Kerstmatinee: Concertgebouworkest speelt Beethovens ‘Eroica’

Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Chen Reiss sopraan

Klik hier voor de zangteksten met Nederlandse vertaling.

Het concert wordt live op de radio uitgezonden door AVROTROS via NPO Klassiek; om 16.00 uur volgt de televisie-uitzending via NPO 2.

Lees ook:
Sopraan Chen Reiss: ‘Ik vermoed dat er rivaliteit tussen Fanny en Felix bestond’
- De band tussen Fanny en Felix Mendelssohn

Felix Mendelssohn (1809-1847)

Ouverture ‘Die Hebriden’, op. 26 (1829-30, revisie 1832)

Fanny Hensel-Mendelssohn (1805-1847)

Hero und Leander (1832) 
dramatische Szene
voor zangstem en orkest
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest

Felix Mendelssohn 

Scherzo uit ‘Ein Sommernachtstraum’, op. 61 (1842) 

Infelice, op. 94 (1834) 
concertaria voor sopraan en orkest

pauze ± 15.00 uur

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Symfonie nr. 3 in Es gr.t., op. 55 ‘Eroica’ (1802-04)     
Allegro con brio
Marcia funebre: Adagio assai
Scherzo: Allegro vivace
Finale: Allegro molto – Poco andante – Presto

einde ± 16.20 uur

Toelichting

Felix Mendelssohn

Door Michiel Cleij

Zijn muziek is us, expressief, gevarieerd, toegankelijk en nooit zwaar op de hand: wat kan er misgaan bij Felix Mendelssohn? Tussen zijn getroebleerde tijdgenoten is hij een rimpelloze romanticus, vrij van Robert Schumanns neurotische uithalen, Frédéric Chopins verbeten nationalisme en Franz Liszts eeuwige flirts met de duivel. Mendelssohn knoopte openlijk aan bij Bach en Mozart, maar in zijn vermogen om sprookjesachtige sferen te scheppen en dingen muzikaal uit te beelden was hij helemaal eigentijds. Het oude en het nieuwe komen bij hem zonder enige wrijving samen.

De afwezigheid van scherpe randjes bezorgde hem ook de onvermijdelijke kritiek van vakgenoten: Mendelssohn, een rijkeluiszoon, zou een oppervlakkig componist zijn. Hector Berlioz vond hem conservatief (‘hij houdt te veel van de doden’), Claude Debussy noemde Mendelssohn ‘die keurige notarisklerk’ en Richard Wagner, in één van zijn anti-Joodse tirades, prees vilein Mendelssohns tekenhobby zonder over zijn muziek te reppen.

Ondertussen staat een stuk als Die Hebriden als een huis: een impressie van de Schotse eilanden die Mendelssohn als twintiger bezocht, sfeervol, meeslepend en o zo trefzeker geschreven voor de strijkers; dat de componist sinds zijn kindertijd viool speelde in het huis­orkest betaalde zich altijd weer uit. Het beginthema is de grote sfeermaker: hier krijgt Mendelssohns eeuwige blauwe hemel concurrentie van Schotse nevel. ‘Dit’, schreef hij aan zijn zus Fanny, ‘kwam hier in mij op, en ik stuur het je opdat je begrijpt hoezeer de Hebriden mij aangegrepen hebben.’ Aanvankelijk wilde hij het werk vernoemen naar Fingal’s Cave, een grot op het onbewoonde basalteiland Staffa. Maar dit is geen muziek over donkere, besloten ruimtes – eerder een panorama met gedempt licht en de voortdurende deining van een uitgestrekte zee.

Veel minder bekend dan de Hebriden-ouverture is de concertaria Infelice, een soort stijloefening in Italiaanse . Mendelssohn deed een losse greep uit het werk van de productieve libretto­schrijver Pietro Metastasio, plakte de teksten aan elkaar tot er (zoals hij zei) ‘prachtige onzin’ stond en schreef er melodramatische muziek bij. Het onderwerp: een vrouw die door haar geliefde verlaten is. De dubbele bodem: Mendelssohn schreef de – ingeleid door een markante vioolsolo – voor een zangeres die een geheime relatie had met een violist, en ze zouden allebei deelnemen aan de première. Die gimmick ging op het laatste moment helaas niet door, en de affaire eindigde zó dramatisch dat Mendelssohn in 1843 een nieuwe versie van het stuk schreef, zonder vioolsolo en met een grotendeels aangepaste zangtekst.

Maar de meest karakteristieke, spreekwoordelijke, spot-on Mendelssohn vind je in het uit de toneelmuziek bij Shakespeare’s A Midsummer Night’s Dream: sprookjesmuziek waarin geen draak te bekennen is, maar elfjes zoveel te meer. Welke notarisklerk schrijft zoiets?

  • Fanny en Felix Mendelssohn

Fanny Hensel-Mendelssohn

Door Michiel Cleij

Ook van Felix’ vier jaar oudere zus Fanny klinkt een vocaal-­symfonisch werk. Fanny ­Hensel-Mendelssohn liet zo’n vijfhonderd werken na, maar een glansrijke muziekcarrière werd haar onthouden. Het was een tijd waarin mannen als vampiers het artistieke talent van vrouwen opzogen, en dat kreeg ze als kind al van haar vader ingepeperd: ‘Muziek wordt misschien Felix’ beroep, maar voor jou kan het alleen versiering zijn.’ Met haar broer kwam evenwel een interactie tot stand: hij stimuleerde haar om te componeren, zij adviseerde hem bij elk nieuw werk. Ook van haar echtgenoot, de kunstschilder ­Wilhelm Hensel, zou ze de nodige steun krijgen, maar tot een echte doorbraak kwam het nooit.

Anders dan Felix, die als componist/ veel contacten in de internationale orkestwereld had, beperkte Fanny zich hoofdzakelijk tot de kleinere, huiselijker genres – met nadruk op eren. De publieke beschikbaarstelling van haar nalatenschap in 1965 bracht evenwel een paar verrassingen: er zaten wel degelijk een aantal groot bezette stukken bij. Eén daarvan was de ‘dramatische scène’ Hero und Leander, over de twee mythologische geliefden die door een kolkende zee van elkaar gescheiden zijn en elkaar enkel dankzij lichtbakens en riskante zwempartijen kunnen bereiken (wat natuurlijk misgaat, uiteindelijk). Net als haar broer drukt Fanny Hensel-­Mendelssohn veelvuldig de zieleroerselen van de hoofdpersonen en de omringende natuur in de noten uit. Zo zijn de dreigende stilte van de nacht en de rusteloze golven overduidelijk aanwezig in de strijkersbegeleiding.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Derde symfonie, ‘Eroica’

Door Michiel Cleij

Toen Ludwig van Beethoven zijn Derde symfonie in Es groot componeerde, tekende zich een politieke omwenteling af waarop de maatschappelijk geëngageerde componist enthousiast reageerde. De Franse Revolutie, enkele jaren eerder, was een inspirerend voorbeeld geworden voor andere landen: als Frankrijk zijn autoritaire regime voor een republiek kon verruilen moest dat elders ook mogelijk zijn, meenden velen. Beethoven behoorde daartoe. Al tijdens zijn studiejaren koesterde hij republikeinse idealen. Die sympathieën werden nog sterker toen hij in Wenen in opdracht werkte van diverse prinsen en bisschoppen. Daar voelde de eigenzinnige Beethoven zich in zijn creativiteit beperkt door de eisen van zijn broodheren en kon hij uitbuiting en onderdrukking van dichtbij observeren. De frustraties werden nog verergerd door zijn toenemende doofheid.

De Derde symfonie veroorzaakte in 1805 een sensatie. Niemand was voorbereid op dit ongewoon grootschalige werk waarin militante uitbarstingen worden afgewisseld door lieflijke passages die bijna als religieuze hymnes klinken. Vanaf dit moment was een symfonie méér dan amusementsmuziek voor de adel; dit was muziek die ‘het gewone volk’ moest aanspreken en meeslepen, een spiegel van de maatschappij, een hartenkreet van een idealist.

De eerste helft van de symfonie bevat de grootste verrassingen. Het begindeel dendert dwars door de heersende klassieke conventies heen. De afgewogen verhoudingen van de traditionele symfonie worden opgeblazen: steeds weer lanceert Beethoven nieuwe muzikale ideeën die zich op hun beurt verder vertakken. Die ‘wildgroei’ slaagt omdat Beethoven uitgaat van korte, ‘onaffe’ motieven waarmee hij alle kanten uit kon. Al die jes hebben een eigen ritmische identiteit, wat een gevarieerd en levendig klankbeeld oplevert.

Deel twee is een treurmars – een genre dat in Frankrijk tijdens de Revolutie populair was geworden en voor de progressieve Beethoven een speciale lading had. Na zo’n gedragen episode kan het effect van het daaropvolgende niet groter zijn: ook weer zo’n deel waarin korte, krachtige ­fragmenten over elkaar heen buitelen – en halverwege zelfs een -achtige metselwerk vormen.

In de Finale – met een bijna treiterige introductie die steeds een andere richting uit lijkt te gaan – gebruikte Beethoven een dat hij eerder in een pianowerk gebruikte en, nog prominenter, in zijn ballet Die Geschöpfe des Prometheus, over het mythische personage dat het vuur vanuit het godenrijk naar de mensenwereld had gesmokkeld en dus een belangrijke rol in de menselijke beschaving speelde. En daarmee legde hij een link naar Napoleon Bonaparte, de Franse consul die volgens velen internationaal zou afrekenen met ongelijkheid en onrechtvaardigheid; hij belichaamde een rechtvaardiger staatsbestel en zou dus een eigentijdse Prometheus kunnen zijn. Aan hem had Beethoven dit werk willen opdragen. Bekend is de anekdote die Beethovens vriend Ferdinand Ries achteraf vertelde: Beethoven had het werk aanvankelijk ‘Bonaparte’ gedoopt, maar kraste die opdracht door toen hij vernam dat Napoleon zich tot keizer had laten kronen (‘Dus ook híj is een ordinair mens! Ook híj zal de mensenrechten met voeten treden, zijn eigen ambities najagen en een tiran worden!’). Kort daarop werd de symfonie uitgegeven met de ondertitel ‘Sinf­onia Eroica (‘heroïsche symfonie’) gecomponeerd ter herinnering aan een groot man’. En dat had evengoed Beethoven zelf kunnen zijn: de grillige ‘Eroica’ klinkt ook als een zelfportret van een trotse en idealistische componist.

Biografie

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.

Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.

Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.

Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het ­Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.

Chen Reiss, sopraan

Chen Reiss werd geboren in Israël en begon haar carrière als lid van het ensemble van de Bayerische Staatsoper in München onder leiding van Zubin Mehta. Vervolgens was ze verbonden aan de Wiener Staatsoper. Ze werd geëngageerd door orkesten als de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome en het Orchestre Philharmonique de Radio France, en soleerde afgelopen seizoen bij het SWR Symphonieorchester Stuttgart (Bergs Sieben frühe er), het Tonhalle-Orchester Zürich en – voor het eerst – het National Symphony Orchestra in Washington DC.

Recente ­successen waren de titelrol in Cavalli’s La Calisto in het Teatro alla Scala in Milaan, Ginevra in Händels Ariodante aan het Royal Opera House Covent Garden in Londen en Liu in Puccini’s Turandot met het Israëlisch Filharmonisch Orkest.

Op cd is Chen Reiss onder meer te beluisteren in orkestliederen van Fanny en Felix Mendelssohn, Beethoven-’s met de Academy of Ancient Music en – met de Berliner Philharmoniker – de soundtrack van de bioscoopfilm Perfume: the Story of a Murderer.

Mahlers Tweede en Vierde symfonie maken vast deel uit van haar repertoire; zo soleerde ze in de zomer van 2017 bij het Concertgebouworkest onder leiding van Daniele Gatti in de Vierde; ook zong ze Mahler bij de Münchner Philharmoniker onder Gustavo Dudamel, de Los Angeles Philharmonic met Zubin Mehta en het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Lahav Shani (de Tweede symfonie, afgelopen 16 mei in de ).

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest