Juan Diego Flórez' favorieten: Mozart, Verdi en Rossini

Juan Diego Flórez tenor
Orchestre de Chambre de Lausanne 
Joshua Weilerstein dirigent

pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.00 uur 

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

 

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Ouverture
uit ‘Le nozze di Figaro’, KV 492 (1786)

Ich baue ganz auf deine Stärke
uit ‘Die Entführung aus dem Serail’, 
KV 384 (1782)

Ouverture
Il mio tesoro
uit ‘Don Giovanni’, KV 527 (1787)

Si spande al sole in faccia 
uit ‘Il re pastore’, KV 208 (1775)

Ouverture 
uit ‘Cosi fan tutte’, KV 588 (1790)

Dies Bildnis ist bezaubernd schön
uit ‘Die Zauberflöte’, KV 620 (1791) 

Fuor del mar
uit ‘Idomeneo, re di Creta’, KV 366 (1781)

pauze

Gioacchino Rossini 1792-1868

Che ascolto? Aimè… Ah, come mai non senti?
uit ‘Otello’ (1816)

Jules Massenet 1842-1912 

Méditation
uit ‘Thaïs’ (1894, herzien 1898)

Jacques Offenbach 1819-1880

Allons! Courage et confiance
Va pour Kleinzach!
uit ‘Les contes d’Hoffmann’ (1878) 

Pietro Mascagni 1863-1945

Intermezzo sinfonico
uit ‘Cavalleria rusticana’ (1890)

Giacomo Puccini 1858-1924

Che gelida manina
uit ‘La bohème’ (1869)

Giuseppe Verdi 1813-1901

Prelude tot het derde bedrijf
uit ‘La traviata’ (1852)

Questa o quella
uit ‘Rigoletto’ (1851)

La mia letizia infondere… Come poteva un angelo
uit ‘I Lombardi alla prima crociata’ (1843) 

Toelichting

1756-1791

Wolfgang Amadeus Mozart

tekst: Frits de Haen

Een wervelend begin, die vier minuten durende Ouverture tot Le nozze di Figaro. Bovendien een treffende opmaat tot de eerste helft van het programma, waarin Mozart centraal staat. De Nozze is de eerste van de drie ’s die Mozart componeerde op teksten van Lorenzo da Ponte.

Die opera's hebben een centrale plaats in Mozarts muziekdramatische oeuvre. Le nozze di Figaro dateert van 1786, Don Giovanni van een jaar later en in 1790 ontstond Così fan tutte. Uit een brief aan Leopold Mozart blijkt dat zijn zoon Da Ponte had leren kennen in 1783. Die moet een kleurrijk figuur geweest zijn.

Geboren in 1749 in het Italiaanse Ceneda was Da Ponte voorbestemd tot een kerkelijke carrière. Na zijn priesterwijding in 1773 merkte hij echter al snel dat die status minder goed te rijmen was met zijn avonturiersnatuur en – vooral – zijn grote belangstelling voor vrouwelijk schoon.

Op kerkelijk gebied is sindsdien weinig meer van hem vernomen; in het genre van de opera des te meer. Mozart had aanvankelijk zijn twijfels of Da Ponte tijd voor hem zou vinden; hij schreef Leopold: ‘Wie weet of hij zijn woord kan houden – of wil! U weet wel dat die Italianen in je gezicht heel aardig zijn! – Genoeg, we kennen ze!’

Mozarts pessimistische geluiden ten spijt vond Da Ponte wel degelijk tijd en zo ontstond de Figaro. Een die zijn grootste mfen overigens niet in Wenen vierde – nee, het was Praag dat helemaal verrukt ervan was. Zoals Mozart optekende: ‘Er wordt niets gespeeld, gezongen of gefloten dan Figaro’.

Le nozze di Figaro speelt op het breukvlak van het ancien régime; hoewel graaf Almaviva afstand heeft gedaan van het ‘ius primae noctis’ (het recht op de eerste nacht met de bruid van bediende Figaro), stelt hij alles in het werk om deze Susanna het bed in te krijgen. 

Le nozze kan niet los gezien worden van het sociale klimaat van die periode kort vóór de Franse Revolutie: de maatschappelijk geëngageerde toets – de adel werd immers op de hak genomen – speelde in Don Giovanni een iets minder prominente rol en is in Così fan tutte nauwelijks meer aanwezig. In Il mio tesoro, intanto vraagt Don Ottavio om zijn geliefde Donna Anna te troosten,terwijl hijzelf Don Giovanni zal wreken.

Uit een heel ander vaatje tappen de andere opera’s van Mozart die vandaag voorbij komen. Zo werd Il re pastore als ‘dramma per musica’ hoogstwaarschijnlijk in concertvorm gespeeld of hooguit semiscenisch. Idomeneo is daarentegen Mozarts eerste volwaardige ‘opera seria’ die repertoire heeft gehouden.

Hij was er dan ook heel trots op en schreef zijn vader uitgebreid over het compositie- en repetitieproces. Na de succesvolle première merkte de keurvorst van München op: ‘Mann sollte nicht meynen, daß in einem so kleinen kopf so was grosses stecke.’ 

Van minder dramatische en meer populaire snit is Die Zauberflöte, een ‘singspiel’ met gesproken dialogen. Maar lyriek is alom aanwezig, zoals blijkt uit Belmontes openingsaria Dies Bildnis ist bezaubernd schön. Dat Mozart het genre van het singspiel al eerder beoefende blijkt uit de  Ich baue ganz auf deine Stärke: het oriëntaalse Die Entführung aus dem Serail stamt uit 1782.

Opera in de negentiende eeuw

Na de pauze volgt een vogelvlucht door de negentiende eeuw, waarbij de nadruk ligt op Italië. Met aan het begin Gioacchino Rossini, de grootheid van de eerste decennia van de negentiende eeuw. Giuseppe Verdi zou Rossini’s Il barbiere di Siviglia roemen als ‘de mooiste buffa die er bestaat’. 

Hoewel Rossini vooral geassocieerd wordt met komische opera zijn de serieuze opera's van zijn hand de laatste jaren steeds meer in de belangstelling gekomen. Een treffend voorbeeld is Otello, een opera die hij kort na de Barbiere schreef. Ze verhaalt hoe de gefrustreerde Iago zijn jaloerse Moorse bevelhebber Otello tot extreme jaloezie drijft en hoe die uiteindelijk zijn vrouw Desdemona vermoordt. 

Ook Verdi zou zich met het Shakespeare-gegeven bezighouden, maar dan zijn we inmiddels bijna zeventig jaar verder. Verdi had naam gemaakt met een patriottistisch getinte opera als Nabucco, maar ook met de op Victor Hugo gebaseerde Rigoletto, waarin we de beroemde Questa o quella- vinden. En met La traviata, gebaseerd op Alexandre Dumas’ La dame aux camélias.

Verdi had dat stuk in de winter van 1852 in Parijs gezien en vroeg Francesco Maria Piave een libretto erop te maken. Dumas’ toneelstuk had als onderwerp de roemruchte Parijse courtisane Marie Duplessis, die liaisons had met artiesten als Franz Liszt en Alexandre Dumas zelf.

Verdi’s verhouding met sopraan Giuseppina Strepponi veroorzaakte geroddel in het kleine Bussetto, niet alleen omdat ze pas in 1859 met elkaar zouden trouwen, maar ook omdat Strepponi in 1838 en 1841 twee onwettige kinderen had gebaard. Misschien voelde Verdi zich juist om die reden zo aangesproken door Dumas’ drama: hij associeerde Giuseppina met de outcast Duplessis (het karakter Violetta in de opera).

La traviata speelde in die ‘popoloso deserto che appellano Parigi’, de bevolkte woestijn die Parijs heet. Een stad waarin Verdi overigens vaker verbleef en waarvoor hij enkele ’s schreef. 

Onder de Franse componisten die in de lichtstad furore maakten vinden we Jules Massenet. Hoewel hij meerdere opera’s aan het papier toevertrouwde, is Massenets beroemdste muziek wellicht de Méditation uit Thaïs: een verstild intermezzo voor de soloviool. Een groot contrast met de wat luidruchtiger Jacques Offenbach: geboren in Keulen maakte die carrière in Parijs, met als belangrijkste werk de opera die hij componeerde op vertellingen van E.T.A. Hoffmann. 

Terug naar Italië, en dan wel het diepe zuiden: Sicilië is het decor waartegen Pietro Mascagni zijn Cavalleria rusticana situeerde, een eenakter die hem onsterfelijk maakte. Het Intermezzo eruit is een meesterlijk klankbeeld, dat op treffende wijze de spanning opbouwt voor de dramatische ontknoping.

1893, het jaar dat Verdi met Falstaff zijn laatste noten op papier zette, markeert de doorbraak van een jonge componist: Giacomo Puccini vierde dat jaar mfen met Manon Lescaut. En drie jaar later kwam daar het doorslaande succes bij van La bohème.

Het is het verhaal van een clubje jonge bevriende kunstenaars, met centraal de liefdesgeschiedenis tussen Rodolfo en zijn buurvrouw Mimi, die uiteindelijk bezwijkt aan tuberculose. Een grote scène van Rodolfo en Mimi schildert in het eerste bedrijf hoe de twee elkaar ontmoeten en hun ontluikende liefde bekennen; de  Che gelida manina vervult hierin een sleutelrol.

Biografie

Juan Diego Flórez, tenor

Juan Diego Flórez is gespecialiseerd in het repertoire van componisten als Rossini, Donizetti en Bellini. Hij is afkomstig uit Peru en erfde zijn vocale talent van zijn vader Rubén Flórez, een bekende zanger in het Latijns-Amerikaanse criolla-genre.

Juan Diego Flórez studeerde vanaf 1990 klassieke zang aan het conservatorium in Lima en maakte deel uit van het Coro Nacional. Hij kreeg een beurs om verder te studeren aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia. Zijn internationale doorbaak maakte Juan Diego Flórez in 1996, toen hij inviel in de hoofdrol in Rossini’s minder bekende Matilde di Shabran tijdens het Rossini Opera Festival in Pesaro.

De tenor is inmiddels veelvuldig te gast in de grote huizen van steden als New York, Londen, Berlijn, Wenen, Milaan, Zürich en New York. Hij maakte twaalf solocd’s – waarvan de meest recente een Mozart-album is met Orchestra La Scintilla – en werkte mee aan vele opera-opnamen, bekroond met onderscheidingen als de Diapason d’Or, de ECHO Klassik Preis en de Gramophone Award.

In Het Concertgebouw debuteerde Juan Diego Flórez op 19 mei 2015 in een operaprogramma samen met sopraan Pretty Yende. In zijn geboorteland richtte Juan Diego Flórez een stichting op die de jeugd steunt met de kracht van muziek: por el Perú. Bekijk hier het twitterkanaar van deze stichting.

Joshua Weilerstein, dirigent

Joshua Weilerstein maakte in recente jaren een reeks belangrijke debuten. Zo stond hij in het vorige concertseizoen voor het eerst op de bok bij onder meer het London Philharmonic Orchestra, het orkest van de NDR in Hannover en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

In augustus 2016 maakte Joshua Weilerstein zijn debuut als dirigent met een productie van Mozarts Don Giovanni tijdens het Verbier Festival.

In oktober 2016 leidde hij het Koninklijk Concertgebouworkest in het Familieconcert Reis door de nacht, gebaseerd op Mahlers Zevende symfonie. Ook het Orchestre National de Lyon, het BBC Symphony Orchestra en het Nederlands Philharmonisch Orkest engageerden Joshua Weilerstein als gastdirigent.

De musicus werd geboren in Rochester in de Verenigde Staten en studeerde aan het New England Conservatory of Music in Boston. Hij kreeg lessen orkestdirectie bij Hugh Wolff en studeerde viool bij Lucy Chapman. Naast het traditionele repertoire zet Joshua Weilerstein graag hedendaagse muziek op de lessenaar.

Orchestre de Chambre de Lausanne, orkest

Het Orchestre de Chambre de Lausanne werd in 1942 opgericht en is huisorkest van de Salle Métropole in Lausanne. Het gezelschap werkt op regelmatige basis mee aan producties van de Opéra de Lausanne en is partner van de omroep Radio Télévision Suisse.

Het Orchestre de Chambre de Lausanne musiceerde met vele grote en en solisten, onder wie Günter Wand, Alfred Cortot, Charles Dutoit, Paul Hindemith en Walter Gieseking. Meer recent werkten artiesten als Radu Lupu, Heinz Holliger, Frank Peter Zimmermann en Ton Koopman met het orkest.

Artistiek directeur is sinds 2015 Joshua Weilerstein, die daarmee in de voetsporen treedt van Armin Jordan, Lawrence Foster, Jesús López Cobos en Christian Zacharias. Vaste gastdirigent is Bertrand de Billy.

Al sinds de eerste jaren van zijn bestaan gaat het Orchestre de Chambre de Lausanne graag op tournee en al sinds de tweede editie is het vaste gast op het Festival van Aix-en-Provence; in recente seizoenen waren de musici te horen in de belangrijke zalen van bijvoorbeeld Wenen, Londen, Boedapest, Parijs en Sint-Petersburg.

De huidige tournee wordt mede mogelijk gemaakt door de Pro Helvetia Foundation. In Het Concertgebouw was het orkest niet eerder te gast.