Kamermuziek met Pekka Kuusisto
Musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Pekka Kuusisto viool en leiding
Het concert van 1 oktober 21.15 wordt opgenomen door avrotros voor uitzending op zondag 11 oktober om 14.00 uur via NPO Radio 4.
Het wordt ook live gestreamd via concertgebouworkest.nl/live en via het Facebookkanaal van het Concertgebouworkest.
Er is geen pauze
De musici hebben op het laatste moment besloten de volgorde van het programma te wijzigen:
Calliope Tsoupaki (1963)
Thin Air (2020)
voor solo-instrument, versie voor viool
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Brandenburgs concert in G gr.t.,
BWV 1048 (1719/20)
[zonder tempoaanduiding]
Adagio
Allegro
Anna Thorvaldsdottir (1977)
Hrím (2009-10)
voor kamerorkest
William Byrd (ca. 1540-1623)
Sanctus uit ‘Mass for Four Voices’
(ca. 1592-93, bewerking voor
strijkers Pekka Kuusisto 2018)
Two Motets (bewerking voor
ensemble Nico Muhly, 2007)
Miserere mei, Deus
uit ‘Cantiones sacrae II’ (1591)
Bow thine ear, O Lord
uit ‘Cantiones sacrae I’ (1589)
Igor Stravinsky (1882-1971)
Concert in Es gr.t.,
‘Dumbarton Oaks’ (1937-38)
voor kamerorkest
Tempo giusto - Allegretto - Con moto
Toelichting
Kamermuziek met Pekka Kuusisto
Door Martijn Voorvelt
De Finse violist Pekka Kuusisto laat zich niet beperken. Hij wordt geroemd om zijn frisse aanpak van het klassiek-romantische repertoire, en brengt met evenveel gemak en plezier wereldpremières. Kuusisto staat net zo lief voor een orkest als dat hij een ensemble leidt en werkt samen met jazz-, pop- en klassieke musici.
Met leden van het Concertgebouworkest brengt hij vandaag een programma dat even intiem als weids is: het bestrijkt bijna 450 jaar aan de hand van werken in diverse bezettingen.
Na een gloednieuw werk van Calliope Tsoupaki en muziek van haar jongere collega Anna Thorvaldsdottir gaan we terug in de tijd naar de renaissancemeester William Byrd. Vervolgens maken we een reuzensprong vooruit naar Stravinsky's Dumbarton Oaks en weer terug naar het eerste ke meesterwerk dat daarvoor model stond: Bachs Derde Brandenburgse concert.
Calliope Tsoupaki: Thin Air
Nadat Calliope Tsoupaki in 1988 vanuit Griekenland naar Nederland kwam om bij Louis Andriessen te studeren, heeft ze hier een bloeiende compositiecarrière opgebouwd. Twee jaar geleden werd zij Componist des Vaderlands, een functie die Tsoupaki in staat stelt aandacht te vestigen op de hoge kwaliteit van het Nederlandse componeren, en op de actualiteit te reageren met nieuwe werken. Thin werd dit voorjaar geschreven voor Festivals for Compassion, een samenwerkingsverband van Europese muziekfestivals. Het werk is een ode aan de solidariteit die in de coronacrisis wordt getoond.
‘Bij het begin van de coronacrisis moesten we snel knopen doorhakken’, aldus Tsoupaki. ‘We besloten de economie stil te leggen om de zwakkeren te beschermen. Een indrukwekkend staaltje van mededogen.’ Thin Air kan gespeeld worden op een breed scala aan instrumenten. Iedere musicus kan het op elk instrument spelen, ‘net zoals iedereen op zijn eigen manier uiting kan geven aan zijn innerlijke stem van compassie.’
Op 20 juni ging Thin Air in première op NPO Radio 4 in de versies van celliste Maya Fridman, gitarist Wiek Hijmans en tist Thomas Dulfer.
Anna Thorvaldsdottir: Hrím
IJsland produceert al jaren een buitenproportionele hoeveelheid originele musici. Anna Thorvaldsdottir is een van de meest succesvolle van de laatste jaren. Voor haar Hrím (rijp of dauw) krijgt Pekka Kuusisto gezelschap van elf orkestleden. Samen creëren zij een ietwat duistere klankwereld, met enkele pregnante momenten, zoals waar de verglijdende ën plotseling een bijna schokkend unisono bereiken. Daarmee doet het sterk denken aan de muziek van György Ligeti.
Hrím werd dan ook geschreven als commentaar op diens invloedrijke Kammerkonzert uit 1970. Ligeti laat daarin de ‘micropolyfonie’ die hem beroemd maakte – massa’s snelle noten vormen samen dichte texturen – deels los, om mondjesmaat weer traditionele elementen zoals ën toe te laten. Thorvaldsdottir gaat in Hrím een stapje verder: ze laat de muzikale elementen los zodat ze zich vrij kunnen bewegen. Dat ‘losse elementen in de muziek worden vrijgelaten en zich op verschillende manieren door het ensemble verspreiden naarmate het werk zich verder ontwikkelt’ ziet zij als een vorm van bevrijding.
William Byrd: Sanctus uit ‘Mass for Four Voices’ en Two Motets
William Byrd was een van de belangrijkste meesters van de Britse Renaissance. Als kind werd hij opgeleid door Thomas Tallis, met wie hij bevriend zou blijven. Als twintiger werd Byrd al benoemd tot organist van de kathedraal van Lincoln. Hoewel hij net als Tallis katholiek was en daar herhaaldelijk voor vervolgd werd, bleef Byrd in de gunst van Koningin Elizabeth I omdat hij zonder scrupules ook protestants-anglicaanse muziek schreef. In 1575 gaf de vorstin Byrd en Tallis toestemming om hun muziek te drukken, uit te geven en te verkopen. Als dank droegen de componisten een gezamenlijke bundel Cantiones sacrae aan haar op.
Uit een latere verzameling motetten die onder dezelfde naam zijn uitgegeven komen Byrds Miserere mei, Deus en Bow thine ear, O Lord (een Engelstalige versie van het latere Civitas sancti tui), die de Amerikaan Nico Muhly in 2007 bewerkte voor ensemble. Muhly deed zijn liefde voor Byrds muziek op in zijn jeugd, toen hij in een kerkkoor zong. In zijn bewerkingen blijft hij de vijfstemmige zettingen van Byrds motetten grotendeels trouw. Bow thine ear, O Lord bevat iets meer hedendaagse klanken en expressieve toevoegingen, zoals een spookachtige passage waarin de worden geschaduwd door strijkersflageoletten en een fluisterzacht marimba-.
Pekka Kuusisto bewerkte in opdracht van de Deutsche Kammerphilharmonie eveneens muziek van de Engelse meester. Hij koos voor Byrds ‘verboden’ kant: het Sanctus uit een van de drie katholieke missen die Byrd rond 1592 componeerde voor geheime diensten. In die missen kon Byrd zijn avontuurlijke, niet zelden vernieuwende compositorische ideeën kwijt, wat goed te horen is in het Sanctus. Door een kopmotief uit The Mean Mass van John Taverner (1495-1545) als uitgangspunt te gebruiken, richtte Byrd een monument op voor zijn illustere, overigens protestanse, voorganger.
Igor Stravinsky: Dumbarton Oaks
In 1937 ontmoette Igor Stravinsky in New York het steenrijke echtpaar Mildred and Robert Wood Bliss. Een jaar later nodigde het stel hem uit op hun landgoed Dumbarton Oaks in Washington D.C. met de vraag of hij een compositie wilde schrijven ter gelegenheid van hun dertigjarig huwelijksfeest. Hij had weinig tijd, maar slaagde erin het werk op de dag van het feest te voltooien. De première van het Concert in Es groot vond nog diezelfde avond plaats. Als dank voor het in hem gestelde vertrouwen voegde Stravinsky de naam van het landgoed aan de titel toe.
Het Concert in Es groot is typerend voor Stravinsky’s ‘neoklassieke’ periode. Het is geïnspireerd op de Brandenburgse concerten van Johann Sebastian Bach en opgezet als een traditioneel driedelig concerto grosso, compleet met de contrasten tussen solistische en tutti-passages die het genre kenmerken. De hoekdelen bezitten topassages die sterk aan Bach doen denken. Het werk beviel Mildred Bliss zo goed, dat ze onmiddellijk een nieuwe compositieopdracht uitvaardigde; deze zou leiden tot de Symfonie in C. Het feit dat de componist zich publiekelijk zo toegewijd toonde aan zijn Amerikaanse fans hielp het pad te effenen voor zijn emigratie naar de Verenigde Staten in 1945. ‘Dumbarton Oaks’ groeide al gauw uit tot een van Stravinsky’s populairste werken. Niet gek voor een haastig geschreven gelegenheidswerk.
Bach: Derde Brandenburgse concert
In maart 1721 zond Johann Sebastian Bach ‘zes concerten met verscheidene instrumenten’ aan Christian Ludwig, markgraaf van Brandenburg-Schwedt. In het voorwoord verklaarde Bach dat hij bij een eerder bezoek aan de mark-graaf had beloofd enkele composities op te sturen. De muziek die hij stuurde zou later bekend worden als de zes Brandenburgse concerten.
Ze bieden Bachs unieke virtuoze visie op het concert, een van de belangrijkste genres uit de waarbij de afwisseling tussen solisten en het ensemble (het tutti) centraal staat. Bach verkent alle uithoeken van het genre. De muzikale vormen reiken van hofdansen tot quasi-fuga’s, en de relatie tussen de solo-instrumenten en het tutti is steeds weer anders.
Dat Stravinsky Bachs Derde Brandenburgse concert als model koos, wekt geen verbazing. De ritmische drive van de twee snelle delen doet denken aan die van zijn eigen werk. Daarnaast worden bezetting en vorm van Bachs concert beheerst door het getal drie zoals je dat eerder van een modernist uit de twintigste eeuw zou verwachten dan van een grootmeester uit de Barok.
Het werk is geschreven voor drie violen, drie altviolen, drie ’s en . De drie 's spelen zowel solo als gezamenlijk. Opvallend is het ontbreken van een substantieel langzaam middendeel. De snelle delen worden van elkaar gescheiden door een van één maat dat slechts twee en bevat, een harmonische die meer als bruggetje gedacht lijkt, mogelijk ter afsluiting van een niet uitgeschreven vioolcadens.
In dit programma hoort u:
Liviu Prunaru viool
Tjeerd Top viool
Jae-Won Lee viool
Ken Hakii
Michael Gieler altviool
Saeko Oguma altviool
Tatjana Vassiljeva
Fred Edelen cello
Jérôme Fruchart cello
Dominic Seldis contrabas
Pierre-Emmanuel de Maistre contrabas
Kersten McCall fluit
Alexander Krimer hobo
Olivier Patey klarinet
Davide Lattuada basklarinet
Gustavo Núñez
Laurens Woudenberg
Fiorenzo Ritordo hoorn (academist)
Bart Claessens trombone
Herman Rieken slagwek
Jeroen Bal piano
Biografie
Pekka Kuusisto, viool
Pekka Kuusisto is internationaal bekend als solist en muzikaal leider, en wordt geroemd om zijn spontaniteit en frisse aanpak van het (standaard)repertoire. Daarnaast is de Finse violist een enthousiast pleitbezorger van hedendaagse muziek. Zo werkte hij samen met componisten als Nico Muhly, Daníel Bjarnason en Thomas Adès, en bracht hij Sebastian Fagerlunds vioolconcert Darkness in Light in 2012 met succes in wereldpremière.
Pekka Kuusisto treedt geregeld in kamermuziekverband op met musici als Anne Sofie von Otter, Nicolas Altstaedt en Olli Mustonen, maar ook met bijvoorbeeld ontwerper en geluidskunstenaar Brian Crabtree, jazztrompettist Arve Henriksen en de Nederlandse neuroloog Erik Scherder.
Hij maakte veel indruk met optredens met kamerorkesten die hij als concertmeester leidde; als zodanig heeft hij vaste verbanden met het Australische ACO Collective en The Saint Paul Chamber Orchestra uit Minnesota, Verenigde Staten. De violist is artistiek leider van Our Festival, een gelauwerd en vernieuwend kamermuziekfestival dat jaarlijks even ten noorden van Helsinki plaatsvindt.
Pekka Kuusisto debuteerde in september en oktober 2017 bij het Concertgebouworkest met Anders Hillborgs Bach Materia.
De violist bespeelt een Stradivarius, ter beschikking gesteld door de Beare’s International Violin Society.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest







