Kammerorchester Wien - Berlin en Denis Matsuev
Kammerorchester Wien-Berlin
Denis Matsuev piano
Gábor Tarkövi trompet
pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 21.55 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Dertiende serenade in G gr.t., KV 525 (1787)
‘Eine kleine Nachtmusik’
voor strijkorkest
Allegro
Romanze: Andante
Menuett: Allegretto
Rondo: Allegro
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Eerste pianoconcert in c kl.t., op. 35 (1933)
voor piano, trompet en strijkorkest
Allegro moderato
Lento
Moderato
Allegro con brio
pauze
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Serenade in C gr.t., op. 48 (1880)
voor strijkorkest
Andante non troppo – Allegro moderato (pezzo in forma di sonatine)
Walzer: Moderato. Tempo di valse
Élégie: Larghetto eligiaco
Finale (Tema russo): Andante – Allegro con spirito
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Mozart: 'Eine kleine Nachtmusik’
Door Frits de Haen
‘Eine kleine Nacht Musick bestehend in einem , t, und . -- Romance. Menuett und Trio, und Finale.’ Dat noteerde Wolfgang Amadeus Mozart op 10 augustus 1787 in zijn catalogus, tijdens zijn werkzaamheden aan de Don Giovanni. Weinig klassieke werken zijn zo populair als deze . Minder bekend is dat het werk slechts gedeeltelijk werd overgeleverd: dat eerste menuet en trio ontbreken.
Een probleem vormde bovendien dat Mozarts handschrift spoorloos was; alle uitgaven moesten zich dientengevolge baseren op secundaire bronnen. Toen het manuscript uiteindelijk weer opdook bleek dat de bladzijde waarop de ontbrekende delen stonden er al lang geleden uit gescheurd moest zijn. Hoewel deze noten dus definitief verloren lijken, suggereerde de grote Mozart-geleerde Alfred Einstein dat dit materiaal terug te vinden was in een deel voor piano in Bes groot.
Mozarts benaming ‘nachtmuziek’ verwijst naar Italiaanse genres als de notturno en de serenata. Beide termen stonden voor lichte werken met een diverterend karakter. Zulke gelegenheidswerken werden vaker gespeeld ter opluistering van diners en feestelijke gelegenheden, en ook vaak in de openlucht. Zoals in Wenen, waar een tijdgenoot schreef: ‘Tijdens de zomermaanden vind je, bij mooi weer, overal in de straten s, bijna dagelijks en op elk uur, soms om één uur of zelfs later.’ Vaak waren ze voor blazers, in tegenstelling tot ‘Eine kleine Nachtmusik’.
Mozart schreef een aantal van zulke divertimenti, vooral ook in zijn vroegere Salzburgse jaren. De Dertiende serenade is de allerlaatste; ze ontstond in Wenen en is de enige voor strijkers alleen. Voor welke gelegenheid Mozart haar componeerde weten we niet.
Dmitri Sjostakovitsj
Sjostakovitsj: Eerste pianoconcert
Dmitri Sjostakovitsj’ Eerste pianoconcert stamt uit 1933. Het was de periode waarin hij ook Lady Macbeth uit Mtsensk schreef, het werk waarvoor het Sovjetregime hem in sterke mate zou bekritiseren. Klaarblijkelijk vond dat de te avant-gardistisch, de Pravda kopte ‘Chaos in plaats van muziek’.
Het pianoconcert ademt een andere sfeer. De componist zou er later van zeggen dat het was geschreven onder invloed van Amerikaanse volksmuziek, maar de sfeer van de Music Hall lijkt dichterbij. Ook passeert een joods volkswijsje de revue, en is er een continue afwisseling van ironie en satire. Na een energiek eerste deel volgt een echte ‘valse lente’, een langzame waarvan ook Franse componisten zich vaker bedienden.
Met daarin toespelingen op de wereld van de cinema, zoals de eminente Sjostakovitsj-geleerde Elizabeth Wilson constateerde. Na die volgt een caleidoscopische finale die de Nederlandse schrijver/musicoloog Theodore van Houten terecht omschreef als een grabbelton van citaten – zowel Haydn als Beethoven komen voorbij, maar ook hoor je de nabijheid van Franse componisten als Poulenc.
Naar eigen zeggen wilde Sjostakovitsj een leemte opvullen in de instrumentale sovjet-muziek: ‘Ik vind het niet noodzakelijk om het voorbeeld van veel componisten te volgen die de inhoud van hun werken trachten te verklaren door middel van irrelevante definities ontleend aan verwante kunstdisciplines. Ik kan de inhoud van mijn concert niet anders beschrijven dan door middel van hetgeen ik gebruikte om het concert te schrijven [...] Onze tijd is, zoals ik hem opvat, heroïsch, vol esprit en opgewekt. Dit is wat ik in mijn concert heb willen overbrengen.’
Het Eerste pianoconcert heeft een ongebruikelijke , met een obligate partij – geschreven voor Alexander Schmidt, eerste trompettist van het Leningrads Philharmonisch Orkest. Ooit vertelde de componist dat hij aanvankelijk een trompetconcert had willen schrijven maar dat hij, toen hij daarin vastliep, een pianopartij had toegevoegd en dat het zo van dubbelconcert geëvalueerd was tot pianoconcert met obligate trompetpartij.
Er is slechts één , in het laatste deel. Aanvankelijk was de componist niet van plan die te schrijven: ‘Dit is geen concert zoals die van Tsjaikovski of Rachmaninoff, die te keer gaan over het gehele instrument om te laten zien dat je toonladders kunt spelen.’ Bij nader inzien besloot Sjostakovitsj toch in te gaan op het verzoek een cadens te schrijven en hij gebruikte een Beethoven- (uit het a ‘Die Wut über den verlorenen Groschen’, op. 129) als uitgangspunt.
Op 15 oktober 1933 gaf Sjostakovitsj zelf de eerste uitvoering, samen met trompettist Alexander Schmidt en het Leningrads Philharmonisch Orkest onder leiding van de legendarische Jevgeni Mravinsky.
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Tsjaikovski: Serenade
Door Frits de Haen
‘Hoezeer zou ik het waarderen om een monografie over Mozart te schrijven, maar er valt over hem niets meer te melden sinds Otto Jahn zijn hele lange leven gewijd heeft aan het samenstellen van zijn kritische biografie. Er lijkt dus geen manier te zijn om mijn tijd door te brengen en mijn innerlijke behoefte aan werk te bevredigen, behalve dan door te componeren. Bijgevolg heb ik nu het plan opgevat om een symfonie of een strijkkwintet te componeren; ik weet nog niet wat het precies wordt.’ Dat liet Pjotr Iljitsj Tsjaikovski in 1881 Nadezjda von Meck weten, de schatrijke weduwe die hem tussen 1877 en 1890 financieel ondersteunde. Uiteindelijk schreef Tsjaikovski geen symfonie of strijket, maar een .
Hij kon korte tijd later aan vriend en uitgever Pjotr Jurgenson melden dat hij tot zijn ‘verbazing’ een voor strijkorkest had geschreven. En dat hij erop gesteld was, ‘of het nu is omdat het mijn meest recente boreling is of omdat ze helemaal niet slecht is’.
'Ruw en goedkoop'
Elders merkte hij op dat het werk geschreven was vanuit een innerlijke drang, en het moet voor de componist dan ook erg frustrerend zijn geweest dat de pers het werk ruw en goedkoop vond. Duidelijk merkbaar is Mozarts invloed. Tsjaikovski’s bewondering blijkt niet alleen uit zijn ‘Mozartiana’, op. 61 (1887), maar ook uit het brieffragment hierboven.
Ook in de Serenade kon Tsjaikovski zijn verering muzikaal illustreren, namelijk door een soort achttiende-eeuws luchtig te componeren. Met name het eerste deel beschouwde de Rus als een eerbetoon aan het adres van zijn grote achttiende-eeuwse voorbeeld.
Toch is al direct in de inleiding duidelijk dat Tsjaikovski geen Mozart-imitatie nastreefde: daarvoor klinkt het geheel te onmiskenbaar negentiende-eeuws. En uit het tweede deel, de aanstekelijke , kun je ook Tsjaikovski’s bewondering voor walsenkoning Johann Strauss afleiden. Niet voor niets is wel gezegd dat dit deel een van de beste ën van de componist bevat. Na een ingetogen passeren in de Finale twee volksdeuntjes: eentje in de introductie ervan, het tweede dient als belangrijkste van het .
Biografie
Kammerorchester Wien-Berlin, orkest
De oorsprong van het Kammerorchester Wien-Berlin ligt in 2005. In dat jaar vierde Simon Rattle zijn vijftigste verjaardag. Het was zijn wens om een gezamenlijk concert te dirigeren van de Berliner Philharmoniker – waar de Brit chef- was – en de Wiener Philharmoniker – waar hij geregeld als gastdirigent voor stond.
Aldus geschiedde. Deze eerste samenwerking tussen de twee wereldberoemde orkesten die elkaar toch ook flink beconcurreren was dermate succesvol, dat men besloot verder te gaan in de opzet van een gelegenheidsformatie. Onder de naam Kammerorchester Wien-Berlin worden nog steeds op gezette tijden concerten gegeven.
De afgelopen maanden was het kamerorkest bijvoorbeeld te horen in het Brucknerhaus in Linz en in de Musikverein in Wenen. Het gecombineerde orkest verenigt in zich de kwaliteiten die de beide afzonderlijke ensembles kenschetsen. Zo wordt wel gezegd dat de ‘zijdeachtige’ strijkers van de Wiener Philharmoniker erin samengaan met de ‘solistisch glanzende’ van de Berliner Philharmoniker.
Artistiek leider en concertmeester is van het begin af aan Rainer Honeck, een van de drie concertmeesters van de Wiener Philharmoniker. Simon Rattle was niet de enige die leiding gaf aan beide ‘moedergezelschappen’: ook beroemde en als Wilhelm Furtwängler, Herbert von Karajan en Claudio Abbado drukten hun stempel op zowel de Wiener als de Berliner Philharmoniker.
Gábor Tarkövi, trompet
Gábor Tarkövi werd geboren in het Hongaarse Esztergom en groeide op in een muzikale familie. Op zijn negende ontdekte hij de , en in zijn jeugd was volksmuziek een belangrijke bron van inspiratie. Zijn muzikale opleiding genoot hij onder meer aan de Franz Liszt Muziekacademie in Boedapest. Een belangrijke mentor voor Gábor Tarkövi was componist György Kurtág.
Gábor Tarkövi begon zijn muzikale carrière als tist in de Württembergische Philharmonie en maakte vervolgens deel uit van het Konzerthausorchester Berlin en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München.
Sinds 2005 is hij eerste trompettist van de Berliner Philharmoniker. Als solist trad hij ook op met bijvoorbeeld het Chinees Nationaal . Hij werkt regelmatig met grote en als Bernard Haitink, Simon Rattle en Mariss Jansons. Voor het uitvoeren van kamermuziek speelt hij onder meer in Pro Brass, het Wien-Berlin Brass Quintett en de Vienna Brass Connection.

