Julia Hagen speelt Sjostakovitsj, Mirga Gražinytė-Tyla leidt Romeo en Julia
City of Birmingham Symphony Orchestra
Mirga Gražinytė-Tyla dirigent
Dit concert maakt deel uit van de serie Nieuwe Wereldsterren.
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.
Lees ook het interview met Mirga Gražinytė-Tyla (april 2019)
Mieczysław Weinberg (1919-1996)
Sinfonietta nr. 1, op. 41 (1948)
Allegro risoluto
Lento
Allegretto
Vivace
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Celloconcert nr. 2, op. 126 (1966)
Largo
Scherzo: Allegretto
Finale: Allegretto
pauze ± 21.15 uur
Sergej Prokofjev (1891-1953)
delen uit ‘Romeo en Julia’, op. 64 (1935-36)
Montagues en Capulets
Julia, het jonge meisje
Gemaskerd bal
Romeo en Julia (balkonscène)
De dood van Tybalt
Broeder Laurence
Dans van de vijf paren
Dans van de meisjes met lelies
Romeo aan het graf van Julia
De dood van Julia
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Mieczysław Weinberg (1919-1996)
Weinberg: Sinfonietta
Door Olga de Kort
In de beginjaren van zijn leven in de Sovjet-Unie kreeg Mieczysław Weinberg vrij snel het stempel van ‘een kleine Sjostakovitsj’. Deze minachtende bijnaam zorgde ervoor dat iedereen meteen wist in welk ‘hoekje’ de muziek van de uit het bezette Warschau gevluchte componist paste. Het componeren ‘in de stijl van Sjostakovitsj’ betekende dat je ook de felle kritiek die voor deze componist bedoeld werd, voor je rekening moest nemen.
Op zoek naar erkenning probeerde Weinberg de muzikale richtlijnen van het sovjetrealisme te volgen. Een ervan was het toevoegen en uitwerken van nationale muziekelementen. Na het succes van zijn Joodse liederen begon de Pools-Joodse componist vrijwel meteen aan zijn eerste Sinfonietta. Ook nu speelde hij op safe. Het nieuwe werk werd opgedragen aan de ‘vriendschap van sovjetvolkeren’. Als opschrift pronkten de woorden van Weinbergs schoonvader, Solomon Michoëls (1890-1948), acteur en regisseur bij het Jiddisch Staatstheater GOSET in Moskou: ‘In de velden van kolchozen begon een Joods te klinken; geen lied uit het verleden, vol droefheid en misère, maar nieuwe, gelukkige liederen van creativiteit en arbeid.’
Ook in Weinbergs Sinfonietta is geen spoor van ‘droefheid en misère’ te vinden. Het heeft één langzaam deel dat de componist als ‘zangerig’ heeft aangeduid. De opening van de Sinfonietta is ‘opgewekt en beslist’, het derde deel is ‘geanimeerd’, terwijl het slot ‘heel snel en vrolijk’ gespeeld moet worden. De snelle delen zijn gebaseerd op traditionele s en melodische wendingen uit de klezmer [muziek van de Asjkenazische Joden in Oost-Europa, red.], met karakteristieke klarinetsolo’s.
Het nieuwe werk kreeg veel bijval en werd geprezen voor zijn ‘buitengewone meesterschap en rijkdom aan creatieve fantasie’. Tikhon Khrennikov, de altijd kritische voorzitter van de Unie van Sovjetcomponisten, noemde het ‘een vreugdevol werk, opgedragen aan het blije, vrije werkleven van de Joodse mensen in het land van socialisme’.
Deze lofzang bood echter geen bescherming voor de componist en zijn naasten. Hetzelfde jaar nog werd Michoëls door een vrachtwagen overreden; het ongeluk werd in scène gezet om de invloedrijke acteur uit de weg te ruimen. Zijn naam kwam op de zwarte lijst van vermeende zionisten te staan en verdween voor decennia uit de culturele geschiedenis van de Sovjet-Unie. Ook verdween het opschrift uit de gedrukte Sinfonietta. Nog geen vijf jaar later werd Weinberg zelf gearresteerd in verband met de gefabriceerde zaak van de ‘Kremlin-dokters’ die werden beschuldigd van het voorbereiden van een aanslag op Stalin. Zijn Sinfonietta, aanvankelijk als meesterwerk beschouwd, werd nu gezien als bewijs van Weinbergs gevaarlijke ‘burgerlijke nationalisme’.
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Sjostakovitsj: Tweede celloconcert
Door Olga de Kort
In tegenstelling tot het Eerste concert, dat vaak wordt uitgevoerd, is het Tweede celloconcert van Dmitri Sjostakovitsj een zeldzame gast op de affiches. Niet voor niets wordt het wel ‘een concert-symfonie’ genoemd, wat meteen de omvang aangeeft van muzikale ideeën en hun symfonische uitwerking.
Het elegische en intense eerste deel, dat met een ware cellomonoloog wordt geopend, ontstond in maart 1966, nadat de componist bericht had ontvangen van het overlijden van Anna Achmatova. Sjostakovitsj was jarenlang bevriend met deze dichteres en hield van haar poëzie. Het tweede deel is gebaseerd op een populair je uit de jaren 1920, Koepite boebliki (vrij vertaald ‘Koop bagels’). Na de filosofische overpeinzingen van het eerste deel klinkt dit uitdagende zeer sarcastisch, alsof het de absurditeit van het leven benadrukt, met zijn dagelijkse drama en vreugden. Maar de componist zelf haastte zich niet om zijn gedachten uit te leggen. In een brief aan Isaak Glikman schreef hij dat zijn nieuwe celloconcert ‘geen literaire tekst en geen programma’ had. Hij vond het ‘moeilijk om iets erover te melden’, behalve dat zijn nieuwe compositie ‘een lange’ was. ‘Er zijn drie delen. Het tweede en derde gaan zonder onderbreking in elkaar over. In het tweede deel en aan het slot is er een dat heel erg op een liedje uit Odessa lijkt. Ik heb er geen verklaring voor hoe het komt. Maar het lijkt er wel erg op.’
In de complexe Finale laat Sjostakovitsj een reeks variaties voorbij komen, waarin allerlei thema’s niet alleen tegenover elkaar staan en met elkaar botsen maar ook voortdurend veranderen, als herinneringen die elkaar snel opvolgen. Dit deel wordt ook vergeleken met het begin van een terechtstelling en het naderende einde van het leven. De grootste verrassing komt wanneer de verwachte uitbarsting van emoties wordt vervangen door het vrolijk klinkende thema uit het liedje.
Net als bij het Eerste celloconcert was het Mstislav Rostropovitsj die de première in Moskou gaf, op 25 september 1966. Twee weken later volgde de Europese première in Londen en in februari 1967 stond Rostropovitsj op het podium in New York met het London Symphony Orchestra onder leiding van Gennadi Rozjdestvenski.
Sergej Prokofjev (1891-1953)
Prokofjev: Romeo en Julia
Door Olga de Kort
Het trieste verhaal van twee jonge geliefden uit het veertiende-eeuwse Verona inspireerde componisten tot ruim 25 ’s en minstens vijf orkestwerken. De eerste balletmuziek die deze liefdesgeschiedenis moest verklanken werd besteld door Sergej Diaghilev voor zijn Ballets Russes in 1925 bij de toen slechts twintigjarige Engelse componist Constant Lambert (1905-1951).
Ook Sergej Prokofjev raakte onder de indruk van de noodlottige liefde van Romeo en Julia en stortte zich in 1935 vol overgave op het componeren van zijn eerste sovjet-ballet. In zijn geval ging het om een opdracht van het Bolsjoj Theater. Maar in plaats van in Moskou vond de première plaats in de Slowaakse stad Brno. Het Bolsjoj Theater verbrak namelijk het contract na het horen van Prokofjevs ‘metrumloze’ muziek. Ze werd ongeschikt verklaard om op te dansen. Pas in 1940 werd het ballet opgenomen in het repertoire van het Kirov Ballet in Leningrad. Het viel de componist niet mee om na de vernieuwingen en vindingrijkheid van Diaghilevs voorstellingen aan het academisme van het sovjet-ballet te wennen. Hij was niet te spreken over de enscenering en de gemaakte coupures, maar de dansers, vooral Galina Oelanova als Julia, maakten veel goed.
Voor Prokofjev was Shakespeares tragedie een eeuwenoud maar nog steeds actueel verhaal
Voor Prokofjev was William Shakespeares tragedie een eeuwenoud maar nog steeds actueel verhaal. Hij wilde zich niet binden aan een bepaalde plaats of tijd en voelde zich vrij om alle stijlen en epochen te mengen. Hij gebruikte de achttiende-eeuwse dansen en gavotte (uit zijn eigen Eerste symfonie, met de bijnaam ‘Klassieke’) in de balscène en overwoog zelfs een happy end om de dood van de twee hoofdpersonages te vermijden. Daar waar de critici ‘de liefdespassie van de Renaissance’ verwachtten, koos Prokofjev liever voor een e ondertoon en karakterschildering. De herkenbare leidmotieven zorgden voor het muzikale vuurwerk van karakteristieke portretten: een dromerige Romeo, de grappenmaker Mercutio, een fragiele en tegelijkertijd wilskrachtige Julia, de eerbiedwaardige pater Lorenzo.
Om zijn muziek niet uitsluitend bij zeldzame balletuitvoeringen te laten klinken, stelde Prokofjev er twee orkestsuites uit samen. Waar Shakespeare muzikale intermezzo’s in zijn toneelstukken nodig had om al het ‘onuitspreekbare’ te verwoorden, liet Prokofjev de muziek voor zich spreken en maakte hij woorden en toneelhandelingen overbodig.
Onverwachte muziek. Dat zeggen muziekcritici weleens verbaasd als een componist een ander pad kiest dan ze verwachten. Sergej Prokofjev was hier een meester in, hij liet zijn luisteraars én critici steeds opnieuw versteld staan. Maar ook Mieczysław Weinberg en Dmitri Sjostakovitsj zorgden voor veel ‘onverwachte muziek’.
Biografie
Julia Hagen, cello
In 2024 won Julia Hagen de UBS Young Artist Award, waarna ze met de Wiener Philharmoniker onder Christian Thielemann mocht optreden op het Lucerne Festival. De celliste studeerde aan het Mozarteum in haar geboorteplaats Salzburg, in Wenen bij Reinhard Latzko en Heinrich Schiff, in Berlijn bij Jens Peter Maintz en aan de Kronberg Academy bij Wolfgang Emanuel Schmidt. Ze was ‘Great Talent’ van het Wiener Konzerthaus (2019-21) en is voor drie seizoenen ‘Junge Wilde’ van het Konzerthaus Dortmund.
Hoogtepunten van het seizoen 2024/2025 waren optredens met het Chamber Orchestra of Europe, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Kammerorchester des Bayerischen Rundfunks, Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen en orkesten in Praag en Barcelona, en haar debuut in de Verenigde Staten met The Cleveland Orchestra onder Franz Welser-Möst. Actuele kamermuziekactiviteiten zijn een programma met pianist Igor Levit en violist Renaud Capuçon en concerten met Anneleen Lenaerts (harp) en Lukas Sternath (piano).
Het Concertgebouwdebuut van Julia Hagen was in de op 7 december 2024 in Schönbergs strijksextet Verklärte Nacht, in een gelegenheidsensemble met onder anderen haar vader Clemens Hagen – bekend als solist en als cellist van het Hagen Quartett. In de debuteerde Julia Hagen in maart 2023 in het Tweede celloconcert van Sjostakovitsj met het City of Birmingham Symphony Orchestra onder leiding van Mirga Gražinytė-Tyla, en afgelopen augustus soleerde ze met Concertgebouworkest Young onder Elim Chan in Elgars Celloconcert. Haar is gebouwd door Francesco Ruggieri (Cremona, 1684).
City of Birmingham Symphony Orchestra
Het City of Birmingham Symphony Orchestra is het vlaggenschip van het muziekleven van Birmingham en de West Midlands. Het gaf zijn eerste concert in 1920 onder leiding van componist/ Edward Elgar. Het was Simon Rattle, chef-dirigent van 1980 tot 1998, die de reputatie van het orkest tot internationale hoogte wist op te stuwen; een wereldwijde reputatie die werd voortgezet onder diens opvolgers Sakari Oramo, Andris Nelsons en Mirga Gražinytė-Tyla.
Met ingang van 1 april aanstaande is de Japanner Kazuki Yamada, sinds oktober 2018 eerste gastdirigent, de nieuwe chef-dirigent en artistiek adviseur. Het City of Birmingham Symphony Orchestra kreeg in 1991 een vaste thuisbasis met de in dat jaar opgeleverde Symphony Hall.
In de thuiszaal, het Verenigd Koninkrijk en internationaal geeft het gezelschap meer dan 150 concerten per seizoen en ook met tal van cd-opnamen bereikt het een groot publiek.
Naast zijn concertagenda ontplooit het City of Birmingham Symphony Orchestra verschillende educatieve en maatschappelijke initiatieven. Zo kunnen jonge instrumentalisten speelervaring opdoen in het CBSO Youth Orchestra en is er een eigen jeugd- en kinderkoor.
Het CBSO Choir bestaat uit 200 lokale zangers en wordt gerekend tot de beste symfonische koren ter wereld. Het City of Birmingham Symphony Orchestra laat zo op vele manieren zien hoe kunst kan helpen een hele stad opnieuw richting te geven.
De vorige optredens van het orkest in Het Concertgebouw waren in januari 2011 met Andris Nelsons en in mei 2019 met Mirga Gražinytė-Tyla.
Mirga Gražinytė-Tyla, dirigent
Mirga Gražinytė-Tyla werd in een muzikale familie geboren in Vilnius; ze voegde ‘Tyla’ toe aan haar naam, het Litouwse woord voor ‘stilte’. Ze studeerde aan de conservatoria van Leipzig, Bologna en Zürich en assisteerde in 2009 Kurt Masur bij het Orchestre National de France.
De Young Conductors Award van de Salzburger Festspiele 2012 leidde haar internationale doorbraak in.
Het jaar daarop leidde ze in Salzburg het Gustav Mahler Jugendorchester en werd ze benoemd tot Kapellmeister van de Bern Oper. Bij de Los Angeles Philharmonic was ze tussen 2012 en 2017 achtereenvolgens Dudamel Fellow, assistent- en associate conductor.
In februari 2016 werd Mirga Gražinytė-Tyla benoemd tot music director van het City of Birmingham Symphony Orchestra, waarmee ze zich schaarde in het rijtje Simon Rattle, Sakari Oramo en Andris Nelsons. Met dit orkest maakte ze in mei 2019 haar Concertgebouwdebuut, en in maart 2023 keerden ze samen terug.
Aan het eind van 2021/2022 trad ze in Birmingham terug als chef, ze bleef een seizoen eerste gastdirigent en daarna werd ze associate artist. Mirga Gražinyte-Tyla is een veelgevraagd gastdirigent, en zo maakte ze in april 2023 haar – van voorjaar 2021 uitgestelde – debuut bij het Concertgebouworkest.
Actuele hoogtepunten zijn concerten met het Sinfonieorchester Basel, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestra dell’Accademia di Santa Cecilia, de Münchner Philharmoniker en The Philadelphia Orchestra, en debuten bij de New York Philharmonic, de Staatskapelle Dresden en in het Teatro Real in Madrid met Mieczysław Weinbergs The Passenger.
’s leidde ze eerder in München, Heidelberg, Salzburg en Berlijn, en het was de veelvuldige samenwerking met Gidon Kremer en zijn Kremerata Baltica die haar op het spoor zette van de veronachtzaamde componist Weinberg.





