Kian Soltani speelt Elgars Celloconcert, Paavo Järvi dirigeert Sjostakovitsj' Vijfde

Kian Soltani cello
Tonhalle-Orchester Zürich
Paavo Järvi dirigent

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

Ook interessant:
- Dmitri Sjostakovitsj en zijn muzikale vrienden

Edward Elgar (1857-1934)

Celloconcert in e kl.t., op. 85 (1918-19)
Adagio – Moderato
Lento – Allegro molto
Adagio
Allegro – Moderato – Allegro ma non troppo

pauze ± 20.55 uur

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Symfonie nr. 5 in d kl.t., op. 47 (1937)
Moderato
Allegretto
Largo
Allegro non troppo

einde ± 22.10 uur 

Met dank aan de begunstigers van Concertgebouw Connects.

Toelichting

Edward Elgar (1857-1934)

Celloconcert

Door Michiel Cleij

Net als zijn generatiegenoot Claude Debussy zocht Edward Elgar bij voorkeur inspiratie in de natuur, al hoor je dat niet direct. Als kind probeerde hij al het geruis van riet op notenschrift te zetten en jaren later kon hij nooit echt wennen aan het Londense concertleven waar hij moeizaam een reputatie had opgebouwd.

Grootsteeds is Elgars muziek zelden; landelijk en nostalgisch des te vaker. Als provinciaal, als autodidact componist en als katholiek in een protestantse omgeving voelde hij zich vaak een buitenstaander. Zijn vorstelijke muziek, de beroemde Enigma Variaties en twee symfonieën stuwden zijn roem rond 1910 tot een hoogtepunt; daarna trok hij zich weer terug op het Engelse platteland waar hij zijn laatste werken schreef.

Tijdens die piekperiode liet Elgar zich van zijn meest optimistische en trotse kant zien. Maar in het concert is daar weinig meer van te horen. Geschokt over de ongekende massavernietiging tijdens de oorlog voelde hij geen enkele aandrang meer om te componeren. Maar in de rust van zijn huisje in Sussex ontstonden uiteindelijk toch een aantal kamermuziekwerken en dit concert: muziek van een man die sadder and wiser is geworden. 

De aanzet vormde een tje in negen-achtste maat waarmee Elgar al een tijdje rondliep zonder er een bestemming voor te vinden. Het werd het hoofdthema van het eerste deel en het zet meteen de toon.

"Schrik niet als je na mijn dood iemand deze melodie hoort fluiten op Malvern Hills. Ik ben het maar"

Edward Elgar

Anders dan de al eerder gecomponeerde celloconcerten van Robert Schumann, Camille Saint-Saëns en Antonín Dvořák bestaat dat van Elgar hoofdzakelijk uit langzaam voortmeanderende melodieën, waardoor het stuk het effect van een klaagzang heeft. Die sfeer wordt slechts een paar keer kortstondig doorbroken door snelle, vitale passages. 

Ondanks de haperende première, met een slecht voorbereid orkest, was Elgar ervan overtuigd dat dit werk eeuwigheidswaarde had. De ontwikkeling van de grammofoon had hij belangstellend gevolgd en van het Celloconcert maakte hij twee opnames als . En dat melancholieke beginthema werd een soort persoonlijk motto.

‘Schrik niet als je na mijn dood iemand deze melodie hoort fluiten op Malvern Hills,’ zei hij tegen een vriend. ‘Ik ben het maar.’

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Vijfde symfonie

Door Frits de Haen

Het midden van de jaren dertig was niet de gelukkigste periode voor Dmitri Sjostakovitsj. Ondanks het aanvankelijke succes ervan was zijn Lady Macbeth van Mtsensk in 1936 onverwachts door de Sovjet-autoriteiten in de ban gedaan. De componist betoonde onderdanig zijn spijt en beloofde zich beter te houden aan de door de bolsjewieken voorgestane stijlprincipes. En zo ontstond de Vijfde symfonie, waar de componist aan werkte in 1937.

‘Het is alsof iemand je met een stok op je rug timmert en roept: ‘Het is jouw taak om te juichen!’

Uitgangspunt van Sjostakovitsj was dat hij, door voort te borduren op de taal van grote voorgangers als Tsjaikovski en Mahler, een muziek zou creëren die het publiek meteen zou begrijpen. Zelf zei hij over de achterliggende gedachte ervan: ‘Het van de Vijfde symfonie is de creatie van de mens. Ik zag de mens met al zijn ervaringen in het centrum van de compositie, die van begin tot eind van vorm is. In de finale worden de dramatisch dichte impulsen van de eerdere delen getransformeerd tot optimisme en levensvreugde.’ Met zijn uitlatingen sloot de componist aan bij de beginselen van het sociaal-­realisme dat de Communistische Partij verlangde. In hoeverre hij echt de uitgangspunten daarvan onderschreef zal wel nooit worden opgelost: uit­latingen van Sjostakovitsj’ familieleden staan haaks op wat biograaf Solomon Volkov de componist in de mond legt in de in 1979 gepubliceerde memoires (Testimony). Daarin betoogt Volkov dat Sjostakovitsj zich nooit geconformeerd heeft aan de kunstopvattingen van de Sovjets.

Hoe het ook zij, de Vijfde symfonie staat algemeen bekend als ‘het creatieve antwoord van een Sovjet-­artiest op gerechtvaardigde kritiek’, zoals de componist het zelf genoemd zou hebben. Ze werd enthousiast ontvangen en vestigde Sjostakovitsj’ reputatie als symfonicus definitief. Niet voor niets hoorden de autoriteiten in dit werk vooral t­riomf en optimisme. De symfonie heeft als motto ‘Het bovenkomen van de persoonlijkheid’. Na de hopeloosheid en de angst van de eerste delen worden overwinning en innerlijke vrede pas in het laatste deel bereikt. Laten we tot slot de componist zelf aan het woord, zoals hij zich over de Vijfde symfonie uitgelaten zou hebben tegenover Volkov: ‘Ik denk dat het iedereen duidelijk zal zijn wat er in de Vijfde gebeurt. De vreugde is geforceerd; onder bedreiging afgedwongen, net als in Boris Godoenov. Het is alsof iemand je met een stok op je rug timmert en roept: ‘Het is jouw taak om te juichen, het is jouw taak om te juichen!’ En daar sta je dan, wankelend op je benen, en marcheert verder, mompelend: ‘Onze taak is te juichen, onze taak is te juichen’.’  

Biografie

Kian Soltani, cello

Kian Soltani werd geboren in Bregenz, in een familie van Perzische musici. Na zijn studie bij Ivan Monighetti aan de Musikakademie Basel – vanaf zijn twaalfde – en later aan de Kronberg Academy en de International Music Academy Liechtenstein won hij in 2013 de Paulo Competition in Helsinki.

In 2017 schreef hij zowel de Leonard Bernstein Award als de Credit Suisse Young Artist Award op zijn naam.

Hij soleerde bij orkesten als de Wiener en de Münchner Philharmoniker, het West Eastern Divan Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en de orkesten van Boston, Chicago, Detroit en Pittsburgh. Hoogepunten in seizoen 2025/2026 zijn optredens met het Mahler Chamber Orchestra, diverse debuten bij toonaangevende orkesten in Europa, Australië en de Verenigde Staten, en twee Europese tournees: als artist in residence met het Iceland Symphony Orchestra en met het WDR Sinfonieorchester.

s en kamermuziekconcerten geeft de cellist wereldwijd, dit seizoen met musici als Renaud Capuçon, Mao Fujita, Andreas Ottensamer, Alessio Bax en Benjamin Grosvenor. In 2024 verscheen zijn nieuwste album Robert Schu­mann, in samenwerking met Camerata Salzburg. Kian Soltani bespeelt de ‘London, ex-Boccherini’-Stradivarius (1694). In 2018 debuteerde hij in de en in 2019 in de in de Rising Stars-serie.

Tonhalle-Orchester Zürich, orkest

Op de International ­Classical Music Awards afgelopen januari kregen het Tonhalle-­Orchester Zürich en zijn chef- Paavo Järvi de ‘Best Symphonic Prize’ voor hun opname van Bruckners Achtste symfonie.

Eerder werden orkestwerken van Messiaen bekroond met een Diapason d’Or 2019, en voor Tsjaikovski kregen ze een Preis der Deutschen Schallplatten­kritik 2020 en een Diapason d’Or de l’Année 2021; een cd bij de 75ste verjaardag van John Adams kreeg in 2022 een Diapason d’Or en in datzelfde jaar kregen orkest en dirigent de Europese Cultuurprijs. 

Het Zwitserse ­gezelschap, dat al in 1868 werd opgericht, telt tegenwoordig rond de honderd musici van zo’n twintig nationaliteiten en speelt gemiddeld vijftig programma’s per seizoen in meer dan honderd concerten. De musici speelden op tournee al in meer dan honderd steden verspreid over minstens dertig landen, en organiseren naast hun orkestagenda ook een uitgebreide kamermuziekprogrammering.

Na een paar seizoenen op een alternatieve locatie keerde het orkest per 2021/2022 terug op zijn thuisbasis: de volledig gerenoveerde Tonhalle, die in 1895 werd geopend. Sinds 2019/2020 is Paavo ­Järvi de elfde chef-, David Zinman is eredirigent, en in het lopende seizoen is Margarita Balans assistent-dirigent.

De laatste keer dat het Tonhalle-Orchester Zürich te beluisteren was in Het Concertgebouw was op 8 oktober 2008, met solist ­Alfred Brendel en onder leiding van ­David Zinman (chef-dirigent 1995-2014).

Paavo Järvi, dirigent

Paavo Järvi studeerde directie in zijn geboorteland Estland, aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en bij Leonard Bernstein in Los Angeles. Sinds het seizoen 2019/2020 is hij chef- van het Tonhalle-­Orchester Zürich. In het verleden had Paavo Järvi vergelijkbare posities bij het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Orchestre de Paris, het hr-Sinfonie­orchester Frankfurt, het Cincinnati Symphony Orchestra en het Malmö ­.

Sinds 2004 is hij artistiek leider van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, en bij het Nationaal Symfonie­orkest van Estland is hij artistiek adviseur. Ieder seizoen sluit de af met een week van uitvoeringen en masterclasses op het Pärnu Music Festival in Estland, dat hij in 2011 heeft opgericht.

Paavo Järvi ontving tal van prijzen en onderscheidingen, waaronder de Orde van de Witte Ster (2013) en de Orde van Verdienste (2021) van de Republiek Estland. Zowel Diapason als Gramophone riepen hem in 2017 uit tot Artist of the Year en in september 2019 werd hij verkozen tot Opu­s Klassik Conductor of the Year. ­Opnamen onder zijn leiding van werken van ­Sibe­lius, Grieg en Tsjaikovksi waren goed voor Grammy Awards.

Als gastdirigent is Paavo Järvi actief met gezelschappen als de Berliner en Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Gewandhausorchester Leipzig en de New York Philharmonic. Sinds zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2004 keerde hij met grote regelmaat terug, zoals in november 2019 voor concerten in Amsterdam en op tournee in Taiwan en Japan. In juni 2023 leidde hij de Ammodo Masterclass Dirigeren. Bij de meest recente samenwerking, in april en mei 2025, stonden werken van Mägi, Saint-Saëns en Stravinsky op het programma.