Kamermuziek Op Zondagmiddag: Harriet Krijgh en Magda Amara

Kamermuziek op Zondagmiddag 14.15 uur

Harriet Krijgh cello
Magda Amara piano

Nikolaj Mjaskovski 1881-1950

Tweede sonate in a kl.t., op. 81 (1948-49)
voor cello en piano
Allegro moderato
Andante cantabile
Allegro con spirito

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Elegie in es kl.t., op. 3 nr. 1
uit ‘Morceaux de fantaisie’, op. 3 (1892)
voor piano solo 

Frédéric Chopin 1810-1849

Sonate in g kl.t., op. 65 (1845-47)
voor cello en piano
Allegro moderato
Scherzo
Largo
Finale: Allegro

er is geen pauze
einde van het concert ca. 15.15 uur

Toelichting

Nikolaj Mjaskovski 1881-1950

tweede cellosonate

tekst: Heleen van de Leur

Zowel de Russische Nikolaj Mjaskovski als de Frans-Poolse Frédéric Chopin ­schreven ­zelden voor : de in g klein is Chopins enige cellosonate en Mjaskovski schreef er maar twee, waaronder de Tweede sonate in a klein.

Serge Rachmaninoff componeerde daarentegen met enige regelmaat werken voor cello, maar van hem staat voor dit concert alleen een pianowerk op het programma: de in es klein, het onbeken­de broertje van Rachmaninoffs bekendste prelude 3, nummer 2.  

Nikolaj Mjaskovski schreef zijn ­Tweede ­ in a klein in de laatste jaren van zijn leven, toen hij al een indrukwekkende lijst van maar liefst zevenentwintig ­symfonieën en dertien strijkkwartetten op zijn naam had staan. Zijn relatie met de Russische machthebbers was niet zo ­us als de vele onderscheidingen suggereren.

De positieve uitlatingen van Mjaskovski in de pers waren waarschijnlijk het resultaat van dwang van de regering. In 1948 kwam Mjaskovski in de problemen, samen met tijdgenoten als Dmitri Sjostakovitsj en Sergej Prokofjev: hun muziek zou te ‘formalistisch’ zijn en ging tegen de Sovjet-­idealen in.

De criticus Boris Asafjev merkte al in de jaren 1920 op dat Mjaskovski ‘niet het soort componist is dat de Revolutie zou willen; hij reflecteert op het leven door te kijken naar zijn eigen gevoelens, in plaats van naar de gevoelens en geest van de massa’. 

De sonate klinkt en ­romantisch, en er klinkt veel melancholie in door. De dialoog tussen cello en piano is intiem en de vorm is wat minder gewaagd dan in de ­Sonate in g klein van Chopin, die later in dit programma klinkt, waardoor er meer rust in de muziek zit. De ën zijn helder en blijven tot lang na het luisteren ­hangen. 

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Elegie

Serge Rachmaninoffs schreef zijn in es klein toen hij nog geen twintig jaar oud was. Het is een deel van de Morceaux de fantaisie, een werk dat uit vijf delen bestaat die elk een andere naam dragen: Elegie, Prelude, , Polichinelle (een vrolijke fantasie) en .

Het lijkt of Rachmaninoff zichzelf met de Morceaux de fantaisie uitdaagde om zoveel mogelijk verschillende vormen uit te proberen, waarin hij verschillende emoties kon uitdrukken.

De was in de Oudheid een gedicht vol rouw, of een klaagzang voor de doden, maar in de werd het ook een naam voor een langzaam en droevig stuk. RachmaninoffElegie begint ingetogen, met een langzame over een begeleiding van gebroken en.

Het droevige is er echter snel af: het middendeel is beweeglijk en lieflijk en moduleert naar . Ook dat lieflijke verdwijnt weer, als Rachmaninoff opbouwt naar een vurige climax. Het einde is wederom verstild, met de droevige melodie uit het begin. Zo loodst de jonge Rachmaninoff de luisteraar in zo’n vijf minuten door een grote verscheidenheid aan emoties heen.

Frédéric Chopin 1810-1849

Cellosonate

Aan het begin van zijn compositiecarrière in de jaren 1830 bleef Frédéric Chopin, net als veel andere componisten uit die tijd, uit de buurt van de : Ludwig van Beethoven, dé componist van sonates, was net enkele jaren geleden gestorven en de angst om in zijn schaduw te blijven was groot. In plaats van sonates schreef Chopin daarom kleine karakterstukken voor piano, zoals ’s, polonaises, s, en en ballades.

De Sonate in g klein is een van zijn weinige werken voor andere instrumenten dan piano én het laatste werk dat tijdens zijn leven is gepubliceerd. Deze sonate werd, net als zijn weinige pianosonates, in eerste instantie nogal kritisch ontvangen. Volgens tijdgenoten en later ook volgens zijn biograaf beheerste Chopin de niet goed.

Een criticus uit Chopins tijd schreef dat het klonk alsof ‘de solist aan de deur van elke en sleutel klopte, om te zien of er ergens uze klanken thuis waren’.

Ook vrienden van Chopin gaven pittige kritiek: tijdens de eerste uitvoering van het werk werd het eerste deel zelfs op verzoek van de componist weggelaten, omdat zij er niet bepaald complimenteus over waren geweest bij een proefuitvoering.

Nieuwere analyses maken duidelijk dat Chopin met zijn sonate juist vooruitstrevend was. Het muzikale materiaal is gefragmenteerder dan in traditionele s. Dit komt onder andere door de vele muzikale citaten: Chopin citeert in deze cellosonate naast enkele eigen pianowerken ook regelmatig SchubertGute Nacht (uit Winterreise).

Daarnaast ontwikkelt hij zijn ’s en motieven niet gedurende één deel, maar door alle vier de delen heen, waardoor het werk een minder vastomlijnde vorm heeft.

Door de combinatie van muzikale referenties wordt het werk tegenwoordig ook wel beschreven als het muzikale afscheid van Chopin, die bij het voltooien van het werk wist dat hij stervende was.

Biografie

Harriet Krijgh, cello

Harriet Krijgh studeerde aan het conservatorium in Utrecht, in Wenen bij Lilia Schulz-Bayrova en aan de Kronberg Academy bij Frans Helmerson. In 2015 won ze het concours van de Biënnale in Amsterdam.

Ze soleerde bij het London Philharmonic Orchestra, de Academy of St Martin in the Fields, de Münchner Philharmoniker, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, Hong Kong Sinfonietta, het Sydney Symphony Orchestra en het Boston Symphony Orchestra.

Vorige winter tourde ze met het Nationaal Jeugdorkest door Nederland en naar de Wiener Musikverein.

Kamermuziek speelt ze graag met de pianisten Lauma Skride en Magda Amara; met de laatste maakte ze het instrumentale -album Silent Dreams. Eerder verschenen ook opnames van Vivaldi (met Amsterdam Sinfonietta), Kabalevsky, Haydn, Brahms en Rachmaninoff.

Met ingang van seizoen 2024/2025 brengt Harriet Krijgh ieder half jaar een cd uit met één van de zes suites van Bach gecombineerd met kamermuziek die ze uitvoert met bevriende musici. Sinds 2012 heeft de celliste in Burg Feistritz jaarlijks haar eigen kamermuziekfestival ‘Harriet & Friends’ en ze is een regelmatige gast van de Heidelberger Frühling, het Grafenegg Festival, de Schubertiade Hohenems en de Festspiele Mecklenburg-­Vorpommern (residency  2019).

Het -debuut van Harriet Krijgh was een Lunchconcert in oktober 2009. Ze bespeelt een instrument van Domenico Montagnana (Venetië, 1723), waarvan de krul is gemaakt door Antonio Stradivari.

Magda Amara, piano

De Russisch-Egyptische Magda Amara groeide op in Moskou en volgde daar pianolessen bij Mikhail Khokhlov aan de Gnessin Staatsacademie en bij Sergej Dorensky aan het Tsjaikovski Conservatorium.

Aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen studeerde ze vervolgens bij Stefan Vladar

De pianiste was laureaat op meer dan tien concoursen; eerste prijzen won ze van het Jeunesses Musicales Concours en het Internatio­naal Pianoconcours Ennio Porrino, en op het Vladimir Horowitz Internationaal Pianoconcours in Kiev werd ze derde.

Magda Amara was te gast op bijvoorbeeld het Lucerne Festival en het Internationaal Kamermuziek­festival Utrecht en in het Konzerthaus in Wenen en het Lincoln Center in New York. Ze soleerde bij gezelschappen als het Moskou Filharmonisch Orkest, het Wiener Kammerorchester, het Symfonisch Orkest van Cairo en de Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz. Kamermuziek speelde ze met partners als Janine Jansen, Julian Rachlin, Candida Thompson en Baiba Skride.

In duo met Harriet Krijgh was Magda Amara in de voor het eerst te gast in november 2014.