Kerstmatinee: Concertgebouworkest speelt Weihnachtsoratorium
Koninklijk Concertgebouworkest
Jan Willem de Vriend dirigent
Judith van Wanroij sopraan
Elisabeth Kulman alt
Fabio Trümpy tenor
Yorck Felix Speer bas
Cappella Amsterdam
instudering Maria van Nieukerken en Daniel Reuss
orkestsolisten:
Vesko Eschkenazy viool
Emily Beynon, Mariya Semotyuk fluit
Alexei Ogrintchouk hobo
Nicoline Alt, Anita Janssen oboe d’amore
Mirjam Pastor-Burgos oboe da caccia
Hans van Loenen, Hans Alting, Jacco Groenendijk trompet
Nick Woud pauken
basso continuo:
Gustavo Núñez fagot
Israel Golani chitarrone
Leo van Doeselaar orgel
Gregor Horsch cello
Dominic Seldis contrabas
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Weihnachtsoratorium, BWV 248 (1734-35)
I. Teil: am 1. Weihnachtstag
II. Teil: am 2. Weihnachtstag
III. Teil: am 3. Weihnachtstag
er is geen pauze
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
dit concert wordt live uitgezonden door avrotros via npo radio 4
Toelichting
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Weihnachtsoratorium
Door Agnes van der Horst
In 1734, het jaar waarin het Weihnachtsoratorium ontstond, had Johann Sebastian Bach al elf jaar s gecomponeerd voor de Lutherse diensten van de hoofdkerken van Leipzig. In 1723, direct na zijn benoeming als Cantor van de Thomaskerk, was hij ermee begonnen en inmiddels had hij er genoeg geproduceerd om nog jaren vooruit te kunnen. Bach, die zich al die jaren beperkt en ondergewaardeerd had gevoeld door het Lutherse kerkbestuur, vond het zo langzamerhand tijd voor iets anders. Hij verlangde naar een nieuwe, andere functie met meer muzikale vrijheden en mogelijkheden. Zoals die van kapelmeester aan het katholieke hof van Dresden. De nieuwe koning, August III van Saksen, was een groot liefhebber van kunst en muziek. In zijn hofkapel werkten de beste musici van Europa. Met het componeren van feestelijke cantates, opgedragen aan de vorst en dankbaar aanvaard, probeerde Bach een voet tussen de paleispoort te krijgen. Maar zo lang dat niet lukte (en helaas voor Bach zou het ook niet lukken) ging hij ‘gewoon’ door in Leipzig.
Het kerstfeest naderde, dus Bach zette zich achter zijn schrijftafel en schreef kerstcantates, ook al lag zijn aandacht in die tijd waarschijnlijk meer bij wereldlijke dan bij religieuze muziek. Daardoor kregen een aantal van Bachs wereldlijke composities voor het katholieke hof van Dresden een nieuw leven in de lutherse kerstdiensten van Leipzig.
De muziek van het juichende openingskoor ‘Jauchzet, frohlocket’ kwam uit Bachs verjaardagscantate voor de vrouw van de Saksische keurvorst, Maria Josepha (BWV 214 ‘Tönet ihr ! Erschallet, en!’). De liefdevolle ’s ‘Bereite dich Zion’ (eerste deel) en ‘Schlafe, mein Liebster’ (tweede deel) komen uit het ‘dramma per musica’ Herkules auf dem Scheidewege (BWV 213), waarin Wellust Hercules probeert te verleiden. Bach hergebruikte in de zes delen (vaak abusievelijk cantates genoemd) van zijn Weihnachtsoratorium heel veel van zijn eerder geschreven composities. Dat deed hij omdat hij de muziek ervan te goed vond om eenmalig te gebruiken en op deze manier kon hij er nieuwe muzikale inzichten en verfijningen in verwerken.
Omdat de zes delen die hij voor de kerstperiode schreef een aansluitend verhaal vertellen noemde hij ze samen een Weihnachtsoratorium. Maar de zes kerstcomposities werden los van elkaar uitgevoerd in de verschillende kerst-kerkdiensten van Eerste, Tweede en Derde Kerstdag, Nieuwjaarsdag, de zondag na Nieuwjaar en Driekoningen (6 januari).
De tekst voor het Weihnachtsoratorium komt voor een deel uit de Bijbel. De andere, zogenaamde ‘vrije teksten’ (van de ’s, bijvoorbeeld), zijn hoogstwaarschijnlijk van de dichter Picander, die al vaker teksten voor Bach had geschreven.
In het eerste deel wordt de geboorte van Jezus bezongen. In het tweede deel worden de herders door de engel van het heuglijke feit op de hoogte gebracht. Het derde deel beschrijft de aanbidding van het pasgeboren kind door de herders. De feestelijke uitbarsting van fluiten, en ten waarmee het eerste deel begint kondigt het van vrolijkheid overborrelende openingskoor aan. In Bachs tijd was het gebruik van trompetten eigenlijk voorbehouden aan composities ter ere van wereldlijke vorsten. Bach zet het instrument hier bewust in om het koningschap van Christus te benadrukken.
De prachtige alt-aria ‘Bereite dich Zion, mit zärtlichen Trieben’ (in Herkules auf dem Scheidewege is het een aria vol boze verontwaardiging) is hier een onvoorwaardelijke liefdesverklaring aan Jezus. Het ‘Wie soll ich dich empfangen’ leende Bach van het ‘O Haupt voll Blut und Wunden’ uit de Matthäus-Passion. Uit deze hergebruikte muziek blijkt hoe kundig Bach in deze parodietechniek was. In de Matthäus-Passion is het koraal een klacht vol verdriet om het lijden van Christus. In het Weihnachtsoratorium klinkt dezelfde muziek verwachtingsvol en ingetogen. De rijk versierde bas-aria ‘Grosser Herr, o starker König’ is een vorstelijk eerbetoon aan God. De Eerste Kerstdag wordt besloten met een bijna kinderlijk gebed: het intieme koraal ‘Ach mein herzliebes Jesulein’.
In het tweede deel spelen fluiten en hobo’s, de pastorale instrumenten, een grote rol. De instrumentale opening, de , wordt gevuld met hun sierlijke en rustieke dialogen. Het erop volgende verhaalt van de verschijning van de engel aan de herders. De tenor-aria ‘Frohe Hirten, eilt, ach eilet’ is een schitterend voorbeeld van tekstuitdrukking door muziek. De snelle, lange melismen op ‘eilt’ (haast je) en ‘labet’ (laaf je hart) zorgen voor een sfeer van haast en ongeduldige verwachting. Met de ontroerende alt-aria ‘Schlafe, mein Liebster’ schrijft Bach het mooiste wiegelied uit de muziekliteratuur op zijn naam.
De ‘’ voor de Derde Kerstdag besluit de eerste helft van het Weihnachtsoratorium. Deze eerste drie delen zag Bach kennelijk als een eenheid. Dat blijkt onder meer uit de , die dezelfde is als in het eerste deel (D groot). En net als het eerste deel begint dit derde met een opgetogen koorwerk, ‘Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen’ (Hemelse heerser, luister naar ons gestamel). Het koraal ‘Dies hat er alles uns getan’ is een innig dankgebed dat verder wordt uitgewerkt in het duet voor sopraan en bas ‘Herr, dein Mitleid, dein Erbarmen.’ Na het slotkoraal ‘Seid froh, dieweil’ grijpt Bach terug op het openingskoor van dit deel en maakt zo de cirkel rond.
Waarom heeft Bach de openingszin aangepast?
Johann Sebastian Bach begon zijn Weihnachtsoratorium oorspronkelijk met de woorden ‘Tönet, ihr Pauken! Erschallet, Trompeten!’ In zijn handschrift is te zien dat hij deze openingsregel vervolgens doorgehaald heeft en veranderd in de bekende tekst die we nu gewoonlijk gebruiken: ‘Jauchzet, frohlocket, auf preiset die Tage’. Maar de eerste tekst lijkt veel vanzelfsprekender en logischer bij de muziek te passen. Waarom zou Bach die dan toch hebben vervangen? Vele musicologen en musici buigen zich over de mogelijke reden; het is onmogelijk de theorieën hier allemaal op te noemen. Wel is het zo dat de oorspronkelijke openingsregel dezelfde is als die van de Cantate ‘Tönet ihr Pauken’, BWV 214 van één jaar eerder. Bach parodieerde vaker op eigen werk: bestaande composities hergebruikte hij onder een nieuwe tekst. Maar had hij in dit geval van hergebruik van cantate BWV 214 voor de openingsnoten van zijn Weihnachtsoratorium niet veel mooier óók de openingswoorden kunnen laten staan?
Hoewel Jan Willem de Vriend zich uitvoerig in deze materie heeft verdiept is er voor hem ook geen eenduidig of absoluut antwoord. Volgens De Vriend zijn er net zo veel argumenten voor als tegen. Doorslaggevend om te kiezen voor Bachs oorspronkelijke, ongecorrigeerde tekst is de verrassend sterke eenheid van tekst en muziek, en de verbazing die zich meester maakt van de luisteraar als hij zulke bekende klanken weer als nieuw hoort.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Jan Willem de Vriend, dirigent
Jan Willem de Vriend is sinds 2015 principal guest conductor bij het Orquestra Simfònica de Barcelona I Nacional de Catalunya. Sinds seizoen 2018/19 is hij ook vaste gastdirigent bij Orchestra National de Lille. Daarnaast is hij eerste gastdirigent bij de Stuttgarter Philarmoniker en artist in residence van het Stavanger Symfonie Orchestra. Tot voor kort was hij vaste bij het Residentie Orkest in Den Haag.
Jan Willem de Vriend werd als violist opgeleid aan de conservatoria van Amsterdam en Den Haag, maar ontwikkelde zich tijdens zijn studie tot orkestleider. Tussen 1982 en 2015 was De Vriend artistiek leider en violist van het door hem opgerichte ensemble Combattimento Consort Amsterdam. Dit ensemble, dat zich specialiseerde in muziek uit de periode 1600-1800, had een eigen serie in Het Concertgebouw en boekte successen over de hele wereld. Opmerkelijk waren de producties met werk van onder anderen Monteverdi, Händel, Telemann, Bach, Gassmann en Mozart.
Vanaf 2006 tot 2018 was Jan Willem de Vriend chef bij het Orkest van het Oosten. In 2013 en 2014 werd het orkest uitgenodigd door het festival van Sankt Moritz/Basel om respectievelijk Mozarts Don Giovanni en Rossini’s La gazetta uit te voeren in de regie van Eva Buchmann. Van 2008 tot 2013 was de Vriend vaste gastdirigent bij Het Brabants Orkest. Voor zijn onvermoeibare promotie van de klassieke muziek kreeg Jan Willem de Vriend in 2012 de Radio 4-prijs.
Als gastdirigent stond hij voor bijvoorbeeld het Konzerthaus Orchester Berlin, het NDR-Sinfonieorchester, het Tonhalle Orchester Zurich en het Belgian National Orchestra. Hij leidde het Concertgebouworkest meermaals sinds 2009, de laatste keer in Bachs Weihnachtsoratorium tijdens de Kerstmatinee van 2015.
Judith van Wanroij, sopraan
Judith van Wanroij wordt internationaal geprezen om haar intense optredens in herontdekte en minder bekende ’s. Sinds haar debuut als La Virtù en Drusilla in Monteverdi’s L’Incoronazione di Poppea bij de Opéra de Lyon vertolkte de sopraan talloze rollen in bijvoorbeeld het Teatro Real in Madrid, De Nationale Opera, De Munt in Brussel, Lincoln Center in New York, het Gran Teatre del Liceu in Barcelona, Het Concertgebouw, het Théâtre des Champs Elysées en het Festival Aix-en-Provence.
Judith van Wanroij studeerde bij Margreet Honig aan het Conservatorium van Amsterdam en De Nederlandse Academie. In 2003 won ze de eerste prijs op het Erna Spoorenberg Vocalistenconcours en in 2005 nam de Nederlandse zangeres deel aan de Jardin des Voix, de academie van William Christie’s Les Arts Florissants. Ze maakte indruk in onder meer Mozart-rollen als La Contessa in Le nozze di Figaro, Donna Elvira in Don Giovanni en Ilia in Idomeneo, en in de titelrollen van Rossi’s Orfeo and Lemoynes Phèdre.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Judith van Wanroij in december 2016 in Bachs Weihnachtsoratorium onder leiding van Jan Willem de Vriend.
Elisabeth Kulman, alt
De Oostenrijkse Elisabeth Kulman studeerde aan de Universität für Musik Wien bij Helena Lazarska. Na zo’n zes jaar enkele van de belangrijkste sopraanpartijen in het repertoire te hebben gezongen, met name in 's van Mozart, schakelde ze over op mezzosopraan en alt. Al gauw werd ze een van de favorieten van de Staatsoper Wien.
Na de titelrol in Franz von Suppés Boccaccio volgden -, - en optredens over de hele wereld. Onder haar belangrijkste operarollen zijn Fricka in Wagner's Das Rheingold en Die Walküre, Marina in Boris Godoenov en de titelrol van Bizets Carmen. Tijdens de Salzburger Festspiele van 2010 werd ze bejubeld om haar vertolking van Orfeo in Glucks Orfeo ed Euricice.
Dit jaar maakte ze bekend dat ze alleen nog aan concertante uitvoeringen wil meewerken. In april 2012 maakte ze haar debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest in Beethovens Missa solemnis onder Nikolaus Harnoncourt.
Fabio Trümpy, tenor
De Zwitserse tenor Fabio Trümpy begon zijn zangopleiding in Zürich – naast een studie Engelse literatuur – en vervolgde deze bij Margreet Honig aan het Conservatorium van Amsterdam. In 2007 won hij de Prix des Amis du Festival d’Art Lyrique in Aix-en-Provence.
Hij werd ensemblelid van het Opernhaus Zürich en zong in de Staatsoper Hamburg, het Bolsjoi Theater, de Staatsoper Berlin, het Theater Basel, de Opéra national de Lorraine in Nancy, het Grand Théâtre de Genève, het Festspielhaus Baden-Baden en bij de festivals van Beaune en Spoleto.
Afgelopen seizoen soleerde Fabio Trümpy in Frank Martins Le vin herbé bij het Ensemble Vocal de Lausanne onder leiding van Daniel Reuss, Mozarts Mis in c klein bij de Zürcher Singakademie en Bachs Matthäus-Passion bij het Noord Nederlands Orkest onder Peter Dijkstra.
Hij werkte met de Cappella Mediterranea en Leonardo García Alarcón, meest recent in Händels Acis and Galatea. Op het Bayreuth Baroque Festival stond Fabio Trümpy in een productie van Händels Flavio van Concerto Köln. In Het Concertgebouw was Fabio Trümpy onder meer te beluisteren met het Radio Filharmonisch Orkest en het Orkest van de Achttiende Eeuw.
Yorck Felix Speer, bas
Yorck Felix Speer is afkomstig uit Kiel, Duitsland. Na een zangstudie bij Theodor Gress en masterclasses bij onder anderen Brigitte Fassbaender en Andreas Schmidt won de bas in 2001 de derde prijs bij het Koningin Sonja Muziekconcours in Noorwegen. Sindsdien stond Yorck Felix Speer op - en concertpodia door heel Europa.
Geprezen worden onder meer zijn Mephisto in Schumanns Szenen aus Goethes Faust en de veeleisende baspartij in Beethovens Missa solemnis. Hij is een veelgevraagd solist in kerkelijk repertoire, van Bachs Johannes-Passion en Buxtehude’s Membra Jesu nostri tot Mendelssohns Paulus, Les Béatitudes van César Franck en Das Buch mit sieben Siegeln van Franz Schmidt.
In Bachs Weihnachtsoratorium maakt hij zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Cappella Amsterdam, koor
Cappella Amsterdam, opgericht in 1970 door Jan Boeke, staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van Daniel Reuss. Al ruim vijftig jaar lang houdt het kamerkoor de rijke koorcanon levend. De repertoirekeuze reikt van middeleeuwse tot de meest complexe hedendaagse koormuziek.
Het koor schenkt speciale aandacht aan het werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen, Ton de Leeuw, Robert Heppener en Jan van Vlijmen. De veelzijdigheid van Cappella Amsterdam komt ook tot uitdrukking in samenwerkingen met bijvoorbeeld het Holland Festival, Asko|Schönberg, MusikFabrik, de Akademie für Alte Musik Berlin, het Amsterdams Andalusisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.
Vaste partner is Nieuw Vocaal Amsterdam, dat jonge zangers van vier tot eenentwintig jaar een klassieke opleiding biedt. De cd’s van Cappella Amsterdam werden meermaals onderscheiden: zo kreeg Golgotha van Frank Martin – samen met het Ests Philharmonisch Kamerkoor – een Grammy-nominatie, een Janáček-album een Edison Klassiek en een Diapason d’Or, een Brahms-album een Preis der deutschen Schallplattenkritik en Arvo Pärts Kanon Pokajanen een Edison Klassiek.
Het vorige optreden van Cappella Amsterdam in de Eigen Programmering was in 2023 een kerstconcert met het Nederlands Kamerorkest.






