Klaus Mäkelä en de Oslo Philharmonic in Brahms

Oslo Philharmonic
Klaus Mäkelä dirigent/cello
Daniel Lozakovich viool

Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.

Ook interessant:
- De koffer van Klaus Mäkelä
- Interview Daniel Lozakovich

Johannes Brahms (1833-1897)

Dubbelconcert in a kl.t., op. 102 (1887)
voor viool, cello en orkest
Allegro
Andante
Vivace non troppo

pauze ± 20.55 uur

Symfonie nr. 1 in c kl.t., op. 68 (1855-76)
Un poco sostenuto – Allegro
Andante sostenuto
Un poco allegretto e grazioso
Adagio – Più andante – Allegro non troppo ma con brio – Più allegro

einde ± 22.10 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Wereldberoemde Symfonie­orkesten.

Toelichting

Johannes Brahms (1833-1897)

Dubbelconcert

Door Liesbeth Houtman

‘Het amusante idee is bij me opgekomen om een concert voor viool en te componeren. Als het een succes wordt, kunnen we er heel wat plezier aan beleven. Je kunt je wel voorstellen wat voor grappige mogelijkheden er in zo’n geval zijn. Maar stel je er niet te veel van voor!’ Dit schreef Johannes Brahms, als altijd de nuchtere bescheidenheid zelve, in de zomer van 1887 vanaf zijn vakantieadres in het ­Zwitserse Thun aan Clara Schumann.

Plezier zal Brahms aan het componeren van dit concert met zijn uitzonderlijke solistenbezetting ongetwijfeld hebben beleefd, al was het alleen al vanwege het nobele m­otief dat aan het werk ten grondslag lag. Met het Dubbelconcert hoopte Brahms namelijk een verzoening tot stand brengen met zijn oude boezemvriend, de violist Joseph Joachim. Zeven jaar daarvoor was de vriendschap ernstig bekoeld nadat Brahms zich op weinig tactvolle wijze had gemengd in de huwelijkscrisis tussen Joachim en zijn vrouw Amalie. Brahms wond er geen doekjes om dat Joachim met zijn ziekelijk jaloerse aard de oorzaak was van de problemen. Tijdens de echtscheidingsprocedure kwam Amalie zelfs aanzetten met een brief van Brahms, waarin diens, overigens goedbedoelde, mening duidelijk zwart op wit te lezen stond. Weliswaar diende Joachim de hoofdrol te delen met Robert Hausmann, de cellist uit zijn eigen Joachim Strijkkwartet, maar ter ‘compensatie’ maakte Brahms in het Dubbelconcert allerlei toespelingen op herinneringen aan hun jarenlange vriendschap. Zo verwijst hij op diverse plaatsen naar het FAE- (zinspelend op Joachims lijfspreuk ‘Frei, aber einsam’) en vertoont het hoofdthema van het eerste deel een opvallende gelijkenis met het begin van het Vioolconcert nr. 22 van Giovanni Battista Viotti, een van hun beider lievelingswerken. In de finale refereert Brahms aan een andere gedeelde passie: die voor de Hongaarse volksmuziek.

Binnen het oeuvre van Brahms vormt het Dubbelconcert met zijn grootschalige, symfonische opzet de vrucht van zijn rijke ervaring met expansieve orkestwerken én met intieme kamermuziek. Het werk ontstond twee jaar na de Vierde symfonie, en één jaar na het Derde . Met dit laatste werk heeft het Dubbelconcert zijn afwisselend heldhaftige en e passages gemeen, zoals de hartstochtelijke solozang, de innige dialogen en de liefdevolle ‘omhelzing’ van de twee solostemmen aan het slot van de finale.

Op 18 oktober 1887 ging het Dubbel­concert in Keulen in première met Joachim en Hausmann als solisten en Brahms zelf als . Weliswaar werd de vriendschapsband tussen Brahms en Joachim nooit weer de oude, maar tot grote opluchting van beide heren was de lucht nadien aanzienlijk geklaard.

Johannes Brahms (1833-1897)

Eerste symfonie

Door Axel Meijer

BrahmsEerste symfonie grijpt de luisteraar vanaf de eerste noten bij de strot, om die voorlopig niet meer los te laten. Vanaf het naar adem snakkende begin tot aan de laatste doorluchte noot zijn we overgeleverd aan een volleerd symfonicus. Maar: ten tijde van de première, in 1876, is Johannes Brahms zelf daar nog niet zo zeker van.

Het heeft hem zo’n vijftien jaar gekost voor hij met zijn eersteling voor de dag durft te komen. Er zijn orkestrale successen aan voorafgegaan, absoluut: twee s, Ein deutsches Requiem, de Haydn-­variaties, het Eerste pianoconcert. Maar om zijn naam definitief in de muziekgeschiedenis te griffen moet Brahms, vooral van zichzelf, een symfonie schrijven: eentje waarmee hij uit de voetsporen van Ludwig van Beethoven treedt – maar waarmee hij hem tegelijkertijd eert.

Brahms doet dat door zijn eerste symfonie beethoveniaanse proporties mee te geven, in de meest b­eethoveniaanse : bijna een uur lang muziek in c klein. Dat is de toonsoort van, onder andere, Beethovens Vijfde symfonie – het icoon van gewelddadig verlangen en uiteindelijke verlossing.

Maar waar Beethoven met zijn ritmische opening de luisteraar buiten westen slaat, snijdt Brahms ons met een ijselijk langgerekte melodische lijn de adem af. In deze introductie en het eerste zit vrijwel al het materiaal van het eerste deel besloten: de lange stijgende lijn en een van vallende septiemen en sexten houden de luisteraar in nerveuze spanning.

Het tweede en derde deel bieden een welkome gelegenheid om op adem te komen: in het sostenuto horen we Brahms de componist; door de rol van de hobo en de viool­solo aan het eind doet het deel denken aan het langzame deel uit Brahms’ Vioolconcert

Na een opgewekt derde deel brengt de opening van de finale ons terug naar de sfeer van het eerste deel. Strijkers proberen, , enige lucht in de drukkende sfeer te brengen. Een in de s verandert de stemming en leidt naar de belangrijkste in dit deel: het is, net als in de finale van Mendelssohns ‘Schotse’ symfonie, een .

Bij Brahms is het echter geen slotgedachte, maar de aanleiding voor veel variërend vuurwerk. Het is vooral deze melodie die de symfonie de bijnaam ‘Beethovens Tiende’ bezorgde. Brahms’ ergernis daarover is begrijpelijk: hij heeft Beethoven duidelijk beluisterd en bestudeerd, maar zijn 68 is geen poging Beethoven te imiteren. Het is honderd procent Brahms.

Biografie

Oslo Philharmonic, orkest

De Oslo Philharmonic heeft sinds 1977 zijn thuisbasis in het Konserthus in de Noorse hoofdstad. Het orkest kwam in 1919 voort uit de Muziekvereniging van Kristiana (de voormalige naam van Oslo), waarvan Edvard Grieg in 1879 een van de oprichters was.

De Oslo Philharmonic telt momenteel 108 musici, geeft rond de 130 concerten (orkestrepertoire plus kamermuziek) per jaar en koestert een breed symfonisch ­repertoire. 

Na chef-en als Johan Halvorsen, Herbert Blomstedt en Okko Kamu stond van 1979 tot 2002 Mariss Jansons aan het hoofd van het gezelschap. In deze ruim twee decennia verwierf de Oslo Philharmonic internationale bekendheid, onder meer door succesvolle cd-opnamen van bijvoorbeeld een Tsjaikovskicyclus en door een toenemend aantal buitenlandse tournees: zo ging het orkest in 1988 voor het eerst naar Japan. De opvolgers van Mariss Jansons waren André Previn (2002-2006), Jukka-Pekka Saraste (2006-2013) en Vasily Petrenko, en met ingang van concertseizoen 2020/2021 is Klaus Mäkelä de zestiende chef-­dirigent in de geschiedenis van het orkest.

Voor zijn platen en cd’s is de Oslo Philharmonic bekroond met onderscheidingen als de Diapason d’Or, de Grand Prix du Disque en de Deutsche Schallplattenpreis.

De vorige optredens in Het Concertgebouw waren op 1 december 2008 (onder leiding van Jukka-Pekka Saraste en met pianist Arcadi Volodos) en op 14 oktober 2019 (onder leiding van Vasily Petrenko en met Leif Ove Andsnes in het Pianoconcert van Grieg).

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.

Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.

Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.

Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het ­Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.

Daniel Lozakovich, viool

Daniel Lozakovich maakte op zijn achtste zijn solisten­debuut bij de Moscow Virtuosi en ­tekende op zijn vijftiende bij Deutsche ­Grammophon. Hij studeerde in 2021 af in Karlsruhe bij Josef Rissin, en sinds 2015 is Eduard Wulfson (Genève) zijn mentor.

Hij speelde met het Boston Symphony Orchestra op het Tanglewood Festival en met het BBC Symphony Orchestra op de BBC Proms, was artist in residence van het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo, soleerde bij de Filarmonica della Scala in Milaan onder chef- ­Riccardo Chailly en had ­engagementen in Seoul en Singapore.

Eerder werd Daniel Lozakovich uitgenodigd door de grote en in de ­Verenigde Staten. Kamermuziek speelde hij in het Théâtre des Champs-Élysées en de ­Fondation Louis Vuitton in Parijs, de Tonhalle Zürich, de Elbphilharmonie in Hamburg en het Wiener Konzerthaus en tijdens de festivals van Verbier, Gstaad, Sint-­Petersburg (Witte Nachten) en Sapporo. Hij deelde het podium met Emanuel Ax, Ivry Gitlis, Mikhail Pletnev, Sergei Babayan, Martin Fröst en Mischa Maisky.

In Het Concertgebouw debuteerde Daniel Lozakovich op 17 december 2019 met de Münchner Philharmoniker onder Valery Gergiev in het Vioolconcert van Beethoven. Hij keerde sindsdien nog enkele malen terug in de . Op 13 oktober 2022 gaf hij in de een solorecital. Afgelopen maart deelde hij het podium van de Kleine Zaal met pianist ­Alexandre Kantorow. Daniel Lozakovich heeft de ‘ex-­Sancy’-Stradivarius uit 1713 in bruikleen.