Klassieke Meesterwerken: cellist Kanneh-Mason in Haydn
Nederlands Kamerorkest
Gordan Nikolić viool/leiding
Sheku Kanneh-Mason cello
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Ouverture ‘Zum Märchen von der schönen Melusine’, op. 32 (1833)
Joseph Haydn (1732-1809)
Celloconcert in C gr.t., Hob. VIIb: 1 (1761-65)
Moderato
Adagio
Allegro molto
pauze ± 20.55 uur
Robert Schumann (1810-1856)
Tweede symfonie in C gr.t., op. 61 (1845-46)
Sostenuto assai – Un poco più vivace – Allegro ma non troppo
Scherzo: Allegro vivace
Adagio espressivo
Allegro molto vivace
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Felix Mendelssohn 1809-1847
Ouverture
Door Clemens Romijn
Dit concert opent met een typisch product van de Duitse – het tijdperk met die grote fascinatie voor sagen en legendes uit de Middeleeuwen en uit barre streken als Schotland, Ierland of Bretagne, voor het verlangen naar elders, naar het onwerkelijke, naar een droomwereld, naar het onbereikbare.
Op het vasteland hadden de ridderromans van Sir Walter Scott de verbeelding van schrijvers en schilders flink aangejaagd. Zij zagen gotische ruïnes voor zich, mistige landschappen, bovennatuurlijke wezens en fabeldieren. Aan die betovering ontkwam ook Felix Mendelssohn niet, zoals we weten van zijn muziek bij Shakespeares Midzomernachtsdroom, de ouverture Die Hebriden en zijn Derde symfonie (‘Schotse’).
Ook in zijn Ouverture ‘Zum Märchen von der schönen Melusine’ kon hij beelden oproepen van de machtige zee en schilderachtige rotskusten, want de legende van Melusine speelt zich af in Schotland en op het mythische eiland Avalon. Het verhaal gaat terug op een middeleeuwse Franse vertelling die in 1387 voor het eerst werd opgetekend door de Franse schrijver Jean d’Arras.
Melusine is een zeemeermin die haar vissenstaart een paar dagen lang in benen kan veranderen, om zo aan land te gaan en met graaf Raymond van Poitiers te trouwen. Op zaterdag moet hij haar alleen laten, want dan moet ze tijdelijk haar meermin-gedaante aannemen. De tragische afloop laat zich raden, maar varieert in de verschillende versies. Mendelssohn volgt in zijn muziek van een minuut of negen niet het verhaal, maar schildert personages en situaties eruit.
Zoals een sierlijk kabbelend met klarinetten aan het begin, dat Melusine en haar waterwereld uitbeeldt. Al snel is er turbulentie in de noten wanneer Melusine samenleeft met de mensen-mens, een pijnlijke onmogelijkheid. Aan het eind is er opnieuw de zachtere muziek van het begin, die vertraagt, uitdunt en wegebt: het sprookje is uit. De ouverture ging in première in Mendelssohns geliefde Londen op 7 april 1834, en onder haar Engelse naam: The Fair Melusina.
Joseph Haydn 1732-1809
Haydn: Celloconcert
Wie vanuit Wenen ongeveer zeventig kilometer naar het zuidoosten reist, stuit daar aan de grens tussen Oostenrijk en Hongarije op het meer van Neusiedler. Aan een van de uithoeken aan de zuidkant ligt het beroemde slot Esterháza, dat de rijke Hongaarse edelman Nikolaus I Esterházy halverwege de achttiende eeuw liet bouwen.
’s Zomers trok vorst Nikolaus vanuit zijn winterverblijf in het nu Oostenrijkse Eisenstadt met zijn hele hofhouding naar dit nieuwe paleis. Het was omgeven door tuinen en reusachtige parken. Dat was de zomerse werkomgeving van Joseph Haydn in de jaren 1766-90.
Hij was er hofkapelmeester, van het hoforkest en componist van kerkmuziek, van ’s, symfonieën, concerten en kamermuziek. Dankzij de voortreffelijke musici van het hoforkest lagen de mogelijkheden voor het oprapen. Enkele spelers waren en ambitieus, zoals eerste violist Luigi Tomasini en de cellisten Joseph Weigl en Anton Kraft.
Het sprankelende concert in C groot staat met naam en toenaam in Haydns eigen ‘Entwurfkatalog’ en de Haydn-Verzeichnis van 1805. Maar vreemd genoeg bleef de muziek onbekend tot 1961, toen de door onderzoeker Pulkert werd ontdekt in het Nationaal Museum in Praag, ongeveer twee eeuwen na zijn ontstaan. Het concert is breed en boeiend opgezet en is het meest virtuoze celloconcert van die tijd. Het werd zo goed als zeker geschreven voor Haydns goede vriend en collega, de cellist Joseph Weigl.
Robert Schumann 1810-1856
Tweede symfonie
Mendelssohns tijdgenoot en goede vriend Robert Schumann zag alle kunsten als een eenheid, als broeders en zusters. In zijn jonge jaren schreef hij gedichten en romans, en fantaseerde hij aan de piano. Zijn literaire god was de schrijver-dichter Jean Paul Richter. Daarnaast las hij Homerus, Shakespeare, Klopstock, Schiller en Hölderlin.
Aan de piano nam hij de muziek van Mozart, Beethoven en Schubert in zich op. Tot aan zijn dertigste componeerde hij alleen voor zijn eigen instrument. Pas na zijn huwelijk met Clara Wieck in 1840 barstte er een ongelooflijke stroom eren in hem los, een zinderende verbintenis tussen poëzie en muziek. Ook Schumanns Eerste symfonie van een jaar later ontstond uit een gedicht, een lentegedicht van zijn tijdgenoot Adolf Böttger. De symfonie ontstond in een koortsachtige scheppingsroes in 1841 en in een verbluffend korte tijd.
Onder een compleet ander gesternte ontstond de Tweede symfonie. Vooral in het eerste deel klinkt nogal wat innerlijke strijd door. In een brief aan zijn vriend en latere biograaf Joseph Wasielewski schreef Schumann: ‘Ik maakte de schetsen van deze symfonie toen ik psychisch zeer te lijden had. Ik kan wel zeggen dat het leek alsof mijn geest zich verzette en dat ik de weerstand die van invloed was op de muziek juist probeerde te bevechten om mijn toestand te verbeteren. Het eerste deel is vol van die strijd en qua karakter zeer humeurig en weerbarstig.’
Later liet Schumann weten dat het werk ontstond in ‘een donkere tijd.’ En volgens hem zou dat aan het werk zijn af te horen. Pas bij het laatste deel leek hij zich weer in orde te voelen, en helemaal na voltooiing van de symfonie.
Tijdens de concerttournee met Clara naar Rusland in 1844 werd Schumann geplaagd door depressiviteit, duizeligheid en gehoorsuizingen. Ook toen hij in december 1845 geïnspireerd werd door een uitvoering van Schuberts Negende symfonie en begon met de schetsen van zijn Tweede symfonie, kon hij zijn hoofd er amper bij houden.
Pas in oktober 1846 was ze gereed. En dat vergeleken met de vier dagen van zijn Eerste! In de tussentijd ging Schumann gebukt onder een vrijwel totale creatieve blokkade. Wel bestudeerde hij intensief de muziek van Johann Sebastian Bach, die duidelijke sporen heeft nagelaten in de symfonie. In het tweede (in het wervelende in de stijl van Mendelssohn) schreef Schumann een beknopte met daarin het BACH (in het Nederlands de noten bes-a-c-b).
Aan het begin van het tedere langzame deel, espressivo, citeert hij de Triosonate uit Bachs Musikalisches Opfer. Maar ook is er, zoals wel vaker bij Schumann, een echo van Beethoven. Want na drie algemene pauzes (s) in de doorwerking van het laatste deel is een veelbeteke-nend fragment uit Beethovens cyclus An die ferne Geliebte te horen, dat Schumann ook inlaste in zijn meeslepende Fantasie in C groot voor piano. Daarin had hij zijn verlangen naar Clara uitgeschreeuwd in de tijd voor hun huwelijk, toen haar vader hun omgang en briefwisseling verbood. Bij de geciteerde indringende noten horen de evenzo indringende woorden: ‘Nimm sie hin, denn, diese Lieder.’
Biografie
Gordan Nikolić, viool
Gordan Nikolić is uitgegroeid tot het gezicht van het Nederlands Kamerorkest, dat hij sinds seizoen 2004/2005 op zijn eigen, unieke wijze leidt vanaf de eerste lessenaar. Een programma in de met orkestcollega’s en pianist Ronald Brautigam markeerde in september 2024 zijn twintigjarig jubileum als artistiek leider.
Gordan Nikolić werd geboren in het huidige Servië en leerde het vak bij de Franse violist en Jean-Jacques Kantorow aan de Musikhochschule in Basel.
Daar verdiepte hij zich in de viool, maar werkte hij ook samen met componisten als Lutosławski en Kurtág. In 1989 kreeg hij zijn eerste aanstelling als concertmeester bij het Orchestre d’Auvergne, en van 1997 tot en met 2017 bekleedde hij dezelfde functie bij het London Symphony Orchestra.
Daar werkte hij samen met topen als Colin Davis, Claudio Abbado, Valery Gergiev en Bernard Haitink. De afgelopen jaren was Gordan Nikolić als concertmeester te gast bij onder meer Manchester Camerata, het Antwerp Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. Sinds 2007 heeft hij bovendien de leiding over het in Spanje gevestigde BandArt, een orkest dat inzet op maatschappelijke betrokkenheid.
Naast zijn podiumactiviteiten is de violist docent aan het conservatorium in Parijs, de Hochschule für Musik in Saarbrücken en Codarts in Rotterdam. Hij speelt op een instrument uit 1794 van Lorenzo Storioni.
Nederlands Kamerorkest, orkest
Het Nederlands Kamerorkest, dat optreedt in bezettingen van 25 tot 45 musici, verzorgt gemiddeld per seizoen 25 concerten – veelal zonder en onder leiding van concertmeester Gordan Nikolić – op het ‘thuispodium’ van de , zowel in eigen series als binnen de Eigen Programmering van Het Concertgebouw.
Daarnaast treedt het op in vele andere zalen in binnen- en buitenland en speelt het ook op minder gebruikelijke plekken als poppodium Paradiso in Amsterdam en openluchttheater Caprera in Bloemendaal.
In het oprichtingsjaar 1955 gaf het Nederlands Kamerorkest zijn eerste concert in het kader van het Holland Festival. De eerste 22 jaar was de legendarische violist en Szymon Goldberg muzikaal leider, met David Zinman als secondant. Antoni Ros-Marbà leidde het orkest van 1979 tot 1986.
Toen het gezelschap in 1985 organisatorisch opging in de Stichting Nederlands Philharmonisch Orkest werd het begeleiden van producties van De Nationale een van de kerntaken; tegenwoordig worden het Nederlands Kamerorkest en het Nederlands Philharmonisch internationaal gerekend tot de beste operaorkesten.
Veelgeprezen cd’s van het Nederlands Kamerorkest zijn bijvoorbeeld de Mozart-albums met violiste Julia Fischer, pianist Martin Helmchen en violiste Noa Wildschut. Binnen de Eigen Programmering stond het gezelschap voor het laatst in de op 29 augustus 2025, met een programma rondom de Zesde symfonie ‘Pastorale’ van Beethoven met Floris Kortie als verteller.
Sheku Kanneh-Mason, cello
Sheku Kanneh-Mason groeide op in een gezin van zes musicerende broers en zussen dat in 2015 de halve finale behaalde van Britain’s Got Talent. Een jaar later sleepte hij de BBC Young Musician of the Year Award in de wacht, en zijn debuut-cd bevat het winnende werk: Sjostakovitsj’ Eerste concert.
In 2017 maakte de cellist met het Chineke! Orchestra zijn debuut op de BBC Proms en sindsdien keerde hij er ieder jaar terug.
Toen Sheku Kanneh-Mason in 2018 op Windsor Castle speelde bij het huwelijk van Prins Harry en Megan Markle werd dat gezien door twee miljard mensen wereldwijd. Inmiddels soleerde hij bij de orkesten van Los Angeles, Chicago, Cincinnati, New York, Detroit, Pittsburgh, San Francisco en Philadelphia, het Orchestre de Paris, het Oslo Filharmonisch Orkest, het Tonhalle-Orchester Zürich, verschillende Duitse omroeporkesten, het City of Birmingham Symphony Orchestra en de Camerata Salzburg. In Antigua, waar hij familiebanden heeft, is hij ambassadeur van het Antigua and Barbuda Youth Symphony Orchestra.
Dit seizoen is hij in residence bij het Konzerthaus Berlin en hij was ‘artist étoile’ van het Lucerne Festival 2024. Sheku Kanneh-Mason studeerde aan de Royal Academy of Music in Londen bij Hannah Roberts en is daar sinds 2022 zelf gastdocent. Hij heeft een uit 1700 van Matteo Goffriller in bruikleen.
In maart 2019 debuteerde hij in de als solist bij het Nederlands Kamerorkest en op 1 augustus 2021 gaf hij er een met zijn zus Isata, met wie hij op 25 mei 2024 ook in de debuteerde.


