Joyce DiDonato: Songplay

Joyce DiDonato mezzosopraan
Craig Terry piano en arrangementen
Charlie Porter trompet
Lautaro Greco bandoneon
Gregg August contrabas
Jimmy Madison drums

Ook interessant:
- Mezzosopraan Joyce DiDonato: ‘Door muziek voel ik me begrepen’ 

SONGPLAY

Toegeschreven aan Giuseppe Giordani (1751-1798)

Caro mio ben (1783)

Giulio Caccini (1551-1618)

Amarilli, mia bella
uit ‘Le nuove musiche’ (1601) 

Allie Wrubel 1905-1973 / Herb Magidson 1906-1986

(I’m Afraid) The Masquerade Is Over (1938)

Alessandro Parisotti (1853-1913)

Se tu m’ami
uit ‘Arie antiche’ (1885)

Toegeschreven aan Salvator Rosa (1615-1673)

Star vicino (jaartal onbekend)

Enrique Pedro Delfino 1895-1967 / José González Castillo 1885-1937

Griseta (1924)

Jerry Bock (1928-2010) / Sheldon Harnick (1924-2023)

Will He Like Me?
uit ‘She Loves Me!’ (1963)

Toegeschreven aan Giuseppe Torelli (1658-1709)

Tu lo sai (jaartal onbekend)

Duke Ellington (1899-1974) / Eddie DeLange (1904-1949) en Irving Mills (1894-1985)

(In My) Solitude (1934)

Isham Jones (1894-1956) / Marty Symes (1904-1953)

There Is No Greater Love (1936)

Francesco Conti (ca. 1681/82-1732)

Quella fiamma
uit ‘Doppo tante e tante pene’ (jaartal onbekend)

Giovanni Paisiello (1740-1816)

Nel cor più non mi sento
uit ‘La molinara’(1790)

George Shearing (1919-2011) / George David Weiss (1921-2010)

Lullaby of Birdland (1952)

Zez Confrey (1895-1971)

Dizzy Fingers (1923)

Gene Scheer (1958)

Lean Away (1996)

Richard Rodgers (1902-1979) / Lorenz Hart (1895-1943)

With a Song in My Heart
uit ‘Spring Is Here’ (1929)

er is geen pauze

einde ± 21.40 uur

Toelichting

Joyce DiDonato: Songplay

Door Lonneke Tausch

Joyce DiDonato brengt een voor een klassiek zangeres ongebruikelijk begeleidings­et mee, samengesteld uit musici met een achtergrond in , tango en jazz. Songplay – de cd-opname van het programma won in 2020 een Grammy in de categorie ‘best classical vocal solo album’ – is dan ook geen avond in de klassieke zin des woords. Zie het liever als een pleidooi voor een speelse omgang met vocale muziek – of het nu aria’s zijn of jazzstandards.

Speeltuin

Pianist Craig Terry schreef de arrangementen (alleen de ­pianobewerking van het lieflijke, hymne-achtige Lean Away is van Andrew Thomas), en met en experiment creëren DiDonato en haar band een heel eigen muzikale taal: Torelli en Paisiello gaan hand in hand met Duke Ellington en Rodgers & Hart. De kr­uisbestuiving van Songplay werkt twee kanten op: terwijl aan bijvoorbeeld Se tu m’ami en Star vicino groove en swing worden toegevoegd, wordt Lullaby of Birdland ingeleid met een onverdund Bach-intro (de Prelude van het klavierstuk BWV 855, voor wie het precies weten wil) en knipoogt het naspel nog snel eventjes – ­althans op de cd – naar Jesu, meine Freude, BWV 147. Maar dan natuurlijk wél in a mellow tone. Lichte muziek krijgt een klassieke toets, klassiek wordt jazzy geïnterpreteerd of naar tango of latin toegetrokken, grenzen tussen eeuwen en stijlen lossen op. Voor DiDonato en de haren zijn de gekozen songs niets minder dan een speeltuin: ze spelen het oude Italiaanse repertoire en de Amerikaanse musical- en jazztraditie fantasievol naar elkaar toe in hun eigen ‘American Songbook’.

Terug naar de Arie antiche

‘Iedere beginnende zangstudent kent de gang van zaken: je loopt het lokaal in – schuchter, en niet zelden twijfelend aan je hele bestaan – en de sceptische docent reikt je een vergeeld en veelgebruikt exemplaar aan van de ‘zangbijbel’: 24 Italiaanse liederen en aria’s. Het omslag, meestal gescheurd en half losgeraakt, brengt een einde aan de spanning of je vocale lot voor de rest van je leven is bezegeld als behorend tot de ‘hoge’ of de ‘lage’ categorie. Regardless, this feels like ‘IT’…’ Aldus DiDonato in het cd-­boekje van Songplay, om vervolgens te verzuchten dat zij net als zovele zangleerlingen die beruchte liedbundel al gauw vervloekte.

‘Onthoud wat de grote Louis Armstrong ooit zei: ‘You got to love to be able to play’’

Maar nu ze decennia later terugkeert bij wat ook wel bekendstaat als de Arie antiche is ze overdonderd door de charme, beminnelijkheid en onschuld van die beduimelde pagina’s: ‘They call me back again – but this time with a bold invitation to play, to invent, to celebrate a great song. Their overarching theme defiantly bridges the centuries and lines up with the eternal motif we’ve all been singing of through the years: LOVE.’ 

Barok als basis

Een van de bekendste van de Arie antiche is het achttiende-eeuwse Caro mio ben. DiDonato opent haar programma ermee en ze zingt de tedere arietta ‘zoals het hoort’, met een klassiek stemgebruik. Maar na de eerste strofe begint de piano de ën weelderiger in te kleuren, terwijl de zangmelodie boven die blue notes onverminderd klassiek doorstroomt. Nel cor più non mio sento – bij velen bekend van de pianovariatiereeks die Ludwig van Beethoven er in 1795 op maakte – wordt op dezelfde subtiele manier verjazzd: de klassiek gehouden zanglijnen worden vergezeld van een wiegende pianobegeleiding die in feite maar lichtjes afwijkt van wat Giovanni Paisiello in 1790 componeerde.

  • Joyce DiDonato

Het bekende zestiende-eeuwse Amarilli, mia bella krijgt een lome make-over: na een – vrijwel – stijlvast begin krijgen de lange, laid-back vocale lijnen van DiDonato (let wel, ze laat de toontaal van de niet los) gaandeweg meer contrast van trage ’s op de contrabas en harmonische vrijheden en ’s op de piano. De behandeling van Quella fiamma (‘Die vlam die mij verwarmt bevalt mijn ziel goed’), uit een van Francesco Conti, is een stuk vuriger. Na een knetterende riff zorgen een hoekig en een markante bandoneonpartij voor Argentijnse flair. De stem beweegt zich in een relatief laag register, en DiDonato permitteert zich een enkel ruw randje aan haar zingen om het slot uit te laten lopen in een losse en virtuoze coloraturenreeks. Hoe anders wordt dan weer Giuseppe Torelli’s Tu lo sai aangepakt: iedere tekstherhaling (het zijn slechts 25 woorden) staat in een ander licht. Stem en trompet gaan een duet aan, en ieder op z’n eigen manier gaan ze allengs vrijer om met de weemoedige .

American classics

In Duke Ellingtons romantische klassieker (In My) Solitude (net als Quella fiamma geopend door een snerpende trompet) zet DiDonato evenzeer haar stem op als ze dat doet in de oude ’s. Naadloos gaan haar melancholieke frases over in s van trompet en bas. In de jazzstandard (I’m Afraid) The Masquerade Is Over versmelten stijlen opnieuw als Di­Donato laat horen dat ze haar klassiek geschoolde stem ook met een natuurlijk gemak kan ombuigen naar een meer naturelle manier van zingen. In hun vertolking van het musicalnummer Will He Like Me? passen DiDonato en haar musici een soort van muzikale retorica toe, wat in de oude muziek ook heel gebruikelijk was: de vele vraagtekens in de tekst, die is doorspekt van twijfel en hoop, worden door de instrumentale solootjes op de voet gevolgd. With a Song in My Heart begint met een musette-achtige bandoneonbegeleiding, en in de loop van het nummer wordt het mezzogeluid van DiDonato steeds voller, luxueuzer – of, zo je wilt, opera-achtiger. Het is een overtuigende afsluiting van een dat speelt met de conventies van de lichte muziek uit verschillende tijdperken.

Hidden track

‘My name is Joyce DiDonato and my pianist is Craig Terry and we would like to perform for you Caro mio ben by Giuseppe Giordano. […] That’s for all you out there – you can do it! Play with that song! Yoohoo!! […] Did we pass? [schaterlach]’

Wie de cd na de laatste track niet afzet, hoort na enige tijd een onverwacht extraatje: een opzettelijk klungelige auditie-opname waarin DiDonato met onzekere stem Caro mio ben zingt. Ook de pianopartij klinkt onvast, en de stermezzo zingt haar lied wat giechelig, niet steeds even zuiver op toon, ongenuanceerd, ritmisch uit balans, met een zwakke Italiaanse uitspraak en lichtjes amechtig. De ghost track ontstond spontaan aan het slot van een intense opnameweek, vertelde de zangeres voorjaar 2021 aan Preludium: ‘Er restte nog een halfuur, dat we niet wilden verspillen. Alle beginners voelen in het diepst van hun wezen hoe bibberig de eerste passen zijn op de lange reis om je stem te leren kennen en te beheersen. Caro mio ben was mijn liefdesbrief aan hen, met de aanmoediging om geduldig te blijven, om vertrouwen te hebben in de weg, en te weten dat met de tijd de melodieën zullen komen.’ 

Biografie

Joyce DiDonato, mezzosopraan

Joyce DiDonato zong haar eerste Händel-, Giulio Cesare, in 2001 in Amsterdam bij De Nationale Opera. Naast haar wereldwijde bekendheid in het repertoire ontving de Amerikaanse mezzosopraan ook veel lof voor haar Mozart-interpretaties en rollen.

Haar repertoire omspant vijf eeuwen en in haar operacarrière maakte ze een ontwikkeling door van ondeugend dan wel onwetend meisje (Rosina, Cendrillon, Cenerentola) naar tragische koningin (Maria Stuarda, Semiramide, Dido), en van puber (Cherubino, Sesto) naar prins (Ariodante, Romeo).

Ze bekleedde residencies aan Carnegie Hall in New York en het Barbican Centre in Londen en nam met Yannick Nézet-­Séguin aan de piano Schuberts Winter­reise op. Recente highlights zijn een residency bij het Musikkollegium Winterthur en de titelrol in Händels Agrippina aan de Metropolitan Op­era in New York en op cd.

Joyce DiDonato won meerdere Grammy Awards en kreeg in 2018 de Olivier Award for Outstanding Achievement in . Haar album Songplay leverde haar in 2019 de titel Female Singer of the Year op van Op­us Klassik. In september 2024 kreeg ze de Concert­gebouw Prijs vanwege haar uitzonderlijke bijdrage aan het artistieke profiel van Het Concertgebouw.

Joyce DiDonato volgde haar opleiding aan de Academy of Vocal Arts in Philadelphia en de young artist-programma’s van de operahuizen van Houston, San Francisco en Santa Fe.

In april 2007 debuteerde ze in de . In de debuteerde ze in december 2008. In maart 2022 deed ze de zaal aan tijdens haar meerjarige EDEN-tournee, en op 13 maart 2024 stond ze er voor het laatst. Met het Concert­gebouworkest werkt Joyce DiDonato voor het eerst samen.