Klaus Mäkelä leidt Rachmaninoff en Prokofjev bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Lisa Batiashvili viool

Dit programma maakt deel uit van de serie B.

Het concert wordt opgenomen door AVRO­TROS voor radio-uitzending op zondag 17 november om 14.00 uur via NPO Klassiek.

Ook interessant:
- Interview met Ellen Reid

Ellen Reid (1982)  

Body Cosmic (2024) 
Awe | she forms herself
Dissonance | her light and its shadow
geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest, Het Concertgebouw, het Orchestre de Paris, Carnegie Hall en het Helsinki Filharmonisch Orkest; wereldpremière

Sergej Prokofjev (1891-1953)  

Vioolconcert nr. 2 in g kl.t., op. 63 (1935)
Allegro moderato 
Andante assai – Allegretto – Andante assai 
Allegro, ben marcato 

pauze ± 21.00 uur

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Symfonie nr. 2 in e kl.t., op. 27 (1906-07)
Largo, Allegro moderato
Allegro molto
Adagio
Allegro vivace

einde ± 22.30 uur

        

Toelichting

Ellen Reid (1982)

Body Cosmic

Door Martijn Voorvelt

In het voorjaar van 2024 verbleef ­ Ellen Reid in Amsterdam als composer in residence van Het Concertgebouw en het Concertgebouworkest. De Amerikaanse maakte kennis met de musici van het orkest en Klaus Mäkelä, en liet zich mede door hun spel inspireren tot een nieuw opdrachtwerk. Een extra workshop via een videoverbinding in juni bleek extra nuttig voor zowel Reid als de orkestmusici.

De in Tennessee geboren Ellen Reid componeert kamermuziek en orkestwerken, niet zelden in combinatie met elektronische klanken, maar ook muziek voor film en televisie. Daarnaast creëert ze geluidsinstallaties, zoals afgelopen voorjaar ook voor het Amsterdamse Vondelpark. In 2019 kreeg Reids p r i s m de prestigieuze Pulitzer Prize voor muziek toegekend; afgelopen maart ging The Shell Trial in première bij De Nationale Opera, met musici en academisten van het Concert­gebouworkest.

Haar nieuwe opdrachtwerk voor het Concertgebouworkest, Body Cosmic, noemt ze een ‘meditation on the human body as it creates life and gives birth’. Het reflecteert op Reids eigen ervaringen met zwangerschap en de geboorte van haar kind, een periode die samenviel met haar residency.

Reid onderzoekt hoe je nieuw leven op een prachtige maar afbrokkelende wereld kunt zetten

Haar verblijf in Amsterdam, ‘werkend in de legendarische zalen van Het Concert­gebouw die zinderen van honderdveertig jaar muziek’, speelt een grote rol, en ‘de genereuze bijdragen van de musici van het Concertgebouworkest weerklonken luid en duidelijk in mijn oor terwijl ik het stuk schreef’, aldus de componist.

In het eerste deel ontvouwt een zich tegen de puls van een : de surrealistische creatie van nieuw leven, ‘zo gewoon en toch zo verbazingwekkend’. In het tweede deel onderzoekt Reid hoe je nieuw leven op een prachtige maar afbrokkelende wereld kunt zetten. De muziek laveert tussen uitbarstingen in het koper en tumultueuze passages enerzijds en momenten van warmte en tederheid anderzijds.

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Tweede vioolconcert

Door Onno Schoonderwoerd

Hoe stom kun je zijn: ’s op de planken zetten terwijl nationaalsocialisten de smaak uitmaken, zoals Richard Strauss. Of als ultieme bourgeois-componist halverwege de jaren dertig teruggaan naar je ‘eigen’ Rusland, door Stalin inmiddels tot een ‘arbeidersparadijs’ omgevormd – dat laatste deed Sergej Prokofjev. Soms hoop je gewoon het beste. Zijn Tweede vioolconcert was het laatste werk dat Prokofjev, die als theaterman, als ballet-, film- en bovenal operacomponist sinds 1918 in het Westen niet echt zijn draai had kunnen vinden, voor de westerse markt schreef.

  • Serge Prokofjev

Was hij, door ‘de e kant van zijn natuur te benadrukken’, een ‘zouteloze’ sovjetcomponist geworden, zoals westerse kenners fulmineerden? Eenvoudiger gaan schrijven, net als voor zijn ballet Romeo en Julia, om ook in Stalinland door de beugel te kunnen? Mwah. Prokofjev was altijd al een ‘zanger’ en een ‘speler’ geweest, hoe weerbarstig ook. En prokofjeviaanse grapjes – verre van arbeideristisch – zijn er gelukkig nog volop. Zo is er de merkwaardige ondersteuning van de door de grote trom (en in het derde deel ook castagnetten). De plotselinge verstomming aan het slot van het eerste deel, alsof iemand een deken over het orkest heeft gegooid. De houterige, machinale begeleiding in het , met zijn soms pesterige en. De ongelukkig dansende s van het laatste deel. De tumultueuze run op een slotmaat die je verwacht, maar net op een ander moment... Hier is een plezierig eigenzinnige componist aan het woord. Concessies aan de officiële smaak en de eisen van de Partij hoefde Prokofjev in 1935 vooralsnog niet te doen.

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Tweede symfonie

Door Onno Schoonderwoerd

Serge Rachmaninoff staat zelden als modernist te boek. Aan het eind van zijn leven zei hij: ‘Ik kan de oude manier van schrijven niet uit mij krijgen, en ik kan de nieuwe manier niet aanleren... De nieuwe muziek lijkt uit het hoofd te komen in plaats van uit het hart. Haar componisten denken in plaats van te voelen.’

Dat hij in de herfst van 1906 in Dresden begonnen was aan zijn Tweede symfonie hield Rachmaninoff aanvankelijk angstvallig geheim. Het fiasco van zijn Eerste symfonie uit 1895 stond hem nog veel te helder voor de geest. Alexander Glazoenov had toen de première gedirigeerd, maar of het nu kwam doordat het jeugdwerk nog te veel rammelde, doordat de man het werk niet begreep, of doordat hij (zo gaat het gerucht) verre van nuchter was, de symfonie sloeg niet aan.

  • Serge Rachmaninoff

Van streek door de onverwachte tegenslag had Rachmaninoff bijna drie jaar lang geen noot op papier kunnen krijgen. Pas op 1 april 1907 maakte hij, nog onzeker of hij het zou klaarspelen, in een brief aan zijn vriend Nikita Morozov bekend dat hij met een nieuwe symfonie bezig was: ‘Als ik haar weet te voltooien, en dan mijn Eerste symfonie verbeterd heb, dan zweer ik – geen symfonieën meer. Vervloek ze! Ik weet niet hoe ik ze moet schrijven, maar bovenal, ik wil ook niet meer.’

Een symfonie van bijna een uur werd het, en een werk waarin Rachmaninoff zich van zijn allerbeste kant laat zien. De e bogen, de harmonische eenheid en de vloeiende ritmiek, zelfs sommige lage blazersmelodieën lijken beïnvloed door Tsjaikovski. Maar er is ook een belangrijk verschil met diens werk. En dat verschil beperkt zich niet tot de voor Rachmaninoff kenmerkende combinatie van trieste melancholie en extatische lyriek.

De structuur is veel hechter dan bij Tsjaikovski, veroorzaakt door de uiterst zorgvuldige (net niet té economische) manier waarop Rachmaninoff met zijn materiaal omgaat. De hele symfonie is gelardeerd met een dramatisch motto-­, dat in donkere klanken het werk ook in beweging zet. Uit de staart ervan ontwikkelen zich golvende, grotendeels neerwaarts gerichte motieven.

Het tweede deel begint met ferme klanken. Er klinkt een – weer stapsgewijs dalend – dat ondanks het hoge tempo de liturgische melodie van het suggereert, en dat is toch niet de melodie die je verwacht in een deel dat als van de symfonie fungeert. Het lichtvoetig voorthuppelende hoofdthema wordt regelmatig geconfronteerd met een hartstochtelijke tegenspeler. Een tische passage neemt vervolgens de plaats van het in. Het derde deel () is romantisch, lyrisch en expressief, een verwijzing naar Rachmaninoffs zo onbekend gebleven ’s. Het laatste deel is de ‘grande apothéose’. Na een welhaast carnavaleske opening, gebaseerd op een thema uit het tweede deel, passeren allerlei andere thema’s uit de voorafgaande delen opnieuw de revue. Ze worden afgelost door een nieuw lyrisch thema. Deze melodie is, anders dan vrijwel iedere voorganger, opgebouwd uit grote sprongen. Overheersend blijft echter het gevoel dat iedere melodie, en iedere noot, logisch uit de voorgaande noten voortkomt.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.

Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.

Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.

Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het ­Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.

Lisa Batiashvili, viool

Lisa Batiashvili studeerde bij Ana Chumachenco in München en bij Mark Lubotsky in Hamburg, en baarde opzien door op haar zestiende de tweede prijs te winnen van het Sibelius Concours 1995. Haar internationale carrière ging direct van start, ze won onder meer een Midem Classical Award en een Choc de l’année, werd in 2015 door ­Musical America benoemd tot Instrumentalist of the Year en twee jaar later door Gramophone genomineerd als Artist of the Year.

In 2018 ontving de violiste een eredoctoraat van de Si­belius Academie in Helsinki. Recentelijk bekleedde Lisa Batiashvili een residency bij de Berliner Philharmoniker, en hoogtepunten van het afgelopen seizoen waren een optreden met het Orchestre de Paris en Klaus Mäkelä op het Lucerne Festival, tournees met het Tonhalle-Orchester Zürich (Paavo Järvi), het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia (Daniel Harding) en het London Symphony Orchestra (Antonio Pappano), en haar terugkeer bij de Los Angeles Philharmonic, de New York Philharmonic en het National Symphony Orchestra in Washington.

Ook met het Concertgebouworkest heeft ze een hechte band: ze soleerde er voor het eerst in 2001 (Mozart) en voor het laatst in november 2024 (Prokofjev onder leiding van Klaus Mäkelä). Als artist in residence van het orkest in seizoen 2016/2017 soleerde ze in Tsjaikovski, Prokofjev en Sjostakovitsj en speelde ze met orkestleden kamermuziek. Met haar Lisa Batiashvili Foundation zet de violiste zich in voor getalenteerde jonge musici in haar geboorteland Georgië. Ze bespeelt een Joseph Guarneri ‘del Gesù’ uit 1739.