Kamermuziek op zondagmiddag: Osiris Trio met Dvořák

Osiris Trio:
Ellen Corver piano
Peter Brunt viool
Larissa Groeneveld cello 

er is geen pauze
einde ca. 15.25 uur 

Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek op zondagmiddag.

Bohuslav Martinů 1890-1959

Bergerettes (1939)
Poco allegro
Allegro con brio
Andantino
Allegro
Moderato 

Antonín Dvořák 1841-1904

Pianotrio in f kl.t., op 65 (1883)
Allegro ma non troppo
Allegretto grazioso
Poco adagio
Finale: Allegro con brio 

Toelichting

Antonín Dvořák 1841-1904

Pianotrio

Velen kennen Antonín Dvořák van zijn vrolijke en ritmische Slavische dansen of zijn legendarische Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’, gecomponeerd tijdens een langdurig werkverblijf in Amerika. Tussen de publicatie van deze werken zit een periode van liefst vijftien jaar, waarin de Boheemse componist natuurlijk bleef werken en ook steeds vaardiger werd in zijn toonzetterij. Het in f klein is een werk uit deze periode.

De algehele toon van de compositie staat in schril contrast tot Dvořáks vroegere werk. Het klinkt grilliger en duisterder, minder zorgeloos dan bijvoorbeeld de voornoemde Slavische dansen. Volgens sommigen komt dit door een toename van persoonlijk leed in Dvořák's leven; zijn moeder was recent overleden en in de jaren daarvoor had hij ook alle drie zijn kinderen verloren. Het zou ook kunnen dat hij met deze nieuwe stijl trachtte het ‘Slavische’ element, dat voorheen in zijn stijl vervlochten zat, teniet te doen.

Wellicht was dit een reactie op een toename van anti-Boheemse sentimenten in Wenen. Hoewel de componist nooit open en bloot heeft toegegeven zijn stijl te hebben aangepast vanwege zulke vooroordelen, gaf hij in een brief aan de Hans Richter wel duidelijk aan zich bewust te zijn van het politieke klimaat: ‘Het Weense publiek lijkt bevooroordeeld te zijn tegen werken met een Slavische ondertoon.’

Desondanks waren er nog genoeg prominente Weners die Dvořák en zijn muziek steunden. Niet de minste was Johannes Brahms, die – hoewel hij slechts zeven jaar ouder was dan de Boheem – dienstdeed als mentor, zowel creatief als financieel. Zo wist Brahms ooit zijn Berlijnse uitgever ervan te overtuigen om met Dvořák in zee te gaan met de woorden: ‘[Dvořák] is een bijzonder getalenteerde man. Daarbij is hij arm! Neem het alstublieft in overweging.’ 

Het  in f klein wordt wel het meest brahmsiaanse werk in Dvořáks oeuvre genoemd, omdat zijn nieuwe stijl meer aansloot bij wat op dat moment gebruikelijk was onder Weense componisten. De componist heeft zich echter nooit uitgelaten over Brahms’ invloed op dit specifieke werk.

Of de duisternis in het pianotrio nu voortkomt uit dood, racisme of Brahms, ze overheerst al vanaf het prille begin. De viool en de spelen samen een statige en sombere , waarbij ze al snel ruw worden onderbroken door de piano.

Deze spoort de strijkers hierna aan zoals een ervaren ruiter zijn paard aanspoort; soms lijkt het geheel in opzwepende ’s uit de bocht te vliegen, maar alvorens het dier zich dood rent wordt er op tijd aan de teugels getrokken. Tussendoor gloort er hoop in de vorm van langzame, melodieuze, haast vrolijke passages.

Na de hectische eerste twee delen doet het derde deel dienst als een oase van rust, maar ook dit is van korte duur. Uiteindelijk keert de duisternis altijd terug en hoewel de Finale besluit in voelt het alsof je genept wordt met schijnvrolijkheid.

Bohuslav Martinů 1890-1959

Bergerettes

tekst: Jason Hillebrand

Op een winterdag in 1890 kwam in een kerktoren in Bohemen een jongen ter wereld. Deze jongen was Bohuslav Martinů, de zoon van een klokkenluider en vuurwachter die met zijn gezin in de kerktoren van het plaatsje Polička mocht wonen.

De latere componist bracht de eerste tien jaar van zijn leven door in en rond deze toren; hij zou later de ‘ruimtelijke’ eigenschappen die zijn muziek bevatte relateren aan het klokgelui en het verstrekkende uitzicht die bij een torenleven zijn inbegrepen.

Op zijn zevende kreeg Martinů zijn eerste vioollessen van de plaatselijke kleermaker

Op zijn zevende kreeg Martinů zijn eerste vioollessen van de plaatselijke kleermaker. Hij ontwikkelde zich snel: op zijn twaalfde leidde hij al een lokaal strijkkwartet en hij gaf zijn eerste solorecital als vijftienjarige. Met een crowdfunding-actie avant la lettre zamelden Martinů’s mededorpelingen genoeg geld in om hem naar het Praagse Conservatorium te kunnen sturen.

Het bleek een deceptie. Na het mislukken van zijn vioolstudie probeerde Martinů het nog bij de afdeling, waar hij na een jaartje werd weggestuurd wegens ‘onverbeterlijke nalatigheid’. Uiteindelijk kreeg hij via een staatsexamen de bevoegdheid om vioolles te geven, een beroep dat hij in zijn geboorte-dorp zou uitoefenen.

Hoewel zijn carrière als vioolvirtuoos was mislukt, pikte Martinů in deze tijd wel het componeren op. Al vanaf het begin kenmerkte zijn stijl zich door grillige, hevig gesyncopeerde s en zeer dichte en, vermengd met invloeden van zijn landgenoten Dvořák en Janáček. Na de Eerste Wereldoorlog, een tijd waarin Martinů dankzij (soms gespeelde) ziekte het front wist te ontwijken, verhuisde de componist naar Parijs.

Hier kwam hij in aanraking met de ën van Debussy, het neo-classicisme van Stravinsky en de losse ritmes van de jazz. Dit is allemaal terug te horen in de Bergerettes; toch is de Boheemse bravoure nooit ver weg in deze vijf korte maar krachtige stukken.

Biografie

Osiris Trio, ensemble

Kort na de oprichting in 1988 won het Osiris de Philip Morris Finest Selection Award en de Kersjesprijs; de voordracht van Het Concertgebouw voor de serie Rising Stars van 1997/98 markeerde vervolgens de start van een internationale carrière.

Het Osiris Trio vergezelde Koningin Beatrix tweemaal op een staats­bezoek. Naast zijn vele concerten in Nederland en op de bekende Europese podia en festivals reisde het onder meer door China, en een door The New York Times zeer goed ontvangen optreden in The Frick Collection leidde tot verschillende tournees in de Verenigde Staten en Canada.

Het ensemble speelt het -­oeuvre van Haydn tot en met opdrachtwerken van Nederlandse componisten als Klaas de Vries, Jan van Vlijmen, Theo Verbey en Willem Jeths. Het richt zich ook op nieuw en jong publiek door voor kinderen zijn repertoire te presenteren in de vorm van intrigerende ­theaterproducties. Bij het Orlando Festival in Limburg speelt het Osiris elk jaar kamermuziek en coacht het ensembles.

De triospelers zijn alle drie als hoofdvakdocent verbonden aan het ­Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en gedrieën verzorgen ze bovendien het masterhoofdvak ­pianotrio aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam. Ook buitenlandse conserva­toria nodigen het Osiris Trio uit om masterclasses te geven.

Kamermuziek op zondagmiddag: Osiris Trio met Dvořák — Preludium