Klaus Mäkelä en Janine Jansen bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Janine Jansen viool
Dit programma maakt deel uit van de serie B.
Ook interessant:
- Waarom Engeland altijd zijn oude meesters vereerde (en de rest van Europa pas later volgde)
Henry Purcell (1659-1695)
Mars uit ‘Funeral Music for Queen Mary’, Z 860 (1695)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest
Benjamin Britten (1913-1976)
Vioolconcert (1938-39)
Moderato con moto
Vivace
Passacaglia – Andante lento
pauze ± 20.50 uur
John Dowland (1563-1623)
Lachrimae antiquae
uit ‘Lachrimae, or Seaven Teares’ (1604)
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest
Robert Schumann (1810-1856)
Symfonie nr. 2 in C gr.t., op. 61 (1845-46)
Sostenuto assai – Un poco più vivace – Allegro, ma non troppo
Scherzo: Allegro vivace – Trio I & II
Adagio espressivo
Allegro molto vivace
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Henry Purcell (1659-1695)
Mars uit ‘Funeral Music for Queen Mary’
Door Clemens Romijn
Wie in hartje Londen de Westminster Abbey binnenloopt, behoort tot de jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers van dit machtige gebouw. Zevenhonderd jaar levende geschiedenis ligt er opgetast binnen de gotische muren, zichtbaar en onzichtbaar. Hier zetten koningen en koninginnen hun historische schreden, maar ook staatsmannen en soldaten, priesters, helden en schurken. En niet te vergeten: componisten, organisten en een onafzienbaar leger van orkestleden en koorzangers. Beroemde toondichters als Orlando Gibbons, Georg Friedrich Händel en Ralph Vaughan Williams vonden in Westminster Abbey hun laatste rustplaats.
Aan de voet van het in de abdij bevindt zich het graf van een andere beroemde Engelsman. We weten zijn geboortejaar, 1659, zijn precieze sterfdatum, 21 november 1695, en nog een paar schaarse gegevens over zijn leven, maar het meest misschien nog wel over zijn muziek: Henry Purcell, de grootste componist van Engeland en ongeveer net zo jong gestorven als Wolfgang Amadeus Mozart en Franz Schubert. Hij was de eerste die een volledige Engelstalige componeerde: Dido and Aeneas.
Kroonjuweel van Purcells religieuze muziek is zijn Funeral Music for Queen Mary uit 1695, een hartverscheurende reflectie op de menselijke sterfelijkheid maar ook een hoogstpersoonlijk afscheid van Purcells geliefde vorstin. Deze met en en wrange ën gekruide muziek zou enkele maanden later nota bene Purcells eigen begrafenis vergezellen. De componist leverde een groot deel van de muziek die tijdens de begrafenisdienst voor Queen Mary op 5 maart 1695 werd uitgevoerd in Westminster Abbey, inclusief een die klonk terwijl de begrafenisstoet zich door de Londense straten verplaatste in de richting van de abdijkerk.
Benjamin Britten (1913-1976)
Vioolconcert
Door Clemens Romijn
Benjamin Britten was een van de markante figuren uit het twintigste-eeuwse muziekleven. Achter zijn componeertafel wist hij ontroerende, geestrijke en indringende nieuwe muziek op papier te zetten, zonder gebruik te maken van de moderne compositietechnieken die bij zo veel collega’s op het Europese vasteland van zijn tijd gangbaar waren. Daardoor heeft zijn oeuvre een geheel eigen plaats in de ‘hedendaagse’ muziek.
Benjamin Britten in 1943
Britten streefde naar een moderner en meer kosmopolitisch geluid in het overwegend conservatieve Engeland. Critici verweten hem dat hij bewondering koesterde voor Mahler, Berg en Stravinsky, geen geschikte voorbeelden voor een jonge Britse musicus! Tegelijkertijd zocht Britten ook bewust aansluiting bij de eeuwenoude Engelse traditie en keek hij veelvuldig om, zoals naar Henry Purcell.
Het Vioolconcert was een van de eerste werken die Britten schreef nadat hij vanwege zijn pacifistische opvattingen was uitgeweken naar de Verenigde Staten. Opvallend is hoe hij in het eerste deel het zachte en tedere openings laat winnen van het tweede nogal agressieve thema, door dat tweede thema als het ware geleidelijk op te slokken. Bij de terugblik aan het einde van dit eerste deel is het tweede thema zelfs helemaal verdwenen. Het tweede deel is een soort dat herinneringen ophaalt aan het eerste deel, inclusief het zachte patroon dat ook klinkt onder het eerste thema van het eerste deel. De meeste ruimte heeft het laatste deel gekregen, een omvangrijke passacaglia zoals Britten hierna wel vaker zou schrijven, en die hier onbestemd eindigt. Is het aan het eind nou of ?
John Dowland (1563-1623)
Lachrimae antiquae
Door Clemens Romijn
Zoals in veel hedendaagse huiskamers een gitaar of piano staat, was dat in het Engeland van de zestiende en zeventiende eeuw de luit. Het was het ideale instrument voor , voor virtuoze hoogstandjes, maar ook voor het begeleiden van een . Tot de meest geliefde luitliederen van Engeland en de rest van Europa behoorden die van John Dowland. De melancholicus leidde een zwervend bestaan tussen Engeland, Frankrijk, Denemarken en opnieuw Engeland, steeds op zoek naar erkenning.
Zijn bekendste muziekstuk is de Lachrimae, een langzaam droevig stuk op de tekst ‘Flow, my Tears’, dat in allerlei versies bestaat. Het geeft perfect de modieuze stemming van die tijd weer: de melancholie. In de dalende baslijn horen we vallende tranen. Na een luitsolo en een werkte Dowland de uit in een set van zeven pavanes, de Seaven Teares, voor strijkers en luit. Daaronder vinden we Lachrimae gementes (‘zuchtende tranen’), Lachrimae amantis (‘liefdestranen’) en Lachrimae verae (‘echte tranen’). In het eerste stuk, Lachrimae antiquae (‘oude tranen’), herkennen we het eerder gecomponeerde lied.
Robert Schumann (1810-1856)
Tweede symfonie
Door Clemens Romijn
Op het gebied van de symfonie worstelde Robert Schumann jarenlang met een serieus antwoord op zijn idool Ludwig van Beethoven. Hij was er vroeg bij. Op zijn 22ste al hield hij een deel uit zijn jeugdsymfonie in g klein ten doop, waarin hij zich spiegelde aan Beethovens Vijfde symfonie. Johannes Brahms was over de veertig, Edward Elgar over de vijftig en César Franck zelfs over de zestig toen zij hun eerste symfonieën prijsgaven.
‘Ik maakte de schetsen van deze symfonie toen ik psychisch zeer te lijden had. Ja, ik kan wel zeggen dat het leek alsof mijn geest zich verzette en dat ik de weerstand die de muziek beïnvloedde juist probeerde te bevechten om zo mijn toestand te verbeteren. Het eerste deel is vol van die strijd en qua karakter zeer humeurig en weerbarstig.’ Dat schreef Schumann over zijn Tweede symfonie in C groot aan zijn vriend en latere biograaf Joseph Wasielewski. Pas bij het laatste deel leek hij zich weer in orde te voelen, en helemaal na voltooiing van de symfonie.
Robert Schumann: ‘Ik maakte de schetsen van deze symfonie toen ik psychisch zeer te lijden had’
Tijdens de concerttournee met zijn vrouw Clara naar Rusland in 1844 werd Schumann geplaagd door depressiviteit, duizeligheid en gesuis in zijn oren. Ook toen hij in december 1845 Schuberts Negende symfonie hoorde en begon met de schetsen van zijn Tweede symfonie, kon hij zijn hoofd er amper bij houden. Pas in oktober 1846 was de symfonie gereed. En dat vergeleken met de vier dagen van zijn Eerste! Wel had hij intensief de muziek van Johann Sebastian Bach bestudeerd, hetgeen duidelijk hoorbaar is. In het tweede (in het wervelende in de stijl van Mendelssohn) klinkt een beknopte met daarin het BACH (de noten bes-a-c-b). En aan het begin van het prachtige en tedere langzame deel citeert Schumann het begin van de Triosonate uit Bachs Musikalisches Opfer. Maar ook is er zoals wel vaker bij Schumann een echo van Beethoven. Want na drie algemene pauzes (s) in de doorwerking van het laatste deel is er weer dat veel betekenende fragment uit Beethovens cyclus An die ferne Geliebte dat Schumann ook inlaste in zijn meeslepende Fantasie in C groot, 17 voor piano. Daarin had hij zijn verlangen naar Clara uitgeschreeuwd in de tijd dat haar vader hun omgang en briefwisseling verbood. Bij de geciteerde indringende noten horen de evenzo indringende woorden: ‘Nimm sie hin, denn, diese Lieder.’
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä, dirigent
Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.
Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.
Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.
Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.
Janine Jansen, viool
In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.
Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.
recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.
De violiste bespeelt de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .






