Kerstig concert met De notenkraker en Augustin Hadelich
philharmonie zuidnederland
Dmitri Liss dirigent
Augustin Hadelich viool
Dit concert maakt deel uit van de nieuwe serie Klassieke Meesterwerken.
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Vioolconcert in e kl.t., op. 64 (1844)
Allegro molto appassionato
Andante
Allegretto non troppo – Allegro molto vivace
pauze ± 20.50 uur
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)
Suite uit ‘De notenkraker’, op. 71
einde ± 22.05 uur
Toelichting
Felix Mendelssohn 1809-1847
Mendelssohn: Vioolconcert
Door Aad van der Veen
Dankzij een van zijn brieven aan de met hem bevriende violist Ferdinand David weten we dat Felix Mendelssohn jarenlang een in zijn hoofd had, die één van de beroemdste uit het gehele vioolrepertoire zou worden. Toen hij eenmaal had besloten die te gebruiken voor zijn Vioolconcert in e klein moest en zou dit hemelse gezang ook meteen alle aandacht krijgen.
Dus mogen de strijkers aan het begin van dit werk alleen even iets murmelen, alsof ze uitsluitend de functie hebben de aan te kondigen, waarna de solist onmiddellijk dat zinderende hoofdthema laat horen. Het was een voor die tijd ongebruikelijk begin van een soloconcert.
Van meet af aan was dit werk bestemd voor Ferdinand David, concertmeester van het door Mendelssohn geleide Gewandhausorchester Leipzig. Het was ook David die de 35-jarige componist op diens verzoek herhaaldelijk adviezen had gegeven wat betreft de technische aspecten van de vioolpartij.
En uiteraard was hij ook degene die het werk in maart 1845 in Leipzig voor het eerst uitvoerde. Het publiek was aangenaam verrast een nieuw vioolconcert te horen met zulke aantrekkelijke ën. Mendelssohn volgde in grote lijnen het model dat men sinds Mozart kende, met een opeenvolging van een snel, een langzaam en weer een snel deel, geheel volgens de klassieke traditie.
Toch week hij in diverse opzichten daarvan af. Niet alleen door het opmerkelijke begin van het werk, ook door het eerste deel in het tweede te laten overgaan door een aangehouden noot. Ook is er een overgangspassage tussen het tweede en derde deel. Doordat dit ‘intermezzo’ in e staat en het meteen daarop volgende molto in E is het alsof plotseling het zonlicht binnenvalt.
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Tsjaikovski: Suite uit ‘De notenkraker’
De uit ‘De notenkraker’ bevat enkele van de meest briljante delen uit de gelijknamige balletmuziek die Pjotr Iljitsj Tsjaikovski in opdracht van het Petersburgse Mariinski Theater had geschreven. Het hem aangereikte onderwerp, een vrije versie van E.T.A. Hoffmanns verhaal De notenkraker en de muizenkoning, trok hem aanvankelijk niet aan. Maar hoewel de choreograaf Marius Petipa er alles aan deed om zijn motivatie de kop in te drukken met aanwijzingen als ‘vriendelijke muziek: 64 maten’ en ‘16 maten rococomuziek (-tempo)’ groeide Tsjaikovski’s interesse naarmate het werk vorderde.
Het ballet verplaatst ons aanvankelijk naar de woning van een us gezin tijdens de viering van kerstmis. Gasten arriveren en kinderen ontvangen presentjes. Een excentrieke gast schenkt Clara, dochters des huizes, een notenkraker in de vorm van een oud mannetje. De opwinding is groot, maar slaat om in heftig verdriet nadat het jaloerse broertje de notenkraker heeft gebroken.
Niet lang daarna valt Clara in slaap. De notenkraker transformeert in een jonge, aantrekkelijke prins, die haar meeneemt naar zijn rijk. Daar liggen allerlei lekkernijen op haar te wachten en voeren talrijke gasten de meest uiteenlopende dansen uit, met de Bloemenwals als laatste.
Een van de episodes, in het Nederlands meestal Dans van de Suikerboonfee getiteld, bevat een noviteit in het orkest: een celesta, het toetsinstrument dat een klank als van een stel kleine klokjes voortbrengt. Tsjaikovski had het in Parijs ontdekt en was meteen enthousiast. Hij liet er een naar Sint-Petersburg transporteren. Dat moest in het geheim gebeuren, meende hij, om te voorkomen dat Rimski-Korsakov of Glazoenov lucht van deze vondst zouden krijgen en de celesta voor hún muziek zouden gebruiken. Die vrees bleek ongegrond. Maar vele latere componisten, onder wie Sjostakovtisj, hebben er wel van geprofiteerd.
Biografie
philharmonie zuidnederland, orkest
Het van Zuid-Nederland viert dit seizoen zijn tienjarig bestaan. Eredirigent is Marc Soustrot en honorair is Ed Spanjaard. philharmonie zuidnederland is er in de eerste plaats voor de inwoners van Noord-Brabant, Limburg en Zeeland, maar profileert zich ook op nationaal en internationaal niveau.
Naast het symfonische repertoire – eeuwenoud én splinternieuw – brengt het orkest ook nieuwe concertformules; de activiteiten reiken van carnavalsconcerten en een ‘symphonic mob’ tot filmprojecten, business events en educatieve projecten. Ook het Liberation Concert in Margraten is een niet weg te denken traditie.
Vaste samenwerkingen zijn er met Zuid, November Music, Cultura Nova in Heerlen, Musica Sacra in Maastricht en de conservatoria van Maastricht en Tilburg. Bovendien fungeert philharmonie zuidnederland als symfonisch laboratorium van het Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music (MCICM).
In het huidige seizoen verwelkomt het orkest gasten als de violisten Esther Yoo en Alena Baeva, cellist/componist Abel Selaocoe, de pianisten Cédric Tiberghien, Boris Giltburg en Lucas Delbargue, tenor Mark Padmore, de en Enrico Delamboye en Sander Teepen, klarinettist/dirigent Martin Fröst, het Storioni Trio en het Brabant Koor.
philharmonie zuidnederland was voor het laatst in Het Concertgebouw te beluisteren in Het Zondagochtend Concert van 3 september jongstleden onder leiding van Duncan Ward, die sinds 2021/2022 chef-dirigent is.
Dmitri Liss, dirigent
Dmitri Liss werd geboren in de Russische plaats Balasjov. Hij studeerde viool, klarinet en muziekwetenschap voordat hij voor directielessen bij Dimitri Kitajenko werd aangenomen aan het conservatorium in Moskou.
Op zijn eenendertigste werd Dmitri Liss chef- van het Koezbass in Siberië. Van 1999 tot 2003 werkte hij vervolgens bij het Russisch Nationaal Orkest. Sinds 1995 leidt hij het Filharmonisch Orkest van de Oeral, dat is gevestigd in Jekaterinburg; orkest en dirigent maakten samen tal van internationale tournees en traden onder meer op in het Kennedy Center in Washington, Bunka-Kaikan in Tokio en de Salle Pleyel in Parijs, tijdens het Beethovenfest Bonn en op het festival van La Roque d’Anthéron.
Als gastdirigent werd Dmitri Liss geëngageerd door onder meer het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg, het Orchestre National de France, het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra en het orkest van het Teatro Comunale in Bologna. In 2011 kreeg hij in zijn vaderland de prestigieuze titel ‘People’s Artist of Russia’.
Sinds concertseizoen 2016/17 is Dmitri Liss chef- van de philharmonie zuidnederland, en ook in december vorig jaar waren orkest en dirigent samen te gast in de serie Klassieke Meesterwerken. In Het Concertgebouw debuteerde Dmitri Liss in de zomer van 2001, als gastdirigent bij het Residentie Orkest.
Augustin Hadelich, viool
Augustin Hadelich studeerde aan het Instituto Mascagni in Livorno en bij Joel Smirnoff aan de Juilliard School of Music in New York. Hij won de International Violin Competition of Indianapolis (2006), kreeg een Avery Fisher Career Grant (2009) en een Borletti-Buitoni Trust Fellowship (2011), werd in 2018 door Musical America uitgeroepen tot ’instrumentalist of the year’ en in 2021 nogmaals door Klassik.
Voor zijn opname van Dutilleux’ vioolconcert L’Arbre des songes won hij in 2016 een Grammy Award.
Augustin Hadelich soleerde bij de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre National de France, het London Philharmonic Orchestra, het Seoul Philharmonic Orchestra, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en alle grote orkesten in Noord-Amerika.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Augustin Hadelich in februari 2017 met Bernsteins Serenade. In oktober 2024 kwam hij terug met Sibelius’ Vioolconcert onder leiding van Karina Canellakis. Van 2019 tot 2023 was de violist associate artist van het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg. Augustin Hadelich geeft les aan de Yale School of Music en bespeelt de ‘Leduc-ex-Szeryng’-Guarneri del Gesù uit 1744.




