Kerstmatinee Concertgebouworkest: Beethovens Negende
Koninklijk Concertgebouworkest
Groot Omroepkoor instudering Klaas Stok
Franz Welser-Möst dirigent
Tamara Wilson sopraan
Jennifer Johnston mezzosopraan
Norbert Ernst tenor
Franz-Josef Selig bas
Dit concert wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio 4 en via NPO 2 om 22.15 uur. Unitel Classica zendt het in meerdere landen live uit.
Lees ook het achtergrondverhaal: De ode 'An die Freude' - van gedicht tot volkslied
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Negende symfonie in d kl.t., op. 125 (1822-24)
voor orkest, solisten en koor
naar Schillers Ode ‘An die Freude’
Allegro ma non troppo e un poco maestoso
Molto vivace, Presto
Adagio molto e cantabile, Andante moderato
Finale: Presto, Allegro assai vivace (alla Marcia), Andante maestoso, Allegro energico e sempre ben marcato
er is geen pauze
einde ± 15.30 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Negende symfonie
Door Michiel Cleij
‘Vóór The Beatles was alles anders. Erná was niets meer hetzelfde’, aldus John Lennon – een fijntjes overdadige opmerking die je niet zomaar op elk ander cultuurfenomeen kunt toepassen. Maar wél op Ludwig van Beethoven. En in zijn negen symfonieën kun je zijn ontwikkeling van classicus naar revolutionair romanticus goed volgen. Toen hij de Eerste symfonie schreef was een symfonie niets meer (of minder) dan goed gemaakte amusementsmuziek voor een select publiek. Vanaf de Derde symfonie ‘Eroica’ kreeg het genre een nieuwe lading: ze werden langer, complexer, intenser qua expressie en kregen daardoor het effect van ‘een reis door de ziel of een psychologisch groeiproces’, zoals muziekencyclopedie Grove het treffend noemt. De Negende symfonie – een compositie waarop Beethoven jarenlang broedde – is de vervolmaking daarvan: een bouwsel van bijna kathedraalachtige proporties, met lange melodische lijnen die de afzonderlijke delen verbinden. Daarmee zette hij een nieuwe norm voor latere componisten; de monumentale symfonieën van Johannes Brahms en Anton Bruckner zijn ondenkbaar zonder Beethovens invloed. De laatste nam Beethovens Negende zelfs als model voor zijn complete symfonische oeuvre. Een andere noviteit was de bijna religieuze apotheose die de climax van het werk vormt: Beethoven voorzag de Finale van zangpartijen – koor en solo’s – en plaveide daarmee de weg voor de symfonische eren van Gustav Mahler en voor Dmitri Sjostakovitsj’ symfonieën met zangstemmen. Met dit monument zette Beethoven de symfonie definitief in 3D: vanaf dat moment gold het genre als een spiegel van de menselijke geest – en van het krachtenspel tussen de mens en zijn omgeving.
Alleen al de eerste paar seconden van de Negende symfonie zijn overrompelend en, voor die tijd, totaal ongewoon. Je hoort een vanuit het niets aanzwellende klankmassa met louter en en kwarten – neutrale, ‘onzijdige’ len, dus, die geen of verraden en daardoor een immens kader scheppen, als openglijdende gordijnen van een nog leeg podium. En dan volgt er zo’n typisch Beethoven-statement: luid en duidelijk, op het korzelige af, met brede streken neergezet. Dit is de aanzet tot een stormachtig betoog, zo dynamisch dat de muzikale ideeën alweer van gedaante en karakter veranderd zijn eer je er grip op hebt. Zo duikt al vrijwel direct in een kortstondige luwte een bezwerende lijn op die duidelijk vooruitwijst op het ‘Freude’-thema in de Finale, maar die vrijwel meteen weer verwaait. Het beginthema wordt niet echt uitgewerkt; het fungeert eerder als een soort ijkpunt waar al het andere materiaal op terugvalt, met het effect van een barse stem die alle andere tot de orde roept. Even lijkt Beethoven die dramatiek te relativeren met een speelse, aanzwellende herhaling van een kort je dat sterk naar Rossini neigt – een wat wrange knipoog naar de Italiaanse , want de enorme populariteit daarvan was in Wenen een forse concurrent van Beethovens eigen muziek geworden. Maar de algehele sfeer van het eerste deel is die van strijd.
Het – het langste dat Beethoven ooit componeerde – wordt voortgestuwd door het felle motief aan het begin. Een prominente rol is weggelegd voor de , die – ongewoon voor die tijd – worden verstemd om zich naar de van dit tweede deel (F groot) te kunnen voegen. Ook hier duiken in embryonale vorm de eerste melodielijnen van het slotkoor op. Het daaropvolgende heeft daarentegen een sereen karakter, mede omdat Beethoven zich aanvankelijk beperkt tot de milde klank van strijkers en – totdat de ten zich roeren.
Ludwig van Beethoven staat achter de tijdens de eerste uitvoering van zijn Negende symfonie; negentiende-eeuwse gravure
Het vierde deel is een symfonie op zich, met vier contrasterende subsecties en beginnend met de vreemdste klank die Beethoven ooit noteerde: een korte maar indringende samenklank van schurende noten, alsof hij het verderop verkondigde ideaal van en menselijke warmte extra urgentie wilde geven door eerst te laten horen hoe chaos klinkt. Daarop passeren collageachtig flarden uit de eerdere delen die alle door een ‘jury’ van lage strijkers terzijde worden geschoven. Uit het nieuwe materiaal dat volgt maakt zich dan plots de indringende los – eerst in de strijkers, dan als koorzang – die al eerder in de symfonie werd voorbereid, de melodie die de essentie van het hele werk gaat worden en die wereldgeschiedenis maakte.
Die melodie is ouder dan de symfonie zelf. Een vroege versie ervan klinkt aan het slot van de Chorfantasie uit 1808, en de kiem werd gelegd in nog veel eerder geschreven eren. En vreemd genoeg bevat Wolfgang Amadeus Mozarts Offertorium uit 1775 een vrijwel identieke passage waardoor Beethoven zich mogelijk – bewust of onbewust – liet inspireren. Ook met de tekst had Beethoven een lange relatie. Friedrich Schillers gedicht An die Freude fascineerde hem al decennialang; regels daaruit belandden in zijn Fidelio en doken sindsdien herhaaldelijk op in onuitgewerkte schetsen voor composities. Wat hem aansprak was het onderliggende appel aan humaniteit en verbroedering; geen wonder, gezien het maatschappelijke tumult dat Beethoven ervoer. Zijn tijd was die van de Oostenrijkse oorlog met het Ottomaanse Rijk, van schermutselingen tussen Frankrijk en Engeland en van de Franse Revolutie, gevolgd door Napoleons herhaalde aanvallen op Wenen. Naast al dat wereldleed had Beethoven het te stellen met gedwongen verhuizingen, oorlogsinflatie, geruzie met zijn familie... En dan was er ook nog die doofheid. Zijn intense verlangen naar vrede en menselijkheid illustreerde hij trouwens op bijzondere wijze, halverwege de Finale, door een ‘Turks ensemble’ van bekkens, trom en triangel in te zetten; instrumenten van een vroegere vijand die hun weg in Europese orkesten begonnen te vinden.
Het effect van de Negende symfonie was uiteraard enorm. De eerste uitvoering vond plaats in Wenen, tot verrassing van de componist zelf. Hij waande zich verdrongen door Italiaans operageweld en had zich al neergelegd bij een Berlijnse première, maar trouwe aanhangers tekenden een petitie om ‘hun’ Beethoven in de Oostenrijkse hoofdstad te houden. Veelgeciteerd, maar nog altijd ontroerend is de anekdote waarin Beethoven, die door zijn doofheid een cosmetisch dirigentschap vervulde als maatslaander, door een van de solisten met zijn gezicht naar het publiek werd gemanoeuvreerd om de geluidloze ovaties in elk geval te kunnen zíen.
Biografie
Franz Welser-Möst, dirigent
Franz Welser-Möst, geboren in Linz, studeerde aanvankelijk viool maar koos later voor het schap. Van 1990 tot 1996 was hij chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, tussen 1995 en 2008 gaf hij leiding aan het Opernhaus Zürich en van 2010 tot 2014 aan de Wiener Staatsoper, waar hij onder meer een nieuwe productie realiseerde van Wagners Der Ring des Nibelungen.
Sinds 2002 staat de Oostenrijker aan het hoofd van The Cleveland Orchestra, waar hij nog zal aanblijven tot 2027. Deze samenwerking resulteerde onder andere in een groot aantal (wereld)premières, de hervatting van producties als Mozarts Da Ponte-opera’s en semi-concertante uitvoeringen van Het sluwe vosje van Janáček met computergeanimeerde mise-en-scène.
Als gastdirigent staat Franz Welser-Möst voor vele vooraanstaande orkesten. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in april 2016; hij keerde er terug in maart 2018 en december 2019. Met de Wiener Philharmoniker ging hij meermaals op tournee en verzorgde hij in 2011 en 2013 het befaamde Nieuwjaarsconcert. Bij de Salzburger Festspiele leidde hij onder meer producties van de Strauss-’s Der Rosenkavalier (ECHO Klassik Preis 2015), Die Liebe der Danae, Salome en Elektra.
Franz Welser-Mösts boek Als ich die Stille fand. Ein Plädoyer gegen den Lärm der Welt (2020) werd in eigen land een bestseller en is in het Engels vertaald als From Silence: Finding Calm in a Dissonant World.
Tamara Wilson, sopraan (Sieglinde)
Tamara Wilson behaalde haar zangdiploma aan de University of Cincinnati en bekwaamde zich verder bij de Houston Grand Studio. De Amerikaanse sopraan veroverde de afgelopen tien jaar de internationale muziekwereld met haar bijdragen aan met name opera’s van Verdi, Mozart, Richard Strauss en Wagner.
Tot de hoogtepunten van haar carrière behoren haar debuut bij de Metropolitan Opera in New York in 2014 in de titelrol van Verdi’s Aïda en haar Londense debuut in 2015 als Donna Leonora in Verdi’s La forza del destino bij English National Opera.
Naast optredens over de hele wereld wijdt Tamara Wilson zich aan concertrepertoire. Recent soleerde zij bijvoorbeeld in Mahlers Achtste symfonie bij het Zweeds Radio onder leiding van Daniel Harding en in Verdi’s Messa da requiem bij het City of Birmingham Symphony Orchestra onder Edward Gardner. De zangeres ontving in 2016 de prestigieuze Richard Tucker Award.
In december 2016 debuteerde ze bij het Concertgebouworkest in het derde bedrijf van Wagners Die Walküre onder leiding van Valery Gergiev.
Jennifer Johnston, mezzosopraan
Jennifer Johnston studeerde aan Cambridge University en aan het Royal College of Music in Londen.
De voormalig BBC New Generation Artist en winnaar van de Royal Philharmonic Society’s Singer Award heeft een nauwe band met de Bayerische Staatsoper in München, waar ze optrad in ruim tachtig opvoeringen, en met het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, waar ze artist in residence was.
De muziek van Mahler heeft een speciale plek in haar hart. Zo zong ze eerder in september 2023 bij het Concertgebouworkest in de Derde symfonie onder leiding van Klaus Mäkelä, maar ook de Tweede en Achtste symfonie, de Rückert-Lieder, Das Lied von der Erde en de Lieder eines fahrenden Gesellen staan op haar repertoire.
De Britse mezzosopraan maakte in 2012 haar Concertgebouwdebuut in Beethovens Missa solemnis onder leiding van John Eliot Gardiner. Haar oeuvre is bijzonder breed, en reikt van Bach tot de eigentijdse muziek.
Norbert Ernst, tenor
Norbert Ernst groeide op in Wenen en genoot daar zijn zangopleiding bij Robert Holl en Charles Spencer aan de Universität für Musik und darstellende Kunst.
De tenor begon zijn carrière als ensemblelid van de Deutsche Oper am Rhein van 2002 tot 2005. Van 2010 tot 2017 was hij verbonden aan de Wiener Staatsoper, waar hij naam maakte met rollen als Aegisth in Elektra van Richard Strauss, Alfred in Die Fledermaus van Johann Strauss jr., Tamino in Die Zauberflöte van Mozart en de Wagner-rollen Loge (Das Rheingold), David (Die Meistersinger von Nürnberg) en Erik (Der fliegende Holländer).
Norbert Ernst is zeer regelmatig te gast bij de Bayreuther Festspiele en treedt daarnaast op in alle grote Europese theaters. Als concertzanger was hij te beluisteren in repertoire van Bachs Passionen tot Mahlers Das Lied von der Erde.
De Oostenrijkse tenor debuteert bij het Concertgebouworkest.
Franz-Josef Selig, bas
Franz-Josef Selig studeerde kerkmuziek aan de Staatliche Hochschule für Musik in Keulen en zang bij Claudio Nicolai.
De Duitse bas vestigde internationaal zijn reputatie met rollen als Gurnemanz in Wagners Parsifal en König Marke in Wagners Tristan und Isolde, Sarastro in Die Zauberflöte van Mozart, Rocco in Beethovens Fidelio en Fiesco in Simon Boccanegra van Verdi.
Hij was regelmatig te gast in huizen als de Wiener Staatsoper, het Teatro alla Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid en de Metropolitan Opera in New York, en bij bijvoorbeeld de Bayreuther en Salzburger Festspiele. Naast zijn talrijke opera- en concertoptredens houdt Franz-Josef Selig graag tijd vrij om recitals te geven, bijvoorbeeld met pianist Gerold Huber.
De bas debuteerde in maart 1996 bij het Concertgebouworkest in Bachs Matthäus-Passion onder leiding van Philippe Herreweghe en was sindsdien diverse keren te gast, voor het laatst in april 2008 in Schumanns Szenen aus Goethes ‘Faust’ onder leiding van Nikolaus Harnoncourt.
Groot Omroepkoor, koor
Het Groot Omroepkoor, opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, is het enige professionele koor in Nederland dat het grote symfonische koorrepertoire uitvoert. Het koor is nauw verbonden met de Publieke Omroep en zingt veelvuldig in de omroepseries: de NTR ZaterdagMatinee, Het Zondagochtend Concert en het AVROTROS Vrijdagconcert.
Het repertoire beweegt zich tussen hedendaagse muziek (opdrachtwerken van zowel Nederlandse als buitenlandse componisten), oudere werken uit de negentiende en twintigste eeuw en . Het Groot Omroepkoor treedt op met orkesten van naam en faam, en werkt in de omroepseries doorgaans met het Radio Filharmonisch Orkest.
Ook met het Concertgebouworkest bestaat een lange, vruchtbare samenwerking. Bij de laatste gezamenlijke concerten in mei 2025 stond Mahlers Achtste symfonie op het programma onder leiding van Klaus Mäskelä. Samen met het Radio Filharmonisch Orkest ontving het Groot Omroepkoor in 2017 de Concertgebouw Prijs. Chef- sinds 2020 is Benjamin Goodson.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest







