Kirill Gerstein in Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert

Residentie Orkest 
Nicholas Collon dirigent
Kirill Gerstein piano

Lees ook het achtergrondverhaal: Allrounder Tsjaikovski

Richard Strauss (1864-1949)

Don Juan, op. 20 (1888-89)
symfonisch gedicht voor groot orkest

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Eerste pianoconcert in bes kl.t., op. 23 (1874-75, versie 1879)
Allegro non troppo e molto maestoso – Allegro con spirito
Andantino semplice – Prestissimo – Tempo primo
Finale: Allegro con fuoco

pauze ± 21.00 uur

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Symfonische dansen, op. 45 (1940)
Non allegro
Andante con moto (Tempo di valse)
Lento assai – Allegro vivace

einde ± 22.00 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.

Toelichting

Richard Strauss (1864-1949)

Don Juan

Door Paul Jansen

  • Richard Strauss

Met Don Juan publiceerde Richard Strauss op vijfentwintigjarige leeftijd zijn eerste echte symfonisch gedicht. In navolging van Franz Liszt baseerde Strauss zich op een gegeven uit de literatuur: het gelijknamige, onvoltooide toneelstuk in versvorm van Nikolaus Lenau uit 1844. Hoewel Strauss het verhaal niet op de voet volgt, legt hij wel de link met het toneelstuk door in de enkele citaten op te nemen. Wat Strauss in Don Juan vooral heeft ­weergegeven, is een portret van een man die zijn zoektocht naar de ideale vrouw voortzet in de wetenschap haar nooit te vinden. Hoewel de invloed van Richard Wagner nog sterk aanwezig is, wist Strauss direct alles wat zijn symfonische gedichten tot een uniek oeuvre maakt te presenteren. De schitterende lange lijnen, de rijke harmonische taal, de ritmische vitaliteit en bovenal het gevoel voor muzikaal drama. Bovendien bevrijdde hij zich van het juk van de traditionele vormen door zijn werk te organiseren in verhalende delen. Deze episoden worden in Don Juan bijeengehouden door het direct aan het begin gepresenteerde dat Don Juan zelf representeert. Na een tweetal liefdesscènes komt Don Juan op een gemaskerd bal terecht en speelt Strauss met de verschillende thema’s totdat Don Juan zich op de begraafplaats bevindt en het beeld van de edelman die hij ooit doodde balorig aan tafel uitnodigt. Diens zoon verschijnt en Don Juan sneuvelt in het onvermijdelijke duel. Een prachtig markeert het einde van een leven vol pracht, praal en opwinding.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Tsjaikovski: Eerste pianoconcert

Door Michiel Cleij

Met zijn Slavische pathos en zijn gevoel voor ­inheemse folklore lijkt Pjotr Iljitsj Tsjaikovski een archetypische Russische componist. Maar zoals zo vaak bij ‘nationale’ componisten dekt het paspoort maar een deel van de muzikale lading. Een aantal van zijn generatiegenoten, waaronder Modest Moessorgski, Aleksandr Borodin en Nikolaj Rimski-Korsakov, beijverde zich voor muziek met een nadrukkelijk Russische identiteit. Tegen hen steekt Tsjaikovski, met zijn evidente ­Mozart-, Schumann- en Liszt-invloeden, behoorlijk internationaal af. Weliswaar voelde hij zich ‘een Rus tot in mijn botten’, hij vond ook dat er van Duitse, Oostenrijkse en Italiaanse componisten veel te leren viel. Zijn stijl is dus een compromis dat veel hedendaagse Eurosceptici als muziek in de oren zal klinken: Europees, maar met behoud van het nationale karakter. Zoals zijn latere bewonderaar Igor Stravinsky zei: ‘Hij cultiveerde niet de eeuwige ‘ziel van de Russische boer’, maar hij putte onbewust uit de authentieke culturele bronnen van ons volk.’

Het duidelijkst hoor je Tsjaikovski’s Slavische inborst in zijn ­voering. Het beginthema van het Eerste pianoconcert in bes klein is een typisch voorbeeld: het is een melodie als een diep ploegspoor, en hoewel het klinkt als een traditioneel volkslied is het Tsjaikovski’s eigen creatie. Vreemd genoeg keert dit imposante na twee herhalingen nergens in het werk terug. Wat volgt is een typisch negentiende-eeuws virtuozenstuk, maar tussen alle pianistieke bravoure door maakt de componist uitstapjes naar verschillende muzikale werelden. Een andere melodie uit het begindeel is, evenals het hoofdthema van de Finale, volgens Tsjaikovski-experts ontleend aan Oekraïense volksmuziek – niet vreemd, want Tsjaikovski had Oekraïense voorouders en bracht menig vakantie in die contreien door. Tegelijkertijd aarzelde hij niet om in het middendeel een Frans cabaretliedje te citeren; het stond op het ­repertoire van de zangeres Désirée Artôt, de enige vrouw met wie de homoseksuele Tsjaikovski een gepassioneerde relatie had.

Tsjaikovski’s toch al geringe zelfvertrouwen liep met dit concert een gevoelige deuk op toen zijn mentor Anton Rubinstein, voor wie hij het gecomponeerd had, er de vloer mee aanveegde. Bijval kreeg hij evenwel van de Duitse pianist en Hans von Bülow, die het werk op zijn repertoire zette en een belangrijke promotor van Tsjaikovski’s muziek in het buitenland werd. Later keerde Rubinstein berouwvol op zijn harde afwijzing terug – maar toen had Tsjaikovski het concert al dankbaar aan Bülow opgedragen.

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Rachmaninoff: Symfonische dansen

Door Clemens Romijn

In 1940 koos Serge Rachmaninoff voor zijn driedelige orkestwerk Symfonische dansen, 45 aanvankelijk de volgende titels: ‘Middag’, ‘Schemering’ en ‘Middernacht’. Daarmee zinspeelde de componist op de drie stadia van de mens: kindertijd, rijpheid en verval. Bij nader inzien liet hij deze titels weg en verving ze door sobere tempoaanduidingen.

Deze symfonische voor groot orkest, opgedragen aan The Philadelphia Orchestra en zijn , de grote Rachmaninoff-interpreet Eugene Ormandy, was Rachmaninoffs laatste compositie. Hij schreef het werk in de zomer en herfst van 1940 in zijn huis te Huntington op Long Island. Twee jaar na de succesvolle première op 4 januari 1941 overleed ‘de laatste romanticus’ aan kanker.

Twee maanden voor zijn dood betitelde Rachmaninoff tegenover vrienden zijn Symfonische dansen als zijn laatste vonkje levensvuur. Was het onverwachts opduiken van het e - in het derde deel – een verwijzing naar het Laatste oordeel – een teken dat hij al met de dood bezig was? Misschien minder verrassend na de geniale Paganini-rapsodie, 43 van zes jaar eerder – waar hetzelfde motief al zo markant aanwezig is. Hoe dan ook vormen de Symfonische dansen een knap doorwrocht werk met een briljante orkestratie, waarbij Rachmaninoff voor het eerst in zijn oeuvre de saxofoon als orkestinstrument inzet.

Tsjaikovski's oerversie

Kirill Gerstein is een enthousiast promotor van een nieuwe, opgefriste editie van Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert: ‘Zoals dat gaat met nieuwe stukken bracht Tsjaikovski na de première in 1875 verbeteringen aan. In 1879 werd de tweede versie gedrukt. Acht dagen voor zijn dood dirigeerde de componist deze aangepaste versie nog. Die , mét zijn aantekeningen, is teruggevonden en diende als basis voor de nieuwe bladmuziek die in 2016 is uitgebracht door het Russische Tsjaikovski Archief.’ Het pianoconcert zoals we het kennen bevat talloze aanpassingen, waarschijnlijk van Alexander Siloti, een student van Liszt.

Gerstein is van mening dat Siloti’s wijzigingen Tsjaikovski’s concert bombastischer en opzichtiger maken. Deze versie is nooit door Tsjaikovski geautoriseerd, maar desondanks na diens dood wel de standaard geworden. Al in 1912 pleitte Sergej Tanejev, leerling van en levenslang bevriend met Tsjaikovski, ervoor om alle interventies van de alom gebruikte uitgave terug te draaien en het pianoconcert te gaan spelen zoals de componist het had gewild. Er zijn zo’n 100 à 150 kleinere aanpassingen – en, , tempo-aanduidingen – plus een paar grote verschillen.

Bijvoorbeeld: -en in de solopartij maken de opening minder heroïsch en zo’n 45 seconden aan extra muziek in het gedeelte zorgt in het derde deel voor een betere balans. Dit alles resulteert in een romantischer, er Eerste pianoconcert. In de woorden van Gerstein: ‘Dichter bij Schumann dan bij de Olympische Spelen of een oorlogssituatie.’

Biografie

Nicholas Collon, dirigent

Nicholas Collon studeerde aan Clare College in Cambridge en speelt viool en piano.

Na twee jaar vaste te zijn geweest werd hij per seizoen 2018/19 chef-dirigent van het Residentie Orkest Den Haag, een post die hij per augustus 2021 verruilde voor het Fins Radio . Daarnaast is Nicholas Collon eerste gastdirigent van het Gürzenich-­Orchester in Keulen.

In zijn geboorte­stad Londen richtte hij in 2005 het avontuurlijke Aurora Orchestra op. Als gastdirigent werkte hij met een groot aantal Britse orkesten, maar ook met het Deutsches Sinfonie-­Orchester Berlin, de Bamberger Symphoniker, het Deens Nationaal , het Oslo Filharmonisch Orkest, het Chamber Orchestra of Europe, het Ensemble intercontemporain, Les Siècles, het Orchestre National de France en het Toronto Symphony Orchestra.

producties leidde Nicholas Collon bij onder andere de Glyndebourne Touring Opera, English National Opera, het Aldeburgh Festival en de Oper Köln. Meer dan tweehonderd composities bracht hij in Britse of wereldpremière, van onder anderen Unsuk Chin, Phillip Glass, Nico Muhly, Olivier Messiaen, Krzysztof Penderecki en Judith Weir.

In Het Concertgebouw stond Nicholas Collon voor het eerst op de bok in augustus 2016 bij het Residentie Orkest Den Haag. Hij keerde meerdere keren terug, met het Residentie Orkest maar ook met zijn eigen Aurora Orchestra en in de serie Het Zondagochtend Concert met het Radio Filharmonisch Orkest.

Kirill Gerstein, piano

Kirill Gerstein is afkomstig uit ­Voronezh (Zuidwest-Rusland), en na een ontmoeting met jazz­legende Gary Burton in Sint-Petersburg werd hij op zijn veertiende toegelaten op Berklee College in Boston. Hij focuste alsnog op klassiek en studeerde af aan de Manhattan School in New York. Vervolgens nam hij les bij Dmitri Bashkirov in Madrid en Ferenc Rados in Boedapest.

In 2001 won hij de Arthur Rubinstein Piano Competition in Tel Aviv; in 2010 kreeg hij de Gilmore Artist Award en de Avery Fisher Career Grant, in 2019 een Echo Klassik voor zijn opname van Tsjaikov­ski’s Eerste pianoconcert in de oorspronkelijke versie en in 2020 een Gramophone Award voor de wereldpremière van Adès’ Concerto for Piano and Orchestra met de Boston Symphony onder leiding van de componist.

Kirill Gerstein had de afgelopen jaren residencies bij het Symphonie­orchester des Bayerischen Rundfunks, het Festival d’Aix-en-Provence en het Klavier-Festival Ruhr (inclusief een samenwerking met Brad Mehldau). Ook was hij spotlight-artiest van het London Symphony Orchestra en curator van de serie Busoni and his World in Wigmore Hall in Londen. Met een album met de Berliner Philharmoniker en Kirill Petrenko vierde de pianist Rachmaninoffs 150ste verjaardag.

Kirill Gerstein maakte zijn debuut in de in april 2023, en in de in de Rising Stars-serie van 2005/2006. In januari 2016 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert onder leiding van Semyon Bychkov en hij keerde meermaals bij het orkest terug; voor het laatst afgelopen maart met het Derde pianoconcert van Rachmaninoff onder leiding van Santtu-Matias Rouvali.

Sinds 2003 is de pianist Amerikaans staatsburger, en hij woont in Berlijn, waar hij is verbonden aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’. Hij geeft ook les aan de Kronberg Academy, en is als coach verbonden aan de Verbier Festival Academy en IMS Prussia Cove.

Residentie Orkest, orkest

Aan de wieg van het Residentie Orkest stond in 1904 Henri Viotta – advocaat, , componist en conservatoriumdirecteur. Hij was overtuigd van de impact van muziek op de samenleving en van de noodzaak van een uitzonderlijk orkest in Den Haag, en tot 1917 bleef Viotta dirigent en directeur van zijn nieuwe orkest.

Na de Tweede Wereldoorlog werd ­Willem van Otterloo aangesteld als chef-dirigent; hij bleef tot 1973. Vervolgens leidden Jean Martinon, Ferdinand Leitner, Hans Vonk, Evgeny Svetlanov, Jaap van Zweden en Neeme Järvi het orkest.

In de zomer van 2021 is Nicholas Collon opgevolgd door Anja Bihlmaier, en sinds afgelopen zomer is Jun Märkl chef-. Richard Egarr is sinds 2019 vaste gastdirigent, Chloe Rooke is sinds de zomer van 2024 emerging artist in residence. Het Residentie Orkest is gehuisvest in het nieuwe cultuur- en onderwijscomplex Amare. Tournees in de afgelopen jaren voerden naar Duitsland, Roemenië en China.

Het orkest werkt samen met Haagse en nationale partners als het Nationaal ­Theater, het Festival Classique, het The Hague African Festival, Het Paard, De Nationale en het Koninklijk ­Conservatorium. Met zijn educatieprogramma en het jaarlijkse Zuiderparkzomerconcert draagt het bij aan de sociale cohesie in zijn thuisstad. Het vorige optreden van het Residentie Orkest in Het Concertgebouw was op 24 augustus jongstleden, samen met violiste Bomsori Kim, die voor het seizoen 2025/2026 artist in residence is van het orkest.