Joyce Didonato: een reis door Venetië
Wereldberoemde Zangers 20.15 uur
Joyce DiDonato mezzosopraan
David Zobel piano
Een reis door Venetië
Antonio Vivaldi 1678-1741
Aria ‘Onde chiare che sussurrate’
Aria ‘Amato ben’
uit ‘Ercole su’l Termodonte’, RV 710 (1723)
Gabriel Fauré 1845-1924
Cinq mélodies ‘de Venise’, op. 58 (1891)
Mandoline
En sourdine
Green
A Clymène
C’est l’extase
Gioacchino Rossini 1792-1868
La regata veneziana: Tre canzoni in dialetto veneziano (1878)
Anzoleta avanti la regata
Anzoleta co passa la regata
Anzoleta dopo la regata
pauze
Gioacchino Rossini
Aria ‘Assise al piè d’n salice... Deh, calma’
uit ‘Otello’ (1816)
Michael Head 1900-1976
Three Songs of Venice (1974)
The Gondolier
St. Mark’s Square
Rain Storm
Reynaldo Hahn 1875-1947
Sopra l’acqua indormenzada
La barcheta
L’avertimento
Che pecà!
La primavera
uit ‘Venezia’ (1901)
begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 21.45 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Toelichting
introductie
Een reis door Venetië
Tekst: Erwin Roebroeks
Venetianen keren altijd terug. Hoe ver hun reis ook voert, hoe lang hun verblijf ook duurt; de verbondenheid met de lagunestad is vaak onweerstaanbaar. Venetië klinkt anders dan andere steden.
Goethe beschreef haar muzikale akoestiek in zijn Italienische Reise. Ook Venetiaanse componisten, van Andrea Gabrieli tot Luigi Nono, keerden na hun muzikale omzwervingen terug naar La Serenissima. Andersom heeft Venetië, sinds doge Andrea Gritti het eerste kunstbeleid ter wereld introduceerde, als een magneet op componisten van buiten gewerkt.
In Venetië vonden woorden als ‘concert’ en ‘’ (in de betekenis van muziekdrama) hun oorsprong, werd voor het eerst aan een toegevoegd, de eerste keer boosheid uitgedrukt in gecomponeerde muziek, zagen de eerste commerciële operahuizen het levenslicht. Het concertleven zelf begon er, met Antonio Vivaldi, de enige Venetiaan in dit programma.
Antonio Vivaldi 1678-1741
aria’s uit ercole su’l termodonte
Ercole su’l Termodonte is een die Vivaldi voor Rome maakte. Dat mag verwonderlijk heten, aangezien de Republiek Venetië de meest vooruitstrevende operaplek ter wereld was en Rome een van de conservatiefste.
Echter, voor de Rode Priester kwam zijn relatie met de adel m de Curie als een geschenk uit de hemel. Hij had namelijk gedonder in de opera thuis. En belangrijker: hij kon zijn voor Rome onbekende succesvolle Venetiaanse muziek hercomponeren.
Het libretto van Antonio Salvi is gebaseerd op het negende van Twaalf verhalen van Hercules. Daarin krijgt Hercules de opdracht om het zwaard van Antiope, koningin van de Amazones, te bemachtigen. Antiope’s zus Hippolyte is aan het woord in beide ’s.
In Onde chiare che sussurrate richt Hippolyte zich tot de golven, die haar woorden van lijden en verlangen mee moeten voeren naar haar idool. Het is muziek met echo, een typisch Venetiaans effect.
In Amato ben bezingt Hippolyte uiteindelijk haar liefde voor Theseus, en de vrede tussen Hercules en de Amazones wordt geboren. In Rome waren vrouwen op de bühne verboden. Daarom zongen destijds castraten. Nu zingt Joyce DiDonato zoals het in Venetië zou zijn gegaan.
Gabriel Fauré 1845-1924
cinq mélodies ‘de venise’
Gabriel Fauré heeft ongeveer honderd ‘mélodies’ op zijn naam staan, en deze vijf zijn het gevolg van een vakantie in de lagunestad, op uitnodiging van Winnaretta Singer, de latere Prinses van Polignac. Dat korte verblijf gaf een ongekende impuls aan zijn compositorische productie. Fauré vond de stad van een adembenemende schoonheid.
De erencyclus is gebaseerd op vijf gedichten van Paul Verlaine (1844-1896), afkomstig uit de poëzieverzamelingen Fêtes galantes en Romances sans paroles. Slechts twee liederen zijn gecomponeerd in Venetië, Mandoline en (een deel van) En sourdine.
In Mandoline symboliseert de geraffineerde muziek de mensen die onderwerp van Fêtes galantes zijn. Delicate pianoklanken bootsen het door Vivaldi zo geliefde snaarinstrument na.
En sourdine gaat over een ogenschijnlijk stabiel liefdeskoppel in een idyllisch bos, waar rusteloze en naderend onheil aankondigen. De nachtegaal aan het eind verkondigt wat al gevreesd werd.
In Green brengt de ene geliefde de andere bloemen en fruit. Het gaat over de verhouding tussen enthousiasme en kwetsbaarheid. In de woorden van Fauré: langzaam bewegend maar opgewonden in gevoel, gelukkig en ellendig, gretig en ontmoedigd.
Over C’est l’extase schrijft Fauré aan Singer dat hij net als in A Clymène een nieuwe vorm heeft gecomponeerd. In het tweede couplet gebruikt hij een echo van Green en in het derde couplet een echo van En sourdine. Het is wederom de echo van Venetië.
Gioacchino Rossini 1792-1868
La regata veneziana en otello
Gioacchino Rossini beschikte over een uitzonderlijke melodische begaafdheid. Die was ook nodig om Venetiaans dialect toon te zetten, omdat dat zelf een geheel eigen melodisch fenomeen is, en een krachtige taal (met nu wereldwijd verbreide woorden als gondel, getto, arsenaal en lagune). De eren gaan over de bonte roeirace die sinds de dertiende eeuw wordt gehouden. Dartelende ritmiek en diverse tempi voor, tijdens en na de race.
Van de lichtheid van de drie eren in Venetiaans dialect gaan we naar de scène uit de Otello waarin Desdemona is verlamd van angst door Otello’s ziekelijke jaloezie. Aan het einde bidt Desdemona, Deh calma, en smeekt God haar pijn te verzachten. Anders dan bij Shakespeare, speelt Rossini’s Otello zich af in Venetië. Daar beland je door deze direct.
Michael Head 1900-1976
three songs of venice
De Three Songs of Venice zijn een subtiele toonzetting van teksten van Nancy Bush (1907-1991) voor mezzosopraan Janet Baker. Het is hoorbaar dat de componist tevens zanger en pianist was. Michael Head trad op in eenmansrecitals, als overtuigend vertolker van zijn eigen muziek. De Three Songs of Venice gingen in 1977 in première tijdens een benefiet voor het behoud van de stad, ongelukkigerwijs een jaar na de dood van Head.
In The Gondolier klinkt wederom een echo, ditmaal van de roep van de gondelier. St. Mark’s Square is een muzikale impressie van het indrukwekkende en drukke plein, inclusief een nabootsing van duiven op de piano. Rain Storm is melancholie, vergankelijkheid en toekomst in een. De eren zijn melodisch eenvoudig en harmonisch behoudend, maar vol vakmanschap. Aan het eind toont Head ambitie door de toonzetting van de woorden ‘A city more beautiful than any other’.
Reynaldo Hahn 1875-1947
venezia
Reynaldo Hahn was schrijver, , componist – en verliefd op Venetië. Hij bezocht de stad geregeld, verbleef er met Marcel Proust en de Prinses van Polignac. Ook hij toonzette een tekst in Venetiaans dialect. De cyclus bestaat uit zes eren, waarvan Joyce DiDonato er vijf zingt. Hahn noemde de liederen vulgair én sentimenteel, banaal én cosmopolitisch. Eigenlijk gaan ze over de Venetianen, die weten wat vreugde is. De in Venezuela geboren Fransman met een Duitse vader zet hier een Venetiaanse volksmuziekstijl naar zijn hand. Dat is niet verwonderlijk. Waar de wereld elkaar ontmoet, is het echte Venetië.
Biografie
Joyce DiDonato, mezzosopraan
Joyce DiDonato zong haar eerste Händel-, Giulio Cesare, in 2001 in Amsterdam bij De Nationale Opera. Naast haar wereldwijde bekendheid in het repertoire ontving de Amerikaanse mezzosopraan ook veel lof voor haar Mozart-interpretaties en rollen.
Haar repertoire omspant vijf eeuwen en in haar operacarrière maakte ze een ontwikkeling door van ondeugend dan wel onwetend meisje (Rosina, Cendrillon, Cenerentola) naar tragische koningin (Maria Stuarda, Semiramide, Dido), en van puber (Cherubino, Sesto) naar prins (Ariodante, Romeo).
Ze bekleedde residencies aan Carnegie Hall in New York en het Barbican Centre in Londen en nam met Yannick Nézet-Séguin aan de piano Schuberts Winterreise op. Recente highlights zijn een residency bij het Musikkollegium Winterthur en de titelrol in Händels Agrippina aan de Metropolitan Opera in New York en op cd.
Joyce DiDonato won meerdere Grammy Awards en kreeg in 2018 de Olivier Award for Outstanding Achievement in . Haar album Songplay leverde haar in 2019 de titel Female Singer of the Year op van Opus Klassik. In september 2024 kreeg ze de Concertgebouw Prijs vanwege haar uitzonderlijke bijdrage aan het artistieke profiel van Het Concertgebouw.
Joyce DiDonato volgde haar opleiding aan de Academy of Vocal Arts in Philadelphia en de young artist-programma’s van de operahuizen van Houston, San Francisco en Santa Fe.
In april 2007 debuteerde ze in de . In de debuteerde ze in december 2008. In maart 2022 deed ze de zaal aan tijdens haar meerjarige EDEN-tournee, en op 13 maart 2024 stond ze er voor het laatst. Met het Concertgebouworkest werkt Joyce DiDonato voor het eerst samen.
David Zobel, piano
David Zobel studeerde aan het conservatorium in zijn geboortestad Toulouse, in Parijs en in New York. Hij is gespecialiseerd in de kunst van het begeleiden en is de vaste muzikale partner van mezzosopraan Joyce DiDonato. Met haar trad hij op in zalen als Wigmore Hall in Londen, het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs en Carnegie Hall in New York.
Op de debuut-cd van het tweetal treffen we liederen van de Amerikaanse componisten Copland, Bernstein en Jake Heggie. De cd werd geprezen met een Diapason d’or de l’année. David Zobel is tevens coach en werkte als zodanig in onder meer het Opernhaus Zürich, de Wiener Staatsoper, het Théâtre du Châtelet in Parijs en De Nationale Opera.
David Zobel musiceerde met en als Christoph von Dohnányi, John Eliot Gardiner en Marc Minkowski. Hij is ook begeleider tijdens diverse bekende concoursen, in bijvoorbeeld Parijs, Toulouse, Brussel en Wenen.
In Het Concertgebouw was David Zobel voor het laatst te gast in januari 2003, met Brian Asawa in de .

