Kamermuziek op zondagmiddag: Busch Trio

Busch Trio:

Omri Epstein piano
Mathieu van Bellen viool
Ori Epstein cello

Felix Mendelssohn 1809-1847

Eerste pianotrio in d kl.t., op. 49 (1839)
Molto allegro ed agitato
Andante con moto tranquillo
Scherzo: Leggiero e vivace
Finale: Allegro assai appassionato

pauze

Franz Schubert 1797-1828

Tweede pianotrio in Es gr.t., D 929, op. 100 (1827-28)
Allegro
Andante con moto
Scherzando: Allegro moderato
Allegro moderato

begin van de pauze ca. 14.45 uur
einde van het concert ca. 15.55 uur

Toelichting

Felix Mendelssohn 1809-1847

Eerste Pianotrio

Felix Mendelssohn wachtte tot zijn dertigste voordat hij zich aan zijn eerste waagde. Het ontstond tijdens de zomer van 1839, in Frankfurt. De première vond plaats op 1 februari 1840 in het Gewandhaus in Leipzig.
In vier delen verenigt dit werk de tegengestelde krachten tussen enerzijds een klassieke vormgeving en anderzijds een expressieve, romantische ontwikkeling. Het Molto ed agitato kenmerkt zich door een buitengewoon lang , dat 39 maten in beslag neemt. De karakteraanduiding lijkt een drang naar opgewonden ontboezemingen te suggereren, maar zelden – en dus ook hier niet – laat de eerder contemplatieve Mendelssohn zich meeslepen in weemoed en melancholie. Aan een rijke stroom van melodische gedachten heeft het hem echter nooit ontbroken. Met het con moto tranquillo roept de componist dan ook dezelfde spontane sfeer op als in zijn populaire pianocyclus er ohne Worte. Het behoort tot de markantste bladzijden uit Mendelssohns kamermuziek. Schalkse motieven nodigen uit om binnen te treden in een kinderlijke fantasiewereld. De Finale is veeleer heroïsch van karakter en het meest klassieke van de vier delen.

Opmerkelijk is hoe de pianopartij niet alleen tot de meest veeleisende uit het repertoire behoort, maar ook talrijke obstakels moet trotseren in het technisch complexe samenspel met beide strijkinstrumenten. Misschien is dit een van de redenen waarom dit door Robert Schumann als het mooiste van zijn tijd werd genoemd. Niet iedereen was deze mening toegedaan. In Nederland, waar de trio’s van Mendelssohn met regelmaat werden uitgevoerd, werd het Eerste  in 1871 nog een ‘lievelingsstuk voor kamermuzieksoirées’ genoemd. Een Caecilia-­recensie uit 1874 was minder positief. Enkel het werd nog gunstig omschreven: ‘Hoe schitterend kleurig getooid, hoe brillant opgeschikt, maar hoe mager van inhoud, hoe weinig om het lijf hebbend! Wil men Mendelssohn van zijn voor alle tijden bewonderenswaardige, monumentale zijden leeren kennen, dan wende men zich niet tot zijn kamermuziekwerken, maar tot zijn concertouvertures, zijn elfen- en heksenmuziek, zijn oratoriën. Zoo is er ook van dit Trio het Scherzo, dat zoo luchtig daarheen danst als rondfladderende geesten – soms is het alsof de fluitcadens uit het "Sommernachts­traum"-scherzo in de piano is verlegd – wel het beste gedeelte.’

Sabien Van Dale

Franz Schubert 1797-1828

tweede pianotrio

Het is wonderlijk hoezeer Franz Schubert de laatste twee jaar van zijn leven een staat van componeren bereikte die een aantal van de grootste juwelen uit de muziekgeschiedenis opleverde. De cyclus Winterreise, het Strijkkwintet in C groot, het Octet, de laatste drie pianosonates, het zijn werken die het aardse ontstijgen en een enorme emotionele lading in zich hebben. Ook het in Es groot, voltooid in 1828, behoort tot deze categorie.
Misschien voorvoelde Schubert zijn naderende einde. In elk geval wist hij met minimale middelen een grootse en universele boodschap neer te leggen. Het tweede deel, con moto, is wat dat aangaat misschien wel exemplarisch. Schubert baseerde dit deel, dat het hart van het hele werk lijkt te vormen, op het Zweedse volksliedje Se solen sjunker (‘De zon gaat onder’). De tekst van dit liedje gaat over het feit dat er geen tijd meer is, dat alle hoop vervlogen is, dat er geen enkele mogelijkheid meer is voor liefde. Schubert brengt het klagende in de en ondersteunt het met een als was het een dodenmars. Halverwege barst de muziek uit in een angstaanjagende climax, waarna de rust van het eerste thema terugkeert.

Na dit intense is het een ogenschijnlijk lichtvoetige verademing, een spel tussen de drie instrumenten die de gepresenteerde ’s in beantwoorden. Het is een schijnvreugde die van korte duur is. De finale, net als het eerste deel in , lijkt de elementen van de eerste drie delen te verenigen en tot een vredige conclusie te komen, maar dan duikt in de doorwerking opeens het hoofdthema uit het tweede deel weer op. Alsof Schubert al zacht zingend afscheid neemt van het aardse bestaan.

Paul Janssen

Biografie

Busch Trio, trio

Het Busch werd geformeerd in 2012 aan het Royal College of Music in Londen door de Nederlandse violist Mathieu van Bellen en de Israëlische broers Ori en Omri Epstein. Destijds waren de drie aspirant-­solisten, maar hun gedeelde passie voor kamermuziek werd hun sterkste band.

Ze vernoemden hun ensemble naar Adolf Busch, op wiens voormalige instrument, een Guadagnini uit 1783, Mathieu van Bellen speelt. Busch (1891-1952) is een voorbeeld voor het trio; ook de keuze om op darmsnaren te spelen weerspiegelt een diepe waardering voor de esthetiek van de grote musici van begin twintigste eeuw. Vormend waren ook een ­periode aan de Koningin Elisabeth Kapel in ­Brussel en lessen van Eberhard Feltz, András Schiff en het Artemis Quartett.

 In 2016 kreeg het Busch de Kersjesprijs. Het maakte zijn ­opwachting in Bozar en Flagey in Brussel, het ­Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, het South Bank Centre en ­Wigmore Hall in Londen, het Beethoven-Haus Bonn en het ­Konzerthaus Wien. Ook was het te gast op het Edinburgh Festival, tourde het in China en de Verenigde Staten (onder meer afgelopen najaar) en voerde het met Varsovia onder ­leiding van Karina Canellakis ­Beethovens Tripel­concert uit.

Na de debuut-cd met pianotrio’s van Dvořák verschenen albums met diens pianokwartetten (met altviolist Miguel da Silva) en -etten (met Da Silva en violiste Maria Milstein) en met werken van Schubert respectievelijk Ravel en Sjostakovitsj. Afgelopen najaar verscheen de eerste van uiteindelijk vijf cd’s met de complete pianotrio’s van Beethoven. Het Busch Trio debuteerde in de op 14 februari 2016 en speelde er voor het laatst in oktober 2023.