Kamermuziek op Zondagmiddag: Storioni Trio en Schubert

Storioni Trio:

Bart van de Roer piano
Wouter Vossen viool
Marc Vossen cello

Robert Schumann 1810-1856

Eerste pianotrio in d kl.t., op. 63 (1847)
Mit Energie und Leidenschaft
Lebhaft, doch nicht zu rasch
Langsam, mit inniger Empfindung
Mit feuer

pauze


Franz Schubert 1797-1828

Pianotrio in Bes gr.t., D 898 (1827)
Allegro moderato
Andante un poco mosso
Scherzo: Allegro – Trio
Rondo: Allegro vivace

Toelichting

Robert Schumann 1810-1856

Eerste pianotrio in d kl.t., op. 63 (1847)

Het overlijden van Felix Mendelssohn (enkele maanden na zijn zus Fanny) maakte grote indruk op Robert Schumann en markeerde het begin van een depressie. Het jaar 1847 stond überhaupt in het teken van afscheid: eerder dat jaar was het jongste kind van Schumann overleden en bovendien moest hij zijn grote vriend Ferdinand Hiller uitwuiven, die naar Düsseldorf verhuisde. Maar het was een periode waarin Schumann veel componeerde: hij werkte aan de Faust-Szenen, aan de Tweede symfonie en het Eerste piano­. In het kamermuzikale oeuvre van Schumann deed het genre van het pas later zijn intrede. Hoewel hij enige Phantasiestücke voor die bezetting componeerde in 1842-43, zijn grote scheppings­periode voor kamer­muziek, zou hij pas enkele jaren later zijn eerste echte pianotrio schrijven. Directe aanleiding was het feit dat Clara Schumann in Dresden graag samen mocht spelen met Franz en Friedrich Schubert, twee broers die een grote reputatie genoten als violist en cellist. (Overigens geen familie van de Weense Franz Schubert.) De pianotrio’s die Clara Schumann met de beide Schuberts speelde, zette haarzelf ertoe aan een trio in g klein te componeren en haar man Robert schreef zijn Eerste pianotrio en later dat jaar nog een Tweede. Hoewel ze kunnen worden beschouwd als een twee-eenheid, verschillen beide trio’s hemelsbreed: waar het tweede een zonnige sfeer ademt, overheerst in het eerste de melancholie. Dat geldt met name voor het gepassioneerde openingsdeel met zijn monumentale omvang (meer dan twaalf minuten), en voor het naar binnen gekeerde derde deel. Daarmee contrasteren het ische tweede deel met de elkaar schijnbaar najagende instrumenten, en het vurige slotdeel.


Frits de Haen

Franz Schubert 1797-1828

Pianotrio in Bes gr.t., D 898 (1827)

Het werd in de negentiende eeuw een bijzonder populair genre. Toch begon Franz Schubert pas in zijn laatste levensjaren in het genre te schrijven, maar toen schreef hij er ook meteen twee, in Bes groot en in Es groot. Het Pianotrio in Bes groot is een van zijn meest lichte en e kamermuziekwerken. Het is verleidelijk te denken dat het werk voor de componist een zonnige afwisseling betekende met de donkere melancholie van de omstreeks die tijd gecomponeerde Winterreise. Robert Schumann was verrukt over het . Hij schreef dat een vluchtige blik op het werk alle misère van het menselijk bestaan doet verdwijnen. Echt schubertiaans is het lyrische en zingende karakter en de rijkdom aan harmonische verrassingen.

De muziek is een spel tussen drie gelijkwaardige partners. In het openingsdeel contrasteert Schubert twee tische groepen met elkaar. Een eerste energiek en zwierig thema waarin strijkers en pianist elkaar afwisselen wordt gevolgd door een veel er tweede thema, om de beurt toebedeeld aan piano en strijkers. ‘Een gelukkige droom’, zo noemde Schumann het tweede deel, het driedelige met zijn wiegende en zingende ën. Het begint met een solo, waarna zich een verleidelijk duet tussen beide strijkers ontspint. Zorgeloosheid en vrolijkheid beheersen het , vooral ook door de . Het , een strijkersmelodie met natikkende pianoakkoorden, is een onvervalst je. De finale is geen in klassieke zin. Het steeds terugkerende refrein is veel meer een spel met motieven uit de oorspronkelijke melodie. Het doet denken aan een rondedans waarbij de dansers steeds van richting wisselen. Het vormt een levenslustige afsluiting van een dat Schumann de uitspraak ontlokte: ‘een kostbare erfenis; de tijd produceert veel moois, maar niet snel een tweede Schubert.’

Lies Wiersema

Biografie

Storioni Trio, ensemble

Het in 1995 opgerichte Storioni ontleent zijn naam aan het instrument van violist Wouter Vossen: een Laorentius Storioni uit 1794. Het trio kan putten uit een breed repertoire van Haydn tot Henze tot en met prikkelende werken van hedendaagse componisten.

Naast veelvuldige optredens op de Nederlandse podia geniet het Storioni Trio ook internationaal bekendheid, onder meer door concerten in Carnegie Hall in New York en Wigmore Hall in Londen. Tournees ondernam het naar bijvoorbeeld Japan, India, Australië en het Midden-Oosten.

Het speelt ook geregeld met orkest en verleende voor die bezetting compositie-opdrachten aan Kevin Volans, Peter-Jan Wagemans, Nico Muhly en Willem Jeths. De volledige ’s van Beethoven voerde het Storioni Trio uit in Zwitserland en in Nederland, op zowel authentieke als moderne instrumenten, en de cd-opname van het Tripelconcert van Beethoven op historische instrumenten met het Orkest van het Oosten onder leiding van Jan Willem de Vriend werd in juli 2013 Editor’s Choice van het tijdschrift Gramophone.

Het ensemble is initiator en artistiek directeur van het jaarlijkse Storioni Festival in Eindhoven. Het vorige optreden van het Storioni Trio in de was in Het Zondagochtend Concert van 20 maart 2016, en in de was het een maand later nog te beluisteren in Beethovens Tripelconcert samen met de philharmonie zuidnederland.