KAMERMUZIEK OP ZONDAGMIDDAG: MOZARTS DIVERTIMENTO
Kamermuziek op zondagmiddag 14.15 uur
Gordan Nikoli viool
Maaike Aarts viool
Richard Wolfe altviool
Annette Zahn contrabas
Miek Laforce hoorn
Sander van Dijk hoorn
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Allegro (nr. 1)
Andante (nr. 3)
Menuet en Trio (nr. 6)
Allegro (nr. 8)
uit ‘Twaalf duo’s’, KV 487 (1785) voor twee hoorns
Divertimento in D gr.t., KV 334/320b (1779-80)
Allegro
Thema met zes variaties: Andante
Menuetto – Trio
Adagio
Menuetto – Trio I – Trio II
Rondo: Allegro
er is geen pauze
einde van het concert ca. 15.15 uur
Toelichting
1756-1791
Mozart
Gordan Nikoli, concertmeester van het Nederlands Kamerorkest, en zijn collega’s komen weliswaar met vier strijkinstrumenten, toch staat er geen strijkkwartet op het programma. Ze verruilen de namelijk voor een contrabas en ze nemen ook nog twee isten mee.
Zo kunnen ze muziek van Wolfgang Amadeus Mozart laten horen die niet vaak in de klinkt: een paar hoornduo’s en het feestelijke in D groot, KV 334, een van Mozarts meest omvangrijke divertimento’s.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Twaalf duo's
Dat Mozart relatief veel muziek voor heeft geschreven, meer dan voor andere blaasinstrumenten, heeft alles te maken met zijn vriendschap met Joseph Leutgeb (1732-1811). Deze Weense hoornist, die vanaf 1750 naam maakte als rondreizend hoornvirtuoos, koos in 1763 toch voor een vaste baan in de aartsbisschoppelijke hofkapel in Salzburg. Daar raakte hij al snel bevriend met zijn nieuwe collega’s Michael Haydn en Leopold Mozart en met het toen zevenjarige wonderkind Wolfgang Amadeus Mozart.
De vriendschap tussen Mozart en de veel oudere Leutgeb bleef niet beperkt tot de jaren in Salzburg: toen Mozart zich in 1781 als vrij musicus in Wenen vestigde – een paar jaar nadat Leutgeb dat had gedaan – zou hij de hoornist nog regelmatig opzoeken. Op verzoek van Leutgeb componeerde Mozart solostukken voor hoorn, zoals het indrukwekkende Hoornkwintet, KV 407 en vier hoornconcerten.
Overigens staan deze manuscripten vol met kleine plagerijen van Mozart aan zijn vriend, zoals de vaak geciteerde zin in de van het concert in Es groot, KV 417: ‘Mozart hat sich über den Leitgeb [sic] Esel, Ochs und Narr, erbarmt’. Dat Mozart de Twaalf duo’s, KV 487 tijdens het kegelen zou hebben geschreven (‘Unter kegelscheiben’) is vermoedelijk ook een voorbeeld van zo’n plagerijtje.
De duo’s zijn zeer , met een voor hoorn extreem hoog en extreem laag bereik en met opvallend veel (voor hoornisten lastige) lijnen. Maar Mozart wist precies hoe ver hij kon gaan; Leutgeb had hem alles verteld over de mogelijkheden en beperkingen van het instrument.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Divertimento
In de jaren dat Mozart in dienst was van aartsbisschop Hieronymus Colloredo in Salzburg, van 1772 tot 1781, schreef hij relatief weinig kamermuziek vergeleken met de jaren daarna in Wenen.
Kennelijk was er in Salzburg meer behoefte aan wat eenvoudigere muziek voor orkest en blaasensembles, bedoeld als amusement bij speciale gelegenheden en vaak uitgevoerd in de openlucht. De term die meestal voor dit muziekgenre werd gebruikt, , komt van het Italiaanse werkwoord ‘divertire’: vermaken.
Mozart schreef in deze periode minstens twintig divertimento’s en daarnaast ook nog vele s, en en dansen. Creatief als hij was koos hij niet altijd voor de gebruikelijke bezetting van orkest of blaasensemble, maar schreef hij ook voor originele bezettingen van strijkers met blazers, zoals het Divertimento in Bes groot, KV 287 (1777) en het Divertimento in D groot, KV 334 (1779-80) – beide voor twee violen, , bas en twee s.
Ook qua lengte (zes uitvoerige delen) en qua muzikaal idioom (verrassende ën en veel uiterst gevarieerde ’s) doen deze twee divertimento’s eerder denken aan Mozarts andere kamermuziekwerken dan aan de amusementsmuziek die zo in de mode was.
Het in D groot was waarschijnlijk een cadeau van Mozart voor zijn vriend Sigismund Robinig von Rottenfeld, die in juli 1780 zijn rechtenstudie had afgerond. Misschien heeft dit werk geklonken tijdens het afstudeerfeest en het is zelfs niet onmogelijk dat Sigismund zelf heeft meegespeeld, want de rechtenstudent kon ook heel verdienstelijk viool spelen.
Maar juist omdat de uitdagende eerste vioolpartij vol zit met extreem lastige passages, af en toe geïmiteerd in de tweede vioolpartij, ligt het meer voor de hand dat Mozart en zijn vader Leopold de vioolpartijen hebben gespeeld tijdens de eerste uitvoering van dit Divertimento.
In alle zes delen overheerst de eerste vioolpartij en hebben de vier strijkers veel meer noten te spelen dan de isten. Overal waar de hoorns wél meedoen krijgt de muziek meteen een bijzondere kleur. In het uitbundige openingsdeel en in de beide ten zet Mozart de hoorns meestal in om de muziek nog feestelijker te laten klinken.
Op andere momenten gebruikt hij de koperklank juist om de muziek extra dramatisch of geheimzinnig te maken, bijvoorbeeld in de passages van de twee menuetten en het slotdeel. Het hoornduet in de vierde variatie van het tweede deel is ook uiterst effectief. Juist omdat de variaties daarvoor en daarna – met een minimale rol voor de hoorns – in d klein staan klinkt deze dubbele hoornsolo in D groot buitengewoon stralend.
In het laatste deel zijn de partijen veel gelijkwaardiger en klinkt de muziek bijna symfonisch, met een vorstelijke klank dankzij de hoorns.
Biografie
Gordan Nikolić, viool
Gordan Nikolić is uitgegroeid tot het gezicht van het Nederlands Kamerorkest, dat hij sinds seizoen 2004/2005 op zijn eigen, unieke wijze leidt vanaf de eerste lessenaar. Een programma in de met orkestcollega’s en pianist Ronald Brautigam markeerde in september 2024 zijn twintigjarig jubileum als artistiek leider.
Gordan Nikolić werd geboren in het huidige Servië en leerde het vak bij de Franse violist en Jean-Jacques Kantorow aan de Musikhochschule in Basel.
Daar verdiepte hij zich in de viool, maar werkte hij ook samen met componisten als Lutosławski en Kurtág. In 1989 kreeg hij zijn eerste aanstelling als concertmeester bij het Orchestre d’Auvergne, en van 1997 tot en met 2017 bekleedde hij dezelfde functie bij het London Symphony Orchestra.
Daar werkte hij samen met topen als Colin Davis, Claudio Abbado, Valery Gergiev en Bernard Haitink. De afgelopen jaren was Gordan Nikolić als concertmeester te gast bij onder meer Manchester Camerata, het Antwerp Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. Sinds 2007 heeft hij bovendien de leiding over het in Spanje gevestigde BandArt, een orkest dat inzet op maatschappelijke betrokkenheid.
Naast zijn podiumactiviteiten is de violist docent aan het conservatorium in Parijs, de Hochschule für Musik in Saarbrücken en Codarts in Rotterdam. Hij speelt op een instrument uit 1794 van Lorenzo Storioni.
Maaike Aarts, viool
Maaike Aarts genoot haar opleiding aan de conservatoria van Utrecht en Den Haag bij Lex Korff de Gidts, Peter Brunt en Isabelle van Keulen. Ze studeerde cum laude af en volgde masterclasses bij onder anderen Philipp Hirshhorn, Reinbert de Leeuw en György Kurtág.
Maaike Aarts won prijzen tijdens onder meer het Prinses Christina Concours en Het Nederlandse Vioolconcours (categorie Iordens).Van 2004 tot 2010 was ze violist in het Koninklijk Concertgebouworkest. Ze verliet het gezelschap om zich te kunnen wijden aan de Alexandertechniek, die gericht is op preventie van blessures bij musici.
In de periode van 2010 tot 2014 remplaceerde ze daarnaast in bijvoorbeeld het Koninklijk Concertgebouworkest en speelde ze in Amsterdam Sinfonietta en MusikFabrik. Sinds oktober 2014 is Maaike Aarts plaatsvervangend concertmeester van het Nederlands Kamerorkest.
Richard Wolfe, altviool
Richard Wolfe is geboren en getogen in New York en studeerde viool bij Dorothy DeLay en Walter Levin, primarius van het LaSalle Kwartet.
Na zijn opleiding verbleef hij vijf jaar in Israël, waar hij speelde in het Israëlisch Kamerorkest, en op verzoek van chef- Rudolph Barshai overstapte op de . In 1982 verhuisde Richard Wolfe naar Nederland en kort daarop werd hij opgenomen binnen de gelederen van het Nederlands Kamerorkest.
In 1986 werd hij benoemd tot solo altviolist, en in die hoedanigheid vertolkte hij ook regelmatig solistische partijen in concertant repertoire; zo maakte hij recentelijk als tegenspeler van Gordan Nikolić een opname van Mozarts concertante.
Naast zijn werkzaamheden als uitvoerend musicus is Richard Wolfe als hoofdvakdocent verbonden aan de conservatoria van Amsterdam en Utrecht.
Annette Zahn, contrabas
Annette Zahn studeerde contrabas in haar geboorteland Duitsland en vervolgens in Zwitserland. Hier was ze in de leer bij de Italiaanse contrabasvirtuoos Franco Petracchi en ontving ze voor haar spel de Premier Prix de Virtuosité.
Annette Zahn musiceerde als gast bij het Tonhalle-Orchester Zürich, het Orchestre de de la Suisse Romande en het Ensemble intercontemporain. Ze was aanvoerder van de contrabassen van het orkest van de Opéra de Lyon, onder leiding van John Eliot Gardiner.
Ook was ze aanvoerder bij het Nederlands Balletorkest. Sinds vijfentwintig jaar bekleedt ze deze functie bij het Nederlands Kamerorkest. Daarnaast is Annette Zahn een gepassioneerd kamermusicus. Ook in oktober 2016 trad ze met een aantal collega’s uit het Nederlands Kamerorkest op in de .
Miek Laforce, hoorn
Miek Laforce kreeg haar eerste lessen op negenjarige leeftijd en begon in 1996 een studie aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Haar docenten waren André van Driessche en Luc Bergé.
In 2001 studeerde ze met onderscheiding af en een jaar later nam ze de Ingeborg Köberle Prijs in ontvangst. Tijdens en na haar studie speelde Miek Laforce in diverse orkesten en ensembles, waaronder het Vlaams Radio Orkest, het van De Munt, het Prometheus Ensemble en het Orchestre des Champs-Élysées.
Sinds 2003 maakt de iste deel uit van het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest. Naast haar werk met beide formaties treedt ze regelmatig op met het kamermuziekensemble MP21 en met het Soffio Quintet.
Sander van Dijk, hoorn
Sander van Dijk werd geboren in Barneveld en volgde zijn opleiding tot ist aan het conservatorium in Zwolle. Vervolgens had hij les aan de Musikhochschule in Keulen. Paul van Zelm was zijn docent.
Sinds zijn eindexamen in juni 2014 is hij als freelance musicus actief in diverse gezelschappen, waaronder het Residentie Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest, het Koninklijk Concertgebouworkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest.
Als kamermusicus werkte hij mee aan projecten van onder meer het Linos Ensemble, de Holland Wind Players en Asko|Schönberg. Nadat hij in een aantal programma’s had meegespeeld in De Bezetting Speelt is Sander van Dijk sinds het begin van seizoen 2014/15 vast lid van dit kamermuziekcollectief.





