Kerstmatinee Concertgebouworkest: Bachs 'Hohe Messe'

Koninklijk Concertgebouworkest
Philippe Herreweghe dirigent
Collegium Vocale Gent
Dorothee Mields sopraan
Hana Blažíková sopraan
Alex Potter countertenor 
Robin Tritschler tenor
Krešimir Stražanac bas

orkestsolisten:
Vesko Eschkenazy viool
Kersten McCall, Julie Moulin traverso
Alexei Ogrintchouk hobo
Nicoline Alt, Kyeong Ham oboe d’amore
Gustavo Núñez, Helma van den Brink fagot
Laurens Woudenberg hoorn
Miroslav PetkovBert Langenkamp, Jacco Groenendijk trompet
Tomohiro Ando pauken

basso continuo:
Leo van Doeselaar orgel
Gregor Horsch cello
Dominic Seldis contrabas

Download en print de pdf met zangteksten.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Mis in b klein, BWV 232 (1733 en 1748-49)
‘Hohe Messe’
Kyrie
Gloria 
Symbolum Nicenum (Credo)
Sanctus
Agnus Dei 

er is geen pauze
einde ca. 16.00*

Dit programma maakt deel uit van de serie E.

*Het concertprogramma op 22 december heeft een andere aanvangs- en eindtijd. 

Toelichting

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Mis in b klein

Voor welke gelegenheid was deze compositie bestemd? Waarom heeft Johann Sebastian Bach als diepgelovig lutheraan in zijn laatste levensjaren een volledige zetting van het rooms-katholieke ordinarium samengesteld? De ontstaansgeschiedenis van de mis die in de negentiende eeuw de bijnaam ‘Hohe Messe heeft gekregen is in nevelen gehuld. We weten dat het werk na de voltooiing van Die Kunst der Fuge Bachs laatste is geweest, en we weten dat hij het heeft genoteerd in de jaren 1748-1749. Maar waarvoor, waarom?

tekst: Eddie Vetter

Bach kampte in die tijd met een slechte gezondheid. Hij leed waarschijnlijk aan diabetes, met alle gevolgen van dien voor zijn gezichtsvermogen. Het is te zien in de , waarin zijn handschrift steeds moeizamer en gebrekkiger aandoet. Tot twee keer toe werd hij aan staar geopereerd door John Taylor, een kwakzalver die later Georg Friedrich Händel voor dezelfde aandoening zou behandelen. Door de ties ging Bachs gezondheid verder achteruit. Hij werd blind en stierf op 28 juli 1750, 65 jaar oud.

Zijn zoon Carl Philipp Emanuel erfde het manuscript. Hij noemde het werk ‘die grosse catholische Messe’. Tegenwoordig interpreteren musicologen het woord ‘catholisch’ in dit verband als ‘universeel’ in de zin van ‘oecumenisch’, maar de mis past evident in de rooms-katholieke traditie. Daarin omvat het ordinarium de vijf gezangen met een vaste tekst die niet gebonden is aan een bepaalde feestdag: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. In de lutherse traditie werden wel de eerste twee, maar niet het geheel meerstemmig gezet.

De laatste tijd zijn er verschillende hypotheses geformuleerd over mogelijke uitvoeringen in Dresden, Praag of Wenen. Michael Maul wijst bijvoorbeeld op Bachs contacten met de rooms-katholieke graaf Johann Adam von Questenberg en vermoedt dat de compositie bestemd was voor de viering van de feestdag van de heilige Cecilia, op 22 november 1749 in de Stephansdom te Wenen.

Het blijft een vermoeden. Wel staat vast dat Bach het Kyrie en Gloria reeds in 1733 heeft gecomponeerd en opgedragen aan de rooms-katholieke keurvorst van Saksen, in de hoop de eretitel ‘hofcomponist’ in Dresden te verkrijgen.

Het eerste Kyrie begint met een spannende aanroep, eerder een schreeuw dan een smeekbede om vergeving. Het Christe doet daarna aan als een liefdesduet in de destijds modieuze ‘galante’ stijl. Een groter contrast dan met het volgende is niet denkbaar: Kyrie II klinkt in de ‘stile antico’, de oude in de traditie van de zestiende-eeuwer Palestrina, van wie Bach missen heeft gekopieerd en bewerkt.

Overheersend is de majeurparallel D groot, ook wel de ‘trompettoonsoort’ genoemd omdat dit instrument zich door de stemming erin thuis voelt

Eenheid in maximale verscheidenheid, daarnaar lijkt de componist te streven als hij in het Gloria eveneens oude en moderne stijlen naast elkaar plaatst. Niet alleen stijlen en technieken wisselen elkaar af, maar ook de bezettingen met na elk koor een solistische of duet. De ten stemmen in met de mfantelijke lofprijzing. Dan wordt ook duidelijk dat de titel Mis in b klein enigszins misleidend is. Het werk begint in deze , maar slechts vijf van de 27 onderdelen staan hierin. Overheersend is de parallel D groot, ook wel de ‘trompettoonsoort’ genoemd omdat dit instrument zich door de stemming erin thuis voelt.

Bach duidt het Credo aan als ‘Symbolum Nicenum’ naar het eerste Concilie van Nicea in 325, waarop het dogma van de drie-eenheid van God is vastgelegd. Dit is de eerste toevoeging uit zijn laatste levensjaren om de mis uit 1733 te voltooien. Aanvankelijk bestond het uit acht delen (2 + 1 + 2 + 1 + 2), maar later componeerde Bach het ‘Et incarnatus’ als apart deel opnieuw, zodat zich een symmetrie openbaart (2 + 1 + 3 + 1 + 2) ter ere van de drie personen van God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Zou Bach op het hoogtepunt van de geloofs­belijdenis het jongste en het oudste deel met opzet pal naast elkaar hebben geplaatst?

Het centrale drieluik belicht de menswording (‘Et incarnatus’), de iging (‘Crucifixus’) en de verrijzenis (‘Et resurrexit’) van Christus. Het ‘Crucifixus’ met zijn telkens herhaalde lamentobas, een reeks van zes chromatisch dalen tonen, is gebaseerd op het eerste koor van de ­ ‘Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen’, BWV 12 uit 1714. Het ‘Et incarnatus’ was waarschijnlijk zijn allerlaatste compositie. Zou Bach op het hoogtepunt van de geloofs­belijdenis het jongste en het oudste deel met opzet pal naast elkaar hebben geplaatst? Als een retrospectief van 35 jaar religieuze componeerkunst?

Het hergebruik van vroeger werk was destijds een gangbare praktijk. Het geldt voor ongeveer de helft van de in 1748-1749 toegevoegde muziek. Zo is het Sanctus ontleend aan een eigen compositie uit 1724, toen bestemd voor een kerstdienst. Het Osanna en het Benedictus horen in de rooms-katholieke traditie bij het Sanctus, maar Bach koppelt ze aan het Agnus Dei. Voor het ‘Dona nobis pacem’ hierin grijpt hij terug op een deel uit het Gloria, ‘Gratias agimus tibi’. Daarmee eindigt de mis in de eeuwenoude ‘stile antico’.

Na de laatste maten noteert Bach in zijn handschrift ‘Fine/ SDGl’. Dat betekent ‘Fine. Soli Deo Gloria’ ofwel ‘Einde. Alleen aan God de eer’. Zoals iedere componist in die tijd zal hij wel aan een uitvoering hebben gedacht, maar het lijkt vooral te gaan om een muzikaal testament, een kunstwerk waarmee hij zijn lot in Gods handen legt.

Biografie

Philippe Herreweghe, dirigent

Philippe Herreweghe combineerde in zijn geboorteplaats Gent zijn universitaire studie (geneeskunde en psychiatrie) met een conservatorium­opleiding piano. Al in die jaren begon hij met dirigeren en in 1970 richtte hij Collegium Vocale Gent op. Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt merkten zijn uitzonderlijke benaderingswijze op en nodigden hem uit om mee te werken aan hun opnames van de verzamelde Bachs.

Philippe Herreweghe groeide uit tot een van de bekendste oudemuziek­en, en zou zijn repertoire gestaag uitbreiden naar de symfonische . Hij was oprichter van La Chapelle Royale (1977, Franse muziek uit de zeventiende eeuw), het Orchestre des Champs-Elysées (1991, romantisch en preromantisch repertoire op originele instrumenten) en zijn eigen Italiaanse festival Collegium Vocale Crete Senesi (2001). Met een discografie van meer dan 120 titels begon de dirigent in 2010 zijn eigen label (PHI).

Sinds 1997 is Philippe Herreweghe bovendien eredirigent van het Antwerp Symphony Orchestra. Als gastdirigent stond hij voor het Concertgebouworkest, het Gewandhausorchester Leipzig, het Mahler Chamber Orchestra, het Scottisch Chamber Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich en verschillende Amerikaanse gezelschappen. Het vorige optreden van Philippe Herreweghe in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 21 november 2023 met Mozarts ‘Haffner’-symfonie en Requiem door zijn eigen gezelschappen Collegium Vocale Gent en Orchestre des Champs-­Élysées.

Collegium Vocale Gent, koor

Collegium ­Vocale Gent werd in 1970 opgericht op initiatief van Philippe Herreweghe. Het koor paste als een van de eerste de nieuwe inzichten inzake de uitvoering van muziek toe op vocale muziek. Deze tekstgerichte aanpak zorgde voor een transparant klank­idioom. Collegium Vocale Gent is uitgegroeid tot een flexibel ensemble met een repertoire uit verschillende stijlperiodes.

Voor elk project wordt een geoptimaliseerde bezetting bijeengebracht. Het koor werkt met het eigen barokorkest en met gespecialiseerde gezelschappen als het Orchestre des Champs-Elysées, het Freiburger ­Barockorchester of de Akademie für Alte Musik Berlin, maar ook met symfonische orkesten als het Antwerp Symphony Orchestra en het Chamber Orchestra of Europe.

Het koor geniet de steun van de Vlaamse Gemeenschap en de stad Gent, en was van 2011 tot 2013 ambassadeur van de Europese Unie. Sinds 2017 organiseert het koor in Toscane het zomerfestival Collegium Vocale Crete Senesi.

In Het Concert­gebouw was Collegium Vocale Gent voor het laatst te beluisteren op 24 augustus 2022 in een uitvoering van Die Schöp­fung van Haydn met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Philippe Herreweghe.

Dorothee Mields, sopraan

Dorothee Mields geldt als een van de toonaangevende vertolkers van zeventiende- en achttiende-eeuwse muziek. Ze is bij zowel publiek als critici geliefd om haar unieke timbre en ontroerende interpretaties. Mields voert ook graag werken uit van hedendaagse componisten als Beat Furrer, Hans Werner Henze en Pierre Boulez.

De Duitse sopraan treedt regelmatig op met onder meer Collegium Vocale Gent, Bach Collegium Japan, de Nederlandse Bachvereniging en Klangforum Wien onder leiding van en als Ivor Bolton, Hans-Christoph Rademann en Christoph Spering.

Als kamermusicus verwezenlijkt Dorothee Mields projecten als Duft und Wahnsinn met luitist Lee Santana en Hille Perl op viola da gamba, en Birds met fluitist Stefan Temmingh.

Haar gestaag groeiende discografie bevat diverse bekroonde opnamen. Onder haar recente cd's bevinden zich Wie schön leuchtet der Morgenstern met de Lautten Compagney en Inspired by Song met Stefan Temmingh. Sinds het seizoen 2016/17 is zij zangdocente aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Dorothee Mields soleerde twee keer eerder bij het Concertgebouworkest, beide keren in werken van Johann Sebastian Bach onder leiding van Philippe Herreweghe: in 2004 in de Matthäus-Passion en in december 2017 in de ‘Hohe Messe’.

Hana Blažíková, sopraan

Hana Blažíková was al vaak in de te beluisteren, in Bachs s of oratoria met het Collegium Vocale Gent en ­Philippe Herreweghe of het Bach Collegium Japan en Masaaki Suzuki. Met de Nederlandse Bachvereniging stond ze eerder in Het Concertgebouw in april 2019.

De Tsjechische sopraan werkte met oudemuziekensembles als het Amsterdam Baroque Orchestra, Tafelmusik Toronto, Sette Voci, Gli Angeli Genève en Collegium 1704. Ze maakte haar opwachting op de Praagse Lente, het Festival Oude Muziek Utrecht, Resonanzen (Wenen), de Tage Alter Musik (Regensburg) en het Festival de Saintes.

Hana Blažíková studeerde filosofie en muziekwetenschap voordat ze in 2002 afstudeerde aan het conservatorium van haar geboortestad Praag. Ze nam verdere lessen bij Poppy Holden, Peter Kooij, Monika Mauch en Howard Crook, specialiseerde zich in het repertoire van Middeleeuwen tot en met , en maakt geregeld uitstapjes naar de . Zo vertolkte ze in Karlovy Vary de rol van Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro. Bij gelegenheid begeleidt de zangeres zichzelf op de gotische harp.

Alex Potter, countertenor

Alex Potter voert muziek uit de zeventiende en achttiende eeuw uit met en als Hans-Christoph Rademann, John Butt, Lars Ulrik Mortensen, Jordi Savall, Jos van Veldhoven en Stephen ­Layton.

Naast in het werk van Bach, Händel en Telemann treedt hij ook graag op in onbekender repertoire: met La Festa Musicale tourde hij met solocantates van Vivaldi, Lotti en Caldara, in Vancouver zong hij in Brittens Abraham and Isaac, en met het ensemble Vespres d’Arnadí bracht hij in het Palau de la Musica in Barcelona een programma m Händel en tijdgenoten. 

Alex Potter was koorknaap aan Southwark Cathedral in Londen, en werd daarna Scholar aan het New ­College in Oxford, waar hij ook muziek­wetenschap studeerde. Aan de Schola Cantorum Basiliensis studeerde hij bij Gerd Türk en Evelyn Tubb.

In Het Concertgebouw zong de eerder in december 2017 in Bachs ‘Hohe Messe’ door het Concertgebouworkest met Philippe Herreweghe, en in de passie-uitvoeringen van de Nederlandse Bachvereniging in 2009, 2013 en 2022.

Robin Tritschler, tenor

De Ierse tenor Robin ­Tritschler studeerde af aan de Royal Academy of Music in Londen en was een BBC New ­Generation Artist. Bij de Welsh National trad hij op in rollen als Almaviva in Rossini’s Il barbiere di Siviglia, Narraboth in Richard Strauss’ Salome en Don Ottavio in MozartDon Giovanni.

Ook trad hij op bij de Nantes Opéra en De Munt in Brussel en soleerde hij bij het BBC Philharmonic en het BBC Symphony Orchestra en tijdens de BBC Proms met Mark Elder. Met het RTE Concert Orchestra trad hij voor Paus Benedictus XVI op in Händels Messiah ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van de staat Vaticaanstad.

Recent vierde hij successen met The Creation van Haydn in New York en als Jaquino in Beethovens Fidelio in het London House, Covent Garden. Verder trad de tenor op met het London Philharmonic Orchestra onder leiding van Yannick Nézet-Séguin, Nathalie Stutzmann en Vladimir Jurowski, de Hong Kong Philharmonic onder Edo de Waart.

In februari 2017 maakte Robin Tritschler zijn debuut in Teatro Colón, Buenos es, in De materie van Louis Andriessen. In december van dat jaar debuteerde hij bij het Concertgebouworkest in Bachs ‘Hohe Messe’ onder leiding van Philippe Herreweghe.

Kresimir Stražanac, bas

Krešimir Stražanac ­studeerde zang bij Dunja Vejzović en ­interpretatie bij Cornelis ­Witthoefft aan de Staatliche Hochschule für Musik und darstellende Kunst Stuttgart en privé bij Jane ­Thorner ­Mengedoht en Hanns-Friedrich Kunz. Hij won prijzen op de Cantilena Gesangswettbewerb in Bayreuth en het Internationale Hugo Wolf Concours in Slovenië. 

Als vast ensemblelid van het Opernhaus Zürich verscheen de Kroatische zanger in ’s van onder anderen Eötvös, Puccini en Richard Strauss. Als gastzanger werd hij geëngageerd door de Bayerische Staatsoper in München en de Oper Frankfurt.

Krešimir Stražanac soleerde bij een groot aantal orkesten in bijvoorbeeld de Passionen en vele andere werken van Bach, de requiems van Mozart, Brahms, Dvořák en Fauré en de oratoria van Mendelssohn. Onder de gespecialiseerde ­gezelschappen die hem uitnodigden zijn bijvoorbeeld Concerto Köln, Collegium 1704 en de ­Akademie für alte Musik Berlin (Bachs Weihnachts­ora­torium op 16 december jongstleden in de ).

In december 2017 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest in Bachs ‘Hohe Messe’ onder leiding van Philippe Herreweghe.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest