wervelende finale, met opnieuw toefjes jazz.
Hoewel Ravel zich had voorgenomen in het werk zélf te soleren, besloot hij uiteindelijk op de bok plaats te nemen en de pianopartij aan zijn leerlinge Marguerite Long over te laten. Het Pianoconcert in G groot was een van de laatste werken die Ravel voltooide. Zijn gezondheid liet te wensen over en uiteindelijk zou een ziekte zijn hersenen aantasten. De laatste jaren van zijn leven kon hij niet eens meer zijn eigen naam schrijven en zou hij als een kasplantje wegkwijnen.
César Franck 1822-1890
Franck: Symfonie in d klein
Door Dirk Luijmes
Hoe zou de Symphonie à grand orchestre, 13 hebben geklonken, de eerste symfonie die César Franck rond zijn veertiende schreef? Het blijft gissen, want het manuscript van dit jeugdwerk is verdwenen. Toch kunnen we aannemen dat dit werk veel traditioneler was dan de enige andere symfonie die de Belgisch-Franse meester een halve eeuw later op papier zette. Franck had in de decennia tussen beide symfonieën een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Terwijl hij in verschillende kamermuzikale werken nog regelmatig aansloot bij oude klassieke vormen, zou hij in de loop van zijn muzikale carrière nieuwe vormen gaan beproeven, onder meer in zijn orkestrale symfonische gedichten.
In de Symfonie in d klein, uit Francks laatste en vruchtbaarste levensjaren, horen we een resultaat van deze ontwikkeling. Weliswaar schemert de oude symfonische vorm nog wel door, maar Franck zet die naar zijn eigen hand. Het werk is opgebouwd volgens het zogenaamde ‘cyclische principe’: een enkel – in dit geval de eerste drie noten d-cis-f – vormt de kiemcel waaruit de Fransman langzamerhand het gehele tische materiaal ontwikkelt dat hij in alle delen in verschillende gedaantes terug laat keren.
Tijdens het eerste deel klinkt de kiemcel meteen in de langzame inleiding en in het levendige vervolg. In het tweede deel verenigt de componist in feite twee delen: een en een . Over het laatste deel zei Franck zelf: ‘In de finale keren – net als in Beethovens Negende – verschillende ’s nog eens terug. In mijn symfonie verschijnen ze echter niet als letterlijke citaten; ik verwerk ze tot nieuwe elementen.’
De progressieve, harmonische taal die Franck in zijn symfonie spreekt, de donkere toon van het werk en de ervan (die zijn achtergrond verraadt) konden zijn collegae allerminst bekoren. Charles Gounod noemde de symfonie zelfs ‘de tot dogma verheven impotentie’; Camille Saint-Saëns hoorde er de ‘doodsklokken van de klassieke ’ in luiden.
De leden van het Parijse conservatoriumorkest, die het werk op 17 februari 1889 ten doop hielden, waren nauwelijks gemotiveerd. Van meet af aan wordt duidelijk dat Franck zijn gevleugelde woorden ‘modulez toujours’ in deze symfonie volop in praktijk brengt. Naar aanleiding van de prominente plaats die de (Engelse ) in het tweede deel inneemt, klaagde een docent aan het Parijse conservatorium: ‘Moet dit een symfonie voorstellen? Ach mijn beste, heeft u ooit meegemaakt dat er in een symfonie een Engelse hoorn voorkomt? Noemt u me een symfonie van Haydn of van Beethoven waarin u een Engelse hoorn vindt! Nu dan, het zal u zonneklaar zijn dat de muziek van Franck alles is wat u wilt, behalve een symfonie!’
Biografie
Alain Altinoglu, dirigent
Alain Altinoglu studeerde in zijn geboortestad Parijs aan het Conservatoire National Supérieur de Musique, waar hij inmiddels zelf orkestdirectie doceert. Sinds 2016 is hij muziekdirecteur van de Brusselse Munt: hij leidt er producties en is chef- van het van De Munt. Sinds seizoen 2021/2022 staat hij bovendien aan het roer van het hr-Sinfonieorchester Frankfurt.
Alain Altinoglu was onder meer te gast bij de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich, de meeste grote Amerikaanse orkesten en alle belangrijke orkesten van Parijs.
Onder de producties onder zijn leiding vinden we Massenets Werther bij de Metropolitan Opera in New York, Verdi’s Macbeth bij de Wiener Staatsoper, Mozarts Don Giovanni in het Royal Opera House Covent Garden in Londen en Der fliegende Holländer van Wagner in het Opernhaus Zürich. Ook leidde Alain Altinoglu opera’s op de festivals van Bayreuth, Salzburg, Orange en Aix-en-Provence.
Bij het Concertgebouworkest maakte hij zijn debuut in maart 2020 met werken van Rihm, Ravel en Franck. Naast zijn enbestaan houdt Alain Altinoglu zich als pianist met repertoire bezig, onder andere met zijn echtgenote, mezzosopraan Nora Gubisch.
Jean-Yves Thibaudet, piano
Het repertoire van de uit Lyon afkomstige pianist Jean-Yves Thibaudet reikt van Beethoven tot MacMillan, van jazz tot . Al op zijn twaalfde ging hij studeren aan het conservatorium in Parijs bij Aldo Ciccolini en Lucette Davis. Drie jaar later won hij de Premier Prix du Conservatoire en weer drie jaar later, in 1981, de Young Concert Artists International Auditions in New York.
In korte tijd debuteerde de pianist op de gerenommeerde podia van de Verenigde Staten, Europa en Azië en sindsdien treedt hij wereldwijd op; zowel met de grote orkesten als solo en in kamermuziek. Zijn catalogus van meer dan vijftig cd’s leverde hem onder meer twee Grammy-nominaties, een Preis der deutschen Schallplattenkritik, een Diapason d’Or, een Choc du Monde de la Musique, een Edison en meerdere Gramophone Awards op, en zijn pianospel is te horen op de soundtracks van onder meer The French Dispatch, Pride and Prejudice en Atonement.
Jean-Yves Thibaudet is verbonden aan de Colburn School in Los Angeles, en samen met cellist Gautier Capuçon is hij artistiek leider van het Festival Musique & Vin in Clos de Vougeot. In 2001 werd hij benoemd tot Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres en in 2012 promoveerde hij tot Officier. Sinds 2010 prijkt zijn naam in de Hollywood Bowl Hall of Fame. De vorige optredens van Jean-Yves Thibaudet in de waren in april (Chatsjatoerjan onder Paavo Järvi) en september (Saint-Saëns onder Klaus Mäkelä) met het Concertgebouworkest, waar hij in 1988 debuteerde en in 2015/2016 artist in residence was.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest





