Klaus Mäkelä en Julian Rachlin bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Julian Rachlin viool
Dit programma maakt deel uit van de series B en E.
Ook interessant:
- Interview met Klaus Mäkelä
- Sofia Goebaidoelina en het Concertgebouworkest
SEUNG-WON OH (1969)
Spiri III: Sacred Ritual (2024)
geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest met financiële steun van het Fonds Podiumkunsten; wereldpremière
SOFIA GOEBAIDOELINA (1931-2025)
Offertorium (1980-86)
concert voor viool en orkest
pauze ± 21.10 uur
ROBERT SCHUMANN (1810-1856)
Symfonie nr. 4 in d kl.t., op. 120 (1841, revisie 1851)
Ziemlich langsam - Lebhaft
Romanze: Ziemlich langsam
Scherzo/Trio: Lebhaft
Langsam - Lebhaft
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Seung-Won Oh (1969)
Spiri III
Door Thea Derks en redactie
Seung-Won Oh studeerde compositie in haar geboorteland Zuid-Korea en in de Verenigde Staten, en kwam in 2001 naar Nederland voor een vervolgstudie bij Louis Andriessen. In deze periode begon ze de rijke muzikale traditie van haar eigen erfgoed te verkennen. Haar kleurrijke composities, met vaak een theatraal element en een grote rol voor het , brachten haar al snel succes. In 2023 ontving ze de prestigieuze Kees van Baarenprijs voor YeonDo, een op het Koreaanse katholicisme en het traditionele dodenritueel geïnspireerd requiem gecomponeerd in opdracht van November Music.
Spiri III: Sacred Ritual is het sluitstuk van een orkestrale trilogie. De titel Spiri komt van het Latijnse ‘spir(are)’, ‘ademen’, verwijzend naar de altijd aanwezige energie die het bestaan voortstuwt, een concept dat we in vele culturen terugvinden, bijvoorbeeld als ki (Koreaans), xi (Chinees), of qi (Japans). ‘De trilogie weerspiegelt het cyclische en eeuwige karakter van het universum, waarbij begin en eind steeds in elkaar oplossen’, zegt Oh. De drie werken kunnen afzonderlijk worden uitgevoerd, maar zijn verbonden door een gemeenschappelijk harmonisch anker dat zich in Spiri III manifesteert als een chaconne. De drie delen beginnen alle met een klokkenklank. ‘Het geluid van klokken vertegenwoordigt in veel culturen iets eeuwigs’, zegt Oh, ‘tegelijkertijd heeft iedere klokklank, van zijn aanslag tot zijn langzame uitsterven, een eigen leven.’ In Spiri III verschijnt de klank eerst als een , dat geleidelijk uiteenvalt in e akkoorden. Dit komt op verschillende manieren terug. De laatste klokklank mondt uit in een , waar zich de onderliggende chaconne (akkoordencyclus) openbaart die in de trilogie steeds onderhuids aanwezig was.
Hoewel Spiri III een duidelijk en ‘traditioneel’ slotakkoord heeft, drukt de trilogie uit dat ons leven onderdeel is van een oneindige cyclus, ‘waar beginpunten veranderen in eindpunten en eindpunten in beginpunten. Uiteindelijk overstijgt dit continuüm de concepten van begin en einde’, zodat het muziekstuk slechts een klein hoorbaar onderdeel is van een eeuwige cyclus. Oh acht de Spiri-trilogie dan ook niet ‘voltooid’: ieder nieuw werk is deel van een groter geheel.
Sofia Goebaidoelina (1931)
Offertorium
Door Thea Derks
Sofia Goebaidoelina overleed op 13 maart 2025. Voor de in 1931 in Tsjistopol geboren Sofia Goebaidoelina is religie onlosmakelijk verbonden met haar bestaan en haar werk. Toen ze op haar vijfde getuigde van haar sterke hang naar spiritualiteit, schrokken haar atheïstische ouders flink en de jonge Sofia leerde haar gevoelens voor hen te verbergen. Uiteindelijk bekeerde ze zich toch tot het Russisch-orthodoxe geloof, een moedige daad in het communistische klimaat van de Sovjet-Unie.
Je kunt gerust stellen dat elke nieuwe compositie van Goebaidoelina een eerbetoon is aan God, zoals dat ook gold voor componisten als Bach en Bruckner. Veel van haar werken dragen religieuze titels en ze maakte alom geprezen zettingen van onder andere de Johannes-Passie en het Zonnelied van Franciscus. Haar spirituele klankwereld werd door de Sovjets niet gepruimd en om te overleven schreef Goebaidoelina filmmuziek; in 1992 verhuisde ze naar Duitsland.
Ze componeerde Offertorium op verzoek van Gidon Kremer en voltooide het vioolconcert in 1980. Toen was de Letse violist de Sovjet-Unie al ontvlucht en slechts dankzij een ingenieuze smokkeltruc kreeg hij de in handen. Dankzij de uiterst succesvolle première in de Wiener Festwochen van 1981 drong haar naam tot het Westen door.
Offertorium is vernoemd naar het gelijknamige misdeel in de katholieke rite waarin de priester brood en wijn offert aan God. Muzikaal liet Goebaidoeina zich inspireren door Das musikalische Opfer (1747) van Johann Sebastian Bach. Het ‘koninklijke ’, dat Frederik de Grote hem had opgegeven, wordt in de loop van het concert noot voor noot ‘geofferd’, waarna het achterstevoren weer wordt opgebouwd.
Het concert is eendelig, maar valt uiteen in drie segmenten. In het eerste klinkt het thema integraal, op één toon na. Bij elke volgende variatie wordt een noot afgesnoept van zowel het begin als het eind, tot op het hoogtepunt slechts één toon resteert. In het tweede, meer rapsodische deel is Bachs origineel nauwelijks nog te herkennen. In het derde, een klaaglijk strijkerskoraal dat herinnert aan Russisch-orthodox gezang, reconstrueren harpen en piano het thema noot voor noot in omgekeerde richting (retrograde). De soloviool besluit met een volledig statement van het thema, achterstevoren gespeeld en wegstervend op een d, drie octaven hoger dan het origineel.
Robert Schumann (1810-1856)
Vierde symfonie
Door Thea Derks
Anders dan Goebaidoelina staat Robert Schumann niet bekend als belijdend christen, ook al schreef hij een aantal religieuze werken en was hij ooit van plan een te wijden aan Maarten Luther. Volgens kenners was hij weliswaar oprecht gelovig, maar neigde hij meer naar pantheïsme dan naar een officiële religie. In 1810 in Zwickau geboren als de vijfde en jongste zoon van een boekverkoper, kreeg hij de liefde voor literatuur met de paplepel ingegoten. Zijn vader inspireerde hem de humanistische poëzie van Goethe en Byron te lezen, wat hem tot zo’n indrukwekkende componist zou maken.
Het schrijven van een eendelige symfonie illustreert Schumanns onafhankelijke geest
Zijn vrouw Clara spoorde hem aan ook orkestmuziek te componeren en in 1841 voltooide hij in enkele dagen zijn Vierde symfonie. Op 31 mei noteerde Clara in haar dagboek: ‘Roberts geest is ontzettend actief op dit moment; gisteren begon hij met een nieuwe symfonie, die eendelig zal zijn.’ Dit laatste illustreert Schumanns onafhankelijke geest: symfonieën hadden tot dan een vaste indeling van minimaal drie, maar meestal vier delen. Het publiek reageerde lauw op de première en tien jaar later maakte Schumann een revisie. Die telt weliswaar vier delen, maar aangezien deze attacca (zonder onderbreking) worden gespeeld, handhaafde hij in wezen de eendeligheid.
De Vierde symfonie opent met een statige inleiding, waarin we het zogenoemde ‘Clara-’ herkennen. Deze notenreeks van dalende secundes (c-b-a) keert door de hele symfonie terug, in allerlei omkeringen en transposities. Na een onstuimige en dansante passage volgt zonder onderbreking een zangerige romance, met een intiem duet tussen hobo en . De dromerige sfeer wordt bruusk afgekapt door de felle ritmiek en zware en van het . In het Trio keert het lieflijke karakter van de romance terug.
De finale heeft een gedragen inleiding die herinnert aan het eerste deel en wederom varieert op het Clara-thema. Hierop volgt een bijna duivels , met stormachtige ’s en dramatische koperfanfares die toewerken naar een extatische climax. Met drie fortissimo gespeelde en besluit Schumann zijn Vierde symfonie, die nog altijd niets aan zeggingskracht heeft ingeboet.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä, dirigent
Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.
Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.
Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.
Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.
Julian Rachlin, viool
Julian Rachlin werd geboren in Litouwen en groeide op in Wenen, waar hij viool studeerde bij Boris Kuschnir aan de Musik und Kunst Privatuniversität. Ook kreeg hij privélessen van Pinchas Zukerman in New York. Als ging hij in de leer bij zijn moeder Sophie Rachlin en bij Mariss Jansons; Daniele Gatti fungeerde als mentor.
Sinds 2023 is Julian Rachlin music director van het Jerusalem Symphony Orchestra en chef- van het Kristiansand Symfonieorkest in Noorwegen. Als gastdirigent stond hij onder meer voor het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en het Konzerthausorchester Berlin. Als violist en altviolist soleerde Julian Rachlin bij grote orkesten over de hele wereld.
Bij zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2008 speelde hij Brahms’ Vioolconcert onder leiding van Mariss Jansons. In maart 2025 soleerde hij bij hetzelfde orkest onder leiding van Klaus Mäkelä in Goebaidoelina’s Offertorium en in augustus 2019 was hij de solist in het Vioolconcert van Mendelssohn tijdens de eerste editie van Concertgebouworkest Young.
Julian Rachlin is de oprichter en leider van meerdere festivals en sinds 2021 is hij artistiek directeur van het Herbstgold Festival in Eisenstadt. Onder zijn kamermuziekpartners vinden we Martha Argerich, Evgeny Kissin, Denis Matsuev, Janine Jansen en Mischa Maisky. Zijn vorige optredens in de waren s met pianist Itamar Golan in voorjaar 2013 en najaar 2015. Julian Rachlin bespeelt de ‘ex-Liebig’-Stradivarius uit 1704.





