Kamermuziek: Spotlight op Martin Fröst
Martin Fröst klarinet
Maxim Rysanov altviool
Roland Pöntinen piano
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Trio in Es gr.t., KV 498 (1786) ‘Kegelstatt’
voor piano, klarinet en altviool
Andante Menuetto Rondeaux: Allegretto
Robert Schumann 1810-1856
Vanitas vanitatum: Mit Humor
Langsam Stark und markiert
uit ‘Fünf Stücke im Volkston’, op. 102 (1849)
voor altviool en piano (oorspronkelijk voor cello en piano)
Pauze
Robert Schumann 1810-1856
Fantasiestücke, op. 73 (1849)
voor piano en klarinet
Zart und mit Ausdruck Lebhaft, leicht Rasch und mit Feuer
Märchenbilder, op. 113 (1851)
voor altviool en piano
Nicht schnell Lebhaft Rasch Langsam, mit melancholischem Ausdruck
György Kurtág 1926
Hommage à R. Sch., op. 15d (1990)
voor piano, klarinet en altviool
(merkwürdige Pirouetten des Kapellmeisters Johannes Kreisler) [E.: der begrenzte Kreis...] [...und wieder zuckt es schmerzlich F. um die Lippen...] [eine Wolke war ich, jetzt scheint schon die Sonne] In der Nacht Abschied [Meister Raro entdeckt Guillaume de Machaut]
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart: 1756-1791
‘kegelstatt’-trio (1786)
‘Komende woensdag zal ik hier mijn Figaro zien en horen, als ik voor die tijd tenminste niet doof en blind word, maar misschien word ik het pas na de . Uw juffrouw-zuster, Signora Dinimininimi, kus ik honderdduizend maal de hand met het verzoek op haar nieuwe fortepiano goed vlijtig te zijn – maar deze vermaning is onnodig, want ik moet bekennen dat ik nog nooit een leerling heb gehad die zo vlijtig is en zoveel inzet getoond heeft als zij, en ik verheug me werkelijk haar met mijn geringe vaardigheid verder te onderrichten.’
Zo schreef Wolfgang Amadeus Mozart in 1787 vanuit Praag aan zijn goede vriend Gottfried von Jacquin. Diens zus, de in de brief genoemde Signora Dinimininimi, was Franziska von Jacquin (1769–1850), met wie Mozart in huize Jacquin in augustus het jaar daarvoor voor het eerst ‘Ein Terzett für Klavier, Clarinett und Viola’ had uitgevoerd. Daarbij speelde Franziska piano, Mozart en goede vriend en collega Anton Stadler klarinet, een door geen enkele componist ooit eerder ingezette combinatie van instrumenten. Door een misverstand van uitgever Artaria (of was het pr-beleid?) is Mozarts in Es groot sinds de uitgave door het leven gegaan als het ‘Kegelstatt’-trio, het ‘Kegelbaan’-trio. Dat was omdat Mozart twee weken vóór het trio twaalf duo’s had gecomponeerd ‘tijdens het kegelen’.
Evenals de bezetting is ook de opzet van het in Es groot opvallend. Als eerste deel geen gebruikelijk , maar een wat beschouwelijk en mijmerend . Typisch voor dit deel is ook dat er geen normale reprise is met een herhaling van het begin en het vervolg. Ook van het gebruikelijke langzame middendeel heeft Mozart afgezien. Daarvoor in de plaats is er een to, maar zonder de galante Weense lichtheid; ernstig peinzende dialogen, met name in het trio, in een van doortrokken boeiend isch lijnenspel. Als slotdeel is er een opgewekt Rondeaux in zeven coupletten (ook dat is ongebruikelijk bij Mozart) met een bloemrijke en -achtige afloop.
Robert Schumann: 1810-1856
delen uit ‘fünf stücke im volkston’ (1849)
‘In deze stukken hoor ik een frisheid en originaliteit waarvan ik onder de indruk ben’, schreef Clara Schumann nadat ze op de verjaardag van haar man Robert op 8 juni 1849 de Fünf Stücke im Volkston, 102 had gehoord. Schumann gaf daarin blijk van zijn grote jeugdliefde, de , waaraan hij zich pas in zijn late jaren wijdde. De vijf stukken zijn geïnspireerd door het klassieke en volkse , hebben korte en eenvoudige maar karakteristieke ’s en zijn transparant opgezet met refreinen en coupletten. Het eerste stuk, Vanitas vanitatum: Mit Humor, maakt een symbolische en humoristische toespeling op de woorden ‘vanitas vanitatis’ (ijdelheid der ijdelheden). Vanitas vanitatum, een citaat uit het bijbelboek Prediker, was een van Schumanns geliefde gezegden, een metafoor van vergankelijkheid. Het kan goed zijn dat hij bij dit stuk, nota bene een Boheemse polka, het gelijknamige gedicht van Goethe in zijn achterhoofd had. Dat vertelt over een soldaat met één been die alles kwijt is, naar niets meer streeft, maar toch vindt dat heel de wereld van hem is.
Het zangerige tweede stuk is een teder en ontroerend wiegelied. Het laatste stuk is tegelijk fris en duister, met een dat voortdurend wisselt van twee naar drie tellen in de maat, en met een rusteloze en teergevoelige cello-/partij vol sprongen van laag naar hoog.
Robert Schumann: 1810-1856
fantasiestücke en märchenbilder: 1837
Schumanns Fantasiestücke, 73 uit hetzelfde jaar zijn kleinschalige werken in eenvoudige vorm met een overheersende pianopartij. Het zijn contrastrijke karakterstukken, verwant aan de Lieder ohne Worte van Schumanns goede vriend Felix Mendelssohn. Twee jaar later schreef Schumann in zijn nieuwe woonplaats Düsseldorf de vier Märchenbilder, opus 113 voor en piano. Ze doen door hun contrastrijkdom denken aan de aaneengeregen miniaturen van zijn vroege pianocycli. De sombere in d klein in het eerste deel ondergaat diverse gedaantewisselingen. Het mini- van deel twee zet de instrumenten energiek tegenover elkaar. Deel drie is een stormachtig stuk in Erlkönig-sfeer met een aarzelend middengedeelte. De korte cyclus sluit wel af in berustend maar ‘Langsam, mit melancholischem Ausdruck’.
György Kurtág: 1926
hommage à r. sch. (1990)
Ten slotte de fragmentarische toontaal van György Kurtág, de Hongaar die na de onderdrukking van de Hongaarse volksopstand door de Sovjettroepen in 1956
gedwongen was uit te wijken naar de Franse lichtstad. Kurtág studeerde er bij Olivier Messiaen en vond inspiratie bij de kunstenaarstherapeute Marianne Stein,
die hem aanraadde vorm en materiaal van zijn muziek consequent te reduceren en te beperken. Die suggestie is nog altijd van invloed op Kurtágs componeren, dat
zich kenmerkt door microvormen en kleine bezettingen. Zo ook in zijn Hommage à R. Sch., 15d, een beknopte cyclus van zes stukken die slechts zo’n tien minuten duurt en dezelfde compacte bezetting heeft als Mozarts in Es groot. Kurtág maakt subtiele toespelingen op diverse werken van Schumann, zoals Märchenerzählungen
voor dezelfde bezetting, de pianocyclus Kreisleriana inclusief Schumanns alter ego’s Eusebius en Florestan, en In der Nacht uit de Fantasiestücke.
Het laatste deel, Abschied, is langer dan de vijf vorige bij elkaar en refereert aan Schumanns ‘Meister Raro’ die Guillaume de Machaut ontdekt en probeert de extreme temperamenten van Eusebius en Florestan te matigen en verzoenen. In plechtige processiepas bereikt de muziek een climax waarna ze wegsterft in de verte, met als laatste geluid een fluisterzachte slag op een grote trom door de klarinettist.
Clemens Romijn
Biografie
Martin Fröst, klarinet
De Zweedse klarinettist Martin Fröst bouwde een grote carrière op als kamermusicus, solist en .
Hij soleerde bij orkesten als de New York Philharmonic, de Los Angeles Philharmonic, het Gewandhausorchester Leipzig, de Münchner Philharmoniker en het NDR Elbphilharmonie Orchester.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2014. Dit seizoen soleert hij bij het orkest als artist in residence in onder meer premières van Anna Clyne en Sally Beamish en speelt hij kamermuziek met orkestleden (afgelopen maart in de serie Bijlmer Klassiek en op 11 april in de ).
Martin Fröst staat bekend als iemand die de wereld van de klassieke muziek graag uitdaagt en opschudt. Hij ontwikkelde innovatieve presentaties van nieuw en bestaand repertoire in combinatie met bijvoorbeeld dans, beeld, spraak en koorzang. Componisten als Kalevi Aho, Anders Hillborg, Krzysztof Penderecki, Karin Rehnqvist en Bent Sørensen schreven nieuwe werken voor hem; op zijn repertoire staat ook muziek van Mozart, Brahms, Nielsen, Copland en Messiaen.
Als leidde Martin Fröst onder meer het Oslo Filharmonisch Orkest en het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm; sinds 2019 is hij chef-dirigent van het Swedish Chamber Orchestra. Martin Fröst was artistiek leider van kamermuziekfestivals in Zweden (Vinterfest) en Noorwegen (Internationaal Kamermuziekfestival Stavanger).
Maxim Rysanov, altviool
De Oekraïens-Britse altviolist Maxim Rysanov was te gast bij de BBC Proms, op de festivals van Edinburgh, Salzburg en Verbier, en bij het Mariinski Orkest, de orkesten van Seattle en Shanghai, het European Union Youth Orchestra en tientallen Europese gezelschappen waaronder ook het Radio Filharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest.
Zijn encarrière (na een opleiding aan Guildhall School of Music and Drama in Londen en masterclasses bij Gennady Rozhdestvensky en Jorma Panula) loopt tegenwoordig parallel aan zijn carrière op de , en zo leidde hij het Sinfonieorchester Basel, het Russisch Nationaal Orkest, het Georgisch Nationaal , het Deens Nationaal Symfonieorkest en de London Mozart Players.
Met Riga Sinfonietta nam Maxim Rysanov de Eerste symfonie en het concert (wereldpremière) van Pēteris Vasks op. Zijn enthousiasme voor nieuwe muziek leidde ook tot nieuwe composities van bijvoorbeeld Dobrinka Tabakova en Richard Dubugnon.
Kamermuziek speelt Maxim Rysanov met Maxim Vengerov, Janine Jansen, Mischa Maisky, Gidon Kremer, Nicola Benedetti, Vadim Repin, Viktoria Mullova, Sol Gabetta en Martin Fröst.
Bij zijn vorige optreden in de , in november 2017, voerde hij met violist Boris Brovtzyn en celliste Kristina Blaumane een bewerking uit van Bachs Goldberg-variaties. Het instrument dat hij bespeelt (1780, Giuseppe Guadagnini) heeft de bijnaam ‘Il Soldato’.
Roland Pöntinen, piano
De Zweed Roland Pöntinen maakte zijn debuut in 1981 bij het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm en soleerde sindsdien bij tal van orkesten, in Europa, de Verenigde Staten, Azië en Australië. Hoogtepunten waren bijvoorbeeld optredens met het Philharmonia Orchestra in Londen en Parijs en Grieg- en Ligeti-vertolkingen tijdens de Londense Proms.
Roland Pöntinen koestert een brede muzikale smaak maar concentreert zich in de eerste plaats op de ‘gouden eeuw’ van de pianoliteratuur: het werk van Beethoven, Chopin en Liszt. Daarnaast vertolkt hij graag composities uit de eerste helft van de twintigste eeuw, van onder meer Busoni en Rachmaninoff.
Onder zijn kamermuziekpartners zijn zangeres Barbara Hendricks, pianist Love Derwinger en violist Ulf Wallin. Roland Pöntinen nam meer dan zeventig cd’s op. In Het Concertgebouw was hij eerder te gast in 2007, ook toen met Martin Fröst.


