Kamermuziek op zondagmiddag: Lisa Jacobs

Kamermuziek op zondagmiddag 14.15 uur

Lisa Jacobs viool
Ksenia Kouzmenko piano

Ruysdael Kwartet:
Joris van Rijn viool
Emi Ohi Resnick viool
Gijs Kramers altviool
Jeroen den Herder cello

Eugène Ysaÿe 1858-1931

Extase, op. 21 (voor 1921)
voor viool en piano

Claude Debussy 1862-1918

La fille aux cheveux de lin (1910)
prelude voor piano solo

Clair de lune
uit ‘Suite bergamasque’ (1890)
voor piano solo

Ernest Chausson 1855-1899

Concert in D gr.t., op. 21 (1889-91)
voor piano, viool en strijkkwartet
Décidé – Calme – Animé
Sicilienne: Pas vite
Grave
Finale: Très animé

er is geen pauze
einde van het concert ca. 15.15 uur

Toelichting

Eugene Ysaÿe 1858-1931

Extase

Tekst: Anneloes Brand

Eugène Ysaÿe, geboren in Luik, geldt als de grootste vioolvirtuoos van zijn tijd. Diverse componisten droegen werken aan hem op, zoals César Franck, Camille Saint-Saëns, Claude Debussy en Ernest Chausson.

In zijn latere jaren richtte hij zich meer op lesgeven, dirigeren en componeren. Als componist was hij een auto-didact. Deed hij sommige jeugdwerken later af als ‘imitaties van Vieuxtemps’, in zijn eerste symfonisch gedicht, Poème élégiaque, 12, vond hij zijn eigen stem:

‘Het symfonisch gedicht heeft me altijd aangetrokken. […] Het kan of dramatisch zijn en is in wezen half-romantisch, half-impressionistisch. Het bevat licht en donker en alle schakeringen ertussenin; de componist kan schilderen wat hij wenst zonder rekening te hoeven houden met een vaste vorm. Kortom, het symfonisch gedicht is een portret geschilderd zonder een model.’ Ysaÿe bleek een ware toonschilder.

Extase, 21, ook wel Poème de l’extase genoemd, was Ysaÿe’s vierde symfonisch gedicht voor viool en orkest (later bewerkt voor viool en piano). Het is onbekend wanneer de componist het werk schreef, maar hij liet het in 1921 publiceren door uitgeverij Schott en droeg het op aan violist Mischa Elman.

Over deze briljante jonge collega schreef Ysaÿe ooit aan zijn vrouw: ‘Elman werd geboren met een viool in zijn handen. Aangezien ik zowel de kwaliteiten als de gebreken van de jeugd aanbid en van uitbundigheid, enthousiasme en ritmisch vuur houd, verzeker ik je dat ik intens heb genoten van een viool die werd overgeleverd aan de wil van deze jonge duivel van twintig.’

Niet zo verbazingwekkend dus dat Ysaÿe zijn compositie Extase noemde en dat het werk bol staat van expressiviteit.

Claude Debussy 1862-1918

La fille aux cheveux de lin

Claude Debussy speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het piano-repertoire. Net als vele andere pianisten/componisten gaf hij concerten met zijn eigen werken, maar hij voerde ook wel composities van onder anderen Frédéric Chopin uit.

Het spelen met en, subtiliteiten in pedaalgebruik en een breed arsenaal aan mogelijkheden kenmerken Debussy’s innovatieve, niet-percussieve compositiestijl. Het verhaal gaat dat het zijn bedoeling was de piano niet als een piano te laten klinken.

Debussy componeerde zijn Préludes – het eerste boek verscheen in 1910 en het tweede drie jaar later – gedeeltelijk als hommage aan ChopinPréludes. -Debussy’s 24 preludes zijn niet, zoals bij Chopin en enkele andere componisten, gerangschikt in een tonale volgorde (ze hebben wel allemaal een centrum); ook zijn ze niet bedoeld om als set te worden uitgevoerd.

Debussy’s preludes zijn fijngevoelige pianominiaturen, geïnspireerd door onder meer landschappen, dansen, literatuur en schilderijen. Elk heeft een titel, maar verrassend genoeg plaatste de componist deze aan het eind van iedere prelude. Misschien was de muziek er eerst en de titel later, wellicht had Debussy de titels meer suggestief dan sturend bedoeld.

La fille aux cheveux de lin (‘Het meisje met het vlasblonde haar’) is het achtste werk in Debussy’s eerste boek Préludes – en een van de populairste. Het pianowerk is gebaseerd op het gelijknamige gedicht in Charles-Marie Leconte de Lisle’s album Chansons écossaises (‘Schotse eren’).

Claude Debussy 1862-1918

Clair de lune

Een andere publieksfavoriet binnen Debussy’s piano-oeuvre is Clair de lune -(‘Maneschijn’) uit de bergamasque. Debussy componeerde zijn vierdelige Suite bergamasque in 1890 en liet zich daarbij beïnvloeden door de ke klavecimbelsuite en de gedichten van Paul Verlaine.

Het is niet bekend wat hij precies veranderde, maar zeker is dat hij de suite bewerkte voordat deze in 1905 werd gepubliceerd en dat hij een paar delen andere titels gaf. Het derde deel, Clair de lune, heette oorspronkelijk ‘Promenade sentimentale’ en het vierde deel, Passepied, was gecomponeerd als ‘’.

De titels waren geïnspireerd door Verlaines dichtkunst, net als de naam van de : Verlaines gedicht Clair de lune gaat over ‘bergamasques’ (inwoners van het Noord-Italiaanse Bergamo) en hun onbeholpen dansen en melancholieke instelling. ‘… En hun vermengt zich met het maanlicht / Met het stille maanlicht, droevig en mooi…’

Het stimuleerde Debussy tot het schrijven van zijn eigen betoverende Clair de lune, met impres-sionistische ën, exotische ën en dromerige sensaties.

Ernest Chausson 1855-1899

Concert

Ernest Chausson was een multitalent: afgestudeerd als jurist, een begenadigd schilder en een zeer bekwaam componist – gerespecteerd door collega’s als César Franck (van wie hij compositieles kreeg aan het Parijse conservatorium) en Claude Debussy.

Desondanks was hij een melancholiek en introvert man, en altijd onzeker over de kwaliteit van zijn muziek. Ook na de voltooiing van zijn Concert in D groot, 21 verzuchtte hij: ‘Weer een mislukking!’ Onterecht, want de première was een groot succes en het intense, gepassioneerde werk bleef op het repertoire. Chaussons Concert in D groot voor viool, piano en strijkkwartet is een ongewoon werk.

Op het eerste gezicht is het een sextet, maar dan zouden de leden van het strijkkwartet belangrijkere, onafhankelijke stemmen hebben gehad. Voor een concert, zoals Chausson het bestempelde, is de bezetting bescheiden te noemen en bovendien erg scheef met niet één, maar twee solisten.

Eigenlijk is het meer een duet voor viool en piano met kwartetbegeleiding; de componist zelf noemde de twee solopartijen ‘projecties tegen een kwartetachtergrond’. Chausson droeg zijn Concert in D groot op aan de grote violist Eugène Ysaÿe, in de hoop dat deze het uit zou voeren.

En inderdaad, Ysaÿe verzorgde samen met pianist Auguste Pierret en het Ysaÿe Kwartet in Brussel in 1892 de première en oogstte er, zoals gezegd, veel succes mee.

Biografie

Lisa Jacobs, viool

Lisa Jacobs debuteerde in 2002 op zeventienjarige leeftijd als solist bij het Koninklijk Concertgebouworkest, onder leiding van Riccardo Chailly. Sindsdien musiceerde ze met vele ensembles en orkesten, waaronder Amsterdam -Sinfonietta, het Residentie Orkest en het Noord Nederlands Orkest.

Over de grens was ze te beluisteren met bijvoorbeeld de Brussels Philharmonic, de Bremer Philharmoniker en het Litouws Nationaal . Ook voor het spelen van kamermuziek reist de violiste over de wereld.

Lisa Jacobs volgde vanaf haar achtste les aan het conservatorium in Utrecht, bij Joyce Tan. Later waren Ilya Grubert en Christoph Poppen haar docenten. Ze nam diverse onderscheidingen in ontvangst, waaronder de eerste prijs en de publieksprijs van het Internationale Jascha Heifetz Concours 2005 in Litouwen en de Grachten-festivalprijs 2008.

De debuut-cd van Lisa Jacobs, met muziek van Ysaÿe en Franck samen met pianiste Ksenia Kouzmenko, verscheen in 2013, in 2016 gevolgd door een album met vioolconcerten van Locatelli. Recentelijk richtte Lisa Jacobs een eigen festival op, onder de naam Leiden LIFE. De violiste bespeelt een instrument uit 1683 van Francesco Ruggieri.

Ksenia Kouzmenko, piano

Ksenia Kouzmenko is afkomstig uit Wit-Rusland en is de dochter van een pianisten­echtpaar. Het eerste deel van haar muzikale opleiding, in haar geboorteland, rondde ze met onderscheiding af. Daarna studeerde ze in Den Haag, waar Naum Grubert haar docent was.

Masterclasses volgde ze bij onder anderen Charles Rosen, Walter Blankenheim, Jan Wijn en György Kurtág. Ook nam ze deel aan cursussen van het Tanglewood Music Festival in de Verenigde Staten. Ksenia Kouzmenko was winnaar tijdens een aantal concoursen, waaronder het Tromp Concours 1996 in Eindhoven.

Als solist in divers repertoire was ze te beluisteren met bijvoorbeeld Het Brabants Orkest, Collegium Instrumentale Brugense en het Nationaal van Wit-Rusland. Ksenia ­Kouzmenko speelt ook graag kamermuziek en vormt sinds 2008 een vast duo met ­violiste Lisa Jacobs.

Naast haar activiteiten als uitvoerend musicus geeft Ksenia ­Kouzmenko les aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Ruysdael Kwartet

Het Ruysdael Kwartet werd opgericht in 1996, toen alle leden studeerden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Het kwartet volgde lessen bij leden van het Amadeus Quartett, het Hagen Quartett en het Quatuor Mosaïques en studeerde bij het ­Alban Berg Quartett aan de Hochschule für Musik in Keulen.

Prijzen won het ensemble van de Internationale Sommerakademie Prag-Wien-Budapest (1999, 2000 en 2001), het Charles Hennen Internationaal Kamermuziek­concours (2000) en het Concours International de Quatuor à Cordes in Bordeaux (2001). In 2002 kreeg het Ruysdael Kwartet de Persprijs en de AVRO-prijs in de Vriendenkrans-finale in Het Concertgebouw, en in 2006 volgde de Kersjes van de Groenekan Prijs.

Het Ruysdael Kwartet werd een gevestigde naam in binnen- en buitenland. In 2015 was het de initiatiefnemer van het Zoom! ­kamermuziekfestival in Rheden, in 2016 vergezelden het kwartet en sopraan Lenneke Ruiten het Koninklijk Paar tijdens het staatsbezoek in Parijs, in 2018 had het een prominente rol in de eerste Strijkkwartet Biënnale Amsterdam, en in 2019 maakte het zijn meest recente tournee door Japan.

Kamermuziek in grotere bezetting speelde het kwartet met collega’s als Rafael Wallfisch, Gavriel Lipkind, Nino Gvetadze, Igor Roma en Charles Neidich. Naast hun uitvoeringen van het klassieke kwartetrepertoire werkten de musici samen met hedendaagse componisten als Louis Andriessen, Jacob ter Veldhuis en Gabriel Prokofjev.