Kamermuziek op Zondagmiddag: Jubileum Marietta Petkova
Kamermuziek op Zondagmiddag 14.15 uur
Marietta Petkova piano
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Sechs kleine Präludien, BWV 933-938 (jaartal onbekend)
Prelude in C gr.t.
Prelude in c kl.t.
Prelude in d kl.t.
Prelude in D gr.t.
Prelude in E gr.t.
Prelude in e kl.t.
Frédéric Chopin 1810-1849
24 Preludes, op. 28 (1838-39)
Prelude in C gr.t.
Prelude in a kl.t.
Prelude in G gr.t.
Prelude in e kl.t.
Prelude in D gr.t.
Prelude in b kl.t.
Prelude in A gr.t.
Prelude in fis kl.t.
Prelude in E gr.t.
Prelude in cis kl.t.
Prelude in B gr.t.
Prelude in gis kl.t.
Prelude in Fis gr.t.
Prelude in es kl.t.
Prelude in Des gr.t.
Prelude in bes kl.t.
Prelude in As gr.t.
Prelude in f kl.t.
Prelude in Es gr.t.
Prelude in c kl.t.
Prelude in Bes gr.t.
Prelude in g kl.t.
Prelude in F gr.t.
Prelude in d kl.t.
Serge Rachmaninoff 1873-1943
Prelude in D gr.t., nr. 4
Prelude in g kl.t., nr. 5
Prelude in c kl.t., nr. 7
uit ‘Tien preludes’, op. 23 (1901-03)
Prelude in G gr.t., nr. 5
Prelude in gis kl.t., nr. 12
uit ‘Dertien preludes’, op. 32 (1910)
er is geen pauze
einde van het concert ca. 15.25 uur
Toelichting
De prelude
Tekst: Aad van der Ven
De prelude is een slechts vaag te definiëren muzikaal genre dat in de meest uiteenlopende gedaanten opduikt. In de , onder meer bij Johann Sebastian Bach, treffen we de term voornamelijk aan in combinatie met sterk polyfone vormen, in het bijzonder de . Of als , of als inleiding tot een uit dansen bestaande .
In de negentiende eeuw leefde de prelude voort als losse, compacte compositie, meestal voor piano, vaak in groepsgewijze samenstelling. Voorbeelden zien we bij onder anderen -Frédéric Chopin, Serge Rachmaninoff, Aleksandr Skrjabin, Karol Szymanowski en Claude Debussy.
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Sechs kleine Präludien
Johann Sebastian Bach koos waarschijnlijk rond 1720 de term ‘prelude’ voor een aantal korte stukken, in eerste instantie bedoeld als lesmateriaal voor de beginnende spelers die hij zelf onder zijn hoede had (al dan niet in gezinsverband).
Hij was toen werkzaam als hofmusicus in Cöthen, een bescheiden stadje ten noorden van Leipzig. Verlost als hij was van de verplichting veel kerkmuziek te schrijven zoals bij zijn vorige werkgever, de vrome hertog Wilhelm Ernst von Sachsen-Weimar, concentreerde hij zich in die periode op uiteenlopende vormen van instrumentale muziek.
De Sechs kleine Präludien, BWV 933-938 zijn geschreven in achtereenvolgens de en C groot, c klein, d klein, D groot, E groot en e klein, een opeenvolging die doet vermoeden dat Bach ooit van plan was de reeks voort te zetten. De musicoloog Hermann Keller veronderstelt dat de componist deze gedachte heeft laten varen om zich te concentreren op Das wohltemperirte Klavier, de lijvige verzameling preludes en ’s waaraan hij toen eveneens werkte.
De Sechs kleine Präludien, waarschijnlijk destijds op klavecimbel of klavichord ten gehore gebracht, bieden de beginnende speler de mogelijkheid zich op een basaal niveau in de kunst van de meerstemmigheid te verdiepen, bijvoorbeeld met zich in diverse richtingen bewegende snelle zestiende noten (nr. 3) of twee gelijktijdige melodische lijnen in één hand (nr. 4). Met zijn dansante 3/8 maat had nr. 6 niet misstaan als courante in één van Bachs latere s.
Frédéric Chopin 1810-1849
24 preludes
Wie in de eerste helft van de negentiende eeuw leerde pianospelen kreeg al heel snel enkele van de niet al te veeleisende stukken van Bach voor zijn neus. Na enkele decennia wat op de achtergrond te zijn gebleven had de Thomascantor toen al de status die hij nog steeds heeft.
Ook voor Frédéric Chopin was Bach een onuitputtelijke bron van inspiratie. De 24 Preludes, 28 vormen onmiskenbaar een hommage aan de maker van Das wohltemperirte Klavier. Ook Chopin hield zich daarbij, net als Bach in dat werk en in diens Sechs kleine Präludien, aan een opeenvolging van en in en , zich baserend op alle 24 toonschreden van het westerse muzieksysteem. De Poolse componist volgde hierbij de zogenaamde , te beginnen met C groot en eindigend in d klein.
Zijn schrijfwijze hier wijkt vaak niet zo ver af van die van de eerder ontstane twee bundels s. Met als verschil dat in de Preludes het muzikale idee boven de technische opgave uitrijst. Dit laatste valt de luisteraar des te meer op door de constellatie van de cyclus als totaal, die in zijn grilligheid en rijkdom aan contrasten een sterke poëtische zeggingskracht bezit.
Al worden sommige Preludes wel eens afzonderlijk uitgevoerd, slechts in hun samenhang ontstaat het wonderlijke mozaïek dat de Poolse musicoloog Tadeusz Zielinski omschreef als ‘een encyclopedie van de gevoelens’ en de Zwitserse pianist en muziekpublicist Walter Rehberg als ‘die Quintessenz romantischen Seelenbekenntnisses in pianistischer Vollendung’.
Serge Rachmaninoff 1873-1943
Preludes
Zoals Chopin met zijn 28 in de voetsporen van Bach trad, zo liet op zijn beurt Serge Rachmaninoff zich niet zelden leiden door Chopin. Ook de Russische componist vervaardigde een reeks pianowerken in alle grote- en kleine-tertstoonsoorten.
Deze Preludes werden in twee series, respectievelijk in 1904 en 1910, gepubliceerd en om de 24 en compleet te maken aangevuld met de van meet af aan mateloos populaire Prelude in cis klein uit 1892. De tonale systematiek die deze werken met elkaar verbindt heeft meer met symboliek dan met muzikale samenhang te maken.
Dit zijn stuk voor stuk composities die door hun eigen karakter en hun muzikale gewicht op zichzelf staan. Rachmaninoffs stijl toont aan de ene kant een voorkeur voor lang uitgesponnen ën van een uitgesproken nostalgisch karakter, soms zelfs op plaatsen waar men deze niet verwacht zoals in het toch vrij militante opus 23 nummer 5.
Doordat luisterrijke ’s vaak verstrengeld raken met snelle, motorische passages – de briljante pianist die Rachmaninoff ook was verloochent zich niet – ontstaat een opwindende combinatie van en spectaculaire virtuositeit.
Sommige Preludes werken echter als rustpunten, zoals 23 nummer 4 (al is de tergend langzaam opgebouwde climax in staat ieders bloeddruk op te drijven) en opus 32 nummer 5 (een weemoedige verheft zich boven passages die klinken als een murmelend beekje).
De associatie met water treedt trouwens vaker op. Zo zijn de snelle passages van opus 32 nummer 12 wel getypeerd als ‘regen die langs de vensterruit van een Russische datsja omlaag gutst’ (David Fanning). In het toccata-achtige opus 23 nummer 7 zoekt Rachmaninoff weer even het gezelschap van de grote Bach.
Biografie
Marietta Petkova, piano
Marietta Petkova begon haar opleiding aan het muzieklyceum in haar geboorteplaats Roese (Bulgarije) om deze te vervolgen aan het conservatorium van Sofia. Aan de Musikhochschule in Wenen was Paul Badura-Skoda vervolgens haar docent. Na een studiejaar in Canada vestigde Marietta Petkova zich in 1990 in Nederland, voor lessen van Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam. Gedurende tien jaar was ook pianist/pedagoog György Sebök een belangrijk mentor.
Sinds ze op tienjarige leeftijd het Nationale Pianoconcours van Bulgarije won, nam de pianiste tal van belangrijke prijzen in ontvangst van concoursen in onder meer Zwitserland, Italië, Oostenrijk en Portugal. In Nederland won ze het Eduard Flipse Internationaal Pianoconcours (ex aequo) en de Yamaha Music Foundation Award. Marietta Petkova geeft voornamelijk solorecitals maar speelt ook graag kamermuziek.
Als solist in concertant repertoire werd ze uitgenodigd door onder meer het Orchestre de Chambre de Lausanne, het Concertgebouw Kamerorkest, het Noord Nederlands Orkest, het Kammerorchester Arcata Stuttgart en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het vorige optreden van Marietta Petkova in de was een duorecital met violist Vesko Eschkenazy op 26 mei 2019 met s van Mozart, Beethoven, Debussy en Franck.
