Karina Canellakis dirigeert Wagner en Sibelius bij het Concertgebouworkest
Concertgebouworkest
Karina Canellakis dirigent
Augustin Hadelich viool
Dit programma maakt deel uit van de series B en E.
Ook interessant:
- Interview met Karina Canellakis
- Het verhaal van Tristan en Isolde
Jean Sibelius (1865-1957)
Vioolconcert in d kl.t., op. 47 (1903-05)
Allegro moderato
Adagio di molto
Allegro, ma no tanto
pauze ± 21.00 uur
Richard Wagner (1813-1883)
Voorspel en Isoldens Liebestod uit ‘Tristan und Isolde’ (1856-59)
Vorspiel: Langsam und schmachtend - Isoldens Liebestod
Aleksandr Skrjabin (1872-1915)
Le Poème de l’extase, op. 54 (1905-08)
voor groot orkest
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Jean Sibelius 1865-1957
Sibelius: Vioolconcert
Door Floris Don
Valt er een mooiere, mysterieuzere opening van een vioolconcert te bedenken dan die van de Finse componist Jean Sibelius? De eerste maten van zijn concert staan zeker op één hoogte met de beroemde noten die het Vioolconcert in D groot van Ludwig van Beethoven inluiden of het geheimzinnige als opmaat van Benjamin Brittens Vioolconcert. Bij Sibelius klinken zacht glanzende kabbelingen in de violen, waarna de solist net na de tel en op een milde een melancholische inzet. ‘Een geweldig idee voor een opening’, vond de componist ook zelf, zo schreef hij in september 1902 in een brief aan zijn vrouw Aino. Hierin maakt Sibelius voor het eerst gewag van zijn nieuwe vioolconcert, al zou de rest door een moeizaam compositieproces nog enkele jaren op zich laten wachten. De reden hiervoor lijkt niet moeilijk te achterhalen: Sibelius had een drankprobleem en was zelf weliswaar violist, maar zeker geen . ‘Het was pijnlijk te moeten toegeven dat ik voor een carrière als vioolvirtuoos veel te laat ben begonnen met studeren’, zei Sibelius hierover. En het bleef hem dwarszitten, want nog in 1915 noteerde hij een droom in zijn dagboek: ‘Ik was twaalf jaar oud, en een virtuoos.’
Als componist was Sibelius juist zeer geliefd. Met name in zijn vaderland werd hij op handen gedragen en behoorde hij tot een nieuwe generatie kunstenaars die het ontwaakte Finse nationalisme omarmde en een zelfstandige koers wenste te voeren ten opzichte van grootmacht Rusland. In patriottistische orkestwerken als Finlandia (1899) had Sibelius zijn vaderland effectief gepropageerd als het land van duizend meren, stille wouden en een eigenzinnige lutherse moraal. Toch werd de première van het Vioolconcert in 1905 in Helsinki, met Victor Nováček als solist en de componist op de bok, geen succes. ‘Saaie muziek,’ vond een criticus, ‘al zal het valse spel van de solist niet geholpen hebben.’ Toegegeven: na die prachtige, mysterieuze opening bood Sibelius zijn toehoorders een lastige kluif. Het eerste deel duurde in de oorspronkelijke versie bijna twintig minuten: een meanderend geheel met een solocadens in plaats van de reguliere doorwerking en met nog eens een Bach-achtige solocadens aan het slot. Pas in de gereviseerde versie van 1905 werd het Vioolconcert een succes. Het openingsdeel kreeg een compactere vorm en de tweede solocadens werd weggelaten. De virtuositeit van het slotdeel – een opwindende polonaise – was nu strakker vormgegeven en werd door vioolsterren als Jascha Heifetz (1901-1987) effectief benut. Bovendien valt het concert ondanks de snelle nootjes op door de zeer donkere orkestkleuren en vaak zwaarmoedige stemming: voor soloconcerten een relatieve zeldzaamheid.
Orkestfeit
De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 14 oktober 1917 onder leiding van Willem Mengelberg met Alexander Schmuller als solist. De laatste was op 8 januari 2021 met Myung-whun Chung en concertmeester Liviu Prunaru.
Richard Wagner (1813-1883)
Tristan und Isolde
Door Aad van der Ven
Zoals de liefde tussen Tristan en Isolde althans in het aardse leven geen rust vindt, zo zoeken ook de ën in het voorspel tot het gelijknamige muziekdrama een oplossing, zonder deze te vinden. Richard Wagner vond een manier om in muziek onvervuld verlangen uit te drukken, die zo ingrijpend was dat daarmee de taal van de westerse muziek een doorbraak beleefde. Generaties muziektheoretici hebben de harmonieën geanalyseerd, talloze cultuurhistorici de context belicht. Over weinig andere ’s is zoveel geschreven en zo vaak gedebatteerd.
Een middeleeuwse legende vormde de aanleiding. Gefascineerd door de overwegend pessimistische filosofie van Arthur Schopenhauer en gefrustreerd door zijn uitzichtloze verhouding met Mathilde Wesendonck was Wagner rond 1850 zeer ontvankelijk voor dit verhaal, waarin liefde en dood samenvloeien omdat op deze wereld voor de hoogste vorm van menselijke eenwording blijkbaar geen plaats is.
Tristan en Isolde zoeken de dood teneinde een hereniging in het hiernamaals mogelijk te maken. Doordat de dodelijke drank die zij tot zich nemen een liefdesdrank blijkt te zijn wordt dit voornemen verhinderd. Maar dat is slechts tijdelijk. Dat Tristan in een gevecht dodelijk gewond raakt verandert dan wel de loop der gebeurtenissen, maar niet de essentie van het drama. Alles wijst erop dat hij toch wel, net als Isolde, de hand aan zichzelf zou hebben geslagen. Isoldes ‘Liebestod’ had ook Tristans ‘Liebestod’ kunnen zijn, al past Isolde wel goed tussen Wagners andere zich voor een man opofferende vrouwen als Senta (Der fliegende Holländer) en Elisabeth (Tannhäuser).
De ‘Liebestod’ (‘mild und leise’) brengt de verzoening met het onvermijdelijke en de uiteindelijke loutering. Dat dit fragment vaak, net zoals sommige andere delen uit opera’s van Wagner, zonder zangstem wordt uitgevoerd – de vocale partij wordt dan in het orkest gelegd – is volkomen verdedigbaar. Wagner concipieerde zijn late muziekdrama’s (dat wil zeggen Der Ring des Nibelungen, Tristan und Isolde en Parsifal) vanuit het orkest. De stemmen zijn het verlengde daarvan. Zangkunst en instrumentale muziek zijn één geworden.
Orkestfeit
Het Voorspel klonk in de voor het eerst op 4 april 1889 onder Willem Kes; precies drie weken later dirigeerde Willem Mengelberg de beide delen. De meest recente uitvoering door het Concertgebouworkest was op 23 januari 2016 onder Herbert Blomstedt.
Aleksandr Skrjabin (1872-1915)
Le Poème de l’extase
Door Onno Schoonderwoerd
Tegen het einde van zijn korte leven deed Aleksandr Skrjabin zich voor als een mysticus die zich met een goddelijk schepper vereenzelvigde. Hij ging verder dan Wagner in het ontwerpen van een grote synthese van alle kunsten.
‘Dit was de eerste keer dat ik licht vond in de muziek, en de betovering en ademloosheid van het geluk!’
Met zijn Mysterium, waarin muziek, zang, dans, geur en licht een verbond zouden aangaan, wilde hij zich uiteindelijk openbaren aan de nieuwe wereldbevolking, die zich zou verzamelen in een nachtelijke tempel in India. Maar hij overleed voordat die wensdroom bewaarheid werd.
De Derde symfonie, ‘Le divin poème’ uit 1904 was een keerpunt in Skrjabins carrière geweest. ‘Dit was de eerste keer dat ik licht vond in de muziek, en de betovering en ademloosheid van het geluk!’, zo schreef de componist opgetogen. Het symfonische gedicht Le Poème de l’extase, in Skrjabins brieven meermalen zijn Vierde symfonie en ook Poème orgiaque genoemd, werd ruim drie jaar later voltooid. De uiteindelijke vorm van dit werk heeft ogenschijnlijk weinig meer met een symfonie te maken. Wie goed kijkt kan Le Poème de l’extase beschouwen als een uitgebreide hoofdvorm met inleiding, expositie, doorwerking, reprise, tweede doorwerking en : een tot één deel samengebalde symfonie. Maar dat is niet de kern. Skrjabin schiep een in wezen statische vorm, een diamant, waarvan steeds andere vlakken oplichten. Doordat er niet twee duidelijk contrasterende ’s maar minstens tien melodische motieven te herkennen zijn, motieven die elkaar onophoudelijk beïnvloeden en ‘bevruchten’, verdwijnt het traditionele idee van een muzikale ontwikkeling op de achtergrond: er is letterlijk kop nog staart.
Aan de compositie ging een 369 regels tellend gedicht vooraf, dat al in 1906 zelfstandig werd gepubliceerd. De componist noemde het zijn ‘leer’ en schreef zijn vriendin Tatjana Schloezer dat hij zich nu eindelijk als een god kon voelen, als een spelende god die vrijelijk creëert. Achteraf besloot Skrjabin de tekst toch niet in de te laten afdrukken.
Bij de première op 10 december 1908 in New York werd het werk lauw ontvangen. Drie weken later in Sint-Petersburg was dat wel anders. Prokofjev herinnerde zich naderhand: ‘Mjaskovski en ik zaten naast elkaar en verslonden Le Poème de l’extase met enorme belangstelling, hoewel we meer dan eens totaal in de war raakten door de nieuwheid van de muziek. Wij hadden (als het ware) de overtreffende trap van het ons zo goed bekende en zo dierbare Poème divin verwacht. Maar zowel het harmonische als het thematische materiaal en de ische stemvoering waren volkomen nieuw.’
Orkestfeit
De eerste uitvoering vond op 2 oktober 1919 plaats onder Willem Mengelberg, de laatste werd op 23 mei 2014 geleid door Lionel Bringuier.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Karina Cannellakis, dirigent
Karina Canellakis is chef- van het Radio Filharmonisch Orkest. Daarnaast is ze eerste gastdirigent van het London Philharmonic Orchestra en sloot ze recent haar gastdirigentschap bij het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin af.
De in New York geboren Karina Canellakis groeide op in een muzikaal gezin en werd aanvankelijk violiste.
In 2004 studeerde ze in Philadelphia af aan het Curtis Institute of Music en trad ze toe tot het Chicago Symphony Orchestra. Een jaar later deed ze bij de orkestacademie van de Berliner Philharmoniker ervaring op als solist, gastconcertmeester en kamermusicus. Haar mentor Simon Rattle moedigde haar aan te dirigeren.
Nadat ze in 2016 de Sir Georg Solti Conducting Award won, werd Karina Canellakis door toonaangevende orkesten over de hele wereld gevraagd. Zo was ze te gast bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, het NDR Elbphilharmonie Orchester, de en van Boston, Cleveland en San Francisco en het Orchestre de Paris.
Ze was de eerste vrouw die werd uitgenodigd om het Nobelprijsconcert in Stockholm te dirigeren en ook de eerste vrouwelijke aan wie de First Night of the Proms in Londen werd toevertrouwd. In september 2019 begon Karina Canellakis als chef-dirigent bij het Radio Filharmonisch Orkest. In 2022 startte ze met dat orkest een nu al bejubelde cyclus rondom Leoš Janáček. Voor hun Bartók-album ontvingen dirigent en orkest in november 2023 een Grammy-nominatie. Bij de Musikverein Wien gaf Karina Canellakis in seizoen 2023/2024 als ‘artist in focus’ concerten met vier verschillende orkesten.
Karina Canellakis debuteert bij het Concertgebouworkest.
Augustin Hadelich, viool
Augustin Hadelich studeerde aan het Instituto Mascagni in Livorno en bij Joel Smirnoff aan de Juilliard School of Music in New York. Hij won de International Violin Competition of Indianapolis (2006), kreeg een Avery Fisher Career Grant (2009) en een Borletti-Buitoni Trust Fellowship (2011), werd in 2018 door Musical America uitgeroepen tot ’instrumentalist of the year’ en in 2021 nogmaals door Klassik.
Voor zijn opname van Dutilleux’ vioolconcert L’Arbre des songes won hij in 2016 een Grammy Award.
Augustin Hadelich soleerde bij de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre National de France, het London Philharmonic Orchestra, het Seoul Philharmonic Orchestra, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en alle grote orkesten in Noord-Amerika.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Augustin Hadelich in februari 2017 met Bernsteins Serenade. In oktober 2024 kwam hij terug met Sibelius’ Vioolconcert onder leiding van Karina Canellakis. Van 2019 tot 2023 was de violist associate artist van het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg. Augustin Hadelich geeft les aan de Yale School of Music en bespeelt de ‘Leduc-ex-Szeryng’-Guarneri del Gesù uit 1744.




