Joshua Bell in Mendelssohns vioolconcert
Grote Solisten 20.15 uur
Academy of St Martin in the Fields
Joshua Bell viool/leiding
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Ouverture uit ‘Egmont’, op. 84 (1809-10)
Felix Mendelssohn 1809-1847
Vioolconcert in e kl.t., op. 64 (1844)
Allegro molto appassionato
Andante
Allegretto non troppo – Allegro molto vivace
pauze
Ludwig van Beethoven
Zesde symfonie in F gr.t., op. 68 (1808) ‘Pastorale’
Angenehme, heitere Empfindungen, welche bei der Ankunft auf dem Lande im Menschen erwachen
Szene am Bach
Lustiges Zusammensein der Landleute
Donner-Sturm
Hirtengesang. Wohltätige, mit Dank an die Gottheit verbundene Gefühle nach dem Sturm
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Ouverture 'Egmont'
Door Aad van de Ven
Bekend is dat Ludwig van Beethoven een enorme bewondering had voor Johann Wolfgang von Goethe. En dat die bewondering niet wederzijds was. In elk geval moest de grote componist, die sympathiseerde met revolutionaire denkbeelden, zich wel aangetrokken voelen tot Goethes drama over een belangrijke verzetsheld uit de Nederlanden.
Trouwens, toneelstukken en ’s waarin helden in opstand kwamen tegen wrede onderdrukkers waren destijds sowieso in de mode. Zie ook Beethovens opera Fidelio, waarin Leonore haar Florestan uit de gevangenis bevrijdt. De ‘Leonore’ van graaf Egmont heet Clärchen. Maar zij kan niet verhinderen dat haar geliefde tijdens de Tachtigjarige Oorlog door soldaten van de Spaanse hertog van Alva op de Grote Markt in Brussel ter dood wordt gebracht.
Beethoven ontving in 1809 het verzoek dit toneelstuk van Goethe van passende muziek te voorzien. De ouverture geeft in een notendop de inhoud van het drama weer. Zo toont de begin-episode door middel van en als vuistslagen de onverzettelijkheid van de wrede machthebber. Hierop volgt een dat zowel de strijdlust van Egmont als de toewijding van zijn geliefde lijkt te beschrijven.
De executie gaat niet zoals bij Hector Berlioz twintig jaar later (Symphonie fantastique) gepaard met tromgeroffel, maar met twee hoge noten van de strijkers aan het einde van een frase, gevolgd door stilte. De strijd gaat echter door. Jubelende klanken brengen vervolgens de boodschap over dat de overwinning die de held niet meer heeft mogen meemaken nabij is.
Felix Mendelssohn 1809-1847
Vioolconcert
Tekst: Michiel Cleij
Het beroemde rijtje van Duitse vioolconcerten – Ludwig van Beethoven, Felix Mendelssohn, Max Bruch en Johannes Brahms – zou veel homogener zijn als dat van Mendelssohn er niet tussen had gezeten. Je kunt zeggen dat alle vier de concerten uniek zijn (helemaal waar), of dat ze onvergelijkbaar zijn (niet waar), of dat Beethoven er als Weense Klassieker buiten valt (de anderen behoren strikt genomen tot de ).
Maar Beethoven, met zijn karakteristieke neiging om van de solopartij een heroïsch en bezwerend betoog te maken, is zo overduidelijk een voorbode van de Romantiek dat Mendelssohns concert eigenlijk ‘klassieker’ is: een akoestisch lijnenspel van afgewogen proporties. Pure muziek, geen spoor van die typisch negentiende-eeuwse zelfbewustheid van kunstenaars.
Dat wil uiteraard niet zeggen dat Mendelssohns Vioolconcert in e klein een ouderwets stuk is. De verhouding tussen solist en orkest is hier opnieuw gedefinieerd, als een hecht symfonisch weefsel in plaats van een ‘competitie’ tussen elkaar uitdagende partijen.
Nieuw is ook de vorm: de drie delen vloeien in elkaar over op een volstrekt logische manier, maar zonder dat de aandacht verslapt. De eerste overbrugging is een noot die na het slotakkoord van deel één blijft doorklinken en de loper uitrolt voor het statige middendeel. Dat mondt op zijn beurt uit in de openingsmaten van de finale – waarvan het een sluwe vermomming van het hoofdgegeven uit deel één is.
Het is precies dat spontane, of noem het vrij stromende, dat dit vioolconcert zo’n aantrekkelijk stuk maakt voor zowel publiek als musici. Het is óók de reden waarom er altijd critici zijn geweest die Mendelssohn betichtten van routineus, bloedeloos maakwerk – of die hem, zoals Claude Debussy deed, ‘een brave notaris’ noemden.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
'Pastorale' symfonie
Tekst: Henriëtte Sanders
Ludwig van Beethoven was een vurig natuurliefhebber en hield veel van wandelen in een landelijke omgeving. De inmiddels bijna dove componist schreef in 1815: ‘Mein unglückseliges Gehör plagt mich hier nicht.’
Zijn vijfdelige Zesde symfonie in F groot heeft landelijke rust en weldadige natuur als hoofdthema en schildert vijf plattelandsstemmingen: het ontwaken van opgewekte gevoelens bij aankomst op het platteland, een scène bij de beek, het vrolijk samenzijn van plattelandsbewoners, onweer en storm, en ten slotte het gezang van herders, blij en dankbaar na de storm. Vandaar de bijnaam ‘Pastorale’.
De hoofdtoonsoort is F groot, die vaak werd gebruikt in composities die in verband stonden met natuur en platteland. Het eerste deel wordt gekenmerkt door bourdons, bastonen die lang blijven liggen, waardoor herinneringen gewekt worden aan een doedelzak of een draailier. Het is een beproefd middel om een compositie pastorale kleuring te geven.
De ‘murmelfiguren’ in de strijkers in het tweede deel doen denken aan kabbelend water, en het gezang van de nachtegaal wordt verbeeld door de fluit, de roep van de kwartel door de hobo en de koekoek door de klarinet. Beethoven liet ten overvloede de vogelnamen bij hun motieven in de noteren.
Ook bij de thema’s en de uitgelaten dansmotieven in het Lustiges Zusammensein zien we het tafereel voor ons. Schitterend is weergegeven hoe de boeren aan het begin van het onweersgedeelte, dat direct op dit volgt, zich bij het eerste rommelen van de donder (’s, contrabassen) snel en angstig uit de voeten maken.
En ook het spannende vierde deel, Beethovens symfonische onweersbui in f klein, met blikseminslagen en gierende windvlagen – met de in de hoofdrol – vormt een bijna aanschouwelijke voorstelling. Als schalmeien luiden de klarinetten het vijfde deel in. Hun wordt overgenomen door de s.
De première van de symfonie in december 1808 in het Theater an der Wien, gegeven door een orkest van beroeps- en amateurmusici, maakte deel uit van een vier uur durend monsterconcert.
De uitvoering van de werken was door ontoereikende repetitietijd gebrekkig, maar ontlokte aan de aanwezige componist Johann Friedrich Reichardt toch de opmerking dat ieder deel van de Zesde ‘voll lebhafter Malereien und glänzender Gedanken und Figuren’ zat.
Ondanks de beeldende ‘Malereien’ stond Beethoven toch niet achter de in zijn tijd vooruitstrevende tendens om buitenmuzikale thema’s in muziek uit te drukken. Gelet op de ‘heitere Empfindungen’ in de titel van het eerste deel, wordt de bedoeling van Beethoven met de ‘Pastorale’ duidelijk: ‘mehr Ausdruck der Empfindung als Malerei’. Met andere woorden: meer een uitdrukking van de gevoelens die door de diverse scènes van het platteland opgewekt worden, dan toonschildering.
Biografie
Academy of St Martin in the Fields
De Academy of St Martin in the Fields gaf in november 1959 zijn eerste concert in de Londense kerk waaraan het gezelschap zijn naam ontleent. Oprichter Neville Marriner was tot 2011 artistiek leider, waarna violist Joshua Bell deze positie van hem overnam. Nauw verbonden aan de formatie zijn ook concertmeester Tomo Keller en ‘principal guest artist’ Murray Perahia.
De Academy of St Martin in the Fields voert wereldwijd zowel symfonisch repertoire als grootschalige kamermuziek uit, doorgaans onder leiding van een ‘meespelend leider’. Hoogtepunten van seizoen 2025/2026 zijn onder andere een optreden in Carnegie Hall in New York met Brahms’ Vioolconcert, ter viering van Joshua Bells vijftienjarige jubileum als leider van het orkest, en een concert bij de zeventigste verjaardag van componist Sally Beamish.
Bestsellers uit de ruim vijfhonderd werken tellende discografie zijn Vivaldi’s De vier jaargetijden uit 1969 en de soundtrack van de Oscar-winnende film Amadeus uit 1984. De Academy of St Martin in the Fields besteedt veel aandacht aan educatie en participatie en organiseert verschillende workshops voor scholieren en volwassenen. De musici verzorgen masterclasses en concertinleidingen, en vaste samenwerkingen bestaan met Southbank , de Guildhall School of Music and Drama in Londen en het Royal Northern College of Music in Manchester.
Het vorige optreden van de Academy of St Martin in the Fields in Het Concertgebouw was op 29 januari 2020 met pianist/componist Fazıl Say.
Joshua Bell, viool
Joshua Bell studeerde vanaf zijn twaalfde bij Josef Gingold. Twee jaar later soleerde hij onder leiding van Riccardo Muti bij The Philadelphia Orchestra, op zijn zeventiende debuteerde hij in Carnegie Hall in New York en op zijn achttiende kreeg hij de Avery Fisher Career Grant.
Musical America riep de Amerikaanse violist uit tot Instrumentalist of the Year, en het World Economic Forum tot Young Global Leader.
Met componist John Corigliano maakte Joshua Bell de Oscar-winnende soundtrack van The Red Violin (1998). Naast samenwerkingen met tal van collega’s uit de klassieke muziek musiceerde hij ook met Chick Corea, Wynton Marsalis, Sting en Anoushka Shankar, en hij levert graag zijn bijdrage aan educatieprojecten en familieconcerten.
Afgelopen zomer verscheen naast de wereldpremière-opname van het Vioolconcert van de Oekraïense componist Thomas De Hartmann ook een Mendelssohn-cd met pianist Jeremy Denk en cellist Steven Isserlis. Met sopraan Larisa Martínez tourt Joshua Bell met het project Voice and the Violin en als gastsolist treedt hij aan bij de New York Philharmonic, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Zweeds Radio ; bij het Deutsches Sinfonie-Orchester Berlin soleert én dirigeert hij. Met de NDR Elbphilharmonie Hamburg, de Hong Kong Philharmonic, de New York Philharmonic, het Chicago Symphony Orchestra en het Seattle Symphony Orchestra voerde hij The Elements uit – een waarvoor hij Jake Heggie, Jennifer Higdon, Edgar Meyer, Jessie Montgomery en Kevin Puts ieder een deel liet componeren.
Joshua Bell bespeelt de ‘Huberman’-Stradivarius uit 1713. Zijn vorige optredens in Het Concertgebouw waren in 2019 in de : in januari met de Academy of St Martin in the Fields – waarvan hij sinds 2011 artistiek leider is – en in juli in Dvořáks Vioolconcert met de Bamberger Symphoniker.

